<script data-pm-proxy="intercept"></script><?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/" xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom" version="2.0" xmlns:itunes="http://www.itunes.com/dtds/podcast-1.0.dtd" xmlns:googleplay="http://www.google.com/schemas/play-podcasts/1.0"><channel><title><![CDATA[De Jurisprudentielunch]]></title><description><![CDATA[De wekelijkse rundown van de recent verschenen fiscaalrechtelijke artikelen en noten zodat u altijd uw mannetje (m/v/x) staat bij de jurisprudentielunch.]]></description><link>https://jurisprudentielunch.substack.com</link><image><url>https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!J3Iw!,w_256,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F743706e0-846f-41b9-a5f4-9d90344427ff_1024x1024.png</url><title>De Jurisprudentielunch</title><link>https://jurisprudentielunch.substack.com</link></image><generator>Substack</generator><lastBuildDate>Fri, 04 Sep 2026 17:16:59 GMT</lastBuildDate><atom:link href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/feed" rel="self" type="application/rss+xml"/><copyright><![CDATA[Maurits]]></copyright><language><![CDATA[en]]></language><webMaster><![CDATA[jurisprudentielunch@substack.com]]></webMaster><itunes:owner><itunes:email><![CDATA[jurisprudentielunch@substack.com]]></itunes:email><itunes:name><![CDATA[Maurits]]></itunes:name></itunes:owner><itunes:author><![CDATA[Maurits]]></itunes:author><googleplay:owner><![CDATA[jurisprudentielunch@substack.com]]></googleplay:owner><googleplay:email><![CDATA[jurisprudentielunch@substack.com]]></googleplay:email><googleplay:author><![CDATA[Maurits]]></googleplay:author><itunes:block><![CDATA[Yes]]></itunes:block><item><title><![CDATA[Rulings (J04E36)]]></title><description><![CDATA[3 september 2026]]></description><link>https://jurisprudentielunch.substack.com/p/rulings-j04e36</link><guid isPermaLink="false">https://jurisprudentielunch.substack.com/p/rulings-j04e36</guid><dc:creator><![CDATA[Maurits]]></dc:creator><pubDate>Thu, 03 Sep 2026 19:20:55 GMT</pubDate><enclosure url="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!hJ_D!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F3fbc0054-d63f-49a6-a01e-abc034e67137_1024x1024.png" length="0" type="image/jpeg"/><content:encoded><![CDATA[<p>Deze week 19 nieuwe rulings, waaronder 12 advance tax rulings, 1 advance pricing agreement, en 6 innovatieboxrulings. Ruling #7 betreft de aanwezigheid van een vaste inrichting bij de terbeschikkingstelling van personeel. Het is voor mij onduidelijk hoe dit feitelijke is vormgegeven. In de feiten en omstandigheden lijkt alleen de &#8216;aansturing&#8217; relevant, en niet of (bijvoorbeeld) de beloning &#233;&#233;n op &#233;&#233;n herleidbaar is aan het terbeschikkinggestelde personeel. </p><p class="button-wrapper" data-attrs="{&quot;url&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/subscribe?&quot;,&quot;text&quot;:&quot;Subscribe now&quot;,&quot;action&quot;:null,&quot;class&quot;:null}" data-component-name="ButtonCreateButton"><a class="button primary" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/subscribe"><span>Subscribe now</span></a></p><div><hr></div><h1>Advance tax rulings</h1><h4>#1 | rul-20260901-atr-000001</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de jaren 2020 tot en met 2024. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Er is derhalve geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Het voorgaande zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260901-atr-000001/">Lees meer.</a></p><h4>#2 | rul-20260901-atr-000002</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en de belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y is niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden betaald door X op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260901-atr-000002/">Lees meer. </a></p><h4>#3 | rul-20260901-atr-000004</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op de respectievelijke belangen van X1 en X2 in de relevante deelnemingen. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260901-atr-000004/">Lees meer. </a></p><h4>#4 | rul-20260901-atr-000005</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling en over de toepassing van de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten in de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030, gedeeltelijk in aansluiting op reeds eerder verstrekte zekerheid vooraf. De deelnemingsvrijstelling is per 1 januari 2026 van toepassing op de belangen van A in Y 1 t/m 3, B in Y 4 en C in Y 5 en Y 6. De deelnemingsvrijstelling is vanaf april 2026 van toepassing op het belang van C in Y 7. De objectvrijstelling is van toepassing op het belang van D in Z. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260901-atr-000005/">Lees meer.</a></p><h4>#5 | rul-20260901-atr-000007</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of leden van een houdsterco&#246;peratie geen kwalificerend lidmaatschapsrecht houden voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Het verzoek om zekerheid vooraf is afgewezen. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Het voorgaande zal in beginsel in het reguliere toezicht betrokken worden.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260901-atr-000007/">Lees meer. </a></p><h4>#6 | rul-20260901-atr-000008</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling in de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op het aandelenbelang van X in de relevante deelnemingen. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260901-atr-000008/">Lees meer. </a></p><h4>#7 | rul-20260901-atr-000010</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de jaren 2021 tot en met 2025. Gelet op artikel 3, vierde lid van de Wet Vpb in combinatie met de relevante bepalingen van het verdrag tussen Nederland en verdragsland A oefent X haar onderneming niet uit met behulp van een vaste inrichting in Nederland voor de toepassing van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 10 februari 2021 tot en met 31 december 2025.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260901-atr-000010/">Lees meer. </a></p><h4>#8 | rul-20260901-atr-000011</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap, of sprake is van een omgekeerd hybride lichaam en de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid vooraf voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. X kwalificeert niet als omgekeerd hybride lichaam. De buitenlandse commanditaire vennoten van X zijn buitenlands belastingplichtig in Nederland en worden als gerechtigde in X geacht Nederlands inkomen te genieten. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 5 mei 2026 tot en met 31 december 2030. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X ook overeenstemming hebben bereikt over aspecten die niet vallen onder het bereik van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het betreft hier de deelnemingsvrijstelling en de inhoudingsvrijstelling, beiden in de nationale situatie.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260901-atr-000011/">Lees meer. </a></p><h4>#9 | rul-20260901-atr-000012</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdsterco&#246;peratie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260901-atr-000012/">Lees meer. </a></p><h4>#10 | rul-20260901-atr-000014</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap, of sprake is van een omgekeerd hybride lichaam en de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid vooraf voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. X kwalificeert niet als omgekeerd hybride lichaam. De in het buitenland gevestigde commanditaire vennoten in X drijven geen onderneming in Nederland door middel van een vaste inrichting met betrekking tot hun belang in X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 5 mei 2026 tot en met 31 december 2030.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260901-atr-000014/">Lees meer. </a></p><h4>#11 | rul-20260901-atr-000016</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Het voorgaande zal in beginsel worden beoordeeld in het kader van het reguliere toezicht.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260901-atr-000016/">Lees meer. </a></p><h4>#12 | rul-20260901-atr-000017</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap, of sprake is van een omgekeerd hybride lichaam en de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid vooraf voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. X kwalificeert niet als omgekeerd hybride lichaam. De in het buitenland gevestigde commanditaire vennoten in X drijven geen onderneming in Nederland door middel van een vaste inrichting met betrekking tot hun belang in X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 5 mei 2026 tot en met 31 december 2030.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260901-atr-000017/">Lees meer. </a></p><div><hr></div><h1>Advanced pricing agreements</h1><h4>#13 | rul-20260901-apa-000013</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> X heeft een bilateraal verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2022/2023 tot en met 2026/2027. Er is tevens verzocht om de overeen te komen fiscale behandeling ook van toepassing te laten zijn op de jaren 2019/2020 tot en met 2021/2022. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met boekjaar 2022/2023. De bevoegde autoriteiten zijn overeengekomen dat voor de productie- en verkoopactiviteiten en de (verkoopgerelateerde) productontwerp- en onderzoeksactiviteiten van X een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de omzet at arm&#8217;s-length is. De arm&#8217;s-length bandbreedte valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde vergelijkbare partijen waarvan de lower quartile 3,00% en de upper quartile 9,69% bedraagt. In de vaststellingsovereenkomst is een bandbreedte binnen de interquartile range overeengekomen, waarbij gedurende de totale looptijd van de vaststellingsovereenkomst gewogen gemiddeld een percentage binnen de bandbreedte dient te zijn aangegeven. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 april 2022 tot en met 31 maart 2027 en is van overeenkomstige toepassing voor de boekjaren 2019/2020 tot en met 2021/2022. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de aangiften vennootschapsbelasting reeds zijn ingediend tot en met het boekjaar 2022/2023.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260901-apa-000013/">Lees meer. </a></p><div><hr></div><h1>Innovatiebox</h1><h4>#14 | rul-20260901-ibox-000003</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260901-ibox-000003/">Lees meer. </a></p><h4>#15 | rul-20260901-ibox-000006</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2023 tot en met 2028, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2022. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met 2023. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028 en is van overeenkomstige toepassing in 2023, waarvoor de aangifte vennootschapsbelasting reeds is ingediend.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260901-ibox-000006/">Lees meer. </a></p><h4>#16 | rul-20260901-ibox-000009</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2024 tot en met 2028, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2023. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260901-ibox-000009/">Lees meer. </a></p><h4>#17 | rul-20260901-ibox-000015</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2025 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2024. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260901-ibox-000015/">Lees meer. </a></p><h4>#18 | rul-20260901-ibox-000018</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2021 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2020. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met 2024. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029 en is van overeenkomstige toepassing in de jaren 2021 tot en met 2024, waarvoor de aangiften vennootschapsbelasting reeds zijn ingediend.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260901-ibox-000018/">Lees meer.</a></p><h4>#19 | rul-20260901-ibox-000019</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2017 tot en met 2027, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2016. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met 2022. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2027 en is van overeenkomstige toepassing in de jaren 2017 tot en met 2022, waarvoor de aangiften vennootschapsbelasting reeds zijn ingediend.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260901-ibox-000019/">Lees meer. </a></p><div><hr></div><p>Mocht u mijn werk op prijs stellen en (geldelijke) waardering willen uiten, dan zou u een donatie kunnen doen via <a href="https://www.paypal.com/donate?hosted_button_id=W4N3T44N5TX66">deze link</a>, of via onderstaande qr-code.</p><div class="captioned-image-container"><figure><a class="image-link image2 is-viewable-img" target="_blank" href="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" data-component-name="Image2ToDOM"><div class="image2-inset"><picture><source type="image/webp" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw"><img src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,w_1456,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" width="410" height="410" data-attrs="{&quot;src&quot;:&quot;https://substack-post-media.s3.amazonaws.com/public/images/9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;srcNoWatermark&quot;:null,&quot;fullscreen&quot;:null,&quot;imageSize&quot;:null,&quot;height&quot;:410,&quot;width&quot;:410,&quot;resizeWidth&quot;:null,&quot;bytes&quot;:799,&quot;alt&quot;:&quot;&quot;,&quot;title&quot;:&quot;&quot;,&quot;type&quot;:&quot;image/png&quot;,&quot;href&quot;:null,&quot;belowTheFold&quot;:true,&quot;topImage&quot;:false,&quot;internalRedirect&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/i/164785063?img=https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;isProcessing&quot;:false,&quot;align&quot;:null,&quot;offset&quot;:false}" class="sizing-normal" alt="" title="" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw" loading="lazy"></picture><div class="image-link-expand"><div class="pencraft pc-display-flex pc-gap-8 pc-reset"><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container restack-image"><svg aria-hidden="true" width="20" height="20" viewBox="0 0 20 20" fill="none" stroke-width="1.5" stroke="var(--color-fg-primary)" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" xmlns="http://www.w3.org/2000/svg"><g><path d="M2.53001 7.81595C3.49179 4.73911 6.43281 2.5 9.91173 2.5C13.1684 2.5 15.9537 4.46214 17.0852 7.23684L17.6179 8.67647M17.6179 8.67647L18.5002 4.26471M17.6179 8.67647L13.6473 6.91176M17.4995 12.1841C16.5378 15.2609 13.5967 17.5 10.1178 17.5C6.86118 17.5 4.07589 15.5379 2.94432 12.7632L2.41165 11.3235M2.41165 11.3235L1.5293 15.7353M2.41165 11.3235L6.38224 13.0882"></path></g></svg></button><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container view-image"><svg xmlns="http://www.w3.org/2000/svg" width="20" height="20" viewBox="0 0 24 24" fill="none" stroke="currentColor" stroke-width="2" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" class="lucide lucide-maximize2 lucide-maximize-2"><polyline points="15 3 21 3 21 9"></polyline><polyline points="9 21 3 21 3 15"></polyline><line x1="21" x2="14" y1="3" y2="10"></line><line x1="3" x2="10" y1="21" y2="14"></line></svg></button></div></div></div></a></figure></div><div><hr></div><p class="button-wrapper" data-attrs="{&quot;url&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/subscribe?&quot;,&quot;text&quot;:&quot;Subscribe now&quot;,&quot;action&quot;:null,&quot;class&quot;:null}" data-component-name="ButtonCreateButton"><a class="button primary" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/subscribe"><span>Subscribe now</span></a></p>]]></content:encoded></item><item><title><![CDATA[Kennisgroepstandpunten (J04E36)]]></title><description><![CDATA[1 september 2026]]></description><link>https://jurisprudentielunch.substack.com/p/kennisgroepstandpunten-j04e36</link><guid isPermaLink="false">https://jurisprudentielunch.substack.com/p/kennisgroepstandpunten-j04e36</guid><dc:creator><![CDATA[Maurits]]></dc:creator><pubDate>Tue, 01 Sep 2026 17:54:00 GMT</pubDate><enclosure url="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!hJ_D!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F3fbc0054-d63f-49a6-a01e-abc034e67137_1024x1024.png" length="0" type="image/jpeg"/><content:encoded><![CDATA[<p>Deze week 153 wijzigen (niet gespecificieerde updates, vervallen kennisgroepstandpunten, en vervallen standpunten). Dit is in feite achterstallig onderhoud.</p><ul><li><p>[INGETROKKEN] KG:013:2024:4 Kan er een naheffingsaanslag worden opgelegd bij het overtreden van de handelaarsregeling, terwijl het onderliggende motorrijtuig is vrijgesteld van belasting of het tarief aan belasting nihil is? <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg01320244-kan-er-een-naheffingsaanslag-worden-opgelegd-bij-het-overtreden-van-de-handelaarsregeling-terwijl-het-onderliggende-motorrijtuig-is-vrijgesteld-van-belasting-of-het-tarief/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:013:2024:3 Kan bij weggebruik van een geschorst motorrijtuig, waarvoor een vrijstelling of de OVR geldt, een naheffingsaanslag MRB worden opgelegd? <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg01320243-kan-bij-weggebruik-van-een-geschorst-motorrijtuig-waarvoor-een-vrijstelling-of-de-ovr-geldt-een-naheffingsaanslag-mrb-worden-opgelegd/">(hier)</a></p></li><li><p>KG:070:2024:1 Lijfrentebedragen werknemer door werkgever rechtstreeks betaald aan aanbieder <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg07020241-lijfrentebedragen-werknemer-door-werkgever-rechtstreeks-betaald-aan-aanbieder/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:202:2024:8 Box 3 en geruisloze terugstorting te veel betaalde lijfrentepremies en/of -inleg <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg20220248-box-3-en-geruisloze-terugstorting-te-veel-betaalde-lijfrentepremies-en-of-inleg/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:013:2023:11 Oldtimervrijstelling MRB voor vrachtauto&#8217;s en autobussen <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg013202311-oldtimervrijstelling-mrb-voor-vrachtautos-en-autobussen/">(hier)</a></p></li><li><p>KG:070:2023:13 Studiebeurs ontvangen vanuit stichting en uitgekeerd via bedrijf: belast als periodieke uitkering <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg070202313-studiebeurs-ontvangen-vanuit-stichting-en-uitgekeerd-via-bedrijf-belast-als-periodieke-uitkering/">(hier)</a></p></li><li><p>INGETROKKEN KG:204:2022:21 Gebruikelijkloonregeling bij doorbetaaldloonregeling <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg204202221-gebruikelijkloonregeling-bij-doorbetaaldloonregeling/">(hier)</a></p></li><li><p>KG:210:2026:6 Medische vrijstelling doktersassistente <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/k21020266-medische-vrijstelling-doktersassistente/">(hier)</a></p></li><li><p>KG:204:2026:10 Aanvulling WGA-hiaatverzekering / 7 juli 2026 <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg204202610-aanvulling-wga-hiaatverzekering-7-juli-2026/">(hier)</a></p></li><li><p>KG 202:2025:26 Reiskosten vrijwilliger voor ANBI en giftenaftrek <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg202202526-reiskosten-vrijwilliger-voor-anbi-en-giftenaftrek/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:210:2025:12 Tarief stent retriever <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg210202512-tarief-stent-retriever/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:210:2025:10 Tussenhandelaar <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg210202510-tussenhandelaar/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:003:2025:10 Toepassing artikel 4.12a Wet IB 2001 na toepassing van artikel 4.17b Wet IB 2001 <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg003202510-toepassing-artikel-4-12a-wet-ib-2001-na-toepassing-van-artikel-4-17b-wet-ib-2001/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:210:2025:9 Tarief toiletlift <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg21020259-tarief-toiletlift/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:210:2025:5 Btw-tarief vergrendelingssysteem voor rolstoel <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg21020255-btw-tarief-vergrendelingssysteem-voor-rolstoel/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:210:2025:6 Tarief steelwratjespleister <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg21020256-tarief-steelwratjespleister/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:210:2025:3 Digitale educatieve informatie <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg21020253-digitale-educatieve-informatie/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:003:2024:19 Toepassing artikel 4.12a Wet IB 2001 in combinatie met artikel 2.17, tweede lid, Wet IB 2001 <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg003202419-toepassing-artikel-4-12a-wet-ib-2001-in-combinatie-met-artikel-2-17-tweede-lid-wet-ib-2001/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:206:2024:3 Een verzoek in het kader van artikel 4.1 Woo en artikel 67 AWR <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg20620243-een-verzoek-in-het-kader-van-artikel-4-1-woo-en-artikel-67-awr/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:211:2024:15 Private Fund Limited Partnership (Schotland) <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg211202415-private-fund-limited-partnership-schotland/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:209:2024:4 Tarief bloemencorso <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg20920244-tarief-bloemencorso/">(hier)</a></p></li><li><p>KG:003:2024:17 Toepassing aandelenfusiefaciliteit artikel VI WFGR bij bestaande bv met meerdere aandeelhouders <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg003202417-toepassing-aandelenfusiefaciliteit-artikel-vi-wfgr-bij-bestaande-bv-met-meerdere-aandeelhouders/">(hier)</a></p></li><li><p>KG:003:2024:16 Stemrechtvereiste aandelenfusie en bestuurder STAK <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg003202416-stemrechtvereiste-aandelenfusie-en-bestuurder-stak/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:209:2024:3 Tarief doorverkoop tickets <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg20920243-tarief-doorverkoop-tickets/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:211:2024:13 Indre Selskap (Noorwegen) <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg211202413-indre-selskap-noorwegen/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:063:2024:10 BOR, schenking van aandelen van nog bij juridische splitsing op te richten vennootschap <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg063202410-bor-schenking-van-aandelen-van-nog-bij-juridische-splitsing-op-te-richten-vennootschap/">(hier)</a></p></li><li><p>KG:003:2024:15 Toepassing aandelenfusiefaciliteit artikel VI Wet aanpassing fonds voor gemene rekening en vrijgestelde beleggingsinstelling <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg003202415-toepassing-aandelenfusiefaciliteit-artikel-vi-wet-aanpassing-fonds-voor-gemene-rekening-en-vrijgestelde-beleggingsinstelling/">(hier)</a></p></li><li><p>[Ingetrokken] KG:202:2024:28 Toerekening bij navordering box 3 <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg202202428-toerekening-bij-navordering-box-3/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:211:2024:11 Kwalificatie Public Limited Company Engeland en Wales <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg211202411-kwalificatie-public-limited-company-engeland-en-wales/">(hier)</a></p></li><li><p>KG:003:2024:14 Toepassing artikel 4.12a Wet IB 2001 bij een turboverdeling <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg003202414-toepassing-artikel-4-12a-wet-ib-2001-bij-een-turboverdeling/">(hier)</a></p></li><li><p>KG:003:2024:13 Geen verhoging maximumbedrag excessief lenen voor pre-2023 immigrant <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg003202413-geen-verhoging-maximumbedrag-excessief-lenen-voor-pre-2023-immigrant/">(hier)</a></p></li><li><p>KG:003:2024:12 Gevolgen arrest Hoge Raad 18 augustus 2023 voor doorschuifregeling en bedrijfsopvolgingsregeling <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg003202412-gevolgen-arrest-hoge-raad-18-augustus-2023-voor-doorschuifregeling-en-bedrijfsopvolgingsregeling/">(hier)</a></p></li><li><p>KG:003:2024:11 Beoordelingskader preferente aandelen <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg003202411-beoordelingskader-preferente-aandelen/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:209:2024:2 Tarief eetbare rietjes <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg20920242-tarief-eetbare-rietjes/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:211:2024:10 Duitse Pensionstreuhand <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg211202410-duitse-pensionstreuhand/">(hier)</a></p></li><li><p>KG:003:2024:10 Excessief lenen en artikel 10a.23 Wet IB 2001 <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg003202410-excessief-lenen-en-artikel-10a-23-wet-ib-2001/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:209:2024:1 Tarief drukmeetsets <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg20920241-tarief-drukmeetsets/">(hier)</a></p></li><li><p>[VERVALLEN] KG:202:2024:11 Vervoerskosten in verband met aanschaf van een hulpmiddel en uitgaven voor specifieke zorgkosten <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/vervallen-kg202202411-vervoerskosten-in-verband-met-aanschaf-van-een-hulpmiddel-en-uitgaven-voor-specifieke-zorgkosten/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:211:2024:7 Kwalificatie Limited Liability Partnership Engeland en Wales <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg21120247-kwalificatie-limited-liability-partnership-engeland-en-wales/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:003:2024:5 Belastingkorting artikel 4.53 Wet IB 2001 en fiscaal partnerschap in het voorafgaande jaar <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg00320245-belastingkorting-artikel-4-53-wet-ib-2001-en-fiscaal-partnerschap-in-het-voorafgaande-jaar/">(hier)</a></p></li><li><p>[VERVALLEN] KG:023:2024:4 Toepassing liquidatieverliesregeling bij liquidatie kleindochtervennootschap (tussenhoudsterregeling) <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/vervallen-kg02320244-toepassing-liquidatieverliesregeling-bij-liquidatie-kleindochtervennootschap-tussenhoudsterregeling/">(hier)</a></p></li><li><p>[VERVALLEN] KG:023:2024:3 Goedkeuring onderdeel 1.7.4 Besluit Deelnemingsvrijstelling en voorgenomen kapitaalstorting <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/vervallen-kg02320243-goedkeuring-onderdeel-1-7-4-besluit-deelnemingsvrijstelling-en-voorgenomen-kapitaalstorting/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:211:2024:5 Kwalificatie Variable Capital Company (Singapore) <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg21120245-kwalificatie-variable-capital-company-singapore/">(hier)</a></p></li><li><p>[VERVALLEN] KG:210:2024:3 Vereenvoudigde ABC; levering in keten <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/vervallen-kg21020243-vereenvoudigde-abc-levering-in-keten/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:041:2024:8 Zeevarende die volledig buiten Nederland werkt <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg04120248-zeevarende-die-volledig-buiten-nederland-werkt/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:207:2024:3 Verlenging van de verjaring door uitstel verleend aan de aansprakelijk gestelde <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg20720243-verlenging-van-de-verjaring-door-uitstel-verleend-aan-de-aansprakelijk-gestelde/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:210:2024:2 Tarief goederenvervoer derde landen <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg21020242-tarief-goederenvervoer-derde-landen/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:003:2024:2 Doorschuifregeling en tracking stocks <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg00320242-doorschuifregeling-en-tracking-stocks/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:211:2024:2 Kwalificeert een fondsvermogen dat wordt beheerd door een buiten de EU/EER gevestigde rechtspersoon als doelvermogen? <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg21120242-kwalificeert-een-fondsvermogen-dat-wordt-beheerd-door-een-buiten-de-eu-eer-gevestigde-rechtspersoon-als-doelvermogen/">(hier)</a></p></li><li><p>KG:003:2024:1 Saldering positief en negatief vervreemdingsvoordeel bij emigratie <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg00320241-saldering-positief-en-negatief-vervreemdingsvoordeel-bij-emigratie/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:041:2024:4 30%-regeling, versobering, wisseling van inhoudingsplichtige <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg04120244-30-regeling-versobering-wisseling-van-inhoudingsplichtige/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:041:2024:3 30%-regeling, versobering, verlaging maximale vergoeding in loontijdvak <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg04120243-30-regeling-versobering-verlaging-maximale-vergoeding-in-loontijdvak/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:041:2024:2 30%-regeling, versobering, kortingsregeling <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg04120242-30-regeling-versobering-kortingsregeling/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:011:2024:2 Gevolgen van goedkeuring voor de aandeelhoudersvereisten bij geen economisch belang voor de bestuurdersvereisten (fbi-regime) <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg01120242-gevolgen-van-goedkeuring-voor-de-aandeelhoudersvereisten-bij-geen-economisch-belang-voor-de-bestuurdersvereisten-fbi-regime/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:211:2024:1 Kwalificatie Kommanditgesellschaft Oostenrijk <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg21120241-kwalificatie-kommanditgesellschaft-oostenrijk/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:206:2023:11 In bezwaar terugkomen op keuze om af te zien van toepassing facultatieve inhoudingsvrijstelling dividendbelasting <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg206202311-in-bezwaar-terugkomen-op-keuze-om-af-te-zien-van-toepassing-facultatieve-inhoudingsvrijstelling-dividendbelasting/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:003:2023:12 Winstrechtverplichting en excessief lenen <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg003202312-winstrechtverplichting-en-excessief-lenen/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:003:2023:11 Excessief lenen en eigenwoningschuld ingeval eigen woning en eigenwoningschuld beide behoren tot ondernemingsvermogen aanmerkelijkbelanghouder/IB-ondernemer <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg003202311-excessief-lenen-en-eigenwoningschuld-ingeval-eigen-woning-en-eigenwoningschuld-beide-behoren-tot-ondernemingsvermogen-aanmerkelijkbelanghouder-ib-ondernemer/">(hier)</a></p></li><li><p>KG:070:2023:22 Betalingsverplichting die voortvloeit uit uitgestelde bruidsschat: geen periodieke onderhoudsverplichting <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg070202322-betalingsverplichting-die-voortvloeit-uit-uitgestelde-bruidsschat-geen-periodieke-onderhoudsverplichting/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:211:2023:2 Kwalificatie Albanese rechtsvorm &#8216;Shoq&#235;ri me p&#235;rgjegj&#235;si t&#235; kufizuar&#8217; <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg21120232-kwalificatie-albanese-rechtsvorm-shoqeri-me-pergjegjesi-te-kufizuar/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:209:2023:5 Tarief bh met masserende werking <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg20920235-tarief-bh-met-masserende-werking/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:003:2023:10 Forfaitair voordeel &#8211; blooteigenaar en vruchtgebruiker <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg003202310-forfaitair-voordeel-blooteigenaar-en-vruchtgebruiker/">(hier)</a></p></li><li><p>KG:003:2023:9 Certificering van lidmaatschapsrechten in een co&#246;peratie <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg00320239-certificering-van-lidmaatschapsrechten-in-een-cooperatie/">(hier)</a></p></li><li><p>KG:003:2023:8 Omzetting verlies uit aanmerkelijk belang in een belastingkorting <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg00320238-omzetting-verlies-uit-aanmerkelijk-belang-in-een-belastingkorting/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:003:2023:7 Overgangsbepaling vereisten hypotheekrecht bij oversluiten eigenwoningschuld naar eigen vennootschap <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg00320237-overgangsbepaling-vereisten-hypotheekrecht-bij-oversluiten-eigenwoningschuld-naar-eigen-vennootschap/">(hier)</a></p></li><li><p>KG:003:2023:6 Geen forfaitair voordeel bij een middellijk gehouden lucratief belang <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg00320236-geen-forfaitair-voordeel-bij-een-middellijk-gehouden-lucratief-belang/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:003:2023:5 Forfaitair voordeel ingeval van immigratie in de loop van het jaar <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg00320235-forfaitair-voordeel-ingeval-van-immigratie-in-de-loop-van-het-jaar/">(hier)</a></p></li><li><p>KG:003:2023:4 Maximumbedrag excessief lenen en verkrijging krachtens erfrecht <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg00320234-maximumbedrag-excessief-lenen-en-verkrijging-krachtens-erfrecht/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:003:2023:3 Gevolgen bij omzetting van open CV naar besloten CV <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg00320233-gevolgen-bij-omzetting-van-open-cv-naar-besloten-cv/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:003:2023:2 Aandelenfusie met open CV <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg00320232-aandelenfusie-met-open-cv/">(hier)</a></p></li><li><p>KG:070:2023:11 Verkorten looptijd nabestaandenlijfrente en al verstreken uitkeringsduur <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg070202311-verkorten-looptijd-nabestaandenlijfrente-en-al-verstreken-uitkeringsduur/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:040:2023:4 Fictieve Braziliaanse bronbelasting (tax sparing credit) kan niet als kosten in aftrek worden gebracht <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg04020234-fictieve-braziliaanse-bronbelasting-tax-sparing-credit-kan-niet-als-kosten-in-aftrek-worden-gebracht/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:040:2023:2 Besluit voorkoming dubbele belasting, gebroken boekjaar en tariefwijziging Wet Vpb 1969 <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg04020232-besluit-voorkoming-dubbele-belasting-gebroken-boekjaar-en-tariefwijziging-wet-vpb-1969/">(hier)</a></p></li><li><p>KG:003:2023:1 Onttrekking na moment geldverstrekking - prijsgeven <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg00320231-onttrekking-na-moment-geldverstrekking-prijsgeven/">(hier)</a></p></li><li><p>[VERVALLEN] KG:210:2023:3 Tarief uitlenen bemanning zeeschip <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/vervallen-kg21020233-tarief-uitlenen-bemanning-zeeschip/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:070:2023:7 Bemiddelingskosten bij een direct ingaande lijfrente <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg07020237-bemiddelingskosten-bij-een-direct-ingaande-lijfrente/">(hier)</a></p></li><li><p>[Ingetrokken] KG:202:2023:20 Toerekening gezamenlijke bestanddelen als bij navordering eigenwoningschuld naar box 3 gaat <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg202202320-toerekening-gezamenlijke-bestanddelen-als-bij-navordering-eigenwoningschuld-naar-box-3-gaat/">(hier)</a></p></li><li><p>[Ingetrokken] KG:202:2023:19 Toerekening persoonsgebonden aftrek bij navordering <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg202202319-toerekening-persoonsgebonden-aftrek-bij-navordering/">(hier)</a></p></li><li><p>[Ingetrokken] KG:202:2023:18 Toerekening gezamenlijke grondslag sparen en beleggen bij navordering <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg202202318-toerekening-gezamenlijke-grondslag-sparen-en-beleggen-bij-navordering/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:211:2023:1 Gemeinn&#252;tzige GmbH, ook wel Stiftung GmbH of gGmbH, naar het recht van Duitsland <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg21120231-gemeinnutzige-gmbh-ook-wel-stiftung-gmbh-of-ggmbh-naar-het-recht-van-duitsland/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:013:2023:5 Toepassing schuifjes EurotaxGlass&#8217;s bij wijzigen afschrijvingsmethode <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg01320235-toepassing-schuifjes-eurotaxglasss-bij-wijzigen-afschrijvingsmethode/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:204:2023:6 Renseigneringsverplichting tbs-instelling <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg20420236-renseigneringsverplichting-tbs-instelling/">(hier)</a></p></li><li><p>[VERVALLEN] KG:011:2023:7 Artikel 20a Wet Vpb 1969 - leidt bepaalde combinatie van overdracht aandelen, zeggenschap en vordering tot kwalificerende belangwijziging? <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/vervallen-kg01120237-artikel-20a-wet-vpb-1969-leidt-bepaalde-combinatie-van-overdracht-aandelen-zeggenschap-en-vordering-tot-kwalificerende-belangwijziging/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:204:2023:7 Opladen auto van de zaak <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg20420237-opladen-auto-van-de-zaak/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:204:2023:3 Overlijdensuitkering en moment be&#235;indiging dienstbetrekking <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg20420233-overlijdensuitkering-en-moment-beeindiging-dienstbetrekking/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:204:2023:2 Premie sociaal fonds inhouden op brutoloon <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg20420232-premie-sociaal-fonds-inhouden-op-brutoloon/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:011:2022:15 Regeling functionele valuta; valt een nooit door de ECB gepubliceerde valuta onder de uitzondering voor publicatie-opschorting? <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg011202215-regeling-functionele-valuta-valt-een-nooit-door-de-ecb-gepubliceerde-valuta-onder-de-uitzondering-voor-publicatie-opschorting/">(hier)</a></p></li><li><p>[VERVALLEN] KG:052:2023:3 Toepassing art. 15, eerste lid, onderdeel b, WBR <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/vervallen-kg05220233-toepassing-art-15-eerste-lid-onderdeel-b-wbr/">(hier)</a></p></li><li><p>[VERVALLEN] KG:202:2023:7 Co-ouderschapsregeling inkomensafhankelijke combinatiekorting <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/vervallen-kg20220237-co-ouderschapsregeling-inkomensafhankelijke-combinatiekorting/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:011:2023:6 Tonnageregeling - begrip &#8216;zee&#8217; (artikel 3.22, twaalfde lid, Wet IB 2001) <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg01120236-tonnageregeling-begrip-zee-artikel-3-22-twaalfde-lid-wet-ib-2001/">(hier)</a></p></li><li><p>[VERVALLEN] KG:208:2022:3 Tijdstip van overleggen verklaring bij toepassing van het walstroomtarief <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/vervallen-kg20820223-tijdstip-van-overleggen-verklaring-bij-toepassing-van-het-walstroomtarief/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:209:2022:3 Financi&#235;le verwevenheid - aandelen &amp; zeggenschap &amp; winstrechten <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg20920223-financiele-verwevenheid-aandelen-zeggenschap-winstrechten/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:023:2022:7 Aftrekbaarheid advieskosten in verband met prijsaanpassingsclausule <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg02320227-aftrekbaarheid-advieskosten-in-verband-met-prijsaanpassingsclausule/">(hier)</a></p></li><li><p>KG:003:2022:19 Ontgaanstoets juridische splitsing na terugkoop eerder geschonken aandelen <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg003202219-ontgaanstoets-juridische-splitsing-na-terugkoop-eerder-geschonken-aandelen/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:206:2022:7 Gevolgen voor de verkrijger van een gift van een in het ANBI-register opgenomen instelling in geval van intrekking van de ANBI-status met terugwerkende kracht <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg20620227-gevolgen-voor-de-verkrijger-van-een-gift-van-een-in-het-anbi-register-opgenomen-instelling-in-geval-van-intrekking-van-de-anbi-status-met-terugwerkende-kracht/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN]KG:070:2022:20 Te hoge inleg op lijfrenterekening/ lijfrentebeleggingsrecht binnen drie maanden bij instelling gemeld en behaald rendement <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokkenkg070202220-te-hoge-inleg-op-lijfrenterekening-lijfrentebeleggingsrecht-binnen-drie-maanden-bij-instelling-gemeld-en-behaald-rendement/">(hier)</a></p></li><li><p>KG:003:2022:18 Dividenduitkering onder een ontbindende voorwaarde en toepassing artikel 4.12a van de Wet inkomstenbelasting 2001 <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg003202218-dividenduitkering-onder-een-ontbindende-voorwaarde-en-toepassing-artikel-4-12a-van-de-wet-inkomstenbelasting-2001/">(hier)</a></p></li><li><p>KG:003:2022:15 Termijnverlenging artikel 4.12a, 4.17a en 4.17b van de Wet inkomstenbelasting 2001 <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg003202215-termijnverlenging-artikel-4-12a-4-17a-en-4-17b-van-de-wet-inkomstenbelasting-2001/">(hier)</a></p></li><li><p>KG:003:2022:17 Step up bij einde 30%- regeling? <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg003202217-step-up-bij-einde-30-regeling/">(hier)</a></p></li><li><p>KG:003:2022:16 Aanmerkelijk belang in omgekeerd hybride lichaam, artikel 4.6, onderdeel e, van de Wet inkomstenbelasting 2001 <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg003202216-aanmerkelijk-belang-in-omgekeerd-hybride-lichaam-artikel-4-6-onderdeel-e-van-de-wet-inkomstenbelasting-2001/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:211:2022:14 Kwalificatie Soci&#233;t&#233; Civile <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg211202214-kwalificatie-societe-civile/">(hier)</a></p></li><li><p>KG:003:2022:14 Toepassing artikel 4.25 van de Wet inkomstenbelasting bij immigratie na keuze artikel 2.5 (oud) van de Wet inkomstenbelasting <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg003202214-toepassing-artikel-4-25-van-de-wet-inkomstenbelasting-bij-immigratie-na-keuze-artikel-2-5-oud-van-de-wet-inkomstenbelasting/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:070:2022:18 Omzetten ingegane levenslange lijfrente in eigen beheer in een tijdelijke lijfrente na ingang AOW + 5 jaar <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg070202218-omzetten-ingegane-levenslange-lijfrente-in-eigen-beheer-in-een-tijdelijke-lijfrente-na-ingang-aow-5-jaar/">(hier)</a></p></li><li><p>INGETROKKEN KG:204:2022:46 Premie WGA-hiaatverzekering inhouden op brutoloon <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg204202246-premie-wga-hiaatverzekering-inhouden-op-brutoloon/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:211:2022:10 Kwalificatie Soci&#233;t&#233; Civile de Placement Immobilier <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg211202210-kwalificatie-societe-civile-de-placement-immobilier/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:013:2023:2 Reikwijdte van het begrip &#8220;motorvoertuig als zodanig&#8221; <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg01320232-reikwijdte-van-het-begrip-motorvoertuig-als-zodanig/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:013:2023:1 Historische nieuwprijs bij het bepalen van de afschrijving <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg01320231-historische-nieuwprijs-bij-het-bepalen-van-de-afschrijving/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:209:2022:5 Toegang verlenen tot kunstcentrum met immersieve werken <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg20920225-toegang-verlenen-tot-kunstcentrum-met-immersieve-werken/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:209:2023:4 Btw-tarief online software voor dyslectici <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg20920234-btw-tarief-online-software-voor-dyslectici/">(hier)</a></p></li><li><p>[VERVALLEN] KG:209:2022:2 Annuleringsvergoeding pakketreizen <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/vervallen-kg20920222-annuleringsvergoeding-pakketreizen/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:209:2023:2 Btw-tarief digitale kunst <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg20920232-btw-tarief-digitale-kunst/">(hier)</a></p></li><li><p>[VERVALLEN] KG:023:2022:2 Schadevergoeding al dan niet uit hoofde van deelneming <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/vervallen-kg02320222-schadevergoeding-al-dan-niet-uit-hoofde-van-deelneming/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:211:2022:9 M Ltd Mauritius <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg21120229-m-ltd-mauritius/">(hier)</a></p></li><li><p>KG:070:2022:5 Looptijd levenslange nabestaandenlijfrente van de partner wijzigen in een tijdelijke <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg07020225-looptijd-levenslange-nabestaandenlijfrente-van-de-partner-wijzigen-in-een-tijdelijke/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:070:2022:4 Overgaan van het recht op de resterende termijnen van een lijfrenterekening middels een legaat naar goed doel <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg07020224-overgaan-van-het-recht-op-de-resterende-termijnen-van-een-lijfrenterekening-middels-een-legaat-naar-goed-doel/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:063:2022:7 BOR, omvorming indirecte gewone aandelen in tracking stocks, voortzettings- en bezitseis <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg06320227-bor-omvorming-indirecte-gewone-aandelen-in-tracking-stocks-voortzettings-en-bezitseis/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:011:2022:1 Toepassing Regeling functionele valuta &#8211; wat zijn de gevolgen voor de beschikkingen functionele valuta in roebel nu de ECB geen wisselkoers van de euro/roebel meer publiceert? <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg01120221-toepassing-regeling-functionele-valuta-wat-zijn-de-gevolgen-voor-de-beschikkingen-functionele-valuta-in-roebel-nu-de-ecb-geen-wisselkoers-van-de-euro-roebel-meer/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:204:2022:31 Vergoeding laadkosten auto van de zaak <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg204202231-vergoeding-laadkosten-auto-van-de-zaak/">(hier)</a></p></li><li><p>KG:003:2022:13 Onzakelijke omzetting in preferente aandelen op indirect niveau <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg003202213-onzakelijke-omzetting-in-preferente-aandelen-op-indirect-niveau/">(hier)</a></p></li><li><p>KG:003:2022:12 Etikettering verkoopvordering bij toepassing van de doorschuifregeling <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg003202212-etikettering-verkoopvordering-bij-toepassing-van-de-doorschuifregeling/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:011:2023:4 Uitleg goedkeuring fbi-besluit &#8211; dividend uit vervreemdingswinst onroerende zaken <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg01120234-uitleg-goedkeuring-fbi-besluit-dividend-uit-vervreemdingswinst-onroerende-zaken/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:011:2023:2 Tonnageregeling - begrip &#8216;schip&#8217; - zeebrief <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg01120232-tonnageregeling-begrip-schip-zeebrief/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:003:2022:11 Verkorting 36-maandtermijn dienstbetrekkingsvereiste <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg003202211-verkorting-36-maandtermijn-dienstbetrekkingsvereiste/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:011:2023:3 Tonnageregeling - begrip &#8216;vervoer over zee&#8217; - korte tijd op zee <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg01120233-tonnageregeling-begrip-vervoer-over-zee-korte-tijd-op-zee/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:211:2022:8 X Societ&#224; a responsabilit&#224; limitata a capitale ridotto <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg21120228-x-societa-a-responsabilita-limitata-a-capitale-ridotto/">(hier)</a></p></li><li><p>KG:003:2022:3 Stemrechtcriterium bij opeenvolgende aandelenfusies <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg00320223-stemrechtcriterium-bij-opeenvolgende-aandelenfusies/">(hier)</a></p></li><li><p>KG:003:2022:10 Dubbele bewustheid bij een verkapte winstuitdeling ingeval certificaathouders en bestuurder verschillende personen zijn <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg003202210-dubbele-bewustheid-bij-een-verkapte-winstuitdeling-ingeval-certificaathouders-en-bestuurder-verschillende-personen-zijn/">(hier)</a></p></li><li><p>KG:003:2022:9 Doorschuiffaciliteit bij schenking vanwege te lage onderbedelingsvordering <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg00320229-doorschuiffaciliteit-bij-schenking-vanwege-te-lage-onderbedelingsvordering/">(hier)</a></p></li><li><p>KG:003:2022:8 Gevolgen kapitaalvermindering door middel van het intrekken van aandelen <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg00320228-gevolgen-kapitaalvermindering-door-middel-van-het-intrekken-van-aandelen/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:003:2022:7 Dienstbetrekkingsvereiste en dochtermaatschappij; onderdeel 5.4.5. verzamelbesluit aanmerkelijk belang <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg00320227-dienstbetrekkingsvereiste-en-dochtermaatschappij-onderdeel-5-4-5-verzamelbesluit-aanmerkelijk-belang/">(hier)</a></p></li><li><p>[VERVALLEN] KG:003:2022:1 Dienstbetrekkingseis, in dienst bij VOF <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/vervallen-kg00320221-dienstbetrekkingseis-in-dienst-bij-vof/">(hier)</a></p></li><li><p>KG:003:2022:6 Aandelenfusie met gecertificeerde aandelen <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg00320226-aandelenfusie-met-gecertificeerde-aandelen/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:211:2022:4 Partnership, Hong Kong <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg21120224-partnership-hong-kong/">(hier)</a></p></li><li><p>KG:003:2022:2 Ontgaanstoets juridische splitsing bij schenking aan minderjarige kinderen <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg00320222-ontgaanstoets-juridische-splitsing-bij-schenking-aan-minderjarige-kinderen/">(hier)</a></p></li><li><p>KG:003:2022:5 Onbelast terugbetalen aandelenkapitaal na toepassing artikel 4.24 van de Wet inkomstenbelasting 2001 <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg00320225-onbelast-terugbetalen-aandelenkapitaal-na-toepassing-artikel-4-24-van-de-wet-inkomstenbelasting-2001/">(hier)</a></p></li><li><p>KG:003:2022:4 Meermalig gebruik passantenregeling <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg00320224-meermalig-gebruik-passantenregeling/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:211:2022:6 X Unternehmergesellschaft &amp; Co. KG <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg21120226-x-unternehmergesellschaft-co-kg/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:211:2022:1 X MEPE, Griekenland <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg21120221-x-mepe-griekenland/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:211:2022:2 CH SA Zwitserland <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg21120222-ch-sa-zwitserland/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:211:2022:3 P SA Portugal <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg21120223-p-sa-portugal/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:211:2022:5 Vennootschap onder firma, Belgi&#235; <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg21120225-vennootschap-onder-firma-belgie/">(hier)</a></p></li><li><p>[VERVALLEN] KG:210:2022:6 Appartementsrechten; footprint benadering <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/vervallen-kg21020226-appartementsrechten-footprint-benadering/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:204:2022:6 Gebruikelijkloonregeling bij toepassing doorbetaaldloonregeling <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg20420226-gebruikelijkloonregeling-bij-toepassing-doorbetaaldloonregeling/">(hier)</a></p></li><li><p>[VERVALLEN] KG:208:2022:1 Tijdstip van overleggen verklaring bij toepassing van het laadpalentarief <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/vervallen-kg20820221-tijdstip-van-overleggen-verklaring-bij-toepassing-van-het-laadpalentarief/">(hier)</a></p></li><li><p>[VERVALLEN] KG:202:2022:3 Geen recht op IACK bij gezin dat in Belgi&#235; verblijft <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/vervallen-kg20220223-geen-recht-op-iack-bij-gezin-dat-in-belgie-verblijft/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:040:2022:4 Ineens afgeschreven voortbrengingskosten en de tweede limiet <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg04020224-ineens-afgeschreven-voortbrengingskosten-en-de-tweede-limiet/">(hier)</a></p></li><li><p>[VERVALLEN] KG:052:2022:11 Reikwijdte artikel 15, lid 1, onderdeel b van de Wet op belastingen van rechtsverkeer bij doorkijken <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/vervallen-kg052202211-reikwijdte-artikel-15-lid-1-onderdeel-b-van-de-wet-op-belastingen-van-rechtsverkeer-bij-doorkijken/">(hier)</a></p></li><li><p>[VERVALLEN] KG:052:2022:12 Verkrijging van certificaten van aandelen en artikel 15, lid 1, onderdeel b van de Wet op belastingen van rechtsverkeer <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/vervallen-kg052202212-verkrijging-van-certificaten-van-aandelen-en-artikel-15-lid-1-onderdeel-b-van-de-wet-op-belastingen-van-rechtsverkeer/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:206:2022:1 Doorschuifbeschikking in verhouding tot artikel 9.6 Wet IB 2001 <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg20620221-doorschuifbeschikking-in-verhouding-tot-artikel-9-6-wet-ib-2001/">(hier)</a></p></li><li><p>[VERVALLEN] KG:210:2022:3 ICV door vrijgestelde ondernemer <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/vervallen-kg21020223-icv-door-vrijgestelde-ondernemer/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:210:2022:2 Elektronisch onderwijs; onderwijsvrijstelling <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg21020222-elektronisch-onderwijs-onderwijsvrijstelling/">(hier)</a></p></li><li><p>[INGETROKKEN] KG:040:2022:1 Niet-aftrekbare rentelasten en de tweede limiet <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/ingetrokken-kg04020221-niet-aftrekbare-rentelasten-en-de-tweede-limiet/">(hier)</a></p></li><li><p>[VERVALLEN] KG:024:2022:2 Inkoopfaciliteit artikel 4c Wet op de dividendbelasting 1965, dividend in contanten en inhoudingsvrijstelling <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/vervallen-kg02420222-inkoopfaciliteit-artikel-4c-wet-op-de-dividendbelasting-1965-dividend-in-contanten-en-inhoudingsvrijstelling/">(hier)</a></p></li></ul><p class="button-wrapper" data-attrs="{&quot;url&quot;:&quot;https://www.paypal.com/donate?hosted_button_id=W4N3T44N5TX66&quot;,&quot;text&quot;:&quot;Trakteer me op koffie&quot;,&quot;action&quot;:null,&quot;class&quot;:null}" data-component-name="ButtonCreateButton"><a class="button primary" href="https://www.paypal.com/donate?hosted_button_id=W4N3T44N5TX66"><span>Trakteer me op koffie</span></a></p><div><hr></div><p>Mocht u mijn werk op prijs stellen en (geldelijke) waardering willen uiten, dan zou u een donatie kunnen doen via <a href="https://www.paypal.com/donate?hosted_button_id=W4N3T44N5TX66">deze link</a>, of via onderstaande qr-code.</p><div class="captioned-image-container"><figure><a class="image-link image2 is-viewable-img" target="_blank" href="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" data-component-name="Image2ToDOM"><div class="image2-inset"><picture><source type="image/webp" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw"><img src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,w_1456,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" width="410" height="410" data-attrs="{&quot;src&quot;:&quot;https://substack-post-media.s3.amazonaws.com/public/images/9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;srcNoWatermark&quot;:null,&quot;fullscreen&quot;:null,&quot;imageSize&quot;:null,&quot;height&quot;:410,&quot;width&quot;:410,&quot;resizeWidth&quot;:null,&quot;bytes&quot;:799,&quot;alt&quot;:&quot;&quot;,&quot;title&quot;:&quot;&quot;,&quot;type&quot;:&quot;image/png&quot;,&quot;href&quot;:null,&quot;belowTheFold&quot;:false,&quot;topImage&quot;:true,&quot;internalRedirect&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/i/164785063?img=https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;isProcessing&quot;:false,&quot;align&quot;:null,&quot;offset&quot;:false}" class="sizing-normal" alt="" title="" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw" fetchpriority="high"></picture><div class="image-link-expand"><div class="pencraft pc-display-flex pc-gap-8 pc-reset"><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container restack-image"><svg aria-hidden="true" width="20" height="20" viewBox="0 0 20 20" fill="none" stroke-width="1.5" stroke="var(--color-fg-primary)" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" xmlns="http://www.w3.org/2000/svg"><g><path d="M2.53001 7.81595C3.49179 4.73911 6.43281 2.5 9.91173 2.5C13.1684 2.5 15.9537 4.46214 17.0852 7.23684L17.6179 8.67647M17.6179 8.67647L18.5002 4.26471M17.6179 8.67647L13.6473 6.91176M17.4995 12.1841C16.5378 15.2609 13.5967 17.5 10.1178 17.5C6.86118 17.5 4.07589 15.5379 2.94432 12.7632L2.41165 11.3235M2.41165 11.3235L1.5293 15.7353M2.41165 11.3235L6.38224 13.0882"></path></g></svg></button><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container view-image"><svg xmlns="http://www.w3.org/2000/svg" width="20" height="20" viewBox="0 0 24 24" fill="none" stroke="currentColor" stroke-width="2" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" class="lucide lucide-maximize2 lucide-maximize-2"><polyline points="15 3 21 3 21 9"></polyline><polyline points="9 21 3 21 3 15"></polyline><line x1="21" x2="14" y1="3" y2="10"></line><line x1="3" x2="10" y1="21" y2="14"></line></svg></button></div></div></div></a></figure></div>]]></content:encoded></item><item><title><![CDATA[De Jurisprudentielunch (J02E35)]]></title><description><![CDATA[30 augustus 2026]]></description><link>https://jurisprudentielunch.substack.com/p/de-jurisprudentielunch-j02e35</link><guid isPermaLink="false">https://jurisprudentielunch.substack.com/p/de-jurisprudentielunch-j02e35</guid><dc:creator><![CDATA[Maurits]]></dc:creator><pubDate>Sun, 30 Aug 2026 13:03:36 GMT</pubDate><enclosure url="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!KzWM!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F4ae60083-71a4-4953-9cf0-87aa12ab483d_542x562.png" length="0" type="image/jpeg"/><content:encoded><![CDATA[<p>Ik wil het eigenlijk niet hebben over box 3. De discussie is een duidelijke uiting van het politiek failliet van onze democratie. Ik wil het ook niet hebben over PRO, om dezelfde reden. Ik blijf overigens grote bewondering houden voor Ye&#351;ilg&#246;z. Misschien niet de meest geliefde politicus, maar toch de beste politicus. <em>She always gets her sin, </em>so to say.  </p><p>What else. Hypotheekrenteaftrek (Altena, <a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1187507">hier</a>)? Wie betaalt voor de omnibus (De Twee Js, <a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1190180">hier</a>)? De volstrekt open deur van Oosterhuis op NLFiscaal (Schimmel, <a href="https://www.nlfiscaal.nl/nlfiscaal-doc/9F8E7AA21A734829925686550D1D4E5C">hier</a>)? Max Havelaar, ofwel de zwakste schouders dragen de zwaarste lasten (Albert, <a href="https://www.inview.nl/document/id51433955bbde4208b193a8b10da4aaa6/weekblad-fiscaal-recht-de-belastingheffing-van-de-hardwerkende-en-rentenierende-nederlander-ofwel-de-zwakste-schouders-dragen-de-zwaarste-lasten?ctx=WKNL_CSL_183">hier</a>)? Gelukkig schrijft Albert beter dan Eduard Douwes Dekker. De suikerbelasting?</p><p>De suikerbelasting. Dat is dus met name een extra belasting voor de laagste inkomens. Om twee redenen. Deze geven relatief het meest uit aan voedsel. En&#8230; ongezond (vet en suikerrijk) eten is relatief goedkoop. Overigens zijn gedragseffecten wel het grootst bij deze groep, en wordt dus wel verwacht dat de heffing zal leiden tot consumptie van minder ongezond eten in deze groep. </p><div class="file-embed-wrapper" data-component-name="FileToDOM"><div class="file-embed-container-reader"><div class="file-embed-container-top"><image class="file-embed-thumbnail-default" src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!0Cy0!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack.com%2Fimg%2Fattachment_icon.svg"></image><div class="file-embed-details"><div class="file-embed-details-h1">Stand van zaken suikerbelasting</div><div class="file-embed-details-h2">314KB &#8729; PDF file</div></div><a class="file-embed-button wide" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/api/v1/file/4a48894e-50b3-474f-830b-175b0849c95e.pdf"><span class="file-embed-button-text">Download</span></a></div><div class="file-embed-description">12 juni 2026</div><a class="file-embed-button narrow" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/api/v1/file/4a48894e-50b3-474f-830b-175b0849c95e.pdf"><span class="file-embed-button-text">Download</span></a></div></div><blockquote><p>Door het huidige tarief (&#8364; 26,13 per hectoliter) budgetneutraal te differenti&#235;ren naar een tarief op basis van het suikergehalte van de drank kunnen alcoholvrije dranken met weinig suiker minder belast worden dan nu het geval is, en alcoholvrije dranken met veel suiker meer belast worden dan nu het geval is. Naar verwachting worden alcoholvrije dranken met weinig of geen suiker daarmee goedkoper dan nu het geval is, en alcoholvrije dranken met veel suiker juist duurder dan nu het geval is. [Dit effect treedt op als de belasting door producenten wordt doorberekend in de prijs. Zie hierover verder paragraaf 6 van deze brief. ]</p></blockquote><p>Tussen spekhaken de voetnoot. De verwachting is dat de suikerbelasting volledig wordt afgewenteld op de consument. Kennelijk is ook de verwachting dat de verlaging volledig wordt teruggegeven aan de consument. Is dat nu wel terecht?</p><p>Goede zondag. </p><p class="button-wrapper" data-attrs="{&quot;url&quot;:&quot;https://www.paypal.com/donate?hosted_button_id=W4N3T44N5TX66&quot;,&quot;text&quot;:&quot;Trakteer me op koffie&quot;,&quot;action&quot;:null,&quot;class&quot;:null}" data-component-name="ButtonCreateButton"><a class="button primary" href="https://www.paypal.com/donate?hosted_button_id=W4N3T44N5TX66"><span>Trakteer me op koffie</span></a></p><div><hr></div><h1>Korte aantekeningen </h1><p><strong>Liquidatieverlies juist vastgesteld; verbonden lichamen (NLF 2026/1571), Horzenius (<a href="https://www.nlfiscaal.nl/nlfiscaal-doc/FCAB2607EF7041EB880167DEFF6C3738">hier</a>).</strong> Hof Amsterdam kiest bij de liquidatieverliesregeling voor een doel-en-strekkingbenadering: bij inbreng van een deelneming in een tussenhoudster mag het opgeofferde bedrag binnen het concern niet worden opgehoogd tot de waarde in het economische verkeer als de verbondenheid pas door de inbreng ontstaat. Daardoor blijft het opgeofferde bedrag volgens hof en rechtbank beperkt tot het bedrag dat de oorspronkelijke inbrenger voor de deelneming had opgeofferd, hier circa &#8364; 7,9 miljoen, en niet de hogere waarde van circa &#8364; 27,2 miljoen. De annotator begrijpt die uitkomst inhoudelijk, omdat anders via een aandelenfusie een kunstmatige verhoging van het toekomstige liquidatieverlies zou ontstaan, maar plaatst wel een procesrechtelijke nuance: alleen steunen op doel en strekking kan bij de Hoge Raad kwetsbaar zijn, zodat het sterker was geweest om verbondenheid mede af te leiden uit vooraf gemaakte bindende afspraken. Het beroep op opgewekt vertrouwen faalt terecht, omdat het uitblijven van een reactie van de Belastingdienst op een brief geen instemming oplevert; belanghebbende had een formeel verzoek om vaststelling van het opgeofferde bedrag moeten doen.</p><p><strong>&#8217;Een goed belastingsysteem ligt aan de basis van een goed functionerende overheid en economie&#8217; (NLF Opinie), A. Schimmel (<a href="https://www.nlfiscaal.nl/nlfiscaal-doc/9F8E7AA21A734829925686550D1D4E5C">hier</a>). </strong>D66-fiscaal woordvoerder Henk-Jan Oosterhuis wil het belastingstelsel begrijpelijker, voorspelbaarder en uiteindelijk fundamenteel hervormd zien, waarbij vereenvoudiging alleen volgens hem niet genoeg is. In het interview benadrukt hij dat fiscale rechtszekerheid en uitvoerbaarheid belangrijk zijn voor burgers zonder adviseur, maar ook dat Nederland een aantrekkelijk vestigingsklimaat moet behouden met stabiele regels voor onder meer de 30%-regeling en de vennootschapsbelasting. Tegelijk blijft D66 inzetten op zwaardere belasting van grote vermogens, een mogelijke miljonairsbelasting, afbouw van de hypotheekrenteaftrek, modernisering van de erfbelasting en verdere hervorming van het toeslagenstelsel, al erkent Oosterhuis dat daarvoor nu vaak nog geen politieke meerderheid bestaat. Zijn bredere boodschap is dat het fiscale stelsel stap voor stap moet worden vereenvoudigd, eerst via harmonisatie van begrippen en uitvoering, en daarna via een echte stelselherziening.</p><p><strong>Hypotheekrenteaftrek op een kruispunt: een test voor de responsieve fiscale wetgever? (TFB 2026/27), D.J.J. Altena (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1187507">hier</a>).</strong>  Het aflopen van de dertigjaarstermijn voor de hypotheekrenteaftrek vanaf 2031 is niet alleen een technisch fiscaal probleem, maar vooral een test voor een responsieve fiscale wetgever. Door oude aflossingsvrije en v&#243;&#243;r 2013 afgesloten eigenwoningschulden kan het recht op renteaftrek in box 1 vervallen en kan de schuld naar box 3 verschuiven, terwijl burgers, banken, adviseurs en de Belastingdienst vaak niet meer over alle historische gegevens beschikken om dat goed vast te stellen. De auteur waarschuwt dat niets doen kan leiden tot fouten, rechtsonzekerheid en rechtsongelijkheid: sommige burgers zullen ten onrechte aftrek blijven claimen, anderen zullen er uit voorzorg van afzien, terwijl kwetsbare belastingplichtigen de complexiteit en kosten van fiscale bijstand niet kunnen dragen. Juist daarom moet de wetgever niet alleen spreken over burgerperspectief, doenvermogen en fiscale rechtsbescherming, maar tijdig maatregelen nemen om dit voorzienbare probleem beheersbaar en rechtvaardig op te lossen.</p><p><strong>Excessief lenen in de praktijk (TFB 2026/25), C.G. Dijkstra (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1187505">hier</a>). </strong>De regeling tegen excessief lenen bij de eigen bv is inmiddels effectief in het terugdringen van hoge dga-schulden, maar pakt in de praktijk op meerdere punten te grof en formeel kwetsbaar uit. Vooral problematisch is dat het eerder in box 2 belaste schulddeel niet bij beschikking wordt vastgesteld, terwijl dat bedrag juist bepalend is voor latere jaren, overlijden, partnerwissels en verkoop van aandelen. Ook de uitzondering voor eigenwoningschulden vraagt strikte naleving van formaliteiten, zoals tijdige hypotheekvestiging en correcte aangiftegegevens, waardoor een administratieve fout direct kan leiden tot box 2-heffing. Een beroep op art. 1 EP EVRM zal volgens de auteur op stelselniveau vermoedelijk weinig kans maken, maar bij schrijnende individuele gevallen kan sprake zijn van een buitensporige last. De auteur pleit daarom voor drie verbeteringen: een voor bezwaar vatbare beschikking voor eerder belaste schulden, een wettelijke betalingsregeling voor knellende gevallen door gebrek aan overgangsrecht, en een ruimere carry-backtermijn voor negatieve fictieve reguliere voordelen.</p><p><strong>Omkering (en verzwaring) van de bewijslast in verrekenprijszaken en de bewijslast in de onderlinge overlegprocedure: twee gescheiden werelden? (TFB 2026/226), R.K. Bane en M. Ruigrok (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1187506">hier</a>).</strong> Omkering en verzwaring van de bewijslast in nationale verrekenprijsprocedures speelt steeds vaker een doorslaggevende rol spelen, maar werkt niet zonder meer door naar de onderlinge overlegprocedure. In nationale procedures kan een belastingplichtige bij ernstige aangifte- of documentatiegebreken worden geconfronteerd met de zware eis om overtuigend aan te tonen dat de aanslag onjuist is, wat bij transfer pricing kan leiden tot dubbele belasting. De onderlinge overlegprocedure is echter een verdragsrechtelijke, vooral tussen staten gevoerde procedure met een eigen, lagere toegangsdrempel: de belastingplichtige hoeft in beginsel slechts aannemelijk te maken dat sprake kan zijn van belastingheffing in strijd met het verdrag. Daardoor blijven nationale bewijsrechtelijke sancties en MAP in beginsel twee gescheiden werelden, al kan MAP juist van belang zijn om dubbele belasting door een nationale verrekenprijscorrectie alsnog te verzachten of weg te nemen.</p><p><strong>Een bestuursrechter dient elke burger rechtsbescherming te bieden (TFB 2026/24), E. Poelmann (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1187504">hier</a>). </strong>De bestuursrechter moet volgens de auteur juist in tijden van gebrekkige wetgeving, overbelaste overheid en uitvoeringsfalen stevig rechtsbescherming aan burgers bieden, maar dat de hoogste bestuursrechters dat in recente zaken onvoldoende doen. Als voorbeelden noemt hij de box 3-procedure over niet-bezwaarmakers, waarin de Hoge Raad volgens hem te formalistisch en ongemotiveerd voorbijgaat aan mogelijk gewekt vertrouwen door informatie op de website van de Belastingdienst, en de toeslagenherstelzaken, waarin de Afdeling bestuursrechtspraak ondanks langdurig niet-beslissen en het negeren van rechterlijke opdrachten geen effectieve consequenties verbindt aan overheidshandelen. De auteur vindt dat maatschappelijk en rechtsstatelijk zorgelijk: als de overheid zelf termijnen, rechterlijke opdrachten en behoorlijk bestuur niet naleeft, maar burgers wel aan regels houdt, verliest handhaving legitimiteit. Zijn hoofdboodschap is dat rechterlijke rechtsbescherming geen luxe is maar een kernfunctie van de rechtsstaat, en dat ongemotiveerd of te terughoudend rechterlijk optreden burgers en bedrijven verder van de overheid vervreemdt.</p><p><strong>Omnibus: wie gaat dat betalen? (MBB 2026/32), de Jantjes van Leyen (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1190180">hier</a>).</strong> Het fiscale Omnibusvoorstel van de Europese Commissie, bedoeld als vereenvoudiging en versterking van het Europese vestigingsklimaat, kan voor Nederland zeer grote budgettaire en systematische gevolgen hebben. De auteurs bespreken vooral twee onderdelen: het schrappen van het 10%-bezitsvereiste in de moeder-dochterrichtlijn, waardoor bron- en winstbelasting op grensoverschrijdende portfoliodividenden tussen EU-vennootschappen grotendeels verdwijnen, en de forse versoepeling van de earningsstrippingmaatregel, waardoor veel renteaftrek weer mogelijk wordt. Volgens de auteurs kan daardoor vrijwel de hele netto-opbrengst van de Nederlandse dividendbelasting op het spel komen te staan, kan in box 3 circa 12,5% van de geraamde opbrengst wegvallen doordat beleggers via bv&#8217;s kunnen structureren, en kan de budgettaire opbrengst van de earningsstrippingregeling, geschat op &#8364;2 mrd tot &#8364;3 mrd, grotendeels verdwijnen. Het artikel benadrukt dat Nederland daarom niet alleen technisch moet implementeren, maar het stelsel opnieuw moet doordenken: mogelijke dekkingsopties zijn een uitdelingsbelasting bij de uitkerende vennootschap, een strengere renteaftrekbeperking voor deelnemingsrente, maatregelen tegen langdurig uitstel van box 2-heffing op vrijgesteld beleggingsinkomen en eventueel jaarlijkse herwaardering van portfolioaandelen in de Vpb. De titelvraag &#8220;wie gaat dat betalen?&#8221; wordt zo beantwoord: zonder flankerend beleid verschuift de rekening van Europese fiscale versoepeling naar de Nederlandse schatkist en uiteindelijk naar andere belastingplichtigen. </p><p><strong>Het wetsvoorstel Wet fiscale stimulering startups en scale-ups: aandelenoptierechten als beleidsinstrument? (MBB 2026/34), A.F.M. Jeurissen (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1190190">hier</a>). </strong>Het wetsvoorstel Wet fiscale stimulering startups en scale-ups wil een gerichte fiscale verbetering bieden voor jonge innovatieve ondernemingen, vooral door aandelenoptierechten aantrekkelijker en beter uitvoerbaar te maken als beloningsinstrument voor werknemers. Onder het huidige regime kan belastingheffing ontstaan op een moment waarop werknemers nog geen liquide middelen hebben, terwijl het voorstel de heffing voor kwalificerende aandelenopties in beginsel verschuift naar het moment van verkoop en bovendien slechts 65% van het voordeel in box 1 of de loonbelasting betrekt. Daarnaast worden kwalificerende startup- en scale-upaandelen in het toekomstige box 3-stelsel volgens een vermogenswinstbenadering behandeld, zodat pas bij realisatie wordt afgerekend. Het artikel ziet daarin een betekenisvolle stimulans voor talentbinding, kapitaaltoegang en het Nederlandse innovatieklimaat, maar benadrukt tegelijk dat het effect staat of valt met duidelijke afbakening van startup en scale-up, uitvoerbaarheid door RVO en Belastingdienst, samenloop met de lucratiefbelangregeling, administratieve lasten en goedkeuring onder het Europese staatssteunrecht. De conclusie is dus dat het voorstel nuttig is, maar geen wondermiddel: het moet onderdeel zijn van breder beleid voor kapitaal, talent, innovatie-infrastructuur en eenvoudiger regelgeving.</p><p><strong>De belastingheffing van de hardwerkende en rentenierende Nederlander, ofwel de zwakste schouders dragen de zwaarste lasten (WFR 2026/213), P.G.H. Albert (<a href="https://www.inview.nl/document/id51433955bbde4208b193a8b10da4aaa6?ctx=WKNL_CSL_183">hier</a>). </strong>Albert gebruikt de discussie over box 3 om een bredere stelling te verdedigen: het Nederlandse belastingstelsel belast arbeid te zwaar en vermogen te licht, waardoor de &#8220;hardwerkende Nederlander&#8221; relatief meer draagt dan de rentenierende Nederlander. Hij vindt een vermogensaanwasbelasting in box 3 per saldo beter dan een vermogenswinstbelasting, omdat die beter uitvoerbaar is, minder uitstel en lock-in veroorzaakt en meer opbrengst oplevert; het argument dat een VAB het vestigings- en investeringsklimaat schaadt, wijst hij af omdat zij alleen binnenlandse natuurlijke personen raakt. Als box 3 toch een vermogenswinstbelasting wordt, moet dat volgens hem gepaard gaan met opbrengstverhogende correcties, zoals een hoger tarief voor vervreemdingswinsten, beperking van schuldenaftrek, uitsluiting van kosten rond plezierjachten, betere toepassing van het zakelijkheidsbeginsel en strengere behandeling van verbeteringsuitgaven bij vastgoed. Daarnaast bepleit hij buiten box 3 een forse lastenverschuiving van arbeid naar vermogen door afschaffing van het lage Vpb-tarief, de BOR en de landbouwvrijstelling, beperking van uitstel in box 2, hogere erfbelasting en invoering van een brede vermogensbelasting. De rode draad is dat belastingheffing een verdelingsvraagstuk is: elke fiscale faciliteit voor vermogenden moet uiteindelijk door anderen worden betaald, en politici zouden dat zwaarder moeten laten wegen dan lobbydruk.</p><p><strong>Werking van het civielrechtelijke leerstuk van gezag van gewijsde in het belastingrecht (BNB 2026/118), noot van J.J. Vetter (<a href="https://www.inview.nl/document/id68e61bd4a4f741f786712a0ebed720b0?ctx=WKNL_CSL_17">hier</a>). </strong>De Hoge Raad bevestigt dat het civielrechtelijke gezag van gewijsde van art. 236 Rv niet zonder meer geldt in het belastingrecht, omdat daar het uitgangspunt geldt dat ieder belastingjaar op zichzelf staat. Daardoor kan een belastingplichtige die over 2015 eenzelfde precariogeschil tegen dezelfde gemeente heeft gewonnen, niet afdwingen dat de uitkomst automatisch ook voor 2016 geldt, zelfs niet bij dezelfde feiten en contractuele verhouding. Het bredere belang voor de fiscale praktijk is dat eerdere rechterlijke oordelen over andere jaren wel richtinggevend kunnen zijn, maar geen bindende kracht hebben zoals in het civiele recht; belastingplichtigen moeten dus per jaar blijven procederen of expliciete afspraken maken. Juist daarom is de onduidelijkheid rond aanhoudingsafspraken relevant: als een bezwaar met instemming wordt aangehouden in afwachting van een procedure over een eerder jaar, is volgens de annotator praktisch van belang of daarmee vertrouwen wordt gewekt dat het bestuursorgaan die eerdere uitkomst zal volgen. Het arrest is dus vooral een waarschuwing dat procesafspraken en verwachtingen zorgvuldig en expliciet moeten worden vastgelegd, omdat fiscale rechtszekerheid niet vanzelf voortvloeit uit een gewonnen procedure over een ander jaar.</p><p><strong>Omvang rechtsstrijd. Fraus legis. Winstdrainage. Structuur om het zogenoemde Bosal-gat optimaal te gebruiken. Ontbreken van overwegend zakelijke overwegingen voor leningen (BNB 2026/115), noot van O.C.R. Marres (<a href="https://www.inview.nl/document/ide43ffa6862554238830d0380722422f1?ctx=WKNL_CSL_17">hier</a>).</strong> De Hoge Raad kan in een oude hybride-mismatchstructuur tussen een Nederlandse bank en een Luxemburgse/Franse bank de renteaftrek weigeren via art. 10a Wet Vpb en fraus legis. De motivering volgens Marres veel vragen oproept. De structuur was erop gericht een mismatch te benutten: in Nederland vrijgesteld dividend tegenover in Luxemburg aftrekbare vergoedingen, waardoor het fiscale voordeel tussen partijen werd gedeeld. Voor de periode na 1 januari 2008 mocht de inspecteur alsnog een beroep doen op de tegen-tegenbewijsregeling van art. 10a, ook al had hij dat eerder niet expliciet gedaan, en voor de oudere periode sneuvelt de structuur alsnog via fraus legis. De annotator kan de uitkomst, bestrijding van gekunstelde old school tax planning, goed volgen, maar vindt onduidelijk waarom de sanctie precies bestaat uit weigering van renteaftrek, hoe de Hoge Raad de gekunsteldheid &#8220;buiten de 10a-structuur&#8221; afbakent en hoe dit zich verhoudt tot eerdere rechtspraak waarin een redelijke buitenlandse heffing juist bescherming bood. Ook de Unierechtelijke motivering vindt hij mager. Zijn bredere punt is dat de winstdrainagejurisprudentie steeds mistiger wordt en dat dit arrest wel begrijpelijk aanvoelt als antimisbruikuitkomst, maar dogmatisch weinig helderheid brengt.</p><div><hr></div><h1>Overige fiscale literatuur/lectuur</h1><p><strong>&#8216;De doodstraf voor corrupte politici!&#8217; Demonstranten in Jakarta keren zich tegen verkwistende projecten van de regering (NRC) (<a href="https://www.nrc.nl/nieuws/2026/08/27/de-doodstraf-voor-corrupte-politici-demonstranten-in-jakarta-keren-zich-tegen-verkwistende-projecten-van-de-regering-a4935262">hier</a>).</strong> Grootschalige protesten in Jakarta komen voort uit woede over corruptie, hoge lokale belastingen en verkwistende nationale projecten. Daarbij eisen demonstranten strengere anticorruptiewetgeving, inclusief confiscatie van bezittingen van corrupte politici. Fiscaal is vooral de aanleiding in Pati relevant: daar leidde een verhoging van de belasting op vastgoed en land met 250% tot massaal protest en uiteindelijk tot terugdraaiing van de verhoging en arrestatie van de regent, die eerder in verband werd gebracht met steekpenningen. De regent verdedigde de belastingverhoging met verwijzing naar landelijke bezuinigingen die regionale budgetten zouden hebben uitgehold, maar volgens demonstranten blijven de lasten hoog terwijl publieke middelen verdwijnen in corrupte projecten zoals gratis lunches en dorpsco&#246;peraties. Het artikel laat zo zien hoe belastingdruk politiek explosief wordt wanneer burgers die ervaren als financiering van cli&#235;ntelisme, corruptie en slechte publieke diensten in plaats van rechtvaardige collectieve voorzieningen.</p><p><strong>Canada riskeert met tegenheffingen schade en escalatie in handelsoorlog met Trump &#8211; maar is bereid pijn te lijden (NRC) (<a href="https://www.nrc.nl/nieuws/2026/08/26/canada-riskeert-met-tegenheffingen-schade-en-escalatie-bij-handelsoorlog-met-trump-maar-is-bereid-pijn-te-lijden-a4935156">hier</a>). </strong>Canada reageert met gerichte tegenheffingen op bijna 900 Amerikaanse producten op Trumps importheffingen van 50% op Canadese goederen, maar neemt daarmee bewust het risico op verdere escalatie en schade voor de eigen economie. Fiscaal-economisch gaat het om heffingen als prijsverhogende belastingen op grensoverschrijdende handel: Amerikaanse tarieven worden betaald door Amerikaanse afnemers van Canadese producten, terwijl Canadese vergeldingsheffingen uiteindelijk drukken op Canadese consumenten en bedrijven via duurdere import. Canada kiest toch voor 15%, 25% en 50% tarieven op onder meer staal, aluminium, apparaten, kleding, visproducten en motorfietsen om binnenlandse bedrijven te beschermen en politieke druk op Republikeinse staten te zetten. Economen waarschuwen dat Canada kwetsbaarder is dan de VS omdat handel met de VS de kern van zijn economie vormt, maar politiek weegt voor premier Carney zwaar dat Washington volgens hem met tarieven probeert Canadese soevereiniteit af te dwingen.</p><p><strong>JPMorgan relaxes restrictions on borrowing against SpaceX shares (FT) (<a href="https://www.ft.com/content/d18b330f-1cc2-4f83-9720-5ab5b13981e4?syn-25a6b1a6=1">hier</a>).</strong> &#8220;De Amerikaanse bank JPMorgan Chase gaat het makkelijker maken om geld te lenen met als onderpand aandelen in een bedrijf dat pas recent naar de beurs is gegaan. Dat schrijft de Financial Times. Nu accepteert de bank aandelen pas als het bedrijf meer dan 135 dagen een notering heeft, wat volgens de FT langer is dan bij andere banken. Onlangs zou JPMorgan Chase al kredieten hebben verstrekt tegenover verse SpaceX-aandelen en dat zou de bank ook overwegen rond de aanstaande beursgang van AI-bedrijf Anthropic. De wijziging is een poging om nieuwbakken techmiljonairs en -miljardairs te lokken: zij lenen graag geld met hun aandelen, omdat ze daar minder belasting over betalen dan het verkopen van de aandelen.&#8221;(Bron: NRC)</p><p><strong>Filmstudio Paramount dreigt als laatste grote studio nu Hollywood te verlaten, maar kan dat wel? (NRC) (<a href="https://www.nrc.nl/nieuws/2026/08/24/filmstudio-paramount-dreigt-als-laatste-grote-studio-nu-hollywood-te-verlaten-maar-kan-dat-wel-a4934726">hier</a>). </strong>Paramount dreigt zijn studio en hoofdkantoor uit Californi&#235; te verplaatsen als de mededingingszaak tegen de fusie met Warner Bros. Discovery niet v&#243;&#243;r 1 oktober wordt geschikt, maar dat zo&#8217;n verhuizing is praktisch, economisch en politiek uiterst onzeker. Met nadruk op belastingen is belangrijk dat een vertrek naar staten als Tennessee, Georgia of Texas Paramount naar schatting een half miljard dollar per jaar aan lagere belastingen zou besparen, waardoor fiscale concurrentie tussen Amerikaanse staten een drukmiddel wordt in een bredere fusie- en toezichtstrijd. Tegelijk speelt er een financi&#235;le tijdsdruk door een ticking fee van 7 miljoen dollar per dag als de fusie niet tijdig rondkomt. Tegenstanders zien het verhuisdreigement vooral als poging om Californi&#235; onder druk te zetten door te wijzen op mogelijk banenverlies, terwijl critici betwijfelen of Paramount werkelijk het creatieve ecosysteem, de gespecialiseerde arbeidsmarkt en de historische productie-infrastructuur van Hollywood kan verplaatsen zonder grote economische schade.</p><p><strong>Strijd om box 3 is net zo principieel als die over draagmoederschap (FD) (<a href="https://fd.nl/politiek/1610495/strijd-om-box-3-is-net-zo-principieel-als-die-over-draagmoederschap">hier</a>).</strong> De strijd over box 3 gaat inmiddels veel verder dan fiscale techniek of begrotingsdekking en is uitgegroeid tot een principieel politiek conflict over eigendom, ondernemerschap en de inrichting van de samenleving. Fiscaal draait het conflict om de keuze tussen een vermogensaanwasbelasting, waarbij ook papieren waardestijgingen jaarlijks worden belast, en een vermogenswinstbelasting, waarbij pas bij verkoop wordt afgerekend. Voor spaarders maakt dat weinig verschil, maar voor beleggers is het cruciaal: onder het huidige voorstel wordt maximaal 6% rendement belast tegen 36%, inclusief ongerealiseerde winsten, terwijl succesvolle beleggers straks ook over hogere werkelijke rendementen zouden moeten afrekenen. Vooral bij VVD, JA21 en BBB is belastingheffing over papieren winsten principieel onverteerbaar geworden, waardoor praktische argumenten over uitvoerbaarheid en begrotingsgaten nauwelijks nog landen. Omdat elke aanpassing of intrekking van het wetsvoorstel miljarden kost, is box 3 een toxisch dossier geworden dat de begrotingsonderhandelingen vertraagt en het kabinet dwingt elders pijnlijke dekking te zoeken.</p><div class="captioned-image-container"><figure><a class="image-link image2 is-viewable-img" target="_blank" href="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!KzWM!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F4ae60083-71a4-4953-9cf0-87aa12ab483d_542x562.png" data-component-name="Image2ToDOM"><div class="image2-inset"><picture><source type="image/webp" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!KzWM!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F4ae60083-71a4-4953-9cf0-87aa12ab483d_542x562.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!KzWM!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F4ae60083-71a4-4953-9cf0-87aa12ab483d_542x562.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!KzWM!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F4ae60083-71a4-4953-9cf0-87aa12ab483d_542x562.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!KzWM!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F4ae60083-71a4-4953-9cf0-87aa12ab483d_542x562.png 1456w" sizes="100vw"><img src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!KzWM!,w_1456,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F4ae60083-71a4-4953-9cf0-87aa12ab483d_542x562.png" width="542" height="562" data-attrs="{&quot;src&quot;:&quot;https://substack-post-media.s3.amazonaws.com/public/images/4ae60083-71a4-4953-9cf0-87aa12ab483d_542x562.png&quot;,&quot;srcNoWatermark&quot;:null,&quot;fullscreen&quot;:null,&quot;imageSize&quot;:null,&quot;height&quot;:562,&quot;width&quot;:542,&quot;resizeWidth&quot;:null,&quot;bytes&quot;:112546,&quot;alt&quot;:null,&quot;title&quot;:null,&quot;type&quot;:&quot;image/png&quot;,&quot;href&quot;:null,&quot;belowTheFold&quot;:true,&quot;topImage&quot;:false,&quot;internalRedirect&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/i/212442437?img=https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F4ae60083-71a4-4953-9cf0-87aa12ab483d_542x562.png&quot;,&quot;isProcessing&quot;:false,&quot;align&quot;:null,&quot;offset&quot;:false}" class="sizing-normal" alt="" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!KzWM!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F4ae60083-71a4-4953-9cf0-87aa12ab483d_542x562.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!KzWM!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F4ae60083-71a4-4953-9cf0-87aa12ab483d_542x562.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!KzWM!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F4ae60083-71a4-4953-9cf0-87aa12ab483d_542x562.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!KzWM!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F4ae60083-71a4-4953-9cf0-87aa12ab483d_542x562.png 1456w" sizes="100vw" loading="lazy"></picture><div class="image-link-expand"><div class="pencraft pc-display-flex pc-gap-8 pc-reset"><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container restack-image"><svg aria-hidden="true" width="20" height="20" viewBox="0 0 20 20" fill="none" stroke-width="1.5" stroke="var(--color-fg-primary)" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" xmlns="http://www.w3.org/2000/svg"><g><path d="M2.53001 7.81595C3.49179 4.73911 6.43281 2.5 9.91173 2.5C13.1684 2.5 15.9537 4.46214 17.0852 7.23684L17.6179 8.67647M17.6179 8.67647L18.5002 4.26471M17.6179 8.67647L13.6473 6.91176M17.4995 12.1841C16.5378 15.2609 13.5967 17.5 10.1178 17.5C6.86118 17.5 4.07589 15.5379 2.94432 12.7632L2.41165 11.3235M2.41165 11.3235L1.5293 15.7353M2.41165 11.3235L6.38224 13.0882"></path></g></svg></button><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container view-image"><svg xmlns="http://www.w3.org/2000/svg" width="20" height="20" viewBox="0 0 24 24" fill="none" stroke="currentColor" stroke-width="2" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" class="lucide lucide-maximize2 lucide-maximize-2"><polyline points="15 3 21 3 21 9"></polyline><polyline points="9 21 3 21 3 15"></polyline><line x1="21" x2="14" y1="3" y2="10"></line><line x1="3" x2="10" y1="21" y2="14"></line></svg></button></div></div></div></a></figure></div><p></p><p><strong>Boze Amerikaanse boeren voelen zich &#8216;pionnen&#8217; in Trumps politiek, na verlaging heffing op vlees (FD) (<a href="https://fd.nl/samenleving/1610336/amerikaanse-boeren-boos-op-trump-vanwege-lagere-invoerheffingen-op-gehakt">hier</a>).</strong> Amerikaanse boeren zijn boos op president Trump omdat hij, ondanks zijn protectionistische retoriek, de invoerheffingen op rundvlees grotendeels voor negentig dagen opschort om de hoge vleesprijzen te drukken. Fiscaal en handelsrechtelijk draait het om het spanningsveld tussen importheffingen als bescherming van binnenlandse producenten en het verlagen of opheffen van die heffingen om consumentenprijzen te temperen. Rundveehouders voelen zich daardoor politiek gebruikt: Trump zegt met tarieven de Amerikaanse industrie en landbouw te beschermen, maar laat nu juist extra rundvlees vrijwel heffingsvrij toe, waardoor buitenlandse concurrentie tijdelijk meer ruimte krijgt.</p><p><strong>E&#233;n kapitaalmarkt in Europa? Dat begint met centraal toezicht, vindt Brussel (FD) (<a href="https://fd.nl/politiek/1610248/een-kapitaalmarkt-in-europa-dat-begint-met-centraal-toezicht-hoopt-brussel">hier</a>). </strong>De Europese Commissie wil met een omvangrijk wetgevingspakket het toezicht op Europese kapitaalmarkten centraliseren bij ESMA in Parijs, in de hoop zo de spaar- en investeringsunie te versnellen en tot &#8364;470 mrd extra kapitaal voor Europese bedrijven vrij te maken. Fiscaal relevant is vooral de kritiek dat centraal toezicht op beurzen, vermogensbeheerders, clearing, settlement en cryptodienstverleners de kapitaalmarkt wel organisatorisch kan stroomlijnen, maar de echte versnippering deels laat bestaan zolang verschillen in belastingrecht, vennootschapsrecht en aandeelhoudersrechten nationaal blijven. Brussel en de ECB zien gefragmenteerde markten en gefragmenteerd toezicht als een rem op concurrentievermogen, terwijl critici betwijfelen of toezichtcentralisatie zonder fiscale en juridische harmonisatie genoeg oplevert. Het dossier is politiek gevoelig omdat nationale toezichthouders bevoegdheden verliezen, lidstaten uitzonderingen proberen te bedingen en er onder tijdsdruk wordt onderhandeld over welke beurzen en instellingen precies onder ESMA-toezicht komen en hoe dat toezicht wordt gefinancierd.</p><p><strong>Hoe krijgt het kabinet het kapitaal terug in de huurmarkt? (FD) (<a href="https://fd.nl/politiek/1610246/hoe-krijgt-het-kabinet-het-kapitaal-terug-in-de-huurmarkt">hier</a>).</strong> Het kabinet zoekt naar manieren om kapitaal terug te krijgen in de Nederlandse huurmarkt, omdat vooral buitenlands investeringsgeld voor nieuwbouw van huurwoningen vrijwel is opgedroogd. Fiscaal spelen daarbij drie knoppen: een soepelere toepassing van de Vpb-vrijstelling voor buitenlandse pensioenfondsen die vergelijkbaar zijn met Nederlandse pensioenfondsen, aanpassing van box 3 voor particuliere vastgoedbeleggers en verlaging van de overdrachtsbelasting voor beleggers. Vooral box 3 en overdrachtsbelasting drukken zwaar op het rendement: in de tussenregeling wordt uitgegaan van 6% rendement waarover 36% belasting wordt geheven zonder kostenaftrek, terwijl de overdrachtsbelasting voor beleggers de afgelopen jaren steeg van 2% naar 10,4% en pas geleidelijk daalt. Tegelijk kosten fiscale versoepelingen de schatkist geld en kunnen steunmaatregelen voor woningcorporaties leiden tot zorgen over oneerlijke concurrentie. De bredere boodschap is dat nietsdoen geen optie is, omdat regulering, hogere rente, belastingen en lagere rendementen ertoe leiden dat woningen uit de huurmarkt verdwijnen en nieuwbouw van middenhuur zonder ingrepen onvoldoende aantrekkelijk blijft.</p><p><strong>Bill Gates waarschuwt dat er geen plan is voor AI: &#8216;Prikkels zijn zo sterk dat we volle vaart vooruitgaan&#8217; (FD) (<a href="https://fd.nl/tech-en-innovatie/1610277/bill-gates-waarschuwt-dat-er-geen-plan-is-voor-ai-prikkels-zijn-zo-sterk-dat-we-volle-vaart-vooruitgaan">hier</a>).</strong> Bill Gates waarschuwt dat AI zonder duidelijke sturing zowel een enorme gelijkmaker als een bron van grote ongelijkheid kan worden, omdat de technologie veel sneller dan eerdere innovaties banen en sectoren raakt. Hij ziet kansen in zorg, onderwijs, bureaucratie en landbouw, maar vreest dat geopolitieke en economische prikkels iedereen vooruit duwen zonder voldoende nadenken over de maatschappelijke gevolgen. Fiscaal is vooral relevant dat Gates pleit voor een verschuiving van de belastingdruk: arbeid zou minder zwaar moeten worden belast, terwijl kapitaal en automatisering juist zwaarder belast moeten worden, omdat bedrijven investeringen in machines en AI kunnen afschrijven terwijl menselijke arbeid relatief zwaar wordt belast.</p><p><strong>Politiek verzwaarde lasten kapitaal, verlichtte die op arbeid (FD) (<a href="https://fd.nl/politiek/1610046/lasten-op-kapitaal-in-tien-jaar-gestegen-die-op-arbeid-juist-gedaald">hier</a>). </strong>Een nieuwe CPB-maatstaf laat zien dat de Nederlandse politiek sinds 2018 de lasten op arbeid per saldo heeft verlicht, terwijl de lasten op kapitaal en consumptie juist zijn verhoogd. Over 2018-2027 stijgen de lasten op kapitaal, waaronder box 2, box 3, winstbelasting, dividendbelasting, erf- en schenkbelasting, overdrachtsbelasting en bankenbelasting, met circa &#8364;6 mrd; consumptiebelastingen zoals btw, accijnzen en milieubelastingen stijgen met circa &#8364;10 mrd. De lasten op arbeid dalen over die periode nog licht met ongeveer &#8364;700 mln, maar het kabinet-Jetten wil die vanaf volgend jaar juist verhogen, onder meer door schijfgrenzen niet volledig voor inflatie te corrigeren. Dat is politiek gevoelig, omdat partijen als Pro, ChristenUnie en Volt juist willen dat extra uitgaven, zoals defensie, meer worden gefinancierd uit kapitaal en vermogen in plaats van uit loon en sociale premies.</p><p><strong>Duur, duurder, duurst: de toerist komt toch wel (FD) (<a href="https://fd.nl/financiele-markten/1610000/duur-duurder-duurst-de-toerist-komt-toch">hier</a>).</strong> Amsterdam wil de toeristenbelasting fors verhogen, van 12,5% nu naar 20% per overnachting in 2031, om massatoerisme af te remmen, maar dat eerdere verhogingen nauwelijks effect hebben gehad op de bezoekersstroom. Ondanks stijgende lasten, waaronder ook de recente btw-verhoging voor hotels van 9% naar 21%, blijven het aantal overnachtingen en de prognoses groeien. Voor hoteliers is dat pijnlijk omdat zij een deel van de hogere belastingdruk lijken op te vangen in hun kamerprijzen en omzet verliezen, terwijl de gemeente juist sterk afhankelijk is van de opbrengst: dit jaar wordt circa &#8364;275,5 mln aan toeristenbelasting verwacht, bijna een kwart van de gemeentelijke belastinginkomsten. Daardoor ontstaat een dubbelzinnig beleid: Amsterdam wil toeristen weren, maar als zij ondanks hogere belastingen blijven komen, levert dat de stad juist steeds meer geld op.</p><p><strong>Ryanair eist schrappen vliegtaks (FD) (<a href="https://fd.nl/bedrijfsleven/1610009/ryanair-eist-schrappen-vliegtaks">hier</a>). </strong>Ryanair roept het kabinet-Jetten op de Nederlandse vliegtaks, van iets meer dan &#8364;30 per passagier, te schrappen in de komende begroting. De luchtvaartmaatschappij noemt de heffing een &#8220;nep-ecotaks&#8221; en stelt dat zij leidt tot minder luchtverbindingen, minder toerisme en minder banen, terwijl concurrerende landen hun vliegtaks juist zouden verlagen om vliegverkeer aan te trekken. Ryanair dreigt geen extra capaciteit op de Nederlandse markt in te zetten zolang de belasting blijft bestaan; voor de overheid staat daar tegenover dat de vliegtaks jaarlijks ongeveer &#8364;780 mln oplevert.</p><p><strong>Suikerbelasting raakt veel mensen en dat is precies de bedoeling (FD) (<a href="https://fd.nl/politiek/1608028/suikerbelasting-raakt-veel-mensen-en-dat-is-precies-de-bedoeling">hier</a>). </strong>Het kabinet werkt aan een brede suikertaks op alcoholvrije dranken en etenswaren zoals koek, snoep en chocola, met als doel de volksgezondheid te verbeteren door suikerconsumptie via prijsprikkels te verlagen. Fiscaal is de maatregel tegelijk een belastingverhoging: de invoering kost vanaf 2028 eerst &#8364;50 mln per jaar, maar moet vanaf 2030 structureel &#8364;900 mln opleveren, waardoor de politieke steun kwetsbaar is. De grote discussie zit in de vormgeving: belast je alle suikerhoudende producten, alleen toegevoegde suikers, bepaalde productgroepen, of werk je met drempels en staffels naar suikergehalte? Gezondheidsexperts zien zo&#8217;n brede belasting als effectief omdat zij de hele bevolking licht raakt en producenten tot receptaanpassing kan dwingen, terwijl het bedrijfsleven waarschuwt voor regeldruk, juridische afbakeningsproblemen, rechtsongelijkheid tussen producten met en zonder etiket, prijsstijgingen en mogelijke verplaatsing van productie. De praktische kern is dus dat een suikertaks beleidsmatig aantrekkelijk kan zijn, maar fiscaal en uitvoerbaar alleen werkt als de grondslag, uitzonderingen en tarieven scherp worden afgebakend en goed worden gemonitord.</p><p><strong>Route naar begroting met links zit &#8216;muurvast&#8217; voor kabinet (FD) (<a href="https://fd.nl/politiek/1609973/route-naar-begroting-met-links-zit-muurvast-voor-kabinet">hier</a>). </strong>Het begrotingsoverleg tussen het minderheidskabinet en Pro zit muurvast, waardoor het kabinet waarschijnlijker steun aan de rechterkant zoekt voor de begroting en vooral voor het Belastingplan 2026. Pro wil alleen meewerken als bezuinigingen op de sociale zekerheid verdwijnen en vermogenden meer belasting gaan betalen, terwijl JA21, SGP en mogelijk BBB juist een duidelijkere rechtse koers verlangen. Fiscaal is vooral relevant dat een akkoord met Pro brede parlementaire steun zou geven voor belasting- en begrotingsplannen, maar dat een route &#8220;over rechts&#8221; ruimte kan bieden om de plannen voor box 3, de vermogensbelasting, fors aan te passen. Als het kabinet geen meerderheid vindt, dreigt een ingewikkelde Prinsjesdag waarbij per begroting steun moet worden gezocht, met het Belastingplan 2026 en de daarin opgenomen belastingverhogingen als belangrijkste inzet.</p><p><strong>Waarom box 3 zo&#8217;n grote rol speelt bij deze begrotingsonderhandelingen (FD) (<a href="https://fd.nl/politiek/1609813/waarom-box-3-zon-grote-rol-speelt-bij-deze-begrotingsonderhandelingen">hier</a>).</strong> Box 3 staat onverwacht centraal in de begrotingsonderhandelingen, omdat het wetsvoorstel voor belastingheffing over werkelijk rendement politiek wankelt en elke mogelijke aanpassing grote budgettaire gevolgen heeft. De kritiek richt zich vooral op het belasten van papieren vermogenswinsten, waardoor partijen in de Eerste Kamer liever een vermogenswinstbelasting willen waarbij pas bij verkoop wordt afgerekend. Het kabinet kan proberen het voorstel te redden met achterwaartse verliesverrekening, maar dat kost eenmalig bijna &#8364;4 mrd; intrekken en overstappen op een vermogenswinstbelasting kost naar schatting minstens &#8364;22 mrd over tien jaar, terwijl niets doen vanaf 2028 een structureel gat van circa &#8364;2,5 mrd laat. Daardoor wordt de politieke vraag vooral waar de dekking vandaan moet komen: hogere lasten voor werkenden liggen gevoelig, koopkrachtreparatie mag niet sneuvelen, en een verhoging van de vennootschapsbelasting of het schrappen van het lage Vpb-tarief stuit op weerstand bij partijen die het mkb willen ontzien. </p><p class="button-wrapper" data-attrs="{&quot;url&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/subscribe?&quot;,&quot;text&quot;:&quot;Subscribe now&quot;,&quot;action&quot;:null,&quot;class&quot;:null}" data-component-name="ButtonCreateButton"><a class="button primary" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/subscribe"><span>Subscribe now</span></a></p><div><hr></div><p>Mocht u mijn werk op prijs stellen en (geldelijke) waardering willen uiten, dan zou u een donatie kunnen doen via <a href="https://www.paypal.com/donate?hosted_button_id=W4N3T44N5TX66">deze link</a>, of via onderstaande qr-code.</p><div class="captioned-image-container"><figure><a class="image-link image2 is-viewable-img" target="_blank" href="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" data-component-name="Image2ToDOM"><div class="image2-inset"><picture><source type="image/webp" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw"><img src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,w_1456,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" width="410" height="410" data-attrs="{&quot;src&quot;:&quot;https://substack-post-media.s3.amazonaws.com/public/images/9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;srcNoWatermark&quot;:null,&quot;fullscreen&quot;:null,&quot;imageSize&quot;:null,&quot;height&quot;:410,&quot;width&quot;:410,&quot;resizeWidth&quot;:null,&quot;bytes&quot;:799,&quot;alt&quot;:&quot;&quot;,&quot;title&quot;:null,&quot;type&quot;:&quot;image/png&quot;,&quot;href&quot;:null,&quot;belowTheFold&quot;:true,&quot;topImage&quot;:false,&quot;internalRedirect&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/i/164785063?img=https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;isProcessing&quot;:false,&quot;align&quot;:null,&quot;offset&quot;:false}" class="sizing-normal" alt="" title="" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw" loading="lazy"></picture><div class="image-link-expand"><div class="pencraft pc-display-flex pc-gap-8 pc-reset"><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container restack-image"><svg aria-hidden="true" width="20" height="20" viewBox="0 0 20 20" fill="none" stroke-width="1.5" stroke="var(--color-fg-primary)" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" xmlns="http://www.w3.org/2000/svg"><g><path d="M2.53001 7.81595C3.49179 4.73911 6.43281 2.5 9.91173 2.5C13.1684 2.5 15.9537 4.46214 17.0852 7.23684L17.6179 8.67647M17.6179 8.67647L18.5002 4.26471M17.6179 8.67647L13.6473 6.91176M17.4995 12.1841C16.5378 15.2609 13.5967 17.5 10.1178 17.5C6.86118 17.5 4.07589 15.5379 2.94432 12.7632L2.41165 11.3235M2.41165 11.3235L1.5293 15.7353M2.41165 11.3235L6.38224 13.0882"></path></g></svg></button><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container view-image"><svg xmlns="http://www.w3.org/2000/svg" width="20" height="20" viewBox="0 0 24 24" fill="none" stroke="currentColor" stroke-width="2" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" class="lucide lucide-maximize2 lucide-maximize-2"><polyline points="15 3 21 3 21 9"></polyline><polyline points="9 21 3 21 3 15"></polyline><line x1="21" x2="14" y1="3" y2="10"></line><line x1="3" x2="10" y1="21" y2="14"></line></svg></button></div></div></div></a></figure></div>]]></content:encoded></item><item><title><![CDATA[Rulings (J04E35)]]></title><description><![CDATA[28 augustus 2026]]></description><link>https://jurisprudentielunch.substack.com/p/rulings-j04e3</link><guid isPermaLink="false">https://jurisprudentielunch.substack.com/p/rulings-j04e3</guid><dc:creator><![CDATA[Maurits]]></dc:creator><pubDate>Fri, 28 Aug 2026 18:22:58 GMT</pubDate><enclosure url="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!hJ_D!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F3fbc0054-d63f-49a6-a01e-abc034e67137_1024x1024.png" length="0" type="image/jpeg"/><content:encoded><![CDATA[<p>Deze week 10 nieuwe rulings, daaronder 8 advance tax rulings en 2 advance pricing agreements. </p><p class="button-wrapper" data-attrs="{&quot;url&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/subscribe?&quot;,&quot;text&quot;:&quot;Subscribe now&quot;,&quot;action&quot;:null,&quot;class&quot;:null}" data-component-name="ButtonCreateButton"><a class="button primary" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/subscribe"><span>Subscribe now</span></a></p><div><hr></div><h1>Advance tax rulings</h1><h4>#1 | rul-20260825-atr-000001</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Het voorgaande zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260825-atr-000001/">Lees meer.</a></p><h4>#2 | rul-20260825-atr-000003</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029, in navolging van een eerdere afspraak tot en met 2023. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Het voorgaande zal in beginsel worden beoordeeld in het kader van het reguliere toezicht.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260825-atr-000003/">Lees meer. </a></p><h4>#3 | rul-20260825-atr-000004</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting en de buitenlandse belastingplicht in de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Dit in navolging van een afspraak die gold tot en met 2024. Gelet op artikel 4, tweede lid, van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid, van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b van de Wet Vpb. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 mei 2026 tot en met 31 december 2030.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260825-atr-000004/">Lees meer. </a></p><h4>#4 | rul-20260825-atr-000005</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en over de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdsterco&#246;peratie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Er is geen sprake van een kwalificerende eenheid in de zin van artikel 1.2, eerste lid, onderdeel g van de Wet BB. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 2 maart 2026 tot en met 31 december 2030.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260825-atr-000005/">Lees meer.</a></p><h4>#5 | rul-20260825-atr-000006</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en over de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdsterco&#246;peratie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Er is geen sprake van een kwalificerende eenheid in de zin van artikel 1.2, eerste lid, onderdeel g van de Wet BB. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 7 april 2026 tot en met 31 december 2030.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260825-atr-000006/">Lees meer. </a></p><h4>#6 | rul-20260825-atr-000007</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een buitenlandse rechtsvorm naar Nederlandse fiscale maatstaven. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. X wordt voor toepassing van de Nederlandse belastingwet aangemerkt als vergelijkbaar met een fonds voor gemene rekening. X is derhalve voor Nederlandse fiscale maatstaven niet transparant. Dit is vastgelegd in een vaststellingovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260825-atr-000007/">Lees meer. </a></p><h4>#7 | rul-20260825-atr-000008</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf over de kwalificatie van een fonds voor gemene rekening naar Nederlandse fiscale maatstaven en de afwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. X kwalificeert naar Nederlandse fiscale maatstaven als transparant. De in het buitenland gevestigde participanten in X drijven geen onderneming in Nederland door middel van een vaste inrichting op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel a juncto artikel 17a, onderdeel b van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260825-atr-000008/">Lees meer. </a></p><h4>#8 | rul-20260825-atr-000009</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf over de kwalificatie van een fonds voor gemene rekening naar Nederlandse fiscale maatstaven en de afwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. X kwalificeert naar Nederlandse fiscale maatstaven als transparant. De in het buitenland gevestigde participanten in X drijven geen onderneming in Nederland door middel van een vaste inrichting op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel a juncto artikel 17a, onderdeel b van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260825-atr-000009/">Lees meer. </a></p><div><hr></div><h1>Advanced pricing agreements</h1><h4>#9 | rul-20260825-apa-000002</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> X heeft een verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2025 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2024. Partijen hebben vastgesteld dat voor de commerci&#235;le activiteiten van X een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de omzet gerelateerd aan de activiteiten van X at arm&#8217;s- length is. Het percentage dat in de overeenkomst is opgenomen valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde vergelijkbare partijen waarvan de lower quartile 0,48% bedraagt en de upper quartile 4,08%. Vanwege de specifieke feiten en omstandigheden is een percentage onder de mediaan in de vaststellingsovereenkomst gehanteerd. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260825-apa-000002/">Lees meer. </a></p><h4>#10 | rul-20260825-apa-000010</h4><p><strong>Samenvatting: </strong>X heeft een verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. Partijen hebben vastgesteld dat voor de productieactiviteiten van X een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de totale kosten at arm&#8217;s-length is. Het percentage dat in de overeenkomst is opgenomen ten behoeve van de productieactiviteiten valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde vergelijkbare partijen waarvan de lower quartile 2,53% bedraagt en de upper quartile 13,62%. In de vaststellingsovereenkomst is een punt nabij de mediaan gehanteerd. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260825-apa-000010/">Lees meer. </a></p><div><hr></div><p>Mocht u mijn werk op prijs stellen en (geldelijke) waardering willen uiten, dan zou u een donatie kunnen doen via <a href="https://www.paypal.com/donate?hosted_button_id=W4N3T44N5TX66">deze link</a>, of via onderstaande qr-code.</p><div class="captioned-image-container"><figure><a class="image-link image2 is-viewable-img" target="_blank" href="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" data-component-name="Image2ToDOM"><div class="image2-inset"><picture><source type="image/webp" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw"><img src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,w_1456,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" width="410" height="410" data-attrs="{&quot;src&quot;:&quot;https://substack-post-media.s3.amazonaws.com/public/images/9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;srcNoWatermark&quot;:null,&quot;fullscreen&quot;:null,&quot;imageSize&quot;:null,&quot;height&quot;:410,&quot;width&quot;:410,&quot;resizeWidth&quot;:null,&quot;bytes&quot;:799,&quot;alt&quot;:&quot;&quot;,&quot;title&quot;:&quot;&quot;,&quot;type&quot;:&quot;image/png&quot;,&quot;href&quot;:null,&quot;belowTheFold&quot;:true,&quot;topImage&quot;:false,&quot;internalRedirect&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/i/164785063?img=https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;isProcessing&quot;:false,&quot;align&quot;:null,&quot;offset&quot;:false}" class="sizing-normal" alt="" title="" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw" loading="lazy"></picture><div class="image-link-expand"><div class="pencraft pc-display-flex pc-gap-8 pc-reset"><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container restack-image"><svg aria-hidden="true" width="20" height="20" viewBox="0 0 20 20" fill="none" stroke-width="1.5" stroke="var(--color-fg-primary)" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" xmlns="http://www.w3.org/2000/svg"><g><path d="M2.53001 7.81595C3.49179 4.73911 6.43281 2.5 9.91173 2.5C13.1684 2.5 15.9537 4.46214 17.0852 7.23684L17.6179 8.67647M17.6179 8.67647L18.5002 4.26471M17.6179 8.67647L13.6473 6.91176M17.4995 12.1841C16.5378 15.2609 13.5967 17.5 10.1178 17.5C6.86118 17.5 4.07589 15.5379 2.94432 12.7632L2.41165 11.3235M2.41165 11.3235L1.5293 15.7353M2.41165 11.3235L6.38224 13.0882"></path></g></svg></button><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container view-image"><svg xmlns="http://www.w3.org/2000/svg" width="20" height="20" viewBox="0 0 24 24" fill="none" stroke="currentColor" stroke-width="2" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" class="lucide lucide-maximize2 lucide-maximize-2"><polyline points="15 3 21 3 21 9"></polyline><polyline points="9 21 3 21 3 15"></polyline><line x1="21" x2="14" y1="3" y2="10"></line><line x1="3" x2="10" y1="21" y2="14"></line></svg></button></div></div></div></a></figure></div><div><hr></div><p class="button-wrapper" data-attrs="{&quot;url&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/subscribe?&quot;,&quot;text&quot;:&quot;Subscribe now&quot;,&quot;action&quot;:null,&quot;class&quot;:null}" data-component-name="ButtonCreateButton"><a class="button primary" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/subscribe"><span>Subscribe now</span></a></p>]]></content:encoded></item><item><title><![CDATA[Kennisgroepstandpunten (J04E35)]]></title><description><![CDATA[25 augustus 2026]]></description><link>https://jurisprudentielunch.substack.com/p/kennisgroepstandpunten-j04e35</link><guid isPermaLink="false">https://jurisprudentielunch.substack.com/p/kennisgroepstandpunten-j04e35</guid><dc:creator><![CDATA[Maurits]]></dc:creator><pubDate>Tue, 25 Aug 2026 17:08:38 GMT</pubDate><enclosure url="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!hJ_D!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F3fbc0054-d63f-49a6-a01e-abc034e67137_1024x1024.png" length="0" type="image/jpeg"/><content:encoded><![CDATA[<p>Deze week &#233;&#233;n kennisgroepstandpunt.</p><p class="button-wrapper" data-attrs="{&quot;url&quot;:&quot;https://www.paypal.com/donate?hosted_button_id=W4N3T44N5TX66&quot;,&quot;text&quot;:&quot;Trakteer me op koffie&quot;,&quot;action&quot;:null,&quot;class&quot;:null}" data-component-name="ButtonCreateButton"><a class="button primary" href="https://www.paypal.com/donate?hosted_button_id=W4N3T44N5TX66"><span>Trakteer me op koffie</span></a></p><div><hr></div><h1>Verzekeringsproducten &amp; assurantiebelasting</h1><h4>#1 | KG:070:2026:3 Afkoopregeling lijfrenten bij langdurige arbeidsongeschiktheid</h4><p><strong>Aanleiding:</strong> De belastingplichtige heeft een lijfrente afgesloten waarvoor de betaalde bedragen binnen de aftrekruimten van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) aftrekbaar zijn. De belastingplichtige is langdurig arbeidsongeschikt in de zin van artikel 3.133, negende lid, Wet IB 2001 en artikel 18 van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 (hierna: URIB 2001). Er wordt voldaan aan de voorwaarden voor de afkoopregeling voor lijfrenten bij langdurige arbeidsongeschiktheid. De belastingplichtige wil gebruikmaken van deze afkoopregeling en zijn lijfrente zonder heffing van revisierente afkopen.</p><p><strong>Vragen:</strong></p><ol><li><p>Is de belastingplichtige bij gebruikmaking van de afkoopregeling voor lijfrenten bij langdurige arbeidsongeschiktheid verplicht om zijn lijfrente in &#233;&#233;n keer en voor het geheel af te kopen?</p></li><li><p>Geldt er een beperking voor het aantal keren dat de belastingplichtige gebruik mag maken van de afkoopregeling voor lijfrenten bij langdurige arbeidsongeschiktheid? </p></li></ol><p><strong>Antwoorden: </strong></p><ol><li><p>Nee. De belastingplichtige kan gebruikmaken van de afkoopregeling voor lijfrenten bij langdurige arbeidsongeschiktheid zowel bij een gehele als ook bij een gedeeltelijke afkoop van een lijfrente. De belastingplichtige is niet verplicht de lijfrente in &#233;&#233;n keer af te kopen.</p></li><li><p>Nee. De belastingplichtige kan meerdere keren in de tijd gebruikmaken van de afkoopregeling voor lijfrenten bij langdurige arbeidsongeschiktheid. Voor de toepassing van de regeling in een bepaald jaar moet het gezamenlijke bedrag van de (gehele of gedeeltelijke) afkoop die onder de regeling vallen, worden getoetst aan de voor de regeling geldende afkoopgrens.</p></li></ol><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg07020263-afkoopregeling-lijfrenten-bij-langdurige-arbeidsongeschiktheid/">Lees het kennisgroepstandpunt.</a></p><div><hr></div><p>Mocht u mijn werk op prijs stellen en (geldelijke) waardering willen uiten, dan zou u een donatie kunnen doen via <a href="https://www.paypal.com/donate?hosted_button_id=W4N3T44N5TX66">deze link</a>, of via onderstaande qr-code.</p><div class="captioned-image-container"><figure><a class="image-link image2 is-viewable-img" target="_blank" href="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" data-component-name="Image2ToDOM"><div class="image2-inset"><picture><source type="image/webp" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw"><img src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,w_1456,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" width="410" height="410" data-attrs="{&quot;src&quot;:&quot;https://substack-post-media.s3.amazonaws.com/public/images/9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;srcNoWatermark&quot;:null,&quot;fullscreen&quot;:null,&quot;imageSize&quot;:null,&quot;height&quot;:410,&quot;width&quot;:410,&quot;resizeWidth&quot;:null,&quot;bytes&quot;:799,&quot;alt&quot;:&quot;&quot;,&quot;title&quot;:&quot;&quot;,&quot;type&quot;:&quot;image/png&quot;,&quot;href&quot;:null,&quot;belowTheFold&quot;:true,&quot;topImage&quot;:false,&quot;internalRedirect&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/i/164785063?img=https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;isProcessing&quot;:false,&quot;align&quot;:null,&quot;offset&quot;:false}" class="sizing-normal" alt="" title="" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw" loading="lazy"></picture><div class="image-link-expand"><div class="pencraft pc-display-flex pc-gap-8 pc-reset"><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container restack-image"><svg aria-hidden="true" width="20" height="20" viewBox="0 0 20 20" fill="none" stroke-width="1.5" stroke="var(--color-fg-primary)" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" xmlns="http://www.w3.org/2000/svg"><g><path d="M2.53001 7.81595C3.49179 4.73911 6.43281 2.5 9.91173 2.5C13.1684 2.5 15.9537 4.46214 17.0852 7.23684L17.6179 8.67647M17.6179 8.67647L18.5002 4.26471M17.6179 8.67647L13.6473 6.91176M17.4995 12.1841C16.5378 15.2609 13.5967 17.5 10.1178 17.5C6.86118 17.5 4.07589 15.5379 2.94432 12.7632L2.41165 11.3235M2.41165 11.3235L1.5293 15.7353M2.41165 11.3235L6.38224 13.0882"></path></g></svg></button><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container view-image"><svg xmlns="http://www.w3.org/2000/svg" width="20" height="20" viewBox="0 0 24 24" fill="none" stroke="currentColor" stroke-width="2" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" class="lucide lucide-maximize2 lucide-maximize-2"><polyline points="15 3 21 3 21 9"></polyline><polyline points="9 21 3 21 3 15"></polyline><line x1="21" x2="14" y1="3" y2="10"></line><line x1="3" x2="10" y1="21" y2="14"></line></svg></button></div></div></div></a></figure></div>]]></content:encoded></item><item><title><![CDATA[De Jurisprudentielunch (J02E34)]]></title><description><![CDATA[23 augustus 2026, C.R.E.A.M.]]></description><link>https://jurisprudentielunch.substack.com/p/de-jurisprudentielunch-j02e34</link><guid isPermaLink="false">https://jurisprudentielunch.substack.com/p/de-jurisprudentielunch-j02e34</guid><dc:creator><![CDATA[Maurits]]></dc:creator><pubDate>Sun, 23 Aug 2026 13:01:40 GMT</pubDate><enclosure url="https://i.scdn.co/image/ab67616d0000b2735901aaa980d3e714bf01171c" length="0" type="image/jpeg"/><content:encoded><![CDATA[<blockquote><p>&#8222;Welke gek zou er nou 22 mille op voorhand aan Og&#233;r betalen, om daar 83 procent shoptegoed, die na een jaar vervalt, voor terug te krijgen?&#8221;, vroeg [de rechter in Haarlem] aan advocaat Jeronimus. Het zou wat anders zijn als er maar &#8222;30 procent shoptegoed&#8221; tegenover zou staan, opperde hij. De Og&#233;r-advocaat ging daar niet op in. </p></blockquote><p>Dit is dus de Renpaardenformule in normale-mensentaal. Of in kortgedingrechterstaal. Wel begrijpelijk. </p><p>Maar waar het echt om gaat is of er voldoende reden bestaat voor de Belastingdienst om gebruik te maken van de informatieplicht ten aanzien van derden van artikel 53 AWR. De advocaat noemde het kennelijk een disproportionele "fishing expedition&#8221; en een "sleepnetprocedure". De ruime informatieplicht wordt onder andere beperkt door de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en verschillende internationale mensenrechtenverdragen. </p><p>Dit is niet mijn specialisme. Een vlugge lezing van de Vakstudie doet mij vermoeden dat - gezien de toch selectieve uitvraag - de kans aanzienlijk is dat Og&#233;r bakzijl haalt. Het lijkt me commercieel echter wel een goede zet om te doen. Het is wel een uitgelezen kans om nu ook de gevolgen van het recente <em>Ferrieri and Bonassisa/Italy-arrest</em> voor de Nederlandse administratieve wet te toetsen. Zijn er voldoende waarborgen om misbruik en willekeur tegen te gaan? Het is mij onduidelijk of hier ook een beroep op is gedaan. </p><p>De suggestie wordt naar mijn idee gewekt dat Og&#233;r meewerkt aan belastingontduiking. Dat vind ik toch nog wel een stevige aantijging, en wat ik heb gelezen geeft wellicht aanleiding voor de suggestie. Maar de juiste fiscale behandeling lijkt me toch in beginsel de verantwoordelijk van de leden. Wellicht zijn deze vormen van Og&#233;r de maat nemen een vorm van frustratie over het frustreren van het proces, hoewel dat me het recht van Og&#233;r lijkt. Van een magistratelijk instituut, van serieuze journalistiek, en overigens ook van academici op LinkedIn mag je wellicht een andere houding verwachten. </p><p>Ik zeg het ook vast: WC-eend. In het kader van begrotingsgesprekken - je kan alleen maar bewondering hebben voor <a href="https://en.wikipedia.org/wiki/Dilan_Ye%C5%9Filg%C3%B6z">Ye&#351;ilg&#246;z</a>, heeft ze toch die anderen weer in een rechtsig pak genaaid - ook goed om eens na te denken over het verschil tussen uitgaven en investeringen. </p><p>In het rapport Van Uitgave Naar Investering doen <a href="https://www.linkedin.com/in/barbara-baarsma-474789119/">Baarsma</a>, <a href="https://www.linkedin.com/in/keetie-jakma-9b08a35/">Jakma</a> en <a href="https://www.linkedin.com/in/edwin-visser/">Visser</a> de aanbeveling publieke investeringen waar mogelijk om te vormen van gewone subsidies of uitgaven naar marktconforme financi&#235;le instrumenten, zoals leningen, participaties, garanties of staatsdeelnemingen. Daarmee ontstaat bij de overheid een financieel actief in plaats van een definitieve uitgave. Dat kan investeringsruimte cre&#235;ren binnen de bestaande EMU-regels, vooral voor innovatie, R&amp;D, deep tech en toekomstig verdienvermogen. Belangrijk is wel dat het fonds zakelijk opereert, kapitaalbehoud nastreeft en geen verkapte subsidiepot wordt.</p><div class="file-embed-wrapper" data-component-name="FileToDOM"><div class="file-embed-container-reader"><div class="file-embed-container-top"><image class="file-embed-thumbnail-default" src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!0Cy0!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack.com%2Fimg%2Fattachment_icon.svg"></image><div class="file-embed-details"><div class="file-embed-details-h1">Van Uitgave Naar Investering</div><div class="file-embed-details-h2">617KB &#8729; PDF file</div></div><a class="file-embed-button wide" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/api/v1/file/51180527-b422-4cd4-b0a2-0df96e4969d5.pdf"><span class="file-embed-button-text">Download</span></a></div><div class="file-embed-description">Hoe investeringsfondsen en staatsdeelnemingen
ruimte kunnen cre&#235;ren voor investeringen in het
toekomstige verdienvermogen - Augustus 2026</div><a class="file-embed-button narrow" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/api/v1/file/51180527-b422-4cd4-b0a2-0df96e4969d5.pdf"><span class="file-embed-button-text">Download</span></a></div></div><p>Goede idee&#235;n. Maar het is nu aan de arrangeurs van de onderbuik. Dan komt het waarschijnlijk toch op het aloude adagium &#8220;a dollar today is worth more than a dollar tomorrow&#8221;; <em><a href="https://www.investopedia.com/terms/c/cash-is-king.asp">cash is king</a></em>.</p><iframe class="spotify-wrap" data-attrs="{&quot;image&quot;:&quot;https://i.scdn.co/image/ab67616d0000b2735901aaa980d3e714bf01171c&quot;,&quot;title&quot;:&quot;C.R.E.A.M. (Cash Rules Everything Around Me)&quot;,&quot;subtitle&quot;:&quot;Wu-Tang Clan&quot;,&quot;description&quot;:&quot;&quot;,&quot;url&quot;:&quot;https://open.spotify.com/track/119c93MHjrDLJTApCVGpvx&quot;,&quot;belowTheFold&quot;:true,&quot;noScroll&quot;:false}" src="https://open.spotify.com/embed/track/119c93MHjrDLJTApCVGpvx" frameborder="0" gesture="media" allowfullscreen="true" allow="encrypted-media" loading="lazy" data-component-name="Spotify2ToDOM"></iframe><p class="button-wrapper" data-attrs="{&quot;url&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/subscribe?&quot;,&quot;text&quot;:&quot;Subscribe now&quot;,&quot;action&quot;:null,&quot;class&quot;:null}" data-component-name="ButtonCreateButton"><a class="button primary" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/subscribe"><span>Subscribe now</span></a></p><div><hr></div><h1>Uitgelichte artikelen</h1><h4>Waarom de Hoge Raad de zaak NEO in de gaten moet houden (NTFR 2026/1387), O.C.R. Marres (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1187955">hier</a>).</h4><p><strong>Samenvatting: </strong>Het artikel vertrekt vanuit de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting bij uitdelingen van een dochtervennootschap aan een EU- of verdragsmoeder, waarbij de vrijstelling niet geldt bij misbruik, maar volgens de auteur nog onvoldoende duidelijk is wanneer precies sprake is van misbruik dat het doel van de Moeder-dochterrichtlijn ondermijnt.</p><p>De zaak NEO vormt volgens de auteur een belangrijke aanleiding om die vraag opnieuw te bekijken, omdat A-G Kokott daarin bespreekt of een Litouwse dochter dividend zonder bronbelasting mag uitkeren aan haar Cypriotische moeder, terwijl de structuur uiteindelijk mede lijkt te dienen om gelden via Cyprus naar een Belize-vennootschap te laten vloeien.</p><p>De conclusie van A-G Kokott is volgens het artikel van belang omdat zij het doel van de Moeder-dochterrichtlijn scherp formuleert: de richtlijn wil fiscale neutraliteit bij grensoverschrijdende winstuitdelingen binnen de EU waarborgen door dubbele belasting te voorkomen en bronbelasting bij de dochterstaat uit te sluiten.</p><p>Daarna bespreekt de auteur dat Kokott de Deense doorstroomarresten niet als allesomvattend misbruikkader ziet, maar als &#233;&#233;n categorie van misbruik, waarbij in beginsel geen misbruik bestaat als de moedermaatschappij zelf uiteindelijk gerechtigd is tot het dividend en de eindheffing bij de uiteindelijke aandeelhouder niet wordt gefrustreerd.</p><p>Vervolgens legt de auteur de lijn van de Hoge Raad daarnaast en bekritiseert hij dat de Hoge Raad met de wegdenkgedachte en de objectieve voorwaarde relatief snel tot een vermoeden van misbruik komt zodra een houdster geen materi&#235;le onderneming, wezenlijke concernfunctie of schakel- of hoofdkantoorfunctie heeft.</p><p>In een tussenstap bespreekt het artikel de wettelijke bewijslastverdeling op basis van substancecriteria, die volgens de auteur eveneens Unierechtelijk kwetsbaar is omdat het niet voldoen aan alle substance-eisen op zichzelf nog geen bewijs van misbruik oplevert en dus ook niet zonder meer de bewijslast naar de belastingplichtige zou mogen verleggen.</p><p>Daarna past de auteur deze kritiek toe op de Belgische-houdsterzaken, waarin de Hoge Raad de oordelen over misbruik in stand liet, terwijl volgens de auteur onvoldoende duidelijk is welk soort misbruik aan de orde was omdat geen sprake was van een klassieke doorstroomvennootschap en geen dividend werd dooruitgedeeld aan achterliggende aandeelhouders.</p><p>Het artikel bespreekt vervolgens het tegenbewijs dat de Hoge Raad verlangt en stelt dat dit onvoldoende helder is, omdat een belastingplichtige wel feiten over de motieven en werking van de structuur kan bewijzen, maar niet kan bewijzen dat het doel van de Moeder-dochterrichtlijn niet wordt ondermijnd wanneer de Hoge Raad zelf niet duidelijk maakt wat dat doel precies inhoudt.</p><p>Bij de verwerping van het tegenbewijs in de Belgische-houdsterzaken vindt de auteur vooral relevant dat de belanghebbenden hadden aangevoerd dat geen dooruitdeling plaatsvond, dat Belgi&#235; bij latere uitkeringen 30% roerende voorheffing zou heffen en dat zowel de houdster als haar aandeelhouders in Belgi&#235; waren gevestigd.</p><p>De conclusie van het artikel is dat zowel het rechtskader van de Hoge Raad als de wettelijke substance-bewijslastverdeling te ruim en te onzeker zijn, en dat de Hoge Raad in toekomstige zaken prejudici&#235;le vragen aan het HvJ EU moet stellen wanneer de eindheffing binnen de EU niet wordt gefrustreerd en dus twijfel bestaat of de Moeder-dochterrichtlijn werkelijk wordt ondermijnd.</p><p><strong>Commentaar: </strong>Het zou fijn zijn als inderdaad duidelijk geformuleerd zou worden wat doel en strekking van de moeder-dochterrichtlijn (MDR) is en daarmee ook licht schijnt op welk grensoverschrijdend ondernemen voor ogen heeft. Is dat eenzelfde ondernemingstoets als van belang is voor de Nederlandse inhoudingsvrijstelling (en technisch-ab), lijkt me zeer waarschijnlijk van niet. Laten we er vanuitgaan dat dat straks duidelijk is, dan komt natuurlijk de volgende vraag op of er dan niet de intra-EU toepassing en de toepassing ten aanzien van derdenlanden uit elkaar moet gaan lopen. Of eigenlijk, al uit elkaar loopt.</p><div><hr></div><h1>Korte aantekeningen </h1><p><strong>Fiscale adviseur aansprakelijk voor schade die voortvloeit uit fiscale schijnconstructie (NLF 2026/1503), noot van N. van den Hoek (<a href="https://www.nlfiscaal.nl/nlfiscaal-doc/905D8174007B4AC080077E60F7F676CF">hier</a>).</strong> BDO is volgens de rechtbank ernstig tekort geschoten bij het opzetten en begeleiden van een internationale fiscale constructie rond emigratie naar Spanje en toepassing van de Beckham-regeling, omdat BDO wist of had moeten weten dat aan een essentieel vereiste, namelijk daadwerkelijke arbeid in Spanje, feitelijk niet zou worden voldaan. De zaak gaat daardoor verder dan een gewone waarschuwingsplicht: BDO droeg uit dat zij achter de constructie stond, begeleidde de uitvoering en waarschuwde niet aantoonbaar voor de grote fiscale en mogelijk strafrechtelijke risico&#8217;s als de dienstbetrekkingen schijn zouden blijken. Juist omdat BDO volgens de rechtbank van meet af aan bekend was met het probleem, kan zij zich niet verschuilen achter de vervaltermijn in haar algemene voorwaarden. Ook het beroep op de exoneratie, beperking van aansprakelijkheid tot drie keer het honorarium, wordt wegens de aard en ernst van de wanprestatie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar geacht. De bredere les is dat fiscale adviseurs bij risicovolle internationale structuren niet alleen juridisch moeten ontwerpen, maar ook moeten toetsen of de feitelijke voorwaarden werkelijk worden nageleefd en daar expliciet voor moeten waarschuwen.</p><p><strong>Step-down bij remigratie in strijd met goede verdragstrouw, verkrijgingsprijs ab &#8364; 10.004.000 (NLF 2026/1001), noot van M.J.A.M. van Gijlswijk (<a href="https://www.nlfiscaal.nl/nlfiscaal-doc/28E1E1EC221C400F9DFFFDC700F5953F">hier</a>).</strong> Bij remigratie met een aanmerkelijk belang geldt in beginsel de historische verkrijgingsprijs, maar dat die regel kan onder verdragsrechtelijke omstandigheden botsen met de goede verdragstrouw. In deze zaak had de belastingplichtige v&#243;&#243;r remigratie in Polen een aanmerkelijkbelangvoordeel gerealiseerd door inbreng van aandelen, waarover Nederland op grond van het belastingverdrag niet mocht heffen; als Nederland vervolgens bij remigratie de verkrijgingsprijs zou beperken tot de historische verkrijgingsprijs, zou het later feitelijk alsnog over dat verdragsvrijgestelde voordeel heffen. Het hof acht dat, anders dan de rechtbank, in strijd met de goede verdragstrouw, terwijl van strijd met de EU-vrijheid van vestiging volgens de annotator terecht geen sprake is omdat remigranten niet ongunstiger worden behandeld dan binnenlandse verhuizers. De praktische les is scherp: wie met een aanmerkelijk belang remigreert, moet v&#243;&#243;r terugkeer beoordelen of realisatie van de buitenlandse waardestijging onder het toepasselijke verdrag mogelijk is, omdat alleen dan kan worden voorkomen dat Nederland die waardestijging later alsnog in de heffing betrekt.</p><p><strong>De verkapte en juridisch kwetsbare belasting op het in dienst hebben van werknemers (NLF 2026/29), P.G.H. Albert (<a href="https://www.nlfiscaal.nl/nlfiscaal-doc/59A7F8EDDA0F4301AD19C730849A0CF7">hier</a>).</strong> Volgens Philippe Albert functioneren de werkgeverspremies voor werknemersverzekeringen, met name de Aof- en Awf-premie, steeds minder als echte bestemmingspremies voor uitkeringen en uitvoeringskosten en steeds meer als een verkapte belasting op het in dienst hebben van werknemers. Omdat de premies structureel hoger worden vastgesteld dan nodig is voor de wettelijke fondslasten, ontstaan grote overschotten, terwijl die extra opbrengst feitelijk wordt gebruikt om het algemene EMU-saldo en andere overheidsuitgaven te ondersteunen. Albert betoogt dat dit juridisch kwetsbaar is, omdat de minister zijn premie-vaststellingsbevoegdheid mogelijk gebruikt voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is gegeven en omdat essenti&#235;le fiscale elementen niet zomaar via ministeri&#235;le regeling mogen worden bepaald. Economisch drukt deze verkapte belasting volgens hem grotendeels op werknemers via lagere lonen, terwijl zij tegelijk worden geraakt door versobering van uitkeringen. De bredere kritiek is dat deze praktijk het fiscale en socialezekerheidsstelsel vervuilt, de belasting op arbeid verder verhoogt, zwartwerken kan stimuleren en haaks staat op de politieke belofte dat werken meer moet lonen.</p><p><strong>Kwalificatie softwarevergoedingen als royalty&#8217;s en verrekening bronbelasting (NTFR 2026/1428), noot van A.M. Blaakman (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1185955">hier</a>). </strong>De rechtbank merkt softwarelicentievergoedingen die een Nederlandse belastingplichtige ontvangt uit Griekenland, Sri Lanka en Kenia aan als royalty&#8217;s, zodat Nederland in beginsel voorkoming van dubbele belasting moet verlenen voor de in die landen ingehouden bronbelasting. Van belang is dat de software niet slechts werd doorverkocht, maar werd ge&#239;ntegreerd in de kernnetwerken van telecomaanbieders en indirect door hun klanten werd gebruikt, waardoor de vergoeding volgens de rechtbank onder het royaltybegrip van de oude belastingverdragen en het Bvdb kan vallen. De annotator vindt vooral de verdragsinterpretatie interessant: omdat de verdragen uit 1981 en 1982 stammen, is het OESO-commentaar van 1977 leidend, terwijl later OESO-commentaar slechts beperkt mag meewegen als verduidelijking of precisering. De rechtbank lijkt nieuw commentaar dat tot een andere uitkomst zou leiden terzijde te schuiven, wat aansluit bij de Hoge Raad maar volgens de annotator mogelijk te kort door de bocht is. Tegelijk blijft onzeker of de vergoeding onder recenter OESO-commentaar ook als royalty zou kwalificeren, omdat daarvoor doorgaans m&#233;&#233;r nodig is dan enkel gebruik of distributie van software, zoals overdracht van auteursrechtelijke bevoegdheden, aanpassing, verdere ontwikkeling of knowhow. <em><strong>Commentaar:</strong> ik kan de redenering van de annotator volgen, al lijkt me dat de integratie van de software een belangrijke aanwijzing is. Het is denk ik wel relevant te begrijpen hoeveel voet in de aarde deze integratie heeft. </em></p><p><strong>Verlies van een niet-ingezeten dividendontvangende vennootschap hoeft niet volgens de regels van de bronstaat te worden berekend (NTFR 2026/1426), noot van J. Bierman (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1181532">hier</a>).</strong> De komende HvJ EU-zaak is belangrijk omdat zij duidelijkheid kan geven over de verhouding tussen Miljoen enerzijds en Sofina/Credit Suisse anderzijds bij niet-verrekenbare dividendbelasting op portfoliodividenden in verliesjaren. In Miljoen werd de belastingdruk van buitenlandse en binnenlandse aandeelhouders vergeleken op basis van de grondslag, waarbij alleen inningskosten meetelden, terwijl Sofina en Credit Suisse de nadruk leggen op het tijdstip van heffing: een binnenlandse verlieslatende vennootschap betaalt in dat jaar niets, maar een buitenlandse verlieslatende vennootschap wordt wel direct aan bronbelasting onderworpen. De A-G lijkt dat verschil te verklaren vanuit grondslag versus timing, wat van belang is omdat de bronstaat volgens Sofina later alsnog zou kunnen heffen zodra winst ontstaat. Voor Nederland acht de annotator de gevolgen beperkt, omdat Nederland na Sofina de verrekening van dividendbelasting voor binnenlandse Vpb-plichtigen heeft beperkt tot de verschuldigde Vpb en niet-verrekende dividendbelasting laat voortwentelen. Daardoor worden buitenlandse aandeelhouders volgens hem niet slechter behandeld, al blijft de principi&#235;le vraag of het Unierechtelijk bevredigend is dat Nederland discriminatie voorkomt door binnenlandse belastingplichtigen in verliesjaren even ongunstig te behandelen als buitenlandse.</p><p><strong>Hofuitspraak over woonplaats bestuurder kan niet door de cassatiebeugel (NTFR 2026/1418), noot van V.A. Burgers (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1188373">hier</a>).</strong> De Hoge Raad grijpt in deze zaak vooral procesrechtelijk in: het hof heeft het beroep op het vertrouwensbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en een essenti&#235;le stelling van belanghebbende onvoldoende juist of begrijpelijk behandeld. Bij het vertrouwensbeginsel benadrukt de Hoge Raad dat niet beslissend is of de belastingplichtige subjectief daadwerkelijk vertrouwen had, maar of naar objectieve maatstaven in rechte te beschermen vertrouwen is gewekt. Bij het gelijkheidsbeginsel schiet de motivering tekort, ook al baseerde het hof zich mede op stukken waarvan slechts beperkte kennisneming was toegestaan; volgens de Hoge Raad moet toch zo veel mogelijk inzichtelijk worden gemaakt welke maatstaf is toegepast. Verder herhaalt het arrest dat de rechter moet responderen op essenti&#235;le stellingen, wat de annotator begrijpelijk vindt maar ook problematiseert in een tijd waarin processtukken steeds omvangrijker en soms met LLM&#8217;s automatisch gegenereerd kunnen zijn. De bredere les is dat feitenrechters zorgvuldig moeten motiveren en reageren op wezenlijke punten, maar dat daar grenzen aan moeten kunnen zitten om fiscale procedures werkbaar te houden.</p><p><strong>Kansspelbelasting speelautomatenhallen rechtmatig en geen staatssteun (NTFR 2026/1416), noot van J. Hollander (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1184682">hier</a>).</strong> De kansspelbelasting op kansspelautomaten is volgens hof Den Haag niet in strijd met art. 401 BTW-richtlijn, omdat zij niet de wezenlijke kenmerken van btw heeft en dus geen verboden omzetbelastingachtige heffing vormt. De annotator bespreekt dat de zaak deel uitmaakt van vier vergelijkbare procedures met een opvallend traag procesverloop, maar inhoudelijk vooral draait om de vraag of kansspelbelasting net als btw drukt op goederen- en dienstenverkeer. Het hof sluit aan bij HvJ-rechtspraak en eerdere rechtspraak van hof Den Bosch: kansspelbelasting is niet algemeen op leveringen of diensten van toepassing, kent geen aftrekmechanisme en belast niet de toegevoegde waarde in de keten. Dat de vraag bij belanghebbende opkomt is begrijpelijk, omdat kansspelautomatenspelen v&#243;&#243;r 2008 in de omzetbelasting vielen en daarna naar de kansspelbelasting zijn overgebracht, maar juridisch leidt dat niet tot strijd met de btw-richtlijn. Ook het onderscheid tussen kansspelautomaten en kermisautomaten houdt stand, omdat kermisautomaten doorgaans tokens of prijzen met aanzienlijk lagere waarde uitkeren.</p><p><strong>Standpunt Schots co-invest fonds en carried interest fonds (NTFR 2026/1409), noot van D.C. Simonis (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1187474">hier</a>).</strong> Het kennisgroepstandpunt geeft enige praktische duidelijkheid over de vraag wanneer buitenlandse co-invest- en carried interest fondsen, hier Schotse Private Fund Limited Partnerships, voor Nederlandse fiscale doeleinden kunnen kwalificeren als een beleggingsfonds in de zin van art. 1:1 Wft en daardoor mogelijk als non-transparant fonds voor gemene rekening-achtig lichaam. Dat is fiscaal belangrijk voor onder meer Vpb-plicht, bronbelastingen, verdragsinwonerschap en hybride mismatches, omdat de FGR-kwalificatie voorrang heeft op een anders transparante kwalificatie als cv-achtige. De Belastingdienst acht de Schotse fondsen ondanks hun specifieke functie en beperkte kring van deelnemers vergelijkbaar met een beleggingsfonds, mede omdat het VK/Schotland de AIFM-regels heeft ge&#239;mplementeerd en de FCA een vergelijkbare toezichtsrol vervult als de AFM. De annotator vindt dat welkom houvast, maar wijst op een belangrijk ongemak: het standpunt gaat niet expliciet in op de betekenis van rechtspersoonlijkheid, terwijl de Wft juist onderscheid maakt tussen beleggingsfondsen zonder rechtspersoonlijkheid en beleggingsmaatschappijen met rechtspersoonlijkheid. Daarmee bevestigt het standpunt praktisch dat ook co-invest- en carried interest structuren als beleggingsfonds kunnen kwalificeren, maar laat het tegelijk vragen open over de systematische aansluiting bij de Wft en het Fondsenbesluit 2025.</p><p><strong>Standpunt ruilarresten (NTFR 2026/1408), noot (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1186213">hier</a>).</strong> De vervreemding van rechtstreeks gehouden effecten aan een fbi tegen verkrijging van participaties in die fbi leidt tot fiscale winstrealisatie, omdat direct gehouden effecten economisch niet dezelfde plaats innemen als indirect gehouden belangen en de ruilarresten daarom niet van toepassing zijn. De annotatoren vinden het standpunt inhoudelijk weinig verrassend, mede omdat vergelijkbare rechtspraak al bestaat voor het aanmerkelijk belang, waar inbreng van direct gehouden aandelen in een holding eveneens als belastbare vervreemding geldt. Hun kritiek zit vooral in de toegevoegde waarde en positionering van het kennisgroepstandpunt: het lijkt slechts een toepassing van een eerder standpunt uit 2024, terwijl juist dat eerdere standpunt volgens hen meer nuancering had verdiend omdat het zag op vervreemdingen die voortvloeiden uit wetswijziging en waarbij de belastingplichtige geen winst- of verliesrealisatie beoogde.</p><p><strong>Besluit tijdelijke goedkeuring fiscale beleggingsinstelling in verband met gewijzigde kwalificatiewetgeving (NTFR 2026/1406), noot van P.S. Schouten (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1179190">hier</a>). </strong>De overgang naar fiscale transparantie bij door een fbi gehouden lichamen kan praktische problemen veroorzaken voor het fbi-regime, met name bij de uitdelingsverplichting en de financieringslimiet van art. 28 Wet Vpb 1969. Door transparantie worden bezittingen, schulden en resultaten van het gehouden lichaam aan de fbi toegerekend, waardoor de fbi winst moet uitdelen die mede uit die toegerekende resultaten bestaat en bovendien kan worden geconfronteerd met schulden die fiscaal als eigen schulden tellen, terwijl zij civielrechtelijk vaak niet zelf de schuldenaar is. De goedkeuring van de staatssecretaris om deze situaties gedurende maximaal zeven boekjaren te behandelen alsof nog sprake is van een belang in een niet-transparant lichaam, wordt daarom gezien als een nuttige en welkome overgangsmaatregel die voorkomt dat fbi&#8217;s door de transparantiewijziging direct tegen de uitdelings- of financieringseisen aanlopen.</p><p><strong>Geen teruggaaf dividendbelasting buitenlands fonds omdat vergelijking met fbi faalt (NTFR 2026/1405), noot van P.A. Spijker (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1185084">hier</a>). </strong>Een buitenlands beleggingsfonds kan geen teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting krijgen door zich te vergelijken met een Nederlandse fiscale beleggingsinstelling onder de sinds 2008 geldende afdrachtvermindering. Waar de oude teruggaafregeling v&#243;&#243;r 2008 onder omstandigheden w&#233;l een ongerechtvaardigde belemmering van het vrije kapitaalverkeer kon opleveren, heeft de Hoge Raad voor de afdrachtvermindering geoordeeld dat buitenlandse beleggingsinstellingen niet vergelijkbaar zijn omdat zij in Nederland geen dividendbelasting hoeven in te houden en af te dragen over uitdelingen aan hun eigen participanten. Daardoor is het ontbreken van toegang tot de afdrachtvermindering geen verboden belemmering. Zelfs als men toch een belemmering zou aannemen, zou rechtsherstel volgens de rechtbank niet tot teruggaaf leiden, omdat de afdrachtvermindering maximaal gelijk is aan de dividendbelasting die de beleggingsinstelling zelf over haar uitdeling moet afdragen; bij een buitenlands fonds ontbreekt die Nederlandse afdracht.</p><p><strong>Onderzoeksstichting drijft onderneming, maar komt in aanmerking voor onderzoeksvrijstelling (NTFR 2026/1403), noot van C. Presilli (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1145380">hier</a>). </strong>Contractonderzoek voor publieke of semipublieke opdrachtgevers, ook wanneer daarvoor een marktconforme vergoeding wordt betaald, kan meetellen als onderzoek dat wordt bekostigd uit publieke middelen voor de onderzoeksvrijstelling van art. 6b Wet Vpb 1969. De stichting dreef door haar structurele overschotten een onderneming, omdat het winststreven objectief wordt beoordeeld en de overschotten uit contractonderzoek niet hoefden te worden terugbetaald. Het echte geschil zat daarom in de 70%-bekostigingseis: volgens de inspecteur is bij contractonderzoek sprake van een gewone markttransactie, maar het hof en de annotator lezen in de wet geen beperking tot subsidies of bijdragen zonder tegenprestatie. Omdat art. 6b voor ANBI-bijdragen w&#233;l expliciet eist dat geen contractuele tegenprestatie wordt verlangd, maar voor publieke middelen niet, mag die voorwaarde niet alsnog via interpretatie worden toegevoegd. De les is dat publiek geld voor deze vrijstelling publiek geld blijft, ook bij contractonderzoek; als de wetgever dat te ruim vindt, moet hij de wet aanpassen.</p><p><strong>Vrijgestelde EU-pensioenuitkering telt mee voor drempelbedrag aftrek zorgkosten en giften (NTFR 2026/1400), noot van P.T. van Arnhem (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1188372">hier</a>). </strong>Een van nationale belasting vrijgesteld EU-pensioen mag wel meetellen bij de berekening van drempels voor aftrekposten zoals specifieke zorgkosten en giften. Volgens de Hoge Raad wordt het EU-pensioen daardoor niet direct of indirect belast in strijd met art. 12 Protocol, maar wordt het alleen gebruikt om de omvang van een nationaal belastingvoordeel te bepalen; dat de belastingplichtige daardoor minder aftrek krijgt en per saldo meer belasting betaalt, maakt dit nog geen verboden heffing over het vrijgestelde inkomen. Het beroep op Bourg&#232;s-Manoury gaat volgens deze benadering niet op, omdat die zaak zag op een bovengrens voor belastingheffing en niet op de berekening van een aftrekdrempel. De Hoge Raad acht de EU-rechtelijke uitkomst bovendien voldoende duidelijk, zodat geen prejudici&#235;le vragen aan het HvJ EU hoeven te worden gesteld en het cassatieberoep faalt. <strong>Ook in NLF 2026/1595 (<a href="https://www.nlfiscaal.nl/nlfiscaal-doc/816218C7435141BD8A284FE032DB89DB">hier</a>).</strong> De vrijstelling voor EU-pensioen op grond van art. 12 Protocol nr. 7 is niet zo absoluut dat dit inkomen buiten beschouwing moet blijven bij de berekening van drempels voor aftrekposten zoals specifieke zorgkosten en giften. De Hoge Raad ziet die drempelberekening niet als onderdeel van de tariefstructuur of als indirecte belastingheffing over het vrijgestelde EU-inkomen, maar als een methode om de omvang van een nationaal belastingvoordeel te bepalen. Daarom mag het EU-pensioen meetellen bij de bepaling van de draagkracht voor die aftrekdrempels; anders zouden belastingplichtigen met vrijgesteld EU-inkomen gunstiger worden behandeld dan vergelijkbare belastingplichtigen zonder EU-inkomen. De annotator vindt de uitkomst logisch en weinig verrassend, mede omdat de Hoge Raad al eerder in vergelijkbare zin had geoordeeld.</p><p><strong>APV-regeling rechtmatig toegepast ondanks sociale doelstelling stichting (NTFR 2026/1399), noot van J. Zandee-Dingemanse (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1183242">hier</a>). </strong>De APV-regeling van art. 2.14a Wet IB 2001 blijft in deze zaak overeind: het vermogen van een familiestichting die als afgezonderd particulier vermogen kwalificeert, mag fiscaal transparant worden toegerekend aan de inbrengers of hun erfgenamen en dus bij belanghebbende voor haar evenredige aandeel in box 3 worden belast. Nadat de Hoge Raad al had geoordeeld dat de regeling op stelselniveau niet in strijd is met het eigendomsrecht of discriminatieverbod, verwerpt hof Den Haag ook de resterende beroepen op redelijke wetsuitleg, willekeur, d&#233;tournement de pouvoir, rechtszekerheid en evenredigheid. Interessant is vooral dat belanghebbende feitelijk geen recht had op uitkeringen zolang zij niet financieel behoeftig was, maar toch box 3-heffing kreeg over toegerekend stichtingsvermogen; dat had mogelijk een beroep op een individuele en buitensporige last kunnen dragen, maar omdat daarop niet was aangevoerd, bleef de aanslag in stand. </p><p><strong>Heffing fictief regulier voordeel bij excessief lenen niet in strijd met EVRM (NTFR 2026/1397), noot van F.W. Wiggers (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1182478">hier</a>). </strong>Het box 3-achtige verweer tegen de heffing wegens excessief lenen van de eigen bv maakt geen kans, omdat art. 4.13 lid 1 onderdeel f en art. 4.14a Wet IB 2001 niet heffen over een fictief rendement maar over het bovenmatige deel van een daadwerkelijk door de dga genoten lening boven &#8364; 700.000. De regeling is juist bedoeld om te voorkomen dat dga&#8217;s belastingheffing over aanmerkelijkbelangvoordelen langdurig uitstellen of afstellen door onbeperkt van hun bv te lenen, waarbij de wetgever bewust alle leningen onder de regeling heeft gebracht, behalve eigenwoningschulden. Volgens de annotator is de inbreuk op het eigendomsrecht gerechtvaardigd en ontbreekt geen fair balance, omdat het onderscheid tussen zakelijke en onzakelijke leningen voor het doel van de regeling niet relevant is. Ook het beroep op het draagkrachtbeginsel faalt: anders dan bij het oude box 3-stelsel wordt hier niet gerekend met een niet-bestaand forfaitair rendement, maar met geld waarover de belastingplichtige door de lening feitelijk heeft kunnen beschikken. <strong>Ook in NLF 2016/1370 (noot van E.P. Hageman) (<a href="https://www.nlfiscaal.nl/nlfiscaal-doc/43CE79A4893B4F62838272588633797C">hier</a>). </strong>De Wet excessief lenen bij eigen vennootschap is volgens de rechtbank, en volgens de annotator terecht, op regelgevingsniveau niet in strijd met art. 1 EP EVRM of het discriminatieverbod. De heffing over het bovenmatige deel van schulden aan de eigen bv heeft een duidelijke wettelijke basis en dient een legitiem doel: voorkomen dat aanmerkelijkbelanghouders box 2-heffing langdurig uitstellen door geld uit hun vennootschap als lening op te nemen. Dat de regeling geen onderscheid maakt tussen zakelijke en onzakelijke leningen en geen tegenbewijsregeling bevat, is vanuit dat doel verdedigbaar, omdat beide soorten leningen tot uitstel van belastingheffing kunnen leiden. De vergelijking met box 3 gaat volgens de annotator mank: daar werd geheven over niet-bestaand forfaitair rendement, terwijl hier wordt aangesloten bij gelden waarover de ab-houder daadwerkelijk heeft beschikt. Wel blijven er pijnpunten, vooral de toepassing op bestaande leningen, het arbitraire drempelbedrag en de beperkte verliesverrekening als later wordt afgelost; voor dat laatste bepleit de annotator versoepeling. <em><strong>Commentaar: </strong>zonder de ins en outs te weten zou ik denken dat elke fictie en elk forfait potentieel kwetsbaar is. Daarvoor is wel vereist dat de juiste feiten en de juiste specialist samenkomen. </em></p><p><strong>Gebruikelijk loon ondanks medische beperkingen terecht vastgesteld op loon meestverdienende werknemer (NTFR 2026/1396), noot van G.C.A. de Wit (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1182442">hier</a>). </strong>De gebruikelijkloonregeling is al snel van toepassing zodra een dga enige arbeid voor zijn vennootschap verricht, ook als die arbeid beperkt, administratief of door ziekte gering is. Belanghebbende stelde dat hij in 2019 door hartklachten geen werkzaamheden had verricht, maar het hof achtte dat onaannemelijk omdat hij onder meer als contactpersoon optrad, namens de vennootschap correspondeerde en fiscale verzoeken deed. Daardoor mocht de inspecteur een gebruikelijk loon in aanmerking nemen, waarbij hij zelfs mild aansloot bij het lagere loon van de echtgenote in plaats van bij het wettelijke uitgangsbedrag. De annotator ziet vooral een praktische les: wie wegens ziekte of beperkte betrokkenheid een lager gebruikelijk loon wil verdedigen, moet dat feitelijk en formeel goed vastleggen of vooraf afstemmen; achteraf volhouden dat helemaal geen arbeid is verricht, terwijl er wel bestuurlijke of administratieve bemoeienis is geweest, is weinig kansrijk.</p><p><strong>A-G Koopman: Verlenen koopoptie op deelnemerschapslening tast &#8216;economisch belang&#8217; bij AB-aandelen aan (NTFR 2026/1394), noot van E. Alink (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1182734">hier</a>).</strong> Een deelnemerschapslening die de verstrekker volledig laat meedelen in de waardestijging, waardedaling en opbrengsten van onderliggende aandelen voor de aanmerkelijkbelangregeling kan worden behandeld als een genotsrecht op die aandelen, waardoor de verstrekker wordt gelijkgesteld met een aandeelhouder. De discussie draait om de vraag of een aan een derde verleende calloptie op 20% van de vordering al direct moet worden meegewogen bij de beoordeling of belanghebbende een aanmerkelijk belang heeft. Het hof meent van wel, maar de annotatie wijst op de tegengestelde lijn van hof Den Bosch en de conclusie van A-G Koopman: zolang de calloptie niet is uitgeoefend, verandert zij de economische gerechtigdheid van belanghebbende niet en blijft hij volledig gerechtigd tot de voordelen uit de onderliggende aandelen. Daarom moet de calloptie volgens die benadering pas vanaf uitoefening meetellen en is tot dat moment sprake van een aanmerkelijk belang.</p><p><strong>Standpunt bijgeschreven vergoeding cumulatief preferente aandelen en financieringstoets lucratief belang (NTFR 2026/1391), noot (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1189628">hier</a>). </strong>Managers kunnen ondanks het niet voldoen aan de gewone hoofdtoetsen van art. 3.92b Wet IB 2001 toch een lucratief belang houden via het vangnet voor vermogensrechten die economisch vergelijkbaar zijn met aandelen. Beslissend is dat de financieringstoets ook voor dit vangnet geldt en dynamisch moet worden toegepast: doordat het 12%-cumulatief preferente dividend niet wordt uitgekeerd maar wordt bijgeschreven op het cumprefkapitaal, groeit dat kapitaal mee en daalt het relatieve belang van de gewone aandelen uiteindelijk onder de 10%. Daardoor ontstaat alsnog een lucratief belang, met als gevolg dat alle voordelen daaruit progressief in box 1 worden belast als resultaat uit overige werkzaamheden; gewone waardeveranderingen of waardeverschuivingen tussen aandelen zonder kapitaalwijziging tellen voor deze financieringstoets niet mee.</p><p><strong>Kamerverhuur: geen onderneming, maar normaal vermogensbeheer (NTFR 2026/1388), noot van C.H. Strating (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1179097">hier</a>). </strong>De verhuur van kamers in een landhuis na de overgang van zorggerelateerde bewoning naar studentenhuisvesting kwalificeert niet langer als materi&#235;le onderneming voor de geruisloze inbrengfaciliteit van art. 3.65 Wet IB 2001. Volgens de annotator past het oordeel van het hof bij de bestaande lijn dat verhuur van vastgoed alleen een onderneming vormt bij m&#233;&#233;r dan normaal vermogensbeheer: de schoonmaak van gemeenschappelijke ruimten, klein onderhoud, contact met huurders en sociale betrokkenheid zijn daarvoor onvoldoende, zeker nu groot onderhoud werd uitbesteed en de vroegere intensieve zorgtaken grotendeels waren verdwenen. De zaak strandt vooral op de arbeid-plus-toets; de discussie over rendement-plus is minder beslissend, al vindt de annotator het opvallend dat het hof aansluit bij de ROZ/IPD-index terwijl die vergelijkingsmaatstaf eerder juist kritisch is beoordeeld.</p><p><strong>De notaris en de rol van de belastingadviseur: zorgplicht en taakverdeling (FBN 2026/37), T.F.H. Reijnen (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1112143">hier</a>).</strong> De notaris heeft wel een eigen fiscale zorgplicht, vooral bij &#8220;notari&#235;le belastingen&#8221; zoals overdrachtsbelasting, btw bij vastgoedtransacties en erf- en schenkbelasting, maar die zorgplichtis is niet onbeperkt en mede afhangt van de rol van een ingeschakelde belastingadviseur. Aan de hand van een uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant over een nieuwbouwproject waarin ten onrechte overdrachtsbelasting in plaats van btw was toegepast, laat Reijnen zien dat de belastingadviseur aansprakelijk kan zijn terwijl de notaris vrijuit gaat, omdat de cli&#235;nt een deskundig team had samengesteld en de notaris op de taakverdeling en het fiscale advies mocht vertrouwen zonder concrete aanwijzingen voor fouten. Voor de praktijk betekent dit dat een notaris niet blind mag varen op de mededeling dat &#8220;er een fiscalist is&#8221;, maar wel onder omstandigheden op een bekwaam belastingadviseur mag vertrouwen, mits hij diens deskundigheid marginaal toetst, relevante fiscale adviezen in het dossier vastlegt, bij cruciale kwesties schriftelijke bevestiging vraagt en duidelijk communiceert waarop hij zijn vertrouwen baseert.</p><p><strong>Woningfaciliteiten overdrachtsbelasting: woning, aanhorigheid, transformatie, of juist niet? &#8211; rechtspraak 2024-2026 (deel I) (FBN 2026/34), J.C. van Straaten (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1112138">hier</a>).</strong> De woningfaciliteiten in de overdrachtsbelasting, zoals het 2%-tarief, het nieuwe 8%-tarief en de startersvrijstelling, vinden alleen toepassing als daadwerkelijk een woning wordt verkregen, inclusief tegelijk meeverkregen aanhorigheden die op het verkrijgingsmoment objectief bij de woning behoren, daarbij in gebruik zijn en daaraan dienstbaar zijn. Van Straaten laat aan de hand van recente rechtspraak en kennisgroepstandpunten zien dat deze kwalificatie sterk afhangt van civielrechtelijke en feitelijke omstandigheden: bij gedeelde eigendom kunnen tijdig vastgelegde gebruiksafspraken relevant zijn voor het 2%-tarief, bij percelen met delen van een woning is natrekking bepalend voor de vraag wie een woning verkrijgt, en bij schuren, winkels, agrarische grond of praktijkruimten is beslissend of zij op het moment van levering al functioneel bij de woning horen. Ook benadrukt het artikel dat latere bedoelingen van de koper, zoals verbouwen, tuin aanleggen of slopen en opnieuw bouwen, in beginsel niet beslissend zijn, en dat voor de startersvrijstelling de woningwaardegrens wordt getoetst aan de volledige tegenprestatie, inclusief overgenomen lasten zoals een VvE-lening.</p><p><strong>Activiteiten op het gebied van volkshuisvesting kwalificeren als belegging voor de toepassing van de verliesverrekeningsbeperking bij handel in verlieslichamen. (FED 2026/86), noot van W.R. Kooiman (<a href="https://www.inview.nl/document/id33fa19b7fbf544d5bea2f8859019979f?ctx=WKNL_CSL_38">hier</a>). </strong>De Hoge Raad oordeelt volgens Kooiman terecht en weinig verrassend dat de verliesverrekening na een belangenwijziging wordt geblokkeerd doordat de verhuurde woningen van de woningcorporatie op grond van art. 20a lid 8 onderdeel a Wet Vpb 1969 fictief als beleggingen gelden, ook al worden daarmee feitelijk ondernemingsactiviteiten verricht. De uitzondering van art. 20a lid 4 voor niet-ingekrompen ondernemingsactiviteiten helpt dan niet, omdat die uitzondering niet geldt als de bezittingen grotendeels uit beleggingen bestaan. De ratio daarvan is dat vastgoed dat bij de verkoper nog ondernemingsvermogen is, bij de koper alsnog als beleggingsobject kan worden gebruikt, precies het risico dat art. 20a wil tegengaan. Volgens de auteur is het beroep van de belanghebbende op het maatschappelijke belang van volkshuisvesting begrijpelijk, maar juridisch irrelevant: de wettekst is duidelijk, de beperkte uitleg in de wetsgeschiedenis helpt hier niet, en de vraag of woningcorporaties vennootschapsbelastingplichtig zouden moeten zijn is een politieke kwestie, geen reden voor de rechter om de wet anders toe te passen.</p><p><strong>Transfer pricing, rechtstreeks verband en de betekenis van de HvJ EU-arresten Lajv&#233;r en Firma Z voor de btw (FED 2026/81), J.B.O. Bijl (<a href="https://www.inview.nl/document/idpassdf1f5006b7654a7ea9607e75c27ebb84?ctx=WKNL_CSL_38">hier</a>).</strong> De btw-behandeling van transfer pricing-aanpassingen is na de recente HvJ EU-rechtspraak nog steeds niet volledig duidelijk, maar beslissend is welke functie de betaling in de rechtsverhouding tussen gelieerde partijen heeft en of er een voldoende rechtstreeks verband bestaat met een concrete prestatie. Bij correcties tussen partijen binnen dezelfde supply chain, zoals in Stellantis Portugal, kunnen transfer pricing-aanpassingen volgens Bijl onder omstandigheden worden gezien als aanpassing van de vergoeding voor eerdere leveringen of diensten, zodat de normale btw-regels over maatstaf van heffing en herziening kunnen gelden. Bij correcties buiten de oorspronkelijke transactieketen, zoals in Arcomet Towercranes, is dat minder vanzelfsprekend: daar kan de betaling eerder het saldo zijn van wederzijdse prestaties of winstallocatie binnen het concern, waardoor het rechtstreeks verband met &#233;&#233;n specifieke dienst twijfelachtig wordt; het Lajv&#233;r-arrest kan juist op dat punt relevant zijn omdat &#8220;andere factoren&#8221; het verband tussen betaling en prestatie kunnen verzwakken. Het Firma Z-arrest staat volgens de auteur niet werkelijk in de weg aan btw-correcties bij grensoverschrijdende intracommunautaire transacties; dat arrest moet vooral worden verklaard vanuit de Duitse procescontext en is dus eerder een beperkte complicatie dan een fundamentele blokkade.</p><div><hr></div><h1>Overige fiscale literatuur/lectuur</h1><p><strong>Los box 3-impasse op met korting en inflatiecorrectie (FD) (<a href="https://fd.nl/opinie/1609654/los-box-3-impasse-op-met-korting-en-inflatiecorrectie">hier</a>).</strong> De box 3-impasse moet volgens Rik Hospers (onderzoeker steward-leiderschap aan de Universiteit voor Humanistiek) kan worden opgelost door belastingheffing over werkelijk rendement te combineren met twee correcties: een vrijwillige voorheffing op ongerealiseerde vermogenswinsten tegen een lager tarief, bijvoorbeeld 27% in plaats van 36%, en een inflatiecorrectie om te voorkomen dat belasting wordt geheven over schijnrendement. Zo krijgt de overheid eerder inkomsten zonder volledig vast te lopen op het moment van realisatie, terwijl belastingplichtigen worden beloond als zij belasting vooruitbetalen. Daarnaast moet inflatie volgens Hospers expliciet worden meegenomen, omdat een nominaal rendement van bijvoorbeeld 6% bij 3% inflatie en 36% belasting in re&#235;le termen nauwelijks iets oplevert. Een inflatieaftrek zou vooral spaarders en lagere rendementen ontzien, de heffing rechtvaardiger maken en mogelijk het heffingsvrije vermogen overbodig maken; eventuele resterende begrotingsproblemen moeten volgens hem eerder via uitgavenbeheersing dan via zwaardere box 3-heffing worden opgelost. <em><strong>Commentaar:</strong> het is jammer dat Hospers met die inflatiecorrectie op de proppen komt, omdat we juist een nominalistisch stelsel hebben. Inflatiecorrectie lijkt mij met name een plaats te hebben in de vrijstellingen en eventueel tariefopstapjes. Daarmee doet hij naar mijn mening ook zijn andere idee (of is dat eigenlijk hetzelfde idee?) tekort. Dat andere idee is echter ook niet helemaal doordacht, want als we nu een korting als een vorm van rente-discount geven, zal dit feitelijk geen impact hebben op de opbrengsten. Wellicht overigens wel in de gehanteerde begrotingsregels. Jammer. Als je er op deze wijze over nadenkt, kun je je denk ik sowieso afvragen of het nog nuttig is een boxenstelsel te handhaven, zeker als premies eigenlijk ook gewoon belastingen zijn.</em></p><p><strong>Canadezen staan vierkant achter het besluit van Carney om te bedanken voor &#8216;slechte&#8217; handelsdeal met Trump: &#8216;Wij zijn deze strijd niet aangegaan, maar we zullen hem winnen&#8217; (NRC) (<a href="https://www.nrc.nl/nieuws/2026/08/23/canadezen-staan-vierkant-achter-het-besluit-van-carney-om-te-bedanken-voor-slechte-handelsdeal-met-trump-wij-zijn-deze-strijd-niet-aangegaan-maar-we-zullen-hem-winnen-a4934989">hier</a>). </strong>Canada onder premier Mark Carney weigert een volgens hem slechte handelsdeal met de VS te accepteren en wil Amerikaanse importheffingen van 50% op circa 20 miljard dollar aan Canadese goederen &#8220;dollar om dollar&#8221; vergelden met gerichte heffingen op Amerikaanse producten, onder meer in staal, zuivel, papier en elektronica. Fiscaal-economisch draait het artikel om de werking van importheffingen als feitelijke belastingen op grensoverschrijdende handel: zij maken Canadese export naar de VS duurder en minder concurrerend, maar verhogen tegelijk ook de kosten voor Amerikaanse bedrijven en consumenten die Canadese goederen inkopen. De onderhandelingen liepen stuk omdat Washington onder meer zeggenschap wilde over Canadese handelsverdragen en vasthield aan heffingen op Canadese auto&#8217;s, terwijl binnen de bestaande vrijhandelsafspraken juist nultarieven zouden gelden. De dreigende vergeldingsheffingen kunnen zo uitmonden in een kostbare handelsoorlog waarin beide landen economische schade lijden, met inflatiedruk in de VS en zware risico&#8217;s voor Canadese sectoren als auto&#8217;s, staal en industrie.</p><p><strong>De romantiek van een minderheidskabinet eindigt bij het begrotingsoverleg (FD) (<a href="https://fd.nl/politiek/1609881/de-romantiek-van-een-minderheidskabinet-eindigt-bij-het-begrotingsoverleg">hier</a>). </strong>Het minderheidskabinet biedt weliswaar theoretisch ruimte voor open debat en wisselende meerderheden, maar de begrotingsonderhandelingen zijn in de praktijk vooral een ingewikkelde onderhandeling achter gesloten deuren, zowel met oppositiepartijen als binnen de coalitie zelf. Fiscaal draait de spanning om de vraag hoe het kabinet zijn begroting, investeringen en eventuele wensen van oppositiepartijen moet financieren: D66-bewindsman Hans Vijlbrief opperde een hogere belasting op vermogen, maar de VVD wees dat meteen af, terwijl Pro juist bezuinigingen van tafel wil en rechtse partijen als BBB, JA21 en SGP andere ruilmiddelen vragen, zoals koopkrachtreparatie of aanpassingen op stikstof en ethische dossiers. Als er geen breed akkoord komt, kan de onzekerheid doorlopen tot november, wanneer het Belastingplan door de Tweede Kamer moet; daarmee wordt duidelijk dat de kern van de &#8220;romantiek&#8221; van het minderheidskabinet uiteindelijk neerkomt op harde fiscale keuzes over vermogen, koopkracht, bezuinigingen en dekking. </p><p><strong>Ondanks dreiging van rijkentaks blijft Californi&#235; een start-upwalhalla (FD) (<a href="https://fd.nl/samenleving/1609659/ondanks-dreiging-van-rijkentax-blijft-californie-een-start-upwalhalla">hier</a>). </strong>Californi&#235; blijft ondanks de dreiging van een eenmalige miljardairsbelasting van 5% een recordbedrag aan durfkapitaal  aantrekken en ziet dus voorlopig geen duidelijke kapitaalvlucht. Fiscaal draait het om een voorstel om inwoners met meer dan $1 mrd vermogen extra te belasten, goed voor mogelijk minstens $100 mrd opbrengst voor publieke gezondheidszorg, voedselbanken en onderwijs; voorstanders zien dit als correctie op het feit dat miljardairs relatief weinig belasting betalen doordat hun vermogen vaak in aandelen en vastgoed zit en pas bij verkoop wordt belast. Tegenstanders, waaronder gouverneur Gavin Newsom, vrezen dat vermogenden en start-ups naar staten als Texas en Florida vertrekken, waar de belastingdruk lager is. De investeringscijfers wijzen echter de andere kant op: Californi&#235; trok dit jaar al $366 mrd aan investeringen aan, vooral door AI-bedrijven als OpenAI en Anthropic, en blijft door talent, expertise en markttoegang fiscaal-politieke onzekerheid ten spijt het centrum van de Amerikaanse start-upwereld.</p><p><strong>Nu ook de BBB aanschuift, wordt een route over rechts kansrijker (FD) (<a href="https://fd.nl/politiek/1609576/nu-de-bbb-aanschuift-wordt-een-route-over-rechts-steeds-waarschijnlijker">hier</a>).</strong> De begrotingsonderhandelingen van het minderheidskabinet bewegen steeds meer richting een mogelijke deal over rechts, nu BBB alsnog mag meepraten en JA21 en SGP gezamenlijk optrekken. Fiscaal draait de spanning vooral om steun voor de rijksbegroting en het Belastingplan in de Eerste Kamer: zonder BBB is een rechtse meerderheid daar niet haalbaar, terwijl Pro juist hoge eisen stelt en ook toekomstige bezuinigingen op sociale regelingen wil bespreken. JA21 vraagt vooral lastenverlichting en lijkt, samen met SGP, bereid tot een beperktere deal voor alleen komend jaar. Het belangrijkste belastingdossier is box 3: VVD en BBB liggen dichter bij elkaar over de belasting op sparen en beleggen, maar een ruimere of radicalere aanpassing van het nieuwe box 3-stelsel kost de schatkist geld, zodat in de onderhandelingen dekking moet worden gevonden om BBB mogelijk over de streep te trekken.</p><p><strong>Ontduiken rijke ondernemers belasting via de maatpakken van Og&#233;r? De fiscus denkt van wel (NRC) (<a href="https://www.nrc.nl/nieuws/2026/08/19/ontduiken-rijke-ondernemers-belasting-via-de-maatpakken-van-oger-de-fiscus-denkt-van-wel-a4934787">hier</a>). </strong>De Belastingdienst vermoedt dat Og&#233;r via zijn exclusieve Business Club vermogende ondernemers helpt priv&#233;-uitgaven voor dure maatpakken en kleding fiscaal als zakelijke kosten te verwerken. De club verkoopt dure lidmaatschappen van circa &#8364;6.000 tot &#8364;22.000, waarbij leden naast netwerkactiviteiten ook hoge shoptegoeden krijgen voor kleding; volgens de fiscus kan dat neerkomen op het &#8220;omkatten&#8221; van niet-aftrekbare priv&#233;kleding tot aftrekbare zakelijke clubkosten. Daarom eist de Belastingdienst de volledige ledenadministratie om aangiftes te controleren en mogelijk naheffingen op te leggen, terwijl Og&#233;r zich beroept op privacy, disproportionaliteit en stelt dat leden zelf verantwoordelijk zijn voor hun fiscale verwerking. De zaak draait dus om de grens tussen zakelijke netwerkkosten en priv&#233;consumptie, en om hoe ver de informatiebevoegdheden van de fiscus mogen reiken bij vermoedens van belastingontduiking.</p><p><strong>Wereldwijd oplopende rentes drukken ook op Nederlandse begroting (FD) (<a href="https://fd.nl/economie/1608481/wereldwijd-oplopende-rentes-drukken-ook-op-nederlandse-begroting">hier</a>). &#8220;</strong>De sterk stijgende overheidsschulden, een hogere inflatie, zwaarder knellende rentelasten en toenemende concurrentie van AI-bedrijven drijven de kapitaalmarktrentes voor overheden wereldwijd op. Niet alleen landen met hoge schulden &#8211; zoals de Verenigde Staten, Frankrijk en Japan &#8211; zien hun rentekosten toenemen. Ook veiliger landen zoals Nederland en Duitsland moeten steeds meer betalen voor het financieren van hun staatsschuld. FD-redacteur financi&#235;le markten Joost van Kuppeveld verklaart de mechanismen hierachter.&#8221;<strong> </strong><em><strong>Commentaar: </strong>en hiermee wordt het nadeel van een vermogenswinstbelasting ten opzichte van een vermogensaanwasbelasting groter. Dus het tarief onder een vermogenswinstbelasting ten op zichte van een vermogensaanwasbelasting maar iets omhoog? Anders zijn het die stakkers die niet in uitstelbezittingen kunnen stappen degenen die betalen voor de uitstellers.</em> </p><p><strong>Gemeenten leunen sterker op toeristentaks voor hun inkomsten (FD) (<a href="https://fd.nl/politiek/1608216/gemeenten-leunen-sterker-op-toeristentaks-voor-hun-inkomsten">hier</a>). </strong>Nederlandse gemeenten leunen steeds sterker op toeristenbelasting als lokale inkomstenbron: het aandeel van deze heffing in de totale gemeentelijke belastingopbrengsten steeg van 4% in 2017 naar 10% in 2026, en zonder Amsterdam van 3% naar 7%. Gemiddeld bedraagt de toeristenbelasting nu &#8364;4,54 per persoon per nacht, 85% meer dan in 2017 na correctie voor inflatie, maar Amsterdam springt eruit met circa &#8364;18 per overnachting, &#8364;265 mln verwachte opbrengst en bijna een kwart van alle lokale belastinginkomsten uit toeristenbelasting. De hoofdstad verhoogt het tarief van 12,5% naar 16% en later naar 20%, deels om overtoerisme te remmen, terwijl horecaondernemers vrezen voor economische schade en pleiten voor een wettelijke bovengrens. Gemeenten mogen de opbrengst vrij besteden, omdat toeristenbelasting geen bestemmingsheffing is, en gebruiken die inkomsten mede om voorzieningen te financieren of lasten voor eigen inwoners te beperken.</p><p><strong>Trump stelt heffingen op Canadese goederen uit, &#8216;deal in zicht&#8217; (FD) (<a href="https://fd.nl/politiek/1608488/trump-stelt-heffingen-op-canadese-goederen-uit-deal-in-zicht">hier</a>).</strong> Trump heeft op het laatste moment importheffingen van 50% op circa $20 mrd aan Canadese goederen met drie dagen uitgesteld, omdat volgens hem een handelsdeal met Canada dichtbij is. De dreiging past in Trumps bredere handelsstrategie om tarieven als pressiemiddel te gebruiken tegen vermeende discriminatie van Amerikaanse bedrijven, Canadese tegenheffingen, drankverboden, zorgen over fentanyl, dwangarbeid en zelfs bosbranden. De mogelijke heffingen zouden ook goederen raken die normaal onder het USMCA-handelsakkoord zijn uitgezonderd, waardoor de spanningen tussen de twee sterk verweven economie&#235;n fors zouden oplopen. Tegelijk blijft Canadese olie voor de VS cruciaal, en Trump koppelt een mogelijke deal aan nieuw leven voor de Keystone XL-pijpleiding. <em><strong>Commentaar: </strong>hoe lang duiden we dit nog als rariteiten van een excentrieke leider. Misschien is het tijd op er nog eens goed over na te denken of het hier niet ergens fundamenteler fout zit. </em></p><p><strong>Fiscus heeft naast modezaak Og&#233;r meer ledenclubs op de korrel (FD) (<a href="https://fd.nl/bedrijfsleven/1609177/fiscus-heeft-naast-modezaak-oger-meer-ledenclubs-op-de-korrel">hier</a>).</strong> Het conflict tussen de Belastingdienst en modehuis Og&#233;r staat breder dan &#233;&#233;n businessclub: de fiscus onderzoekt ook andere ledenclubs of vergelijkbare retailers waar zakelijke en priv&#233;-uitgaven mogelijk worden vermengd. Bij Og&#233;r vermoedt de Belastingdienst dat leden dure priv&#233;kleding via lidmaatschappen, shoptegoeden, facturen en zakelijke betaalroutes als ondernemingskosten hebben verwerkt, met mogelijke gevolgen voor inkomstenbelasting, btw, loonbelasting of dividendbelasting. De fiscus eist daarom ledengegevens, facturen, betaalbewijzen en aanwezigheidslijsten, mede omdat navordering over 2019 en 2020 dreigt te verjaren, terwijl Og&#233;r het verzoek disproportioneel vindt en spreekt van een fishing expedition. De zaak draait daarmee om de grens tussen zakelijke representatie en priv&#233;voordeel, maar ook om de informatiebevoegdheden van de Belastingdienst, privacy van klanten en de mogelijke faciliterende rol van bedrijven bij onjuiste fiscale verwerking door hun leden.</p><p><strong>Rechtspraak onder steeds grotere druk door toenemende schaarste (FD) (<a href="https://fd.nl/financiele-markten/1607898/rechtspraak-onder-steeds-grotere-druk-door-toenemende-schaarste">hier</a>). </strong>De Nederlandse rechtspraak staat structureel onder druk door een tekort aan rechters en juridisch personeel, terwijl zaken complexer worden en uitspraken uitgebreider moeten worden gemotiveerd door polarisatie en afnemende acceptatie van rechterlijke beslissingen. Fiscaal relevant is vooral dat deze schaarste ook belastingzaken en fraudezaken raakt: bij complexe fraude kan de expertise van belasting- of ondernemingsrechters nodig zijn, maar het verschuiven van rechters tussen rechtsgebieden is geen echte oplossing en kan juist extra voorbereidingstijd kosten. Voor belastingplichtigen en Belastingdienst betekent dit waarschijnlijk langere doorlooptijden, meer druk op gespecialiseerde fiscale rechtspraak en een groter belang van zorgvuldige dossieropbouw, bezwaarprocedures en eventueel schikkingen buiten de rechter om. </p><p><strong>Belastingdienst bestraft vergissen te zwaar (FD) (<a href="https://fd.nl/opinie/1608013/belastingdienst-bestraft-vergissen-te-zwaar">hier</a>). </strong>De afschaffing per april 2026 van de mogelijkheid tot geruisloze terugstorting bij een per ongeluk gedane lijfrentestorting leidt volgens Pulles tot disproportionele fiscale gevolgen. Waar iemand voorheen een onbedoelde overboeking naar een lijfrenterekening binnen drie maanden, of later met toestemming van de Belastingdienst, kon herstellen, kan zo&#8217;n vergissing nu worden behandeld alsof sprake is van een echte fiscaal gefaciliteerde lijfrentestorting en vervolgens afkoop, met belastingheffing en revisierente tot gevolg. De auteur vindt dat onredelijk omdat het niet gaat om misbruik of belastingontwijking, maar om een aantoonbare menselijke fout. Hij pleit daarom voor een beperkte herstelregeling: als duidelijk is dat de overboeking onbedoeld was, het geld van de belastingplichtige zelf kwam, geen fiscaal voordeel is genoten en tijdig wordt teruggestort, moet herstel zonder zware fiscale sanctie mogelijk zijn.</p><p><strong>Belastingdienst onderzoekt voordelen voor &#8216;exclusieve netwerkclub&#8217; van modezaak Og&#233;r (FD) (<a href="https://fd.nl/bedrijfsleven/1608480/belastingdienst-onderzoekt-voordelen-voor-exclusieve-netwerkclub-van-modezaak-oger">hier</a>). </strong>De Belastingdienst wil via Og&#233;r de ledengegevens krijgen van diens exclusieve businessclub, omdat wordt onderzocht of ondernemers priv&#233;voordelen, vooral kledingtegoeden voor pakken en andere kleding, ten onrechte als zakelijke kosten of met btw-aftrek hebben verwerkt. Og&#233;r weigert de gegevens te verstrekken en noemt het informatieverzoek een privacy-inbreuk en een fishing expedition, waarna de fiscus volgens het bedrijf een civiel kort geding is gestart. Fiscaal draait de zaak om de vraag of de businessclub werkelijk zakelijke netwerk- en representatiekosten biedt, of vooral een constructie is waarbij ondernemers vooruitbetaalde priv&#233;kleding met forse bonus, events en reizen fiscaal gunstig behandelen. Het conflict raakt daarmee aan de grenzen van aftrekbare zakelijke kosten, btw-aftrek, informatiebevoegdheden van de Belastingdienst en privacy van klanten.</p><p><strong>Obscure fiscale wet bezorgt familiebedrijven en ondernemers nachtmerries (FD) (<a href="https://fd.nl/bedrijfsleven/1606754/obscure-fiscale-wet-bezorgt-familiebedrijven-en-ondernemers-nachtmerries">hier</a>). </strong>De lucratiefbelangregeling, oorspronkelijk ingevoerd om excessieve beloningen van private-equitymanagers zwaarder te belasten, kan door haar brede en complexe formulering ook ondernemers, oprichters van scale-ups, familiebedrijven en managers met aandelenparticipaties hard raken. De Belastingdienst kwalificeert zulke participaties soms als verkapt loon, waardoor niet het lagere box 2- of vennootschapsbelastingregime geldt, maar heffing tegen het hoge inkomstenbelastingtarief, met zeer grote claims, belastingrente en jarenlange procedures tot gevolg. De zaken rond Mendix en voormalig LM Wind Power-ceo Leo Schot illustreren volgens fiscalisten dat zelfs advies van grote kantoren geen zekerheid biedt en dat belastingplichtigen vaak schikken omdat procederen duur, langdurig en riskant is. Het artikel schetst daarmee een ondoorzichtige fiscale niche waarin wetgeving, handhaving en adviespraktijk slecht voorspelbaar zijn, terwijl de financi&#235;le en persoonlijke gevolgen voor ondernemers enorm kunnen zijn.</p><p><strong>Pro-leider Klaver: &#8216;Verschil tussen ons en kabinet nog steeds echt levensgroot&#8217; (FD) (<a href="https://fd.nl/politiek/1607918/pro-leider-klaver-verschil-tussen-ons-en-kabinet-nog-steeds-echt-levensgroot">hier</a>).</strong> Een begrotingsakkoord tussen het minderheidskabinet en Pro is nog ver weg, vooral door fundamentele verschillen over belastingen en sociale zekerheid. Pro wil alleen steun overwegen als de voorgenomen miljardenbezuinigingen op AOW, arbeidsongeschiktheid en werkloosheidsuitkeringen van tafel gaan en als de lasten verschuiven van arbeid naar vermogen: hogere vermogensbelastingen moeten ruimte maken voor lagere loonbelasting voor werkenden. Het kabinet van D66, VVD en CDA kiest vooralsnog juist voor een lastenverzwaring voor werkenden van circa &#8364;5 mrd per jaar en heeft geen nieuwe voorstellen gedaan. Daarmee draait de begrotingsstrijd fiscaal om de vraag wie de rekening betaalt: werkenden en uitkeringsgerechtigden via bezuinigingen en hogere lasten, of vermogenden via zwaardere kapitaalbelasting.</p><p><strong>Jesse Klaver van Pro na afloop begrotingsgesprek: &#8216;Verschillen levensgroot&#8217;. Gesprekken met JA21 &#8216;constructief&#8217; (NRC) (<a href="https://www.nrc.nl/nieuws/2026/08/17/jesse-klaver-van-pro-na-afloop-begrotingsgesprek-verschillen-levensgroot-gesprekken-met-ja21-constructief-a4934656">hier</a>).</strong> In de begrotingsgesprekken tussen het minderheidskabinet-Jetten en oppositiepartij Pro liggen nog ver uit elkaar: Jesse Klaver wil dat bezuinigingen op de WW en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen van tafel gaan en dat hogere belastingen voor de rijksten bijdragen aan de financiering van extra defensie-uitgaven, maar kreeg naar eigen zeggen geen handreiking van het kabinet. Hoewel Klaver na afloop herhaaldelijk benadrukte dat de verschillen &#8220;levensgroot&#8221; zijn, breekt hij de gesprekken niet af en zullen ministers verder contact houden met Pro-Kamerleden. Tegelijkertijd verlopen de gesprekken met JA21 volgens beide kanten &#8220;goed en constructief&#8221;, terwijl later ook ChristenUnie, 50Plus en SGP aanschuiven in de zoektocht naar meerderheden voor de begroting van 2027.</p><p><strong>Trump wil Chinese sluiproutes, ook via Nederland, aanpakken (FD Podcast) (<a href="https://fd.nl/economie/1607913/trump-wil-chinese-sluiproutes-ook-via-nederland-aanpakken">hier</a>).</strong> &#8220; Landen die China helpen de Amerikaanse importheffingen te omzeilen, kunnen rekenen op zware straffen. Dat blijkt uit een nieuw rapport van het Witte Huis, dat een einde wil maken aan illegale doorvoer. Mooi streven, maar is het ook haalbaar? Zeker in een wereld waar omzeilen nu eenmaal erg lucratief is. Marijn Jongsma kan hier als FD macro-econoom veel meer over vertellen.&#8221;</p><p><strong>VS voeren handelsoorlog tegen China op, doorvoerlanden in het vizier van Trump (FD) (<a href="https://fd.nl/economie/1607905/vs-voeren-handelsoorlog-tegen-china-op-doorvoerlanden-in-het-vizier-van-trump">hier</a>).</strong> De regering-Trump waarschuwt landen die volgens Washington helpen om hoge Amerikaanse importheffingen op Chinese goederen te omzeilen via doorvoer, minimale bewerking of heretikettering, waarbij ook Nederland als belangrijke doorvoerhaven wordt genoemd. Volgens het Witte Huis profiteren China en derde landen van lagere tarieven door Chinese producten via andere landen naar de VS te exporteren, wat de Amerikaanse schatkist importheffingen zou kosten en Amerikaanse banen zou raken. Het rapport levert geen hard bewijs, maar wijst op verschuivende handelsstromen sinds de hogere tarieven op China en kondigt scherpere controle aan, onder meer met AI om herkomstlabels, vervoersdocumenten en handelsroutes te analyseren. Landen en bedrijven die meewerken aan ontwijking riskeren strafheffingen, sancties of verlies van markttoegang, waardoor exporteurs naar de VS rekening moeten houden met strengere oorsprongscontroles en extra documentatie-eisen.</p><p><strong>New York jaagt rijken op de kast met belasting op pied-&#224;-terres (FD) (<a href="https://fd.nl/politiek/1607979/new-york-jaagt-rijken-op-de-kast-met-belasting-op-pied-a-terres">hier</a>).</strong> Burgemeester Zohran Mamdani voert een nieuwe belasting in op dure tweede woningen (pied-&#224;-terres) in New York, waarmee hij zijn campagnebelofte inlost om de rijken meer te belasten. De heffing geldt voor woningen boven $5 mln die niet als vaste woonplaats worden gebruikt, met tarieven van 0,8% tot 1,3% van de woningwaarde, en moet in totaal $500 mln opleveren voor de financieel worstelende stad. Zo&#8217;n 17.000 huizenbezitters, waaronder bekende namen als hedgefondsmanager Ken Griffin, hebben al een brief ontvangen. Makelaars zoals Philip Hordijk waarschuwen dat de maatregel potenti&#235;le kopers afschrikt en de stad minder aantrekkelijk maakt, ondanks dat rijke eigenaren al veel belasting betalen. Toch draait de markt voor luxe woningen op Manhattan opvallend goed door, met flink meer verkopen in het hogere segment. Tegenstanders proberen de belasting via de rechter te blokkeren, en ook president Trump &#8211; zelf eigenaar van panden die getroffen kunnen worden &#8211; mengde zich in het debat, al heeft de federale overheid weinig invloed op lokale belastingen. Ondanks de controverse blijft Mamdani na een half jaar in functie zeer populair, met een goedkeuringscijfer van 69%, dankzij zichtbare resultaten zoals een grootschalige aanpak van kapotte wegen, sneeuwruimen en de aanleg van busbanen. <em><strong>Commentaar:</strong></em><strong> </strong><em>ik vond met name de hoeveelheid ruimte die werd gegeven aan een meehuilende makelaar interessant. Ik vraag me af of in een Nederlandse situatie een krant net zo had meegehuild. </em></p><div><hr></div><p>Mocht u mijn werk op prijs stellen en (geldelijke) waardering willen uiten, dan zou u een donatie kunnen doen via <a href="https://www.paypal.com/donate?hosted_button_id=W4N3T44N5TX66">deze link</a>, of via onderstaande qr-code.</p><div class="captioned-image-container"><figure><a class="image-link image2 is-viewable-img" target="_blank" href="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" data-component-name="Image2ToDOM"><div class="image2-inset"><picture><source type="image/webp" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw"><img src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,w_1456,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" width="410" height="410" data-attrs="{&quot;src&quot;:&quot;https://substack-post-media.s3.amazonaws.com/public/images/9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;srcNoWatermark&quot;:null,&quot;fullscreen&quot;:null,&quot;imageSize&quot;:null,&quot;height&quot;:410,&quot;width&quot;:410,&quot;resizeWidth&quot;:null,&quot;bytes&quot;:799,&quot;alt&quot;:&quot;&quot;,&quot;title&quot;:null,&quot;type&quot;:&quot;image/png&quot;,&quot;href&quot;:null,&quot;belowTheFold&quot;:true,&quot;topImage&quot;:false,&quot;internalRedirect&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/i/164785063?img=https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;isProcessing&quot;:false,&quot;align&quot;:null,&quot;offset&quot;:false}" class="sizing-normal" alt="" title="" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw" loading="lazy"></picture><div class="image-link-expand"><div class="pencraft pc-display-flex pc-gap-8 pc-reset"><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container restack-image"><svg aria-hidden="true" width="20" height="20" viewBox="0 0 20 20" fill="none" stroke-width="1.5" stroke="var(--color-fg-primary)" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" xmlns="http://www.w3.org/2000/svg"><g><path d="M2.53001 7.81595C3.49179 4.73911 6.43281 2.5 9.91173 2.5C13.1684 2.5 15.9537 4.46214 17.0852 7.23684L17.6179 8.67647M17.6179 8.67647L18.5002 4.26471M17.6179 8.67647L13.6473 6.91176M17.4995 12.1841C16.5378 15.2609 13.5967 17.5 10.1178 17.5C6.86118 17.5 4.07589 15.5379 2.94432 12.7632L2.41165 11.3235M2.41165 11.3235L1.5293 15.7353M2.41165 11.3235L6.38224 13.0882"></path></g></svg></button><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container view-image"><svg xmlns="http://www.w3.org/2000/svg" width="20" height="20" viewBox="0 0 24 24" fill="none" stroke="currentColor" stroke-width="2" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" class="lucide lucide-maximize2 lucide-maximize-2"><polyline points="15 3 21 3 21 9"></polyline><polyline points="9 21 3 21 3 15"></polyline><line x1="21" x2="14" y1="3" y2="10"></line><line x1="3" x2="10" y1="21" y2="14"></line></svg></button></div></div></div></a></figure></div>]]></content:encoded></item><item><title><![CDATA[Rulings (J04E34)]]></title><description><![CDATA[20 augustus 2026]]></description><link>https://jurisprudentielunch.substack.com/p/rulings-j04e34</link><guid isPermaLink="false">https://jurisprudentielunch.substack.com/p/rulings-j04e34</guid><dc:creator><![CDATA[Maurits]]></dc:creator><pubDate>Thu, 20 Aug 2026 17:21:02 GMT</pubDate><enclosure url="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!hJ_D!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F3fbc0054-d63f-49a6-a01e-abc034e67137_1024x1024.png" length="0" type="image/jpeg"/><content:encoded><![CDATA[<p>Deze week 3 nieuwe advance tax rulings. </p><p class="button-wrapper" data-attrs="{&quot;url&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/subscribe?&quot;,&quot;text&quot;:&quot;Subscribe now&quot;,&quot;action&quot;:null,&quot;class&quot;:null}" data-component-name="ButtonCreateButton"><a class="button primary" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/subscribe"><span>Subscribe now</span></a></p><div><hr></div><h1>Advance tax rulings</h1><h4>#1 | rul-20260818-atr-000001</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting en over de belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y is niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden betaald door X op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 11 juni 2025 tot en met 31 december 2029.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260818-atr-000001/">Lees meer. </a></p><h4>#2 | rul-20260818-atr-000002</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een buitenlandse rechtsvorm naar Nederlandse fiscale maatstaven. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. X wordt voor toepassing van de Nederlandse belastingwet aangemerkt als vergelijkbaar met een fonds voor gemene rekening. X is derhalve voor Nederlandse fiscale maatstaven niet transparant. Dit is vastgelegd in een vaststellingovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260818-atr-000002/">Lees meer. </a></p><h4>#3 | rul-20260818-atr-000003</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting en over de belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y is niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden betaald door X op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 30 april 2026 tot en met 31 december 2030.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260818-atr-000003/">Lees meer. </a></p><div><hr></div><p>Mocht u mijn werk op prijs stellen en (geldelijke) waardering willen uiten, dan zou u een donatie kunnen doen via <a href="https://www.paypal.com/donate?hosted_button_id=W4N3T44N5TX66">deze link</a>, of via onderstaande qr-code.</p><div class="captioned-image-container"><figure><a class="image-link image2 is-viewable-img" target="_blank" href="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" data-component-name="Image2ToDOM"><div class="image2-inset"><picture><source type="image/webp" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw"><img src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,w_1456,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" width="410" height="410" data-attrs="{&quot;src&quot;:&quot;https://substack-post-media.s3.amazonaws.com/public/images/9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;srcNoWatermark&quot;:null,&quot;fullscreen&quot;:null,&quot;imageSize&quot;:null,&quot;height&quot;:410,&quot;width&quot;:410,&quot;resizeWidth&quot;:null,&quot;bytes&quot;:799,&quot;alt&quot;:&quot;&quot;,&quot;title&quot;:&quot;&quot;,&quot;type&quot;:&quot;image/png&quot;,&quot;href&quot;:null,&quot;belowTheFold&quot;:true,&quot;topImage&quot;:false,&quot;internalRedirect&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/i/164785063?img=https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;isProcessing&quot;:false,&quot;align&quot;:null,&quot;offset&quot;:false}" class="sizing-normal" alt="" title="" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw" loading="lazy"></picture><div class="image-link-expand"><div class="pencraft pc-display-flex pc-gap-8 pc-reset"><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container restack-image"><svg aria-hidden="true" width="20" height="20" viewBox="0 0 20 20" fill="none" stroke-width="1.5" stroke="var(--color-fg-primary)" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" xmlns="http://www.w3.org/2000/svg"><g><path d="M2.53001 7.81595C3.49179 4.73911 6.43281 2.5 9.91173 2.5C13.1684 2.5 15.9537 4.46214 17.0852 7.23684L17.6179 8.67647M17.6179 8.67647L18.5002 4.26471M17.6179 8.67647L13.6473 6.91176M17.4995 12.1841C16.5378 15.2609 13.5967 17.5 10.1178 17.5C6.86118 17.5 4.07589 15.5379 2.94432 12.7632L2.41165 11.3235M2.41165 11.3235L1.5293 15.7353M2.41165 11.3235L6.38224 13.0882"></path></g></svg></button><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container view-image"><svg xmlns="http://www.w3.org/2000/svg" width="20" height="20" viewBox="0 0 24 24" fill="none" stroke="currentColor" stroke-width="2" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" class="lucide lucide-maximize2 lucide-maximize-2"><polyline points="15 3 21 3 21 9"></polyline><polyline points="9 21 3 21 3 15"></polyline><line x1="21" x2="14" y1="3" y2="10"></line><line x1="3" x2="10" y1="21" y2="14"></line></svg></button></div></div></div></a></figure></div><div><hr></div><p class="button-wrapper" data-attrs="{&quot;url&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/subscribe?&quot;,&quot;text&quot;:&quot;Subscribe now&quot;,&quot;action&quot;:null,&quot;class&quot;:null}" data-component-name="ButtonCreateButton"><a class="button primary" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/subscribe"><span>Subscribe now</span></a></p>]]></content:encoded></item><item><title><![CDATA[Kennisgroepstandpunten (J04E34)]]></title><description><![CDATA[18 augustus 2026]]></description><link>https://jurisprudentielunch.substack.com/p/kennisgroepstandpunten-j04e34</link><guid isPermaLink="false">https://jurisprudentielunch.substack.com/p/kennisgroepstandpunten-j04e34</guid><dc:creator><![CDATA[Maurits]]></dc:creator><pubDate>Tue, 18 Aug 2026 18:55:14 GMT</pubDate><enclosure url="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!hJ_D!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F3fbc0054-d63f-49a6-a01e-abc034e67137_1024x1024.png" length="0" type="image/jpeg"/><content:encoded><![CDATA[<p>Deze week drie kennisgroepstandpunten. Kennisgroepstandpunt #1 lijkt mij een open deur, maar de toelichting is interessant, met name omdat men - naar mijn mening - erg veel woorden nodig hebben om dit duidelijk te maken. Operational lease en financial lease zijn geen &#8216;fiscale begrippen&#8217; (ookal is het nu opgenomen als besmette activiteit onder artikel 13ab lid 1 onderdeel d, en is het geduid in het kader van artikel 15b Vpb), en uit de beschouwing wordt mij niet duidelijk waar nu precies de lijn wordt getrokken. Het lijkt er wel op dat een financial lease nu als financiering wordt geduid, al wordt dat volgens mij niet expliciet gezegd. Ik denk dat nu wel de kernvraag is wat nu fiscaal bij een lease als financiering wordt geduid. </p><p>Kennisgroepstandpunt #3 gaat over een splitsing van een holding (aanmerkelijk belang) waarbij in het kader van een splitsing een vordering-schuld verhouding wordt gecreeerd. De kennisgroep stelt dat hier sprake is van een verarming en daarmee een uitdeling vanuit de afgesplitste entiteit en een (gelijktijdelijke) verrijking van/kapitaalstorting in de entiteit van waaruit de activiteiten zijn afgesplitst. Ik vind de redenering weinig overtuigend. </p><p class="button-wrapper" data-attrs="{&quot;url&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/subscribe?&quot;,&quot;text&quot;:&quot;Subscribe now&quot;,&quot;action&quot;:null,&quot;class&quot;:null}" data-component-name="ButtonCreateButton"><a class="button primary" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/subscribe"><span>Subscribe now</span></a></p><div><hr></div><h1>Bijzondere winstbepalingen Vpb</h1><h4>#1 | KG:011:2026:5 Operational lease en de houdsterverliesregeling</h4><p><strong>Aanleiding:</strong> X BV beschikt over verrekenbare verliezen uit de boekjaren 2014 tot en met 2018. Deze verliezen kwalificeren als houdster- en financieringsverliezen in de zin van artikel 20, vierde lid, van de Wet op de Vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb 1969) zoals dat artikel luidde op 31 december 2018. Sinds 2021 verricht X BV uitsluitend operational leaseactiviteiten voor verbonden vennootschappen.</p><p><strong>Vraag: </strong>Kwalificeren operational leaseactiviteiten als financieren in de zin van artikel 20, vierde lid, Wet Vpb 1969 (oud)? </p><p><strong>Antwoord: </strong>Nee. Taalkundig ziet financieren op het verschaffen of verkrijgen van geldmiddelen, terwijl operational lease het in gebruik geven van een actief betreft. Systematiek, wetshistorie en doel en strekking van artikel 20, vierde lid, Wet Vpb 1969 (oud) bieden geen grond om van deze beperkte uitleg van het begrip financieren af te wijken voor de toepassing van artikel 20, vierde lid, Wet Vpb 1969 (oud).</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg01120265-operational-lease-en-de-houdsterverliesregeling/">Lees het kennisgroepstandpunt.</a></p><h4>#2 | KG:011:2026:6 Toepassing artikel 2, tweede lid, van de Regeling functionele valuta bij ontvoeging uit fiscale eenheid</h4><p><strong>Aanleiding:</strong> Met ingang van 15 januari 2025 wordt dochtermaatschappij Y BV ontvoegd uit de fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting X BV. Y BV is vanaf het ontvoegingstijdstip zelfstandig belastingplichtig. Op 16 maart 2025 verzoekt Y BV om het belastbare bedrag met ingangsdatum 15 januari 2025 (dus direct vanaf de ontvoeging) te berekenen in een andere geldeenheid dan de euro (Regeling functionele valuta). Het verzoek is gedaan na het ontvoegingstijdstip en daarmee na de gewenste ingangsdatum. Het boekjaar van zowel X BV als Y BV is gelijk aan het kalenderjaar.</p><p><strong>Vraag:</strong> Is het verzoek van Y BV om het belastbare bedrag met ingang van het ontvoegingstijdstip in een andere geldeenheid dan de euro te berekenen tijdig gedaan?</p><p><strong>Antwoord:</strong> Nee, het verzoek is niet tijdig gedaan.</p><p>Bij inwilliging van het verzoek geldt de Regeling functionele valuta met ingang van het jaar volgend op het jaar waarin het verzoek is gedaan (artikel 2, tweede lid, van de Regeling functionele valuta (hierna: Rfv)). Y BV heeft het verzoek gedaan na het ontvoegingstijdstip. Daarmee is het niet voorafgaand aan, maar gedaan in het jaar waarin Y BV het belastbaar bedrag voor het eerst in een andere geldeenheid wil berekenen. Op grond van artikel 2, tweede lid, tweede volzin, Rfv geldt een uitzondering voor verzoeken gedaan in het jaar waarin de belastingplicht een aanvang neemt. Het eerste jaar na ontvoeging geldt echter niet als het jaar waarin de belastingplicht van de dochtermaatschappij een aanvang neemt.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg01120266-toepassing-artikel-2-tweede-lid-van-de-regeling-functionele-valuta-bij-ontvoeging-uit-fiscale-eenheid/">Lees het kennisgroepstandpunt. </a></p><div><hr></div><h1>Aanmerkelijk belang</h1><h4>#3 | KG:003:2026:8 Schuldcreatie bij afsplitsing</h4><p><strong>Aanleiding:</strong> Vader is enig aandeelhouder en bestuurder van Holding BV. Holding BV bezit alle aandelen in Werk BV. Vader wenst zijn indirecte belang in Werk BV over te dragen aan een van zijn kinderen, Y.</p><p>Door middel van een juridische afsplitsing wordt Werk BV afgesplitst naar de op het tijdstip van afsplitsing nieuw opgerichte vennootschap, Kind BV. Vader wordt enig aandeelhouder en bestuurder van Kind BV. Vervolgens zal vader zijn aandelen in Kind BV schenken aan Y.</p><p>Naast deze schenking zal vader zijn andere kind, Z, een ander goed schenken. De waarde van het te schenken goed is lager dan de waarde van de te schenken aandelen. Om de waarden gelijk te trekken wordt bij de afsplitsing een schuldvordering tussen Holding BV en Kind BV gecre&#235;erd. </p><p>In het splitsingsvoorstel en in de inbrengbeschrijving (bestaande uit de balansen voor en na de splitsing) wordt hiertoe een vordering opgenomen van Holding BV op Kind BV. Door het cre&#235;ren van deze schuldvordering ligt de waarde van de schenking van de aandelen in Kind BV in lijn met de waarde van het te schenken goed.</p><p><strong>Vraag: </strong>Leidt het bij een afsplitsing cre&#235;ren van een schuldvordering, zonder dat daar een tegenprestatie tegenover staat, tot een regulier voordeel in de zin van artikel 4.12 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001)?</p><p><strong>Antwoord: </strong>Ja, dit leidt tot een regulier voordeel in de zin van artikel 4.12 Wet IB 2001.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg00320268-schuldcreatie-bij-afsplitsing/">Lees het kennisgroepstandpunt. </a><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg211202632-mogelijkheid-van-vrijwillige-aanvullende-inleg-van-deelnemer-werknemer-in-buitenlandse-pensioenregeling-vormt-voor-buitenlands-pensioenlichaam-geen-verhindering-voor-toepassing-pensio/"> </a></p><div><hr></div><p>Mocht u mijn werk op prijs stellen en (geldelijke) waardering willen uiten, dan zou u een donatie kunnen doen via <a href="https://www.paypal.com/donate?hosted_button_id=W4N3T44N5TX66">deze link</a>, of via onderstaande qr-code.</p><div class="captioned-image-container"><figure><a class="image-link image2 is-viewable-img" target="_blank" href="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" data-component-name="Image2ToDOM"><div class="image2-inset"><picture><source type="image/webp" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw"><img src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,w_1456,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" width="410" height="410" data-attrs="{&quot;src&quot;:&quot;https://substack-post-media.s3.amazonaws.com/public/images/9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;srcNoWatermark&quot;:null,&quot;fullscreen&quot;:null,&quot;imageSize&quot;:null,&quot;height&quot;:410,&quot;width&quot;:410,&quot;resizeWidth&quot;:null,&quot;bytes&quot;:799,&quot;alt&quot;:&quot;&quot;,&quot;title&quot;:&quot;&quot;,&quot;type&quot;:&quot;image/png&quot;,&quot;href&quot;:null,&quot;belowTheFold&quot;:true,&quot;topImage&quot;:false,&quot;internalRedirect&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/i/164785063?img=https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;isProcessing&quot;:false,&quot;align&quot;:null,&quot;offset&quot;:false}" class="sizing-normal" alt="" title="" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw" loading="lazy"></picture><div class="image-link-expand"><div class="pencraft pc-display-flex pc-gap-8 pc-reset"><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container restack-image"><svg aria-hidden="true" width="20" height="20" viewBox="0 0 20 20" fill="none" stroke-width="1.5" stroke="var(--color-fg-primary)" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" xmlns="http://www.w3.org/2000/svg"><g><path d="M2.53001 7.81595C3.49179 4.73911 6.43281 2.5 9.91173 2.5C13.1684 2.5 15.9537 4.46214 17.0852 7.23684L17.6179 8.67647M17.6179 8.67647L18.5002 4.26471M17.6179 8.67647L13.6473 6.91176M17.4995 12.1841C16.5378 15.2609 13.5967 17.5 10.1178 17.5C6.86118 17.5 4.07589 15.5379 2.94432 12.7632L2.41165 11.3235M2.41165 11.3235L1.5293 15.7353M2.41165 11.3235L6.38224 13.0882"></path></g></svg></button><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container view-image"><svg xmlns="http://www.w3.org/2000/svg" width="20" height="20" viewBox="0 0 24 24" fill="none" stroke="currentColor" stroke-width="2" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" class="lucide lucide-maximize2 lucide-maximize-2"><polyline points="15 3 21 3 21 9"></polyline><polyline points="9 21 3 21 3 15"></polyline><line x1="21" x2="14" y1="3" y2="10"></line><line x1="3" x2="10" y1="21" y2="14"></line></svg></button></div></div></div></a></figure></div>]]></content:encoded></item><item><title><![CDATA[De Jurisprudentielunch (J02E33)]]></title><description><![CDATA[16 augustus 2026]]></description><link>https://jurisprudentielunch.substack.com/p/de-jurisprudentielunch-j02e33</link><guid isPermaLink="false">https://jurisprudentielunch.substack.com/p/de-jurisprudentielunch-j02e33</guid><dc:creator><![CDATA[Maurits]]></dc:creator><pubDate>Sun, 16 Aug 2026 13:03:20 GMT</pubDate><enclosure url="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!xpoM!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F7014c6ba-320f-48cd-9fa6-bbd9965ca072_491x825.png" length="0" type="image/jpeg"/><content:encoded><![CDATA[<p>Deze week weinig interessante onderwerpen voor de inleiding. Dan maar iets anders. Enige tijd terug luisterde ik naar de Trumponomics podcast over het belasten van grote vermogens in de Verenigde Staten (zie hieronder). </p><iframe class="spotify-wrap podcast" data-attrs="{&quot;image&quot;:&quot;https://i.scdn.co/image/ab6765630000ba8aa3c32414853120c3b7a73154&quot;,&quot;title&quot;:&quot;Weekend Listen: Can the US Actually Tax Billionaires?&quot;,&quot;subtitle&quot;:&quot;Bloomberg and iHeartPodcasts&quot;,&quot;description&quot;:&quot;Episode&quot;,&quot;url&quot;:&quot;https://open.spotify.com/episode/06Om3NfQGrHczfVhcrvXIY&quot;,&quot;belowTheFold&quot;:false,&quot;noScroll&quot;:false}" src="https://open.spotify.com/embed/episode/06Om3NfQGrHczfVhcrvXIY" frameborder="0" gesture="media" allowfullscreen="true" allow="encrypted-media" data-component-name="Spotify2ToDOM"></iframe><p>Zonder dat de link werd gelegd met de Nederlandse vermogensaanswas belasting is er enige tijd besteed aan vormen van een vermogensaanwasbelasting. Kennelijk, voor zover geprobeerd, nooit een lang leven beschoren. Een argument voor de vermogensaanwasbelasting - en naar mijn inschatting een zinnig argument - is dat in een dergelijk geval belastingheffing geen beperking zou zijn op desinvesteren en herinvesteren in een betere belegging/investering. Een logisch te volgen redenering die ik eigenlijk in het VAB-debat weinig heb gehoord. </p><p>Een andere interesting read: <em>China&#8217;s emboldened taxman is just getting started</em> (<a href="https://www.breakingviews.com/columns/considered-view/chinas-emboldened-taxman-is-just-getting-started-2026-08-14/">hier</a>). Lezers die mij een beetje kennen weten dat ik een bijzondere interesse in China heb, en als dat samenkomt met mijn andere grote hobby (belastingen dus&#8230;), dan heb je mijn interesse. ChatGPT:</p><blockquote><p>China scherpt het fiscale net rond vermogende burgers en hun buitenlandse vermogensstructuren fors aan. Beijing voert een heffing van 20% in op activa die sinds 2023 in offshore trusts zijn ondergebracht en op de daaruit voortvloeiende inkomsten, en richt zich daarmee op structuren die Chinese rijken jarenlang gebruikten om vermogen via Hongkong, Singapore of Zwitserland buiten bereik van de Chinese fiscus te houden. Door strengere woonplaatsregels, CRS-informatie-uitwisseling en AI-gestuurde data-analyse kan de Chinese belastingdienst ook buitenlandse trusts, beleggingsverzekeringen, crypto en vastgoed beter opsporen en belasten. De maatregel past in een bredere poging om kapitaalvlucht tegen te gaan en de belastingopbrengsten te verhogen, maar brengt ook een risico mee: zeer vermogende Chinezen kunnen niet alleen hun vermogen, maar ook zichzelf verder uit China verplaatsen.</p></blockquote><p>Ook interessant. China heeft geen erfbelasting, maar ook in China gaat op korte termijn een gigantische generationele overdracht van vermogen plaatsvinden. Toch maar een erfbelasting? </p><iframe class="spotify-wrap podcast" data-attrs="{&quot;image&quot;:&quot;https://i.scdn.co/image/ab6765630000ba8adafdadc3de04733437511333&quot;,&quot;title&quot;:&quot;China&#8217;s new inheritocracy&quot;,&quot;subtitle&quot;:&quot;The Economist&quot;,&quot;description&quot;:&quot;Episode&quot;,&quot;url&quot;:&quot;https://open.spotify.com/episode/5K2mPPElg3QWUXKe80R0ih&quot;,&quot;belowTheFold&quot;:false,&quot;noScroll&quot;:false}" src="https://open.spotify.com/embed/episode/5K2mPPElg3QWUXKe80R0ih" frameborder="0" gesture="media" allowfullscreen="true" allow="encrypted-media" data-component-name="Spotify2ToDOM"></iframe><p>Ook interessant, Baker McKenzie's 2026 Global Disputes Forecast:</p><div class="captioned-image-container"><figure><a class="image-link image2 is-viewable-img" target="_blank" href="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!xpoM!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F7014c6ba-320f-48cd-9fa6-bbd9965ca072_491x825.png" data-component-name="Image2ToDOM"><div class="image2-inset"><picture><source type="image/webp" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!xpoM!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F7014c6ba-320f-48cd-9fa6-bbd9965ca072_491x825.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!xpoM!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F7014c6ba-320f-48cd-9fa6-bbd9965ca072_491x825.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!xpoM!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F7014c6ba-320f-48cd-9fa6-bbd9965ca072_491x825.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!xpoM!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F7014c6ba-320f-48cd-9fa6-bbd9965ca072_491x825.png 1456w" sizes="100vw"><img src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!xpoM!,w_1456,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F7014c6ba-320f-48cd-9fa6-bbd9965ca072_491x825.png" width="491" height="825" data-attrs="{&quot;src&quot;:&quot;https://substack-post-media.s3.amazonaws.com/public/images/7014c6ba-320f-48cd-9fa6-bbd9965ca072_491x825.png&quot;,&quot;srcNoWatermark&quot;:null,&quot;fullscreen&quot;:null,&quot;imageSize&quot;:null,&quot;height&quot;:825,&quot;width&quot;:491,&quot;resizeWidth&quot;:null,&quot;bytes&quot;:169588,&quot;alt&quot;:null,&quot;title&quot;:null,&quot;type&quot;:&quot;image/png&quot;,&quot;href&quot;:null,&quot;belowTheFold&quot;:false,&quot;topImage&quot;:true,&quot;internalRedirect&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/i/211271353?img=https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F7014c6ba-320f-48cd-9fa6-bbd9965ca072_491x825.png&quot;,&quot;isProcessing&quot;:false,&quot;align&quot;:null,&quot;offset&quot;:false}" class="sizing-normal" alt="" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!xpoM!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F7014c6ba-320f-48cd-9fa6-bbd9965ca072_491x825.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!xpoM!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F7014c6ba-320f-48cd-9fa6-bbd9965ca072_491x825.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!xpoM!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F7014c6ba-320f-48cd-9fa6-bbd9965ca072_491x825.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!xpoM!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F7014c6ba-320f-48cd-9fa6-bbd9965ca072_491x825.png 1456w" sizes="100vw" fetchpriority="high"></picture><div class="image-link-expand"><div class="pencraft pc-display-flex pc-gap-8 pc-reset"><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container restack-image"><svg aria-hidden="true" width="20" height="20" viewBox="0 0 20 20" fill="none" stroke-width="1.5" stroke="var(--color-fg-primary)" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" xmlns="http://www.w3.org/2000/svg"><g><path d="M2.53001 7.81595C3.49179 4.73911 6.43281 2.5 9.91173 2.5C13.1684 2.5 15.9537 4.46214 17.0852 7.23684L17.6179 8.67647M17.6179 8.67647L18.5002 4.26471M17.6179 8.67647L13.6473 6.91176M17.4995 12.1841C16.5378 15.2609 13.5967 17.5 10.1178 17.5C6.86118 17.5 4.07589 15.5379 2.94432 12.7632L2.41165 11.3235M2.41165 11.3235L1.5293 15.7353M2.41165 11.3235L6.38224 13.0882"></path></g></svg></button><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container view-image"><svg xmlns="http://www.w3.org/2000/svg" width="20" height="20" viewBox="0 0 24 24" fill="none" stroke="currentColor" stroke-width="2" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" class="lucide lucide-maximize2 lucide-maximize-2"><polyline points="15 3 21 3 21 9"></polyline><polyline points="9 21 3 21 3 15"></polyline><line x1="21" x2="14" y1="3" y2="10"></line><line x1="3" x2="10" y1="21" y2="14"></line></svg></button></div></div></div></a></figure></div><div class="file-embed-wrapper" data-component-name="FileToDOM"><div class="file-embed-container-reader"><div class="file-embed-container-top"><image class="file-embed-thumbnail-default" src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!0Cy0!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack.com%2Fimg%2Fattachment_icon.svg"></image><div class="file-embed-details"><div class="file-embed-details-h1">2026 Global Disputes Survey</div><div class="file-embed-details-h2">20.9MB &#8729; PDF file</div></div><a class="file-embed-button wide" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/api/v1/file/7a0db7c7-d646-4cc5-afd4-e945dccfa501.pdf"><span class="file-embed-button-text">Download</span></a></div><div class="file-embed-description">Baker McKenzie</div><a class="file-embed-button narrow" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/api/v1/file/7a0db7c7-d646-4cc5-afd4-e945dccfa501.pdf"><span class="file-embed-button-text">Download</span></a></div></div><p>Goede zondag gewenst!</p><p class="button-wrapper" data-attrs="{&quot;url&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/subscribe?&quot;,&quot;text&quot;:&quot;Subscribe now&quot;,&quot;action&quot;:null,&quot;class&quot;:null}" data-component-name="ButtonCreateButton"><a class="button primary" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/subscribe"><span>Subscribe now</span></a></p><div><hr></div><h1>Korte aantekeningen </h1><p><strong>BEPS Action 5: harmful tax competition What is &#8220;substance&#8221;? (Kluwer International Tax Blog), J.S. Schwarz (<a href="https://legalblogs.wolterskluwer.com/international-tax-law-blog/beps-action-5-harmful-tax-competition-what-is-substance/">hier</a>). </strong>De uitspraak in Alteo Energy Ltd v Director-General, Mauritius Revenue Authority voor het eerst richting geeft aan de betekenis van &#8220;substance&#8221; en &#8220;core income generating activities&#8221; onder BEPS Action 5 bij preferenti&#235;le belastingregimes. De Privy Council oordeelt dat niet moet worden gekeken naar de algemene kernactiviteiten van de vennootschap, maar naar de activiteiten die het specifieke inkomen genereren waarvoor de belastingvrijstelling wordt gevraagd; bij Alteo ging het om rente-inkomsten uit leningen die slechts een zeer klein nevenproduct waren van haar elektriciteitsbedrijf en voorkwamen uit het elektriciteitsbedrijf. Omdat alle relevante bedrijfsactiviteiten, werknemers en uitgaven in Mauritius lagen, voldeed Alteo aan de substance-eisen en kon de rentevrijstelling niet worden geweigerd op basis van een te letterlijke uitleg door de Mauritiaanse fiscus. De bredere betekenis is dat BEPS Action 5 niet mechanisch moet worden toegepast, maar doelgericht: het gaat om een re&#235;le band tussen het preferent belaste inkomen en substanti&#235;le activiteiten in de betrokken jurisdictie, terwijl de uitspraak openlaat hoe moet worden omgegaan met gevallen waarin het preferente inkomen geen bijkomstig nevenproduct maar een zelfstandige activiteit vormt.</p><p><strong>De merkwaardige verhouding tussen het erfrecht en de erfbelasting (FTV 2026/21), R.E. Brinkman (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1188287">hier</a>).</strong> De huidige verhouding tussen erfrecht en erfbelasting wringt omdat erfbelasting civielrechtelijk wel als schuld van de nalatenschap geldt, maar fiscaal en procedureel vaak wordt behandeld als een persoonlijke schuld van de erfgenaam. Brinkman betoogt dat erfbelasting naar haar rechtsgrond pas zou moeten drukken op de netto draagkrachtvermeerdering van de erfgenamen, dus nadat de overige nalatenschapsschulden en afwikkelingskosten zijn voldaan; problematisch wordt het als de nalatenschap tijdens de afwikkeling tekortschiet, terwijl de erfbelasting hoogpreferent is en daardoor andere schuldeisers kan verdringen. Tegen die achtergrond vindt hij het te absoluut dat executeur of vereffenaar geen rechtsmiddelen tegen een aanslag erfbelasting zou kunnen instellen: bij een positieve nalatenschap kan dat oordeel begrijpelijk zijn, maar bij een tekort of mogelijk tekort spelen juist de belangen van nalatenschapsschuldeisers en zou de executeur of vereffenaar de aanslag moeten kunnen bestrijden, al dan niet naast of in afstemming met de erfgenamen.</p><p><strong>Schenken van aandelen aan een werknemer (FTV 2026/20), R.B.N. Ovost (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1188283">hier</a>). </strong>Een dga kan in beginsel aandelen aan een werknemer schenken zonder dat die verkrijging als loon wordt belast, mits de schenking niet door de werkgever wordt verstrekt, de werkgever zich niet bewust als verstrekker van het voordeel gedraagt en de schenking niet zozeer haar grond vindt in de dienstbetrekking dat zij daaruit moet worden geacht te zijn genoten. In de besproken uitspraak van Rechtbank Noord-Nederland stond de Inspecteur volgens de auteur zwak: de aandelen werden geschonken door de aandeelhouder, niet door de holding als werkgever, er was geen vergoeding door de werkgever aan de aandeelhouder, het bewustheids- en verstrekkingsvereiste ontbraken en ook het beroep op loon van derden was kansloos. Daardoor resteerden vooral schenkbelasting bij de werknemer en box 2-heffing bij de dga wegens vervreemding van het aanmerkelijk belang, waarbij de doorgeefverplichting mogelijk waardedrukkend werkt. De auteur wijst ten slotte op steward-ownership of een rentmeestervennootschap als mogelijk beter alternatief wanneer het echte doel is de onderneming, haar missie en continu&#239;teit te beschermen in plaats van een individuele opvolger priv&#233;-aandelen te schenken.</p><p><strong>Kansspelbelasting is geen verboden heffing (1) (NLF 2026/1475), noot van B. Jongmans (<a href="https://www.nlfiscaal.nl/nlfiscaal-doc/778351B00A2248F3A2B8482AE10E9701">hier</a>).</strong> Het Hof Den Haag oordeelt volgens de auteur terecht dat de kansspelbelasting voor exploitanten van speelautomatenhallen niet leidt tot verboden discriminatie en ook geen verboden omzetbelasting vormt. Het beroep op ongelijke behandeling met kermis- en arcade-automaten faalt, omdat geen sprake is van gelijke gevallen: het wezenlijke verschil is dat bij speelautomaten in hallen geldprijzen kunnen worden gewonnen, terwijl dat bij kermis- en arcade-automaten anders ligt. Ook het beroep op art. 401 Btw-richtlijn slaagt niet, omdat de kansspelbelasting niet alle wezenlijke kenmerken van btw heeft, ook al roept de heffing vragen op doordat zij wordt berekend over inzetten minus prijzen en de wetgever ervan uitging dat de last via lagere winkansen op spelers kan worden afgewenteld. De auteur wijst op een spanning in de argumentatie van beide partijen: de Inspecteur benadrukt afwenteling, wat de heffing meer btw-achtig doet lijken, terwijl belanghebbende juist stelt dat afwenteling niet mogelijk is, wat helpt bij art. 1 EP maar het btw-argument ondergraaft. Per saldo blijft de kansspelbelasting dus overeind.</p><p><strong>Aanvullende buitenlandse vermogensinformatie terecht via kort geding afgedwongen (NLF 2026/1524), noot van W.E. Nent (<a href="https://www.nlfiscaal.nl/nlfiscaal-doc/668673FFB28A4A5B90C16DFFFB979058">hier</a>). </strong>De auteur heeft principieel moeite met het gebruik van de civiele kortgedingroute naast de bestuurlijke informatiebeschikking bij informatieverzoeken van de Belastingdienst, omdat die civiele route gemakkelijk als pressiemiddel kan werken en belastingplichtigen onder dreiging van hoge dwangsommen kan dwingen informatie te verstrekken terwijl nog discussie bestaat over de reikwijdte van art. 47 AWR. Tegelijk begrijpt de auteur in deze concrete zaak waarom de Belastingdienst naar de civiele rechter stapte: de rechtbank achtte overtuigend onderbouwd dat de belastingplichtigen niet alle relevante informatie hadden verstrekt en onvoldoende moeite hadden gedaan om ontbrekende gegevens uit het buitenland te verkrijgen. Positief is dat de Belastingdienst hier w&#233;l een informatiebeschikking had afgegeven, omdat die beschikking juist rechtsbescherming moet bieden tegen de ruime informatiebevoegdheden van de fiscus; zorgelijk blijft echter dat belastingplichtigen ondanks die route alsnog worden geconfronteerd met een civiel vonnis, vervolgvragen en een dwangsom van &#8364;2.500 per dag tot maximaal &#8364;500.000.</p><p><strong>CPB: brede steun voor progressieve erfbelasting (NLF 2026/1338), noot van W.R. Kooiman (<a href="https://www.nlfiscaal.nl/nlfiscaal-doc/CFF6E75798CC4AEBAD196AD6CC90A81A">hier</a>). </strong>Het CPB-rapport laat volgens de auteur vooral zien dat de schenkbelasting veel belangrijker is dan haar bescheiden publieke en politieke aandacht doet vermoeden: via schenkingen wordt waarschijnlijk meer onbelast vermogen overgedragen dan via erfenissen, schenkingen komen vaker terecht bij relatief jonge ontvangers en versterken vermogensongelijkheid sterker omdat ontvangers vaak al vermogend zijn. Juist daarom is het volgens de auteur problematisch dat het CPB de beleidsmatige analyse vrijwel geheel toespitst op erfbelasting en geen enqu&#234;tevragen over schenkbelasting heeft gesteld, terwijl de principi&#235;le discussie over schenkbelasting sinds 1917 nauwelijks opnieuw is gevoerd. De auteur betwijfelt of er anno 2026 nog een goede reden bestaat om schenkingen lichter te belasten dan erfenissen, zeker nu beide vanuit draagkracht bezien vergelijkbaar zijn met inkomen bij de verkrijger. Ook wijst hij erop dat het lage tarief in de rechte lijn, maximaal 20%, eigenlijk een privilege vormt voor wie vermogen verkrijgt uit afkomst in plaats van arbeid; de verdeling tussen belasting op kapitaal, arbeid en consumptie is volgens hem daarom primair een rechtvaardigheidsvraag en niet slechts een kwestie van economische effici&#235;ntie.</p><p><strong>Standpunt over beoordeling laagbelastheid vrije beleggingen: CFC-heffing telt niet mee (NLF 2026/1467), noot van C.L. van Lindonk (<a href="https://www.nlfiscaal.nl/nlfiscaal-doc/F6211B5972A84C63ABCF93735EECC9D1">hier</a>).</strong> De auteur is kritisch op het kennisgroepstandpunt dat een Nederlandse CFC-heffing op grond van art. 13ab Wet Vpb 1969 niet kan meewegen bij de vraag of een beleggingsdeelneming voldoet aan de bezittingentoets van art. 13 lid 11 onderdeel b en lid 13 Wet Vpb 1969. Volgens de kennisgroep blijven de bezittingen van het gecontroleerde lichaam laagbelast, ook als de voordelen via de CFC-regeling bij de Nederlandse belastingplichtige worden belast, maar de auteur vindt die redenering onvoldoende overtuigend. De tekst en wetsgeschiedenis sluiten volgens haar niet uit dat heffing op een ander niveau relevant kan zijn, zeker omdat bij de bezittingentoets ook bezittingen van kleindochters op een toerekeningsbalans worden meegenomen. Ook de strekking van de beleggingsdeelnemingsregeling en de CFC-regeling wijst volgens haar niet noodzakelijk op cumulatie: beide regelingen beogen juist te voorkomen dat mobiel kapitaal in laagbelastende jurisdicties onbelast blijft. Alleen de wetsgeschiedenis bij de Wet minimumbelasting 2024 biedt volgens de auteur enige steun voor het standpunt van de kennisgroep, maar per saldo acht zij de motivering mager en blijft verdedigbaar dat CFC-heffing wel degelijk relevant kan zijn voor de onderworpenheid van de bezitting.</p><p><strong>Beleidsbesluit hybridemismatches 2026 (NLF 2026/1498), noot van Horzenius (<a href="https://www.nlfiscaal.nl/nlfiscaal-doc/2CC25E968F864FD48B1E43155E6ADCEA">hier</a>).</strong> Het Beleidsbesluit hybridemismatches 2026 is vooral een beperkte, praktijkgerichte actualisering van het besluit uit 2022 en omvat geen fundamentele koerswijziging. De belangrijkste nieuwe punten zijn dat het Amerikaanse GILTI- en NCTI-regime voor ATAD2-doeleinden niet als &#8220;betrekking in de heffing&#8221; geldt, maar dat daartegenover ook geen dubbele aftrek wordt aangenomen voor kosten die zowel in Nederland als bij de Amerikaanse aandeelhouder doorwerken; dat bij geactiveerde bedrijfsmiddelen, inventaris en voorraad dubbele aftrek kan ontstaan bij afschrijving, afwaardering of verlies; dat het Mexicaanse Maquiladora-regime kan leiden tot een buiten beschouwing blijvende vaste inrichting; en dat een aftrekbaar stakingsverlies juist uitsluit dat sprake is van dubbele aftrek. Voor de praktijk is vooral relevant dat het besluit de goedkeuring voor dubbel in aanmerking genomen inkomen in cost-plussituaties verruimt naar bepaalde indirecte gevallen, na afstemming met de Europese Commissie; daarmee biedt het besluit nuttige verlichting, al blijven interessante vragen, zoals de mogelijke samenloop van liquidatieverlies en dubbele aftrek, onbeantwoord.</p><p><strong>Vestigingsplaatsonderzoeken Belastingdienst: transparantie dringend gewenst! (NLF Opinie 2026/28), M. van Dun (<a href="https://www.nlfiscaal.nl/nlfiscaal-doc/9F8475649C82460AAA3DFC76792D90D7">hier</a>). </strong>De Belastingdienst biedt inmiddels, mede door politiek en Wob/Woo-verzoeken, meer transparantie over fiscale woonplaatsonderzoeken, maar dat vergelijkbare openheid dringend nodig is voor vestigingsplaatsonderzoeken bij lichamen. Van Dun laat zien dat de fiscale vestigingsplaats van vennootschappen vooral draait om de vraag waar de werkelijke leiding wordt uitgeoefend en dat de bewijslast daarvoor in beginsel bij de Inspecteur ligt; juist daarom zijn vestigingsplaatsonderzoeken cruciaal, bijvoorbeeld bij 3LPC-constructies met Malta, Luxemburg en Zwitserland waarbij Nederland vennootschapsbelasting, dividendbelasting en inkomstenbelasting veilig wil stellen. Volgens de auteur moet duidelijker worden welke kaders, waarborgen, instructies, centrale gegevens en eventueel expertisecentrum de Belastingdienst gebruikt bij zulke onderzoeken, zodat ook bij vestigingsplaatskwesties uniformiteit, proportionaliteit, rechtmatigheid en fair play beter controleerbaar worden.</p><p><strong>Europees burgerschap en personele marktvrijheden: one size fits all? (NLF-W 2026/28), E.W. Ros (<a href="https://www.nlfiscaal.nl/nlfiscaal-doc/614E409D5BA142A38CD712A0D251130F">hier</a>). </strong>Het vrije verkeer van personen in het EU-recht is niet opgegaan in &#233;&#233;n uniforme mobiliteitsvrijheid, maar wordt gedragen door twee met elkaar vervlochten grondslagen: de klassieke personele marktvrijheden, die voortkomen uit de interne markt en economische activiteit, en het EU-burgerschap, dat EU-burgers een zelfstandige statusgerichte basis geeft voor reizen en verblijf. Ros betoogt dat de rechtspraak van het HvJ weliswaar laat zien dat beide regimes naar elkaar toe bewegen, doordat EU-burgerschap zelfstandige mobiliteitsrechten oplevert en de marktvrijheden minder strikt economisch worden uitgelegd, maar dat dit geen volledige convergentie is. Beter is te spreken van normatieve vervlechting: afhankelijk van de context moet duidelijk blijven of het HvJ mobiliteit beschermt vanuit marktintegratie, vanuit de fundamentele status van EU-burgers, of vanuit beide. Fiscaal blijkt dat vooral uit de Schumacker-jurisprudentie, waarin de persoonlijke draagkracht van een mobiele belastingplichtige &#8220;altijd ergens&#8221; binnen de EU tot uitdrukking moet kunnen komen; dat lijkt op een burgerschapsachtige correctie binnen een nog steeds marktgericht kader, maar het HvJ heeft die verschuiving nog niet expliciet zo benoemd.</p><p><strong>Het Omnibus-voorstel: de earningsstrippingregeling (WFR 2026/208), Q.W.J.C.H. Kok en M. Ma&#226;toug (<a href="https://www.inview.nl/document/ida536d522cba74c1ea0e8f2f339b13a84?ctx=WKNL_CSL_183">hier</a>).</strong> Het Omnibus-voorstel zou de Europese earningsstrippingregeling ingrijpend verruimen en uniformeren, met voor Nederland grote gevolgen omdat Nederland art. 15b Wet Vpb 1969 juist relatief streng heeft vormgegeven. De voorgestelde wijzigingen verplichten onder meer tot een aftrekruimte van 30% van de fiscale EBITDA in plaats van de Nederlandse 24,5%, een drempel van &#8364; 3 mln in plaats van &#8364; 1 mln, een uitzondering voor laagrisico-derdenleningen, volledige renteaftrek bij een daling van de fiscale EBITDA met ten minste 50%, een verplichte groepsuitzondering, een verruiming voor projecten van algemeen belang, een tijdelijke defensie-uitzondering en minimumnormen voor voortwenteling van niet-aftrekbare rente. Volgens de auteurs betekent dit voor Nederland waarschijnlijk een forse budgettaire derving en heropening van eerdere beleidskeuzes, omdat bij invoering van de earningsstrippingregeling juist specifieke renteaftrekbeperkingen zijn afgeschaft in ruil voor een brede, robuuste generieke regeling. Tegelijk signaleren zij veel technische en antimisbruikvragen, vooral rond derdenleningen, groepsratio&#8217;s, private-equitystructuren, reorganisaties en de samenloop van uitzonderingen, zodat het voorstel wel vereenvoudiging en investeringsruimte beoogt, maar in zijn huidige vorm nog aanzienlijke verduidelijking vraagt.</p><p><strong>Bruto fiscaal geluk (WFR 2026/206), M.H.C. Ruijschop (<a href="https://www.inview.nl/document/id3ba25440a1084ee5b4c1ee27998bb535?ctx=WKNL_CSL_183">hier</a>). </strong>Fiscale vereenvoudiging van de winstbelastingen kan alleen serieus zijn als wetgever en ministerie bereid zijn echte keuzes te maken, in plaats van via enqu&#234;tes open deuren te inventariseren terwijl nieuwe complexe regels vooral uit budgettaire en antimisbruikreflexen blijven voortkomen. Ruijschop prijst het initiatief van Financi&#235;n, maar betwijfelt of de gekozen aanpak voldoende diepgang heeft: iedereen wil minder regels, voorwaarden en uitzonderingen, maar echte vereenvoudiging kan betekenen dat bedrijven soms iets meer belasting betalen of dat de schatkist juist opbrengst moet prijsgeven. Voorbeelden als de verliestemporisering en voorgestelde uitbreiding van de deelnemingsvrijstelling laten volgens hem zien hoe ingewikkelde techniek en uitvoeringsproblemen ontstaan doordat opbrengst en controle te vaak zwaarder wegen dan begrijpelijkheid. Zijn voorstel is daarom om nieuwe fiscale regels te toetsen aan &#8220;bruto fiscaal geluk&#8221;: maakt deze regeling het belastingstelsel werkelijk beter en leefbaarder, of alleen complexer en onaantrekkelijker?</p><div><hr></div><h1>Overige fiscale literatuur/lectuur</h1><p><strong>Organon, Adyen en Wolters Kluwer ontvangen tientallen miljoenen belastingkorting uit de Innovatiebox (FD) (<a href="https://fd.nl/bedrijfsleven/1607194/ook-organon-adyen-en-wolters-kluwer-ontvangen-flinke-belastingkorting-uit-de-innovatiebox">hier</a>).</strong> De Innovatiebox, bedoeld om innovatieve winsten lager te belasten en R&amp;D in Nederland te stimuleren, levert in de praktijk vooral zeer grote bedrijven een fors fiscaal voordeel op en kost de schatkist meer dan begroot. Uit onderzoek van het FD blijkt dat Organon, Adyen en Wolters Kluwer over 2025 respectievelijk &#8364;71 mln, &#8364;41 mln en &#8364;27 mln belastingkorting kregen en waarschijnlijk tot de grootste gebruikers behoren, naast onder meer ASML, MSD, Booking, NXP, Philips, KPN en Thales Nederland. De tien grootste ontvangers kwamen samen al uit op &#8364;2,95 mrd voordeel, meer dan de begrote totale kosten van &#8364;2,9 mrd, terwijl duizenden kleinere bedrijven vaak slechts beperkte bedragen ontvangen. Daarmee legt het artikel de spanning bloot tussen het kabinetsstandpunt dat de Innovatiebox economisch positief werkt en de kritiek dat een generieke fiscale innovatieregeling vooral geconcentreerd voordeel oplevert bij een kleine groep multinationals. <em><strong>Commentaar:</strong> dit artikel kwam online nadat ik de inleiding had geschreven. Er staat ook niet iets met enige nieuwswaarde in. </em></p><p><strong>Het kabinet lijkt te mikken op een begrotingsdeal met Pro, ondanks bezwaren VVD (NRC) (<a href="https://www.nrc.nl/nieuws/2026/08/14/het-kabinet-lijkt-te-mikken-op-een-begrotingsdeal-met-pro-ondanks-bezwaren-vvd-a4934448">hier</a>). </strong>Het minderheidskabinet moet na de CPB-ramingen zoeken naar steun voor de begroting van 2027, waarbij de fiscale keuzes centraal staan: er is geld nodig voor onder meer &#8364;2,1 mrd extra defensie en &#8364;1 mrd onderwijs, maar het coalitieakkoord dekt dat vooral met hogere lasten voor werkenden en bedrijven en een verhoging van het eigen risico. Juist daar wringt het politiek, omdat Pro wel wil investeren maar de rekening liever legt bij vermogenden en bedrijven dan bij werkenden, zorgbehoevenden en werklozen, terwijl de VVD in de formatie juist belastingverhogingen op vermogen grotendeels heeft tegengehouden. Daardoor wordt de begrotingsdeal niet alleen een kwestie van koopkracht en tekortnormen, maar vooral van fiscale verdeling: kiest het kabinet voor een rechtse route met weinig ruimte voor vermogensheffingen, of voor samenwerking met Pro en dus mogelijk een verschuiving van lasten richting kapitaal en hogere vermogens.</p><p><strong>Franse fiscus komt na bijna twee maanden achter een grote hack (FD) (<a href="https://nos.nl/artikel/2626812-franse-fiscus-komt-na-bijna-twee-maanden-achter-een-grote-hack">hier</a>).</strong> De kern is dat de Franse belastingdienst eind juni is gehackt, maar de aanval pas bijna twee maanden later ontdekte nadat de hackers zelf met een claim kwamen. Volgens French Breaches zijn gegevens van 678.437 belastingbetalers buitgemaakt, al heeft het Franse ministerie van Financi&#235;n dat exacte aantal nog niet bevestigd. De zaak legt vooral een kwetsbaarheid bij de fiscus bloot: niet alleen zijn fiscale persoonsgegevens op grote schaal gestolen, ook bleek de overheid de inbraak pas na melding door de aanvallers te kunnen vaststellen.</p><p><strong>Economie blijft groeien ondanks duurdere energie, denkt CPB (FD) (<a href="https://fd.nl/economie/1607656/cpb-ziet-blijvende-groei-ondanks-duurdere-energie">hier</a>). </strong>CPB-raming is dat de Nederlandse economie ondanks duurdere energie blijft groeien, maar dat de hogere inflatie de koopkracht onder druk zet en vooral werkenden en midden- en hogere inkomens raakt. Fiscaal zit de kern in de gekozen lastenverzwaring: de coalitie verhoogt juist bij deze groepen de belastingdruk, onder meer via aanpassingen rond de hoogste belastingschijf en doordat een hogere zorglast via een omweg bij werkenden terechtkomt, goed voor circa &#8364;6 mrd extra lasten op arbeid. Tegelijk is er volgens het CPB weinig begrotingsruimte voor koopkrachtreparatie, omdat het tekort in 2027 oploopt naar 2,1% en de uitgaven harder stijgen dan met Brussel is afgesproken; politieke beloften over lastenverlichting of steun aan specifieke groepen worden daardoor moeilijker uitvoerbaar.</p><p><strong>Yale-hoogleraar Geert Rouwenhorst: &#8216;Iedere dollar minder naar onderzoek schaadt Amerikaanse groei&#8217; (FD) (<a href="https://fd.nl/financiele-markten/1602479/yale-hoogleraar-geert-rouwenhorst-iedere-dollar-minder-naar-onderzoek-schaadt-amerikaanse-groei">hier</a>). </strong>Het artikel portretteert Yale-hoogleraar Geert Rouwenhorst, die ooit voor de Amerikaanse meritocratie en academische vrijheid naar de VS trok, maar nu ziet dat het beleid van Trump universiteiten en onderzoek onder druk zet. Met nadruk op belasting is de kern dat de regering-Trump niet alleen onderzoekssubsidies intrekt en migratie strenger maakt, maar ook een belasting van 8% invoert op de beleggingsinkomsten uit het universiteitsfonds van Yale. Dat fonds financiert normaal ruim een derde van de universiteitsbegroting, waardoor de maatregel Yale naar schatting $300 mln per jaar kost. Volgens Rouwenhorst raakt dit direct aan onderzoek, innovatie en toegankelijkheid: minder endowment-inkomsten betekenen minder geld voor wetenschap en minder ruimte om talentvolle studenten aan te nemen die het collegegeld van $72.500 niet zelf kunnen betalen. Fiscaal gezien gebruikt Trump dus een heffing op vermogensrendementen van topuniversiteiten als politiek instrument, maar volgens Rouwenhorst schaadt elke dollar minder voor onderzoek uiteindelijk de Amerikaanse groei. </p><p><strong>Tien toeristen op elke inwoner: verzet tegen &#8216;langzame kolonisatie&#8217; Domburg groeit (FD) (<a href="https://fd.nl/bedrijfsleven/1603929/tien-toeristen-op-elke-inwoner-verzet-tegen-langzame-kolonisatie-domburg-groeit">hier</a>). </strong>Het artikel beschrijft hoe Domburg, met circa 1700 inwoners en ongeveer 10.000 toeristische slaapplaatsen, steeds meer weerstand ziet tegen de groei van toerisme, hotels, tweede huizen en zomerwoningen. Met nadruk op belasting en publieke financi&#235;n is de kern dat toerisme voor de gemeente Veere economisch en budgettair zeer belangrijk is: toeristen gaven in 2024 &#8364;635 mln uit in de gemeente en volgens de wethouder levert toerisme jaarlijks ongeveer &#8364;20 mln op bij een gemeentebegroting van &#8364;100 mln. Tegelijk veroorzaakt diezelfde sector hoge maatschappelijke en publieke kosten: druk op wegen, parkeren, zorg, natuur, stroomnet, woonruimte en handhaving tegen illegale verhuur. De gemeente probeert daarom niet het toerisme zelf af te schaffen, omdat lokale ondernemers, bewoners en de gemeentekas ervan profiteren, maar vooral de verdere groei te begrenzen via regels tegen nieuwe zomerwoningen, uitbreiding van horecaovernachtingen en verroompottisering. </p><p><strong>Trump heeft gelijk (FD) (<a href="https://fd.nl/financiele-markten/1607527/trump-heeft-gelijk">hier</a>). </strong>Corn&#233; van Zeijl, los van politieke sympathie voor Trump, beoordeelt enkele economische maatregelen positief , vooral de belastingvrije &#8220;Trump Accounts&#8221; voor kinderen. Fiscaal is dat zijn hoofdboodschap: de VS stimuleert via een belastingvrije beleggingsrekening vermogensopbouw vanaf jonge leeftijd, met een startstorting van $1000 voor kinderen geboren tussen 2025 en 2028 en de mogelijkheid voor ouders om jaarlijks $5000 bij te storten. Van Zeijl contrasteert dit met Nederland, waar vermogen volgens hem vooral wordt gezien als iets om te belasten in plaats van als iets om op te bouwen. Hij waarschuwt dat hogere belastingen het begrotingstekort hooguit tijdelijk verlagen, maar uiteindelijk vooral hogere overheidsuitgaven voeden; belastingheffing moet volgens hem een middel zijn om nuttige overheidstaken te financieren, niet een doel op zichzelf. <em><strong>Commentaar:</strong> vermogensopbouw is prima, maar ik denk dat we niet op vermogensopbouw alleen zouden moeten sturen maar ook op de nuttige inzet van het vermogen. Het moet wellicht juist wel interessanter worden gemaakt om in Nederlandse of Europese bedrijvigheid te investeren. </em></p><p><strong>Advocatenkantoor Greenberg Traurig stapt naar Hoge Raad in claimzaak dj Ti&#235;sto (FD) (<a href="https://fd.nl/samenleving/1607519/advocatenkantoor-greenberg-traurig-stapt-naar-hoge-raad-in-claimzaak-dj-tiesto">hier</a>).</strong> Greenberg Traurig heeft cassatie heeft ingesteld tegen het arrest waarin het kantoor werd veroordeeld tot betaling van bijna $17 mln aan dj Ti&#235;sto wegens tekortschietend belastingadvies. De zaak draait om de Amerikaanse fiscale woonplaats van Ti&#235;sto: hij deed volgens het hof op advies van fiscalist Frank Butselaar onjuiste aangiften in de VS door geen belasting te betalen over buitenlandse inkomsten die via een trust op Guernsey liepen, terwijl hij sinds 2012 door zijn verblijfspatroon als Amerikaans fiscaal inwoner gold. Daardoor moest hij gebruikmaken van een Amerikaanse inkeerregeling en betaalde hij naheffingen en boetes aan de IRS. Anders dan de rechtbank oordeelde het hof dat Ti&#235;sto w&#233;l belastingschade leed, omdat hij bij juist advies zijn verblijf en tourschema anders had kunnen inrichten en zo Amerikaanse fiscale inwonerschap had kunnen vermijden; GT bestrijdt dat nu bij de Hoge Raad.</p><p><strong>Hof draait uitstel terug, weg vrij voor Deense claim tegen beurshandelaar Vogel (FD) (<a href="https://fd.nl/politiek/1607348/hof-draait-uitstel-terug-weg-vrij-voor-deense-claim-tegen-beurshandelaar-vogel">hier</a>). </strong>Het artikel gaat over de voortzetting van de Nederlandse civiele procedure waarin de Deense fiscus Skat probeert ongeveer &#8364;12,7 mln aan volgens haar ten onrechte teruggevraagde Deense dividendbelasting te verhalen op beurshandelaar Frank Vogel. Fiscaal draait de zaak om dividendstripping: het tijdelijk verplaatsen of structureren van aandelen rond dividenddata om dividendbelasting terug te vragen zonder dat daarop materieel recht bestaat. Vogel gebruikte volgens de procedures Canadese pensioenfondsen om dividendbelasting terug te krijgen, niet alleen in Denemarken maar ook in Nederland, waar de fiscus eerder al bijna &#8364;5 mln naheffingen aan drie pensioenfondsen oplegde. Het gerechtshof Amsterdam vindt dat de Nederlandse procedure niet langer hoeft te wachten op Canadese procedures, omdat dat tot onredelijke vertraging zou leiden en een eventuele vrijwaring van de pensioenfondsen niet automatisch betekent dat Vogel niet aansprakelijk is. De Nederlandse rechter moet nu beoordelen of Skat belastingschade heeft geleden door onrechtmatig handelen van Vogel en of hij die schade moet vergoeden.</p><p><strong>Topman Baker McKenzie: &#8216;Dit is niet het einde van globalisering, de wereldorde wordt herijkt&#8217; (FD) (<a href="https://fd.nl/financiele-markten/1605240/topman-baker-mckenzie-invoertarieven-staan-plots-op-de-agenda-van-bestuurders">hier</a>).</strong> Baker McKenzie-topman Sunny Mann schetst hoe internationale handel steeds sterker wordt bepaald door geopolitiek, sancties, exportcontroles en vooral belasting- en tarievenbeleid. Met nadruk op belasting is de kern dat invoerheffingen en tarieven niet langer technische logistieke kwesties zijn, maar strategische machtsmiddelen die direct invloed hebben op bestuursbesluiten, supply chains, markttoegang en risicospreiding van multinationals. Trumpiaanse heffingen, brexit, sancties tegen Rusland en spanningen tussen China en het Westen maken bedrijven kwetsbaar wanneer zij te afhankelijk zijn van &#233;&#233;n land, leverancier of afzetmarkt. Mann betoogt daarom dat globalisering niet eindigt, maar wordt herijkt: bedrijven moeten hun fiscale, juridische en handelsstructuren diversifi&#235;ren om weerbaar te blijven tegen plotselinge importheffingen, sancties of handelsbeperkingen, terwijl economische groei en goed functionerende handel volgens hem nodig blijven om publieke voorzieningen zoals onderwijs en gezondheidszorg te financieren. <em><strong>Commentaar:</strong> lijkt me nogal een open deur. </em></p><p><strong>Begroting 2027 wordt belangrijke test voor slagkracht kabinet-Jetten (FD) (<a href="https://fd.nl/politiek/1607179/overleg-begroting-wordt-eerste-test-voor-kabinet-jetten">hier</a>). </strong>De begroting voor 2027 zal de eerste grote test voor het minderheidskabinet-Jetten zijn, waarbij vooral het belastingpakket politiek kwetsbaar is. Fiscaal draait het om de zogenoemde &#8220;vrijheidsbijdrage&#8221;: een lastenverhoging voor burgers en bedrijven van in totaal &#8364;3 mrd per januari, bedoeld om extra defensie-uitgaven te financieren. Daarnaast wil het kabinet de aftrekpost voor zorgkosten per 2028 afschaffen en de btw op sierplanten verhogen, terwijl het &#8220;zoet&#8221; beperkt blijft tot verlenging van de lagere benzineaccijns en enkele kleine maatregelen. Voor steun in beide Kamers moet het kabinet laveren tussen JA21, dat minder lastenverhogingen wil, Pro, dat hogere lasten op vermogen wil, en BBB, dat waarschijnlijk de btw-verhoging op sierplanten wil schrappen. De fiscale ruimte is extra krap doordat het tekort richting de EU-grens van 3% gaat en het kabinet ook nog miljarden moet vinden voor aanpassing van box 3.</p><p><strong>De overheid onderschat het risico op dataroof (FD) (<a href="https://fd.nl/opinie/1607025/de-overheid-onderschat-het-risico-op-dataroof">hier</a>).</strong> Stefan Tax betoogt dat de overheid bij het UBO-register onvoldoende oog heeft voor het risico dat centraal verzamelde eigendoms- en priv&#233;gegevens van ondernemers worden buitgemaakt, zoals recent gebeurde bij het Liechtensteinse UBO-register. Met nadruk op belasting is de kern dat ondernemers niet alleen object van toezicht zijn, maar ook belastingbetalende burgers die investeren en werkgelegenheid cre&#235;ren; als de overheid hen verplicht gevoelige gegevens over uiteindelijk belanghebbenden af te staan ter bestrijding van witwassen, terrorismefinanciering en fiscale fraude, moet zij overtuigend aantonen dat dit middel noodzakelijk, proportioneel, effectief en veilig is. Volgens de auteur ontbreekt dat bewijs, terwijl zelfs de Belastingdienst eerder twijfels had over effectiviteit en fraudebestendigheid. De overheid moet daarom openheid geven over beveiliging, toegang tot het register strikt beperken en Europees heroverwegen of de baten van deze fiscale en antiwitwastransparantie opwegen tegen de privacy- en cyberveiligheidsrisico&#8217;s. <em><strong>Commentaar:</strong> Zelfs een kapotte klok wijst tweemaal per dag de juiste tijd aan.</em></p><div><hr></div><p>Mocht u mijn werk op prijs stellen en (geldelijke) waardering willen uiten, dan zou u een donatie kunnen doen via <a href="https://www.paypal.com/donate?hosted_button_id=W4N3T44N5TX66">deze link</a>, of via onderstaande qr-code.</p><div class="captioned-image-container"><figure><a class="image-link image2 is-viewable-img" target="_blank" href="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" data-component-name="Image2ToDOM"><div class="image2-inset"><picture><source type="image/webp" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw"><img src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,w_1456,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" width="410" height="410" data-attrs="{&quot;src&quot;:&quot;https://substack-post-media.s3.amazonaws.com/public/images/9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;srcNoWatermark&quot;:null,&quot;fullscreen&quot;:null,&quot;imageSize&quot;:null,&quot;height&quot;:410,&quot;width&quot;:410,&quot;resizeWidth&quot;:null,&quot;bytes&quot;:799,&quot;alt&quot;:&quot;&quot;,&quot;title&quot;:null,&quot;type&quot;:&quot;image/png&quot;,&quot;href&quot;:null,&quot;belowTheFold&quot;:true,&quot;topImage&quot;:false,&quot;internalRedirect&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/i/164785063?img=https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;isProcessing&quot;:false,&quot;align&quot;:null,&quot;offset&quot;:false}" class="sizing-normal" alt="" title="" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw" loading="lazy"></picture><div class="image-link-expand"><div class="pencraft pc-display-flex pc-gap-8 pc-reset"><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container restack-image"><svg aria-hidden="true" width="20" height="20" viewBox="0 0 20 20" fill="none" stroke-width="1.5" stroke="var(--color-fg-primary)" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" xmlns="http://www.w3.org/2000/svg"><g><path d="M2.53001 7.81595C3.49179 4.73911 6.43281 2.5 9.91173 2.5C13.1684 2.5 15.9537 4.46214 17.0852 7.23684L17.6179 8.67647M17.6179 8.67647L18.5002 4.26471M17.6179 8.67647L13.6473 6.91176M17.4995 12.1841C16.5378 15.2609 13.5967 17.5 10.1178 17.5C6.86118 17.5 4.07589 15.5379 2.94432 12.7632L2.41165 11.3235M2.41165 11.3235L1.5293 15.7353M2.41165 11.3235L6.38224 13.0882"></path></g></svg></button><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container view-image"><svg xmlns="http://www.w3.org/2000/svg" width="20" height="20" viewBox="0 0 24 24" fill="none" stroke="currentColor" stroke-width="2" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" class="lucide lucide-maximize2 lucide-maximize-2"><polyline points="15 3 21 3 21 9"></polyline><polyline points="9 21 3 21 3 15"></polyline><line x1="21" x2="14" y1="3" y2="10"></line><line x1="3" x2="10" y1="21" y2="14"></line></svg></button></div></div></div></a></figure></div>]]></content:encoded></item><item><title><![CDATA[Rulings (J04E33)]]></title><description><![CDATA[14 augustus 2026]]></description><link>https://jurisprudentielunch.substack.com/p/rulings-j04e33</link><guid isPermaLink="false">https://jurisprudentielunch.substack.com/p/rulings-j04e33</guid><dc:creator><![CDATA[Maurits]]></dc:creator><pubDate>Fri, 14 Aug 2026 15:58:02 GMT</pubDate><enclosure url="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!hJ_D!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F3fbc0054-d63f-49a6-a01e-abc034e67137_1024x1024.png" length="0" type="image/jpeg"/><content:encoded><![CDATA[<p>Deze week 5 nieuwe ruling, waaronder vier advance pricing agreements en een overge ruling. De overige ruling betreft de toepassing van artikel 15b Vpb op investeringen in money market funds. </p><p class="button-wrapper" data-attrs="{&quot;url&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/subscribe?&quot;,&quot;text&quot;:&quot;Subscribe now&quot;,&quot;action&quot;:null,&quot;class&quot;:null}" data-component-name="ButtonCreateButton"><a class="button primary" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/subscribe"><span>Subscribe now</span></a></p><div><hr></div><h1>Advance tax rulings</h1><h4>#1 | rul-20260811-atr-000002</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260811-atr-000002/">Lees meer. </a></p><h4>#2 | rul-20260811-atr-000003</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en over de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdsterco&#246;peratie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Er is geen sprake van een kwalificerende eenheid voor toepassing van de Wet BB. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 15 juni 2026 tot en met 31 december 2030.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260811-atr-000003/">Lees meer. </a></p><h4>#3 | rul-20260811-atr-000004</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over het voldoende doen blijken dat het niet voldoen aan de temporele voorwaarde van de liquidatieverliesregeling niet is gericht op het ontgaan of uitstellen van de heffing van vennootschapsbelasting. Men vraagt zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Er is geen zekerheid vooraf gegeven omdat het verzoek buiten behandeling is gesteld.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260804-atr-000007/">Lees meer. </a></p><h4>#4 | rul-20260811-atr-000005</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de aanwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Het voorgaande zal in beginsel worden beoordeeld in het kader van het reguliere toezicht.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260811-atr-000005/">Lees meer. </a></p><div><hr></div><h1>Overige rulings</h1><h4>#5 | rul-20260811-rulov-000001</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of resultaten uit investeringen in bepaalde geldmarktfondsen voor de toepassing van artikel 15b, tweede lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) aangemerkt kunnen worden als renten ter zake van een geldlening. Men wenst zekerheid voor de jaren 2024 tot en met 2028. De investeringen in MMF&#8217;s die voldoen aan EU-verordening 2017/1131 kwalificeren als een met een overeenkomst van geldlening vergelijkbare overeenkomst. In het kader van artikel 15b, tweede lid jo artikel 15b, zesde lid, onderdeel a, van de Wet Vpb worden de resultaten behaald met deze MMF&#8217;s voor de toepassing van artikel 15b van de Wet Vpb aangemerkt als renten ter zake van een geldlening. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260811-rulov-000001/">Lees meer. </a></p><div><hr></div><p>Mocht u mijn werk op prijs stellen en (geldelijke) waardering willen uiten, dan zou u een donatie kunnen doen via <a href="https://www.paypal.com/donate?hosted_button_id=W4N3T44N5TX66">deze link</a>, of via onderstaande qr-code.</p><div class="captioned-image-container"><figure><a class="image-link image2 is-viewable-img" target="_blank" href="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" data-component-name="Image2ToDOM"><div class="image2-inset"><picture><source type="image/webp" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw"><img src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,w_1456,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" width="410" height="410" data-attrs="{&quot;src&quot;:&quot;https://substack-post-media.s3.amazonaws.com/public/images/9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;srcNoWatermark&quot;:null,&quot;fullscreen&quot;:null,&quot;imageSize&quot;:null,&quot;height&quot;:410,&quot;width&quot;:410,&quot;resizeWidth&quot;:null,&quot;bytes&quot;:799,&quot;alt&quot;:&quot;&quot;,&quot;title&quot;:&quot;&quot;,&quot;type&quot;:&quot;image/png&quot;,&quot;href&quot;:null,&quot;belowTheFold&quot;:true,&quot;topImage&quot;:false,&quot;internalRedirect&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/i/164785063?img=https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;isProcessing&quot;:false,&quot;align&quot;:null,&quot;offset&quot;:false}" class="sizing-normal" alt="" title="" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw" loading="lazy"></picture><div class="image-link-expand"><div class="pencraft pc-display-flex pc-gap-8 pc-reset"><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container restack-image"><svg aria-hidden="true" width="20" height="20" viewBox="0 0 20 20" fill="none" stroke-width="1.5" stroke="var(--color-fg-primary)" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" xmlns="http://www.w3.org/2000/svg"><g><path d="M2.53001 7.81595C3.49179 4.73911 6.43281 2.5 9.91173 2.5C13.1684 2.5 15.9537 4.46214 17.0852 7.23684L17.6179 8.67647M17.6179 8.67647L18.5002 4.26471M17.6179 8.67647L13.6473 6.91176M17.4995 12.1841C16.5378 15.2609 13.5967 17.5 10.1178 17.5C6.86118 17.5 4.07589 15.5379 2.94432 12.7632L2.41165 11.3235M2.41165 11.3235L1.5293 15.7353M2.41165 11.3235L6.38224 13.0882"></path></g></svg></button><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container view-image"><svg xmlns="http://www.w3.org/2000/svg" width="20" height="20" viewBox="0 0 24 24" fill="none" stroke="currentColor" stroke-width="2" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" class="lucide lucide-maximize2 lucide-maximize-2"><polyline points="15 3 21 3 21 9"></polyline><polyline points="9 21 3 21 3 15"></polyline><line x1="21" x2="14" y1="3" y2="10"></line><line x1="3" x2="10" y1="21" y2="14"></line></svg></button></div></div></div></a></figure></div><div><hr></div><p class="button-wrapper" data-attrs="{&quot;url&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/subscribe?&quot;,&quot;text&quot;:&quot;Subscribe now&quot;,&quot;action&quot;:null,&quot;class&quot;:null}" data-component-name="ButtonCreateButton"><a class="button primary" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/subscribe"><span>Subscribe now</span></a></p>]]></content:encoded></item><item><title><![CDATA[Kennisgroepstandpunten (J04E33)]]></title><description><![CDATA[1 augustus 2026]]></description><link>https://jurisprudentielunch.substack.com/p/kennisgroepstandpunten-j04e33</link><guid isPermaLink="false">https://jurisprudentielunch.substack.com/p/kennisgroepstandpunten-j04e33</guid><dc:creator><![CDATA[Maurits]]></dc:creator><pubDate>Tue, 11 Aug 2026 19:42:34 GMT</pubDate><enclosure url="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!hJ_D!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F3fbc0054-d63f-49a6-a01e-abc034e67137_1024x1024.png" length="0" type="image/jpeg"/><content:encoded><![CDATA[<p>Deze week drie nieuwe kennisgroepstandpunten. Ook toegevoegd, nog een hele lading oudere kennisgroepstandpunten.</p><p></p><p class="button-wrapper" data-attrs="{&quot;url&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/subscribe?&quot;,&quot;text&quot;:&quot;Subscribe now&quot;,&quot;action&quot;:null,&quot;class&quot;:null}" data-component-name="ButtonCreateButton"><a class="button primary" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/subscribe"><span>Subscribe now</span></a></p><div><hr></div><h1>Inkomstenbelasting niet-winst</h1><h4>#1 | KG:202:2026:11 Box 3 en terugstorting betaalde lijfrentepremies en/of -inleg na opzegging of ontbinding lijfrenteverzekeringen</h4><p><strong>Aanleiding:</strong> Naar aanleiding van de invoering van de herstelwetgeving (Wet rechtsherstel box 3) en de overbruggingswetgeving met betrekking tot hoofdstuk 5 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) komen diverse vragen op over de kwalificatie van vermogensbestanddelen, zoals het recht op terugbetaling van de betaalde lijfrentepremies en/of -inleg (hierna: premies) na opzegging van het lijfrenteproduct op grond van de (wettelijke) bedenktijd.</p><p><strong>Vraag: </strong>Op welke wijze wordt het bedrag van premie(s) die v&#243;&#243;r de peildatum in box 3 zijn betaald, maar door opzegging of ontbinding van een lijfrenteproduct na de peildatum in box 3 worden terug ontvangen, op de peildatum in aanmerking genomen onder de Wet rechtsherstel box 3 en de box 3-wetgeving met ingang van 1 januari 2023?</p><p><strong>Antwoord: </strong>In geval van een terugbetaling van premie(s) wegens opzegging of ontbinding van een lijfrenteproduct, wordt &#8211; als voorwaarde van goedkeurend beleid &#8211; de premiestorting geacht niet te hebben plaatsgevonden. Wanneer de premiestorting heeft plaatsgevonden v&#243;&#243;r de peildatum in box 3 en het bedrag na de peildatum in box 3 wordt teruggestort, wordt alsdan het teruggestorte bedrag als overige bezitting opgenomen in de rendementsgrondslag van box 3 van het betreffende kalenderjaar. Dit geldt zowel onder de Wet rechtsherstel box 3 als onder de box 3-wetgeving met ingang van 1 januari 2023.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg202202611-box-3-en-terugstorting-betaalde-lijfrentepremies-en-of-inleg-na-opzegging-of-ontbinding-lijfrenteverzekeringen/">Lees het kennisgroepstandpunt.</a></p><div><hr></div><h1>Belastingplicht &amp; kwalificatie rechtsvormen</h1><h4>#2 | KG:211:2026:31 Voorwaarde van minimumleeftijd of -loonbedrag voor deelname aan pensioenregeling vormt voor buitenlands pensioenlichaam geen verhindering voor toepassing artikel 5, eerste lid, onderdeel b, Wet Vpb 1969</h4><p><strong>Aanleiding:</strong> X is een naar het recht van land Y opgericht en feitelijk aldaar gevestigd pensioenlichaam. De werkzaamheden van X bestaan uit het uitvoeren van een pensioenregeling voor werknemers en gewezen werknemers, hun partners en hun kinderen. Een werknemer kan pas deelnemen aan de pensioenregeling wanneer de werknemer een minimumleeftijd en een bepaald minimum loonbedrag heeft. Bereikt de werknemer de minimumleeftijd en het minimum loonbedrag dan neemt de werknemer vanaf dat moment automatisch deel aan de pensioenregeling.</p><p>In het kader van de uitvoering van de pensioenregeling belegt X in Nederlandse aandelen, waarbij op uitgekeerd dividend dividendbelasting is ingehouden. X verzoekt om een teruggaaf van te zijnen laste ingehouden dividendbelasting (artikel 10, tweede of derde lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965). Om in aanmerking te komen voor deze teruggaafregeling, is onder meer vereist dat belanghebbende, als zij in Nederland zou zijn gevestigd, subjectief zou zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting (artikel 5, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 juncto artikel 3 Uitvoeringsbesluit vennootschapsbelasting 1971, hierna: de pensioenvrijstelling). Het beleid hierover is opgenomen in de onderdelen 3.3 en 3.4 van het beleidsbesluit van <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042886&amp;z=2022-08-05&amp;g=2022-08-05">25 november 2019, nr. 2019-187751</a> (hierna: het besluit). In het kader van de beoordeling of aan dit beleid is voldaan, is de volgende vraag opgekomen.</p><p><strong>Vraag: </strong>Staat een voorwaarde van een minimumleeftijd of van een minimum loonbedrag voor deelname aan de pensioenregeling bij het buitenlandse pensioenlichaam X voor X in de weg aan de toepassing van de pensioenvrijstelling?</p><p><strong>Antwoord: </strong>Nee, een voorwaarde van een minimumleeftijd of van een minimum loonbedrag voor deelname aan de pensioenregeling staat voor het buitenlandse pensioenlichaam X niet in de weg aan de toepassing van de pensioenvrijstelling. Om voor deze vrijstelling in aanmerking te komen is uiteraard wel vereist dat aan alle voorwaarden van onderdeel 3.3 van het besluit wordt voldaan. De beoordeling hiervan is voorbehouden aan de bevoegde inspecteur.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg211202631-voorwaarde-van-minimumleeftijd-of-loonbedrag-voor-deelname-aan-pensioenregeling-vormt-voor-buitenlands-pensioenlichaam-geen-verhindering-voor-toepassing-artikel-5-eerste-lid-onderdee/">Lees het kennisgroepstandpunt. </a></p><h4>#3 | KG:211:2026:32 Mogelijkheid van vrijwillige aanvullende inleg van deelnemer (werknemer) in buitenlandse pensioenregeling vormt voor buitenlands pensioenlichaam geen verhindering voor toepassing pensioenvrijstelling (artikel 5, eerste lid, onderdeel b, Wet Vpb 1969)</h4><p><strong>Aanleiding: </strong>X is een naar het recht van land Y opgericht en feitelijk aldaar gevestigd pensioenlichaam. De werkzaamheden van X bestaan uit het uitvoeren van een pensioenregeling voor werknemers en gewezen werknemers, hun partners en hun kinderen. De pensioenregeling voorziet in de mogelijkheid dat de werknemer vrijwillig een aanvullende inleg doet aan X. Hierbij stelt de pensioenregeling een begrenzing aan de omvang van de inleg. De omvang gaat niet uit boven hetgeen volgens fiscale regels in land Y maximaal toelaatbaar is.</p><p>De inleg kan hierbij afkomstig zijn uit andere inkomstenbronnen dan loon uit arbeid bij zijn werkgever. De inleg krijgt de bestemming van pensioen. Een werknemer die een aanvullende inleg aan X doet, verliest dan ook de beschikkingsmacht over de inleg. De werknemer kan met andere woorden de inleg en het rendement daarop niet vrijelijk opnemen of onttrekken aan de pensioenregeling.</p><p>In het kader van de uitvoering van de pensioenregeling belegt X in Nederlandse aandelen, waarbij op uitgekeerd dividend dividendbelasting is ingehouden. X verzoekt om een teruggaaf van te zijnen laste ingehouden dividendbelasting (artikel 10, tweede of derde lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965). Om in aanmerking te komen voor deze teruggaafregeling, is onder meer vereist dat belanghebbende, als zij in Nederland zou zijn gevestigd, subjectief zou zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting (artikel 5, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 juncto artikel 3 Uitvoeringsbesluit vennootschapsbelasting 1971, hierna: de pensioenvrijstelling). Het beleid hierover is opgenomen in de onderdelen 3.3 en 3.4 van het beleidsbesluit van 25 november 2019, nr. 2019-187751 (hierna: het besluit). In het kader van de beoordeling of aan dit beleid is voldaan, is de volgende vraag opgekomen.</p><p><strong>Vraag: </strong>Staat de mogelijkheid van een vrijwillige aanvullende inleg door een deelnemer (werknemer) in zijn pensioenregeling voor het buitenlandse pensioenlichaam (X) in de weg aan de toepassing van de pensioenvrijstelling?</p><p><strong>Antwoord: </strong>Nee, deze mogelijkheid van de vrijwillige aanvullende inleg door een werknemer in zijn pensioenregeling staat voor het buitenlandse pensioenlichaam (X) niet in de weg aan de toepassing van de pensioenvrijstelling. Er is namelijk sprake van een fiscaal in omvang begrensde inleg die onderdeel uitmaakt van de pensioenregeling in land Y, die de bestemming heeft van pensioen en waarover de werknemer niet vrijelijk kan beschikken. Om voor de pensioenvrijstelling in aanmerking te komen is uiteraard wel vereist dat aan alle voorwaarden van onderdeel 3.3 van voormeld besluit wordt voldaan. De beoordeling hiervan is voorbehouden aan de bevoegde inspecteur.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg211202632-mogelijkheid-van-vrijwillige-aanvullende-inleg-van-deelnemer-werknemer-in-buitenlandse-pensioenregeling-vormt-voor-buitenlands-pensioenlichaam-geen-verhindering-voor-toepassing-pensio/">Lees het kennisgroepstandpunt. </a></p><div><hr></div><p>Mocht u mijn werk op prijs stellen en (geldelijke) waardering willen uiten, dan zou u een donatie kunnen doen via <a href="https://www.paypal.com/donate?hosted_button_id=W4N3T44N5TX66">deze link</a>, of via onderstaande qr-code.</p><div class="captioned-image-container"><figure><a class="image-link image2 is-viewable-img" target="_blank" href="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" data-component-name="Image2ToDOM"><div class="image2-inset"><picture><source type="image/webp" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw"><img src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,w_1456,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" width="410" height="410" data-attrs="{&quot;src&quot;:&quot;https://substack-post-media.s3.amazonaws.com/public/images/9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;srcNoWatermark&quot;:null,&quot;fullscreen&quot;:null,&quot;imageSize&quot;:null,&quot;height&quot;:410,&quot;width&quot;:410,&quot;resizeWidth&quot;:null,&quot;bytes&quot;:799,&quot;alt&quot;:&quot;&quot;,&quot;title&quot;:&quot;&quot;,&quot;type&quot;:&quot;image/png&quot;,&quot;href&quot;:null,&quot;belowTheFold&quot;:true,&quot;topImage&quot;:false,&quot;internalRedirect&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/i/164785063?img=https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;isProcessing&quot;:false,&quot;align&quot;:null,&quot;offset&quot;:false}" class="sizing-normal" alt="" title="" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw" loading="lazy"></picture><div class="image-link-expand"><div class="pencraft pc-display-flex pc-gap-8 pc-reset"><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container restack-image"><svg aria-hidden="true" width="20" height="20" viewBox="0 0 20 20" fill="none" stroke-width="1.5" stroke="var(--color-fg-primary)" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" xmlns="http://www.w3.org/2000/svg"><g><path d="M2.53001 7.81595C3.49179 4.73911 6.43281 2.5 9.91173 2.5C13.1684 2.5 15.9537 4.46214 17.0852 7.23684L17.6179 8.67647M17.6179 8.67647L18.5002 4.26471M17.6179 8.67647L13.6473 6.91176M17.4995 12.1841C16.5378 15.2609 13.5967 17.5 10.1178 17.5C6.86118 17.5 4.07589 15.5379 2.94432 12.7632L2.41165 11.3235M2.41165 11.3235L1.5293 15.7353M2.41165 11.3235L6.38224 13.0882"></path></g></svg></button><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container view-image"><svg xmlns="http://www.w3.org/2000/svg" width="20" height="20" viewBox="0 0 24 24" fill="none" stroke="currentColor" stroke-width="2" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" class="lucide lucide-maximize2 lucide-maximize-2"><polyline points="15 3 21 3 21 9"></polyline><polyline points="9 21 3 21 3 15"></polyline><line x1="21" x2="14" y1="3" y2="10"></line><line x1="3" x2="10" y1="21" y2="14"></line></svg></button></div></div></div></a></figure></div>]]></content:encoded></item><item><title><![CDATA[De Jurisprudentielunch (J02E32)]]></title><description><![CDATA[9 augustus 2026, "It's the transfer pricing, stupid." (3)]]></description><link>https://jurisprudentielunch.substack.com/p/de-jurisprudentielunch-j02e32</link><guid isPermaLink="false">https://jurisprudentielunch.substack.com/p/de-jurisprudentielunch-j02e32</guid><dc:creator><![CDATA[Maurits]]></dc:creator><pubDate>Sun, 09 Aug 2026 13:02:37 GMT</pubDate><enclosure url="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!13ZJ!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fc6e7f855-0cbb-47f8-a290-27a3e56fd7f0_800x706.jpeg" length="0" type="image/jpeg"/><content:encoded><![CDATA[<p>Ken je <a href="https://nl.wikipedia.org/wiki/Palantir_Technologies">Palantir</a>? Dat is het Amerikaanse software bedrijf van o.a. Peter Thiel. Dat klinkt wel lekker vertrouwd, verre neef van Flipje:</p><div class="captioned-image-container"><figure><a class="image-link image2 is-viewable-img" target="_blank" href="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!13ZJ!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fc6e7f855-0cbb-47f8-a290-27a3e56fd7f0_800x706.jpeg" data-component-name="Image2ToDOM"><div class="image2-inset"><picture><source type="image/webp" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!13ZJ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fc6e7f855-0cbb-47f8-a290-27a3e56fd7f0_800x706.jpeg 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!13ZJ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fc6e7f855-0cbb-47f8-a290-27a3e56fd7f0_800x706.jpeg 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!13ZJ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fc6e7f855-0cbb-47f8-a290-27a3e56fd7f0_800x706.jpeg 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!13ZJ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fc6e7f855-0cbb-47f8-a290-27a3e56fd7f0_800x706.jpeg 1456w" sizes="100vw"><img src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!13ZJ!,w_1456,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fc6e7f855-0cbb-47f8-a290-27a3e56fd7f0_800x706.jpeg" width="800" height="706" data-attrs="{&quot;src&quot;:&quot;https://substack-post-media.s3.amazonaws.com/public/images/c6e7f855-0cbb-47f8-a290-27a3e56fd7f0_800x706.jpeg&quot;,&quot;srcNoWatermark&quot;:null,&quot;fullscreen&quot;:null,&quot;imageSize&quot;:null,&quot;height&quot;:706,&quot;width&quot;:800,&quot;resizeWidth&quot;:null,&quot;bytes&quot;:null,&quot;alt&quot;:&quot;https://www.redactie-communicatie.nl/wp-content/uploads/Hallo-Flipje.jpg&quot;,&quot;title&quot;:null,&quot;type&quot;:null,&quot;href&quot;:null,&quot;belowTheFold&quot;:false,&quot;topImage&quot;:true,&quot;internalRedirect&quot;:null,&quot;isProcessing&quot;:false,&quot;align&quot;:null,&quot;offset&quot;:false}" class="sizing-normal" alt="https://www.redactie-communicatie.nl/wp-content/uploads/Hallo-Flipje.jpg" title="https://www.redactie-communicatie.nl/wp-content/uploads/Hallo-Flipje.jpg" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!13ZJ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fc6e7f855-0cbb-47f8-a290-27a3e56fd7f0_800x706.jpeg 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!13ZJ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fc6e7f855-0cbb-47f8-a290-27a3e56fd7f0_800x706.jpeg 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!13ZJ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fc6e7f855-0cbb-47f8-a290-27a3e56fd7f0_800x706.jpeg 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!13ZJ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fc6e7f855-0cbb-47f8-a290-27a3e56fd7f0_800x706.jpeg 1456w" sizes="100vw" fetchpriority="high"></picture><div class="image-link-expand"><div class="pencraft pc-display-flex pc-gap-8 pc-reset"><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container restack-image"><svg aria-hidden="true" width="20" height="20" viewBox="0 0 20 20" fill="none" stroke-width="1.5" stroke="var(--color-fg-primary)" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" xmlns="http://www.w3.org/2000/svg"><g><path d="M2.53001 7.81595C3.49179 4.73911 6.43281 2.5 9.91173 2.5C13.1684 2.5 15.9537 4.46214 17.0852 7.23684L17.6179 8.67647M17.6179 8.67647L18.5002 4.26471M17.6179 8.67647L13.6473 6.91176M17.4995 12.1841C16.5378 15.2609 13.5967 17.5 10.1178 17.5C6.86118 17.5 4.07589 15.5379 2.94432 12.7632L2.41165 11.3235M2.41165 11.3235L1.5293 15.7353M2.41165 11.3235L6.38224 13.0882"></path></g></svg></button><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container view-image"><svg xmlns="http://www.w3.org/2000/svg" width="20" height="20" viewBox="0 0 24 24" fill="none" stroke="currentColor" stroke-width="2" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" class="lucide lucide-maximize2 lucide-maximize-2"><polyline points="15 3 21 3 21 9"></polyline><polyline points="9 21 3 21 3 15"></polyline><line x1="21" x2="14" y1="3" y2="10"></line><line x1="3" x2="10" y1="21" y2="14"></line></svg></button></div></div></div></a></figure></div><p>In The Lord of the Rings is <a href="https://nl.wikipedia.org/wiki/Palant%C3%ADri">Palantir</a> de naam van een donker, bolvormig kristal. &#8220;Met deze stenen kon je over grote afstanden communiceren en door muren of de tijd heen kijken.&#8221; Ik heb dit van Google Gemini, ik ben geen fan. ChatGPT: &#8220;That is a pretty on-the-nose name for a company built around fusing data and giving institutions visibility into complex situations.&#8221; </p><p>E&#233;n van hun producten is Gotham. ChatGPT: </p><blockquote><p>Gotham is Palantirs platform voor defensie, inlichtingendiensten, nationale veiligheid en handhavingsachtige operaties. Zie Gotham als software voor organisaties die veel gefragmenteerde, gevoelige data hebben en onder onzekerheid beslissingen met grote gevolgen moeten nemen. Het brengt data uit veel systemen samen, past toestemmingen en auditcontroles toe, brengt relaties tussen mensen, plaatsen, middelen, gebeurtenissen in kaart, en geeft analisten of operators een manier om te onderzoeken, monitoren en handelen.</p></blockquote><p>Gotham. Gotham. Gotham? Een plaatsje in het Engelse graafschap Nottinghamshire. Maar ook: <a href="https://nl.wikipedia.org/wiki/Gotham_City">Gotham City</a>, de woonplaats van Batman! Goeie nerds dus. </p><p>Maar wel slimme nerds. Een pleonasme? Voeg het woord &#8216;fiscaal&#8217; toe, dan niet meer. Betaalt gewoon effectief 1.4% belasting over het wereldwijde resultaat. En dat <em>na</em> de Global Minimum Tax en Side-by-Side. Of althans, dat is de conclusie van <a href="https://cictar.org/all-research/europe/palantir">CICTAR</a> in hun rapport: Who Pays for the Surveillance State?</p><div class="file-embed-wrapper" data-component-name="FileToDOM"><div class="file-embed-container-reader"><div class="file-embed-container-top"><image class="file-embed-thumbnail-default" src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!0Cy0!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack.com%2Fimg%2Fattachment_icon.svg"></image><div class="file-embed-details"><div class="file-embed-details-h1">WHO PAYS FOR THE SURVEILLANCE STATE?</div><div class="file-embed-details-h2">4.4MB &#8729; PDF file</div></div><a class="file-embed-button wide" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/api/v1/file/61e9029c-59d0-4399-9909-6a0d91c89eda.pdf"><span class="file-embed-button-text">Download</span></a></div><div class="file-embed-description">How Palantir's global tax structure drains funding for public services and infrastructure</div><a class="file-embed-button narrow" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/api/v1/file/61e9029c-59d0-4399-9909-6a0d91c89eda.pdf"><span class="file-embed-button-text">Download</span></a></div></div><p>Kennelijk &#233;&#233;n van de grote drivers voor de lage effectieve rate: stock-based compensation (SBC). Door de stijging van de waarde van de aandelen leidt dit tot een grote fiscale aftrek. Mooi topic voor onze P2-specialisten, want hier hebben we natuurlijk een bijzondere regeling voor onder P2 (<a href="https://wetten.overheid.nl/BWBR0049111/2026-04-11#Hoofdstuk6_Artikel6.3">art. 6.3 WMB</a>). In de Vennootschapsbelasting hebben we in Nederland hier ook een bijzondere regeling voor, waardoor die waardetoename van de aandelen in het geheel niet aftrekbaar is (<a href="https://wetten.overheid.nl/BWBR0002672/2026-01-01#HoofdstukII_Afdeling2.2_Artikel10">art. 10 lid 1 onderdeel j Wet Vpb</a>). De SBC is wel een mooie. Geen cash-out want zo'n share grant kost je niets, maar wel een bak aan aftrekbare kosten en wellicht wel voortwentelbare verliezen! (Dit is geen waarde-oordeel. Dit is duiding. Kunnen we van leren als we start- en scale-ups willen helpen hier.) Andere driver &#8220;huge research and development credits". </p><p>Maar aan een aftrek in de VS heb je natuurlijk vooral iets als het inkomen in de VS valt. Moet het niet in de Europese <a href="https://nl.wikipedia.org/wiki/Vazalstaat">vazalstaten</a> aan de <a href="https://onzetaal.nl/schatkamer/lezen/uitdrukkingen/aan-de-strijkstok-blijven-hangen">strijkstok</a> blijven hangen. En daarvoor hebben ze natuurlijk het oude en vertrouwde &#8216;sales support&#8217;-model opgezet. En als dat niet werkte, d'r even een goeie royalty uitgetrokken. Hebben we het al eerder over gehad in het kader van <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/commentaar-niet-illegaal-wel-immoreel/">Netflix</a>. </p><div class="captioned-image-container"><figure><a class="image-link image2 is-viewable-img" target="_blank" href="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!lt33!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fa950765b-d868-4731-ba4f-63814a7dd1ef_679x329.png" data-component-name="Image2ToDOM"><div class="image2-inset"><picture><source type="image/webp" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!lt33!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fa950765b-d868-4731-ba4f-63814a7dd1ef_679x329.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!lt33!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fa950765b-d868-4731-ba4f-63814a7dd1ef_679x329.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!lt33!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fa950765b-d868-4731-ba4f-63814a7dd1ef_679x329.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!lt33!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fa950765b-d868-4731-ba4f-63814a7dd1ef_679x329.png 1456w" sizes="100vw"><img src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!lt33!,w_1456,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fa950765b-d868-4731-ba4f-63814a7dd1ef_679x329.png" width="679" height="329" data-attrs="{&quot;src&quot;:&quot;https://substack-post-media.s3.amazonaws.com/public/images/a950765b-d868-4731-ba4f-63814a7dd1ef_679x329.png&quot;,&quot;srcNoWatermark&quot;:null,&quot;fullscreen&quot;:null,&quot;imageSize&quot;:null,&quot;height&quot;:329,&quot;width&quot;:679,&quot;resizeWidth&quot;:null,&quot;bytes&quot;:24310,&quot;alt&quot;:null,&quot;title&quot;:null,&quot;type&quot;:&quot;image/png&quot;,&quot;href&quot;:null,&quot;belowTheFold&quot;:true,&quot;topImage&quot;:false,&quot;internalRedirect&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/i/210379735?img=https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fa950765b-d868-4731-ba4f-63814a7dd1ef_679x329.png&quot;,&quot;isProcessing&quot;:false,&quot;align&quot;:null,&quot;offset&quot;:false}" class="sizing-normal" alt="" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!lt33!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fa950765b-d868-4731-ba4f-63814a7dd1ef_679x329.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!lt33!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fa950765b-d868-4731-ba4f-63814a7dd1ef_679x329.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!lt33!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fa950765b-d868-4731-ba4f-63814a7dd1ef_679x329.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!lt33!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fa950765b-d868-4731-ba4f-63814a7dd1ef_679x329.png 1456w" sizes="100vw" loading="lazy"></picture><div class="image-link-expand"><div class="pencraft pc-display-flex pc-gap-8 pc-reset"><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container restack-image"><svg aria-hidden="true" width="20" height="20" viewBox="0 0 20 20" fill="none" stroke-width="1.5" stroke="var(--color-fg-primary)" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" xmlns="http://www.w3.org/2000/svg"><g><path d="M2.53001 7.81595C3.49179 4.73911 6.43281 2.5 9.91173 2.5C13.1684 2.5 15.9537 4.46214 17.0852 7.23684L17.6179 8.67647M17.6179 8.67647L18.5002 4.26471M17.6179 8.67647L13.6473 6.91176M17.4995 12.1841C16.5378 15.2609 13.5967 17.5 10.1178 17.5C6.86118 17.5 4.07589 15.5379 2.94432 12.7632L2.41165 11.3235M2.41165 11.3235L1.5293 15.7353M2.41165 11.3235L6.38224 13.0882"></path></g></svg></button><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container view-image"><svg xmlns="http://www.w3.org/2000/svg" width="20" height="20" viewBox="0 0 24 24" fill="none" stroke="currentColor" stroke-width="2" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" class="lucide lucide-maximize2 lucide-maximize-2"><polyline points="15 3 21 3 21 9"></polyline><polyline points="9 21 3 21 3 15"></polyline><line x1="21" x2="14" y1="3" y2="10"></line><line x1="3" x2="10" y1="21" y2="14"></line></svg></button></div></div></div></a><figcaption class="image-caption">Voor fiscalisten hoort het verhoor van Matt Britten (Google) toch tot de verplichte lijst.</figcaption></figure></div><p>Niets nieuws onder de zon. &#8220;It's the transfer pricing, stupid!&#8221; Fijne zondag. </p><p></p><p class="button-wrapper" data-attrs="{&quot;url&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/subscribe?&quot;,&quot;text&quot;:&quot;Subscribe now&quot;,&quot;action&quot;:null,&quot;class&quot;:null}" data-component-name="ButtonCreateButton"><a class="button primary" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/subscribe"><span>Subscribe now</span></a></p><div><hr></div><h4>Over Rechtsstatelijkheid en interpretatiebepalingen in belastingverdragen (NTFR 2026/1321), I.J.J. Burgers (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1184967">hier</a>). </h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Het artikel bespreekt het nieuwe Nederlandse verdragsbeleid om in belastingverdragen een bepaling op te nemen die voorschrijft dat verdragsbepalingen die gelijk of in wezen gelijksoortig zijn aan bepalingen uit het OESO-Modelverdrag, en bij verdragen met ontwikkelingslanden soms ook het VN-Modelverdrag, worden uitgelegd overeenkomstig het bijbehorende commentaar zoals dat luidt op het moment waarop het verdrag wordt toegepast. De aanleiding is het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State bij het belastingverdrag Nederland-Bangladesh van 17 juni 2026. De Raad van State vraagt aandacht voor de rechtsstatelijke gevolgen van zo&#8217;n dynamische interpretatiebepaling en adviseert om in de toelichting duidelijk te maken hoe later OESO- of VN-commentaar doorwerkt, vooral wanneer dat commentaar niet slechts verduidelijkt maar de uitleg materieel wijzigt. De auteur beschrijft dat Nederland al eerder vergelijkbare interpretatiebepalingen heeft gebruikt, onder meer in het verdrag met Indonesi&#235; uit 2002. Die oudere bepaling was preciezer, omdat zij verwees naar het OESO-commentaar op het moment van ondertekening en naar latere wijzigingen voor zover die slechts verduidelijkend waren. Ook werd daarin expliciet rekening gehouden met voorbehouden, opmerkingen en standpunten van de verdragsstaten. In recente verdragen, zoals die met Bangladesh, Benin, Kirgizi&#235;, Kosovo, Belgi&#235;, Andorra en Zweden, is gekozen voor een ruimere dynamische formulering. Daarin wordt verwezen naar het OESO-commentaar, en in sommige verdragen ook naar het VN-commentaar, zoals dat luidt op het moment van toepassing van het verdrag, zonder expliciete beperking tot verduidelijkingen en zonder voorrangsregel bij verschillen tussen OESO- en VN-commentaar. De auteur legt uit dat dit spanning oproept met de jurisprudentie van de Hoge Raad over verdragsposterieur OESO-commentaar. Volgens de Hoge Raad kan later commentaar bij een verdrag zonder interpretatieregel wel relevant zijn als het gaat om een clarification, dus een verduidelijking, maar niet als het later commentaar leidt tot een andere uitleg of ander rechtsgevolg. Anders zou de inhoud van verdragsverplichtingen kunnen veranderen zonder betrokkenheid van de grondwettelijk bevoegde organen. Het probleem is volgens de Raad van State en de auteur vooral dat een modification van OESO- of VN-commentaar de facto tot een inhoudelijke wijziging van een belastingverdrag kan leiden. Als zo&#8217;n wijziging automatisch doorwerkt via een dynamische interpretatiebepaling, kan de belastingpositie van burgers of ondernemingen veranderen zonder parlementaire goedkeuring van een verdragswijziging. Dat raakt aan rechtszekerheid, legitimiteit en het fiscale legaliteitsbeginsel. De auteur vindt het advies van de Raad van State terecht, maar meent dat de beste oplossing niet alleen in de toelichting zou moeten staan. Idealiter wordt in de verdragstekst zelf opgenomen dat het commentaar bij ondertekening geldt, aangevuld met latere wijzigingen voor zover die slechts verduidelijkend zijn. Daarmee wordt voorkomen dat latere inhoudelijke koerswijzigingen van de OESO of VN automatisch verdragsrechtelijke gevolgen krijgen. Vervolgens bespreekt de auteur dat de OESO zelf wel enige guidance geeft over het onderscheid tussen clarifications en modifications. De OESO gaat ervan uit dat verduidelijkingen van commentaar kunnen doorwerken naar oudere verdragen, omdat zij de bestaande betekenis bevestigen, terwijl wijzigingen die voortvloeien uit aangepaste modelverdragsteksten in beginsel alleen prospectief werken. Als voorbeeld noemt de auteur onder meer de wijzigingen rond artikel 5 en artikel 7 van het OESO-Modelverdrag. Bij het VN-Modelverdrag ontbreekt vergelijkbare guidance. Dat maakt de verwijzing naar VN-commentaar extra gevoelig, zeker nu het VN-Modelverdrag in 2025 is ge&#252;pdatet en de VN een zelfstandiger rol lijkt te willen spelen in internationale belastingverdragen. De auteur wijst erop dat de VN inmiddels niet alleen ontwikkelingslanden, maar alle VN-lidstaten als doelgroep ziet. De auteur bespreekt vervolgens waarom een voorrangsregel nodig kan zijn wanneer een verdrag verwijst naar zowel OESO- als VN-commentaar. Op dit moment verwijst het VN-commentaar bij veel bepalingen die gelijk zijn aan het OESO-Modelverdrag nog grotendeels naar het OESO-commentaar, maar er bestaan al verschillen, zoals bij beperkte force of attraction. Bovendien bevat het VN-Model steeds meer eigen bepalingen, bijvoorbeeld over royalty&#8217;s, dienstenvergoedingen, verzekeringspremies, subject-to-taxregels en onderlinge overlegprocedures. Volgens de auteur is het daarom goed denkbaar dat het VN-commentaar in de toekomst ook bij bepalingen die tekstueel OESO-conform zijn een andere richting kiest dan het OESO-commentaar. Zonder voorrangsregel is dan onduidelijk welk commentaar beslissend is. De Raad van State adviseert om hierover duidelijkheid te geven in de toelichting, maar de auteur vraagt zich af waarom zo&#8217;n regel niet beter direct in het verdrag zelf kan worden opgenomen. De auteur stelt voor om inspiratie te ontlenen aan de interpretatiebepaling in het belastingverdrag met Indonesi&#235;. Daarin wordt niet alleen beperkt dynamisch verwezen naar het OESO-commentaar, maar ook rekening gehouden met voorbehouden, opmerkingen en standpunten van de verdragsstaten. Een dergelijke formulering zou beter aansluiten bij rechtszekerheid en democratische legitimatie. In de slotbeschouwing hoopt de auteur dat het parlement het advies van de Raad van State serieus oppakt. Dat is niet alleen relevant voor het verdrag met Bangladesh, maar ook voor andere recent gesloten of nog te ratificeren verdragen, zoals die met Belgi&#235;, Benin en Zweden, en voor de twaalf landen waarmee Nederland op dat moment onderhandelt over nieuwe belastingverdragen. In de annex laat de auteur zien dat Nederland niet het enige land is dat in belastingverdragen naar OESO- of VN-commentaar verwijst. Oostenrijk en Denemarken gebruiken vergelijkbare bepalingen, maar nemen daarbij vaak expliciete uitzonderingen op voor voorbehouden, afwijkende interpretaties in toelichtingen of later overeengekomen interpretaties tussen bevoegde autoriteiten. Ook de Verenigde Staten werken in technische toelichtingen geregeld uit hoe modelverdragen en commentaren relevant zijn voor de uitleg van specifieke verdragsartikelen. Samengevat gaat het artikel dus over de vraag hoe ver soft law, zoals OESO- en VN-commentaar, mag doorwerken in de uitleg van Nederlandse belastingverdragen. De auteur aanvaardt dat commentaar een nuttig interpretatiemiddel is, maar waarschuwt dat een onbeperkt dynamische verwijzing naar later commentaar te veel verdragsmacht buiten parlementaire controle plaatst. Daarom bepleit hij een beperktere en duidelijker interpretatiebepaling, waarin alleen latere verduidelijkingen doorwerken en waarin wordt geregeld wat gebeurt bij afwijkingen tussen OESO- en VN-commentaar.</p><p><strong>Commentaar:</strong> Een erg waardevol artikel ten aanzien van een onderwerp waar ik al meermaals discussie over heb gehad. </p><div><hr></div><h1>Korte aantekeningen </h1><p><strong>Geen bewijs van tijdige bekendmaking; navorderingsaanslag vernietigd (NLF 2026/1505), noot van J. Graaff (<a href="https://www.nlfiscaal.nl/nlfiscaal-doc/429E42D74F7B4E23A9086BB7848F4EC1">hier</a>).</strong> Een navorderingsaanslag wordt vernietigd omdat de Inspecteur niet kan bewijzen dat deze binnen de aanslagtermijn rechtsgeldig bekend is gemaakt, terwijl volgens vaste Hoge Raad-jurisprudentie niet alleen tijdige vaststelling maar ook tijdige bekendmaking vereist is. De Inspecteur had geen verzendrapportage of andere harde bewijsstukken waaruit bleek dat de aanslag tijdig aan PostNL was aangeboden en de enkele stelling dat de aanslag in een blauwe envelop is verzonden, is onvoldoende. Ook plaatsing in de elektronische Berichtenbox helpt niet, omdat rijksbelastingaanslagen niet elektronisch kunnen worden bekendgemaakt. De annotator noemt de uitkomst zuur, omdat de aanslag inhoudelijk wel tijdig was vastgesteld en vernietiging eenvoudig had kunnen worden voorkomen door aangetekende verzending of betekening, maar zolang wetgever of Hoge Raad niets wijzigen, zullen aanslagen blijven sneuvelen bij gebrekkig bewijs van tijdige bekendmaking.</p><p><strong>DAC-richtlijn eenvoudiger: minder rapportageverplichtingen voor bedrijven (NLF 2026/1551), noot van W. Boei (<a href="https://www.nlfiscaal.nl/nlfiscaal-doc/F67D3158D6D940A09A6616BB50D10362">hier</a>).</strong> De voorgestelde DAC-recast vooral bedoeld is als achterstallig onderhoud aan een inmiddels versnipperde en complexe richtlijn, met meer rechtszekerheid, gerichtere rapportageverplichtingen en betere bruikbaarheid van uitgewisselde fiscale informatie als doelen. De annotator verwelkomt de poging tot vereenvoudiging, maar vindt vooral de aanpassingen aan DAC6 te beperkt: veel meldingen van grensoverschrijdende constructies leveren volgens hem weinig toegevoegde waarde op, terwijl echte lastenverlichting pas ontstaat als veelvoorkomende, bekende en fiscaal geaccepteerde handelingen niet meer hoeven te worden gemeld. Positief zijn onder meer het schrappen van categorie A-hallmarks, de langere rapportagetermijn, aansluiting bij daadwerkelijke implementatie, harmonisatie van CbCR- en Pijler 2-verplichtingen en een centraal TIN-verificatiesysteem om uitgewisselde informatie beter aan belastingplichtigen te koppelen. Tegelijk plaatst hij vraagtekens bij sommige keuzes, zoals de DAC6-vrijstelling voor Pijler 2-groepen en de redenering achter de nieuwe DAC7-drempel. Per saldo ziet hij nuttige stappen, maar geen fundamentele vereenvoudiging, zeker niet bij DAC6.</p><p><strong>Informatieverzoek aan op Jersey wonende belastingplichtige toegestaan (1) (NLF 2026/1376), noot van W. Boei (<a href="https://www.nlfiscaal.nl/nlfiscaal-doc/B9F18579207D4DDA977F141CEAE72150">hier</a>).</strong> De Hoge Raad bevestigt dat de informatieverplichting van artikel 47 AWR niet territoriaal is begrensd: ook een in het buitenland wonende of gevestigde persoon moet informatie verstrekken als de Inspecteur zich redelijkerwijs op het standpunt kan stellen dat die informatie relevant kan zijn voor Nederlandse belastingheffing. Daarnaast maakt het arrest duidelijk dat de Inspecteur niet verplicht is om eerst via een internationaal informatie-uitwisselingsverdrag, zoals de TIEA met Jersey, informatie op te vragen voordat hij artikel 47 AWR gebruikt. De annotator vindt echter dat de omgekeerde rangorde w&#233;l uit het verdrag volgt: de Inspecteur zou eerst nationale mogelijkheden, zoals artikel 47 AWR, moeten benutten en pas daarna internationaal om informatie mogen vragen, omdat het TIEA-verdrag vereist dat informatie niet op andere wijze kan worden verkregen of dat dit onevenredig moeilijk is. De Hoge Raad laat dat punt echter open, zodat vooral vaststaat dat artikel 47 AWR wereldwijd kan worden ingezet, maar niet definitief is beslist of internationaal uitwisselingsverzoek pas na nationale uitputting mag plaatsvinden.</p><p><strong>Geen extra voorkoming dubbele belasting voor werkzaamheden bij Duitse GmbH (NLF 2026/1473), noot van E. Swaving Dijkstra (<a href="https://www.nlfiscaal.nl/nlfiscaal-doc/D4437D915EEA441098DCE482DBF02791">hier</a>).</strong> Bij grensoverschrijdend werken kan de vraag wie als werkgever geldt beslissend zijn voor de verdeling van heffingsrechten, en dat in deze zaak vooral het materi&#235;le werkgeverschap van de Duitse zustermaatschappij centraal staat. Omdat het belastingverdrag Nederland-Duitsland uit 2012 dateert, moet volgens de annotator worden aangesloten bij het OESO-commentaar van 2010 en niet bij de oudere Hoge Raad-arresten uit 2006 als maatgevend kader. De rechtbank acht de werkzaamheden van de Nederlandse belastingplichtige wel ge&#239;ntegreerd in de Duitse onderneming, omdat hij daar feitelijk de hoogste functie vervulde en Duitse werknemers aan hem rapporteerden, maar vindt onvoldoende bewezen dat de Duitse vennootschap ook materieel werkgever was, vooral omdat de beloning niet specifiek en direct aan Duitsland werd doorbelast maar slechts via een brede management service fee met cost-plus. De annotator vindt dat de rechtbank dit criterium niet te zwaar had moeten laten wegen, maar ziet wel een duidelijke praktijkles: wie fiscale allocatie naar het werkland wil bereiken, moet zorgen voor specifieke loonkostendoorbelasting en liefst een duidelijke contractuele arbeidsrelatie met de groepsmaatschappij waarvoor wordt gewerkt.</p><p><strong>Ondanks calloptie toch aanmerkelijk belang via deelnemerschapslening (NLF 2026/1397), noot van J. Ganzeveld (<a href="https://www.nlfiscaal.nl/nlfiscaal-doc/9BE8303E3B294011A7602C9604E3988B">hier</a>).</strong> De Hoge Raad moet duidelijkheid geven over wanneer een economisch belang bij aandelen, verkregen via een deelnemerschapslening, leidt tot een aanmerkelijk belang en welke invloed een verleende calloptie daarop heeft. In de zaak had belanghebbende economisch een belang van 5,3% bij preferente aandelen, maar op 20% van dat economische belang rustte een calloptie, waardoor de vraag is of zijn relevante belang nog 5,3% of slechts 4,24% bedraagt. Hof Den Haag en de A-G menen dat voor aanmerkelijkbelanghouderschap via economische eigendom het volledige economische belang bij de aandelen vereist is en dat het optierecht dit belang voor een deel wegneemt, terwijl de annotator betwijfelt of die volledige-benadering uit de jurisprudentie volgt en of een optie al v&#243;&#243;r uitoefening de economische eigendom aantast. Daarnaast waarschuwt de annotator voor de benadering van Hof Den Bosch en de A-G dat belanghebbende via een genotsrecht alsnog een aanmerkelijk belang heeft: als art. 4.3 Wet IB 2001 zo ruim wordt uitgelegd, dreigt het een vangnet te worden waarmee vrijwel elk lastig economisch belang toch in box 2 kan worden getrokken.</p><p><strong>Meerdere Kamerfracties willen dat de koning gewoon belasting betaalt. Maar wat is gewoon? (NLF Opinie 2026/27), E. Swaving Dijkstra (<a href="https://www.nlfiscaal.nl/nlfiscaal-doc/55A355847B664E58A55AE479F87327FD">hier</a>).</strong> De politieke wens om de koning &#8220;gewoon&#8221; belasting te laten betalen is veel minder eenvoudig dan zij klinkt, omdat de grondwettelijke belastingvrijstelling niet alleen een principi&#235;le uitzondering vormt, maar ook voorkomt dat het koningschap in een fiscaal kader wordt geperst dat daar slecht op past. De uitkeringen aan de koning bestaan uit een inkomenscomponent en een kostencomponent, terwijl daarnaast vermogensbestanddelen bestaan die dienstbaar zijn aan de functie; als de vrijstelling wordt afgeschaft, moet worden bepaald of en hoe deze posten in box 1, box 2 of box 3 worden belast. Juist daar wringt het: de koning ontvangt geld omdat hij koning is, niet omdat hij op gewone wijze aan het economisch verkeer deelneemt, en het onderscheid tussen zakelijk, priv&#233;, representatief en functioneel is bij het koningschap moeilijk scherp te trekken. De auteur waarschuwt daarom dat afschaffing van de grondwettelijke vrijstelling slechts het begin is en dat zonder vooraf helder doel en specifiek fiscaal regime nieuwe discussies, uitvoeringsproblemen en politieke beeldvorming ontstaan; gewone belastingheffing van de koning kan dus niet zomaar &#8220;gewoon&#8221; zijn. <em><strong>Commentaar:</strong> lijkt me mooie folklore om in stand te houden. Is ook weinig interessant als je naar de daadwerkelijke opbrengsten kijkt. Laten we ons bezighouden met de massa, waar de pxq wel serieuze impact heeft. </em></p><p><strong>Standpunt kwalificatie licentievergoeding voor gebruik van illustraties, handelsnaam en logo&#8217;s (NTFR 2026/1386), noot van S.J.P. Ubachs (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1182703">hier</a>).</strong> De licentievergoedingen van de Australische licentienemer kwalificeren als royalty&#8217;s onder art. 12 van het belastingverdrag Nederland-Australi&#235;, omdat de licentienemer niet slechts producten distribueert of digitale content voor eigen gebruik verkrijgt, maar de onderliggende auteursrechten op illustraties en merkrechten op logo en handelsnaam commercieel mag exploiteren op zelf geproduceerde verpakkingen en drukwerk voor verkoop aan derden. Daarmee verschilt de zaak van een zuiver distributierecht, waarbij de distributeur kant-en-klare producten verkoopt, en ook van een eigendomsoverdracht van intellectuele rechten, omdat de rechten bij de belastingplichtige blijven. Voor de Nederlandse licentiegever is dit gunstig: de Australische bronbelasting is verdragsrechtelijk terecht ingehouden en kan op grond van art. 23 lid 3 van het verdrag worden verrekend met de Nederlandse vennootschapsbelasting. De noot benadrukt daarnaast het praktische verschil met softwarelicenties, die meestal geen royalty vormen maar ondernemingswinst, waardoor onterecht ingehouden buitenlandse bronbelasting vaak lastig terug te krijgen is. <em><strong>Commentaar:</strong> ik denk dat de kern van het onderscheid is wat nu eigenlijk het product is. Software (en niet de gegevensdrager) vs. verpakkingen en drukwerk. </em></p><p><strong>Adviseur is aansprakelijkheid voor schade cli&#235;nt wegens onvoldoende waarschuwen voor een fiscaal omslagpunt omtrent overdrachtsbelasting of omzetbelasting verschuldigd over onroerend goed (NTFR 2026/1378), noot van R.B.H. Beune (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1183248">hier</a>). </strong>Een adviseur niet kan volstaan met het eenmalig geven van advies, maar moet gedurende zijn verdere betrokkenheid blijven beoordelen of dat advies nog klopt bij veranderende feiten en omstandigheden. Op grond van art. 7:401 BW moet hij handelen als een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot, wat kan meebrengen dat hij de cli&#235;nt uit eigen beweging informeert en waarschuwt voor relevante fiscale risico&#8217;s. In deze zaak was het omslagpunt tussen overdrachtsbelasting en omzetbelasting voor de cli&#235;nt van groot belang, zodat de adviseur tijdig had moeten signaleren dat het eerdere advies mogelijk moest worden aangepast. Omdat hij dat niet deed, is hij tekortgeschoten in zijn zorgplicht; de annotator vindt de uitkomst begrijpelijk en merkt op dat sommige verweren van de adviseur weinig overtuigend lijken.</p><p><strong>Vervolg Tradman: ondanks onrechtmatige daad jegens Belastingdienst geen schade aan de zijde van de Belastingdienst (NTFR 2026/1376), noot van R.B.H. Beune (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1183246">hier</a>). </strong>Een derde die civielrechtelijk wordt aangesproken voor schade bestaande uit niet-betaalde belastingen, moet de onderliggende belastingaanslag inhoudelijk kunnen betwisten als hij zelf geen voldoende gewaarborgde fiscale rechtsgang heeft gehad. In de Tradman-zaak leidt dat ertoe dat de civiele rechter zelf moet beoordelen of de belastingaanslag materieel juist was, zonder dat formele rechtskracht of omkering en verzwaring van de bewijslast automatisch aan Tradman c.s. kunnen worden tegengeworpen. Omdat uiteindelijk niet blijkt dat de Staat schade heeft geleden, wordt de vordering afgewezen ondanks eerder vastgesteld onrechtmatig handelen. De annotator ziet hierin, mede bevestigd door HR 29 mei 2026, een belangrijke les: wie aansprakelijk wordt gehouden voor belastingschulden van een ander moet afhankelijk van de procespositie en grondslag van de vordering re&#235;le ruimte krijgen om de belastingschuld zelf aan te vechten.</p><p><strong>Geen verhoogde vrijstelling schenkbelasting bij kwijtschelding aflossingsvrije lening eigen woning (NTFR 2026/1350), noot van E.I. Brouwer (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1172361">hier</a>).</strong> De kwijtschelding van een aflossingsvrije lening voor de eigen woning niet onder de eenmalig verhoogde schenkvrijstelling valt, omdat zo&#8217;n lening fiscaal geen eigenwoningschuld is in de zin van art. 3.119a Wet IB 2001. Het beroep van belanghebbende op het vertrouwensbeginsel slaagt niet, omdat de algemene tekst op het aangifteformulier, dat de schenking voor de eigen woning moet worden gebruikt, geen concrete toezegging van de Belastingdienst vormt. Wel vindt de annotator het begrijpelijk dat belanghebbende zich misleid of onrechtvaardig behandeld voelt, omdat het formulier onvoldoende duidelijk maakte dat niet alleen de besteding aan de woning telt, maar vooral de fiscale kwalificatie van de schuld beslissend is.</p><p><strong>Standpunt beoordeling laagbelastheid vrije beleggingen: CFC-heffing telt niet mee (NTFR 2026/1349), noot van H.J. Bresser (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1186209">hier</a>). </strong>De samenloop tussen de deelnemingsvrijstelling en de CFC-bijtelling van art. 13ab Wet Vpb 1969 moet beperkt worden uitgelegd: de deelnemingsvrijstelling kan via art. 13 lid 19 Wet Vpb 1969 wel voorkomen dat dezelfde besmette voordelen van een gecontroleerd lichaam dubbel worden belast, maar die samenloopregeling ziet alleen op de bijtelling van die besmette inkomsten zelf. Een afzonderlijk valutavoordeel dat samenhangt met een deelneming die ook een gecontroleerd lichaam is, valt volgens de kennisgroep daarom niet automatisch onder de deelnemingsvrijstelling. De annotator kan dat standpunt volgen als het valutavoordeel niet ziet op de besmette inkomsten zelf, maar plaatst wel vraagtekens omdat de feiten onvoldoende duidelijk maken waaruit het valutavoordeel precies bestaat en dus ook niet goed kan worden beoordeeld of toch sprake is van dubbele belasting.</p><p><strong>Geen verkapte winstuitdeling bij levering appartementen tegen contractprijs (NTFR 2026/1341), noot van M.W. Krijger (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1171937">hier</a>).</strong> De ogenschijnlijk evidente bevoordeling van de dga, die in 2018 appartementsrechten met een waarde van ruim &#8364; 1 miljoen geleverd kreeg voor slechts &#8364; 150.000, kon fiscaal toch niet worden gecorrigeerd als verkapte winstuitdeling omdat de beslissende rechtshandeling al in 2016 lag. Tussen partijen stond namelijk vast dat de koopovereenkomst van 13 april 2016, inclusief de koopprijs van &#8364; 150.000, op dat moment zakelijk was; in 2018 hoefde de bv daarom alleen nog haar bestaande leveringsverplichting na te komen. Daardoor kon de inspecteur niet bewijzen dat de bv in 2018 een onjuiste Vpb-aangifte had gedaan of dat sprake was van een uitdeling/dividend, zodat ook de naheffingsaanslag dividendbelasting, navorderingsaanslagen en boeten sneuvelden. De annotator benadrukt dat de feiten weliswaar veel vragen oproepen, vooral rond de stichting, de werknemer en mogelijke projectontwikkelingswinst bij de dga priv&#233;, maar dat die punten buiten de gekozen fiscale correctie en bewijsvoering vielen.</p><p><strong>Verhuurprojecten: box 1 of box 3 bij omvangrijke verbouwing en transformatie (NTFR 2026/1335), noot van R.S. Bekker (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1181098">hier</a>).</strong> Bij vastgoedactiviteiten hangt het onderscheid tussen box 3 en box 1 af van de vraag of het rendement voortkomt uit passief bezit of uit actief gecre&#235;erde meerwaarde door arbeid, organisatie en expertise. De rechtbank beoordeelt dit terecht per pand en komt tot een gemengde uitkomst: bij projecten met transformatie, herontwikkeling, splitsing, functiewijziging, vergunningstrajecten of ingrijpende bouwkundige aanpassingen is sprake van projectontwikkeling en dus belastbaar box 1-inkomen, terwijl regulier onderhoud en modernisering binnen normaal vermogensbeheer kunnen blijven. De annotator onderschrijft dat de herkomst van het rendement beslissend is: als de waardestijging vooral wordt veroorzaakt door actieve werkzaamheden die een hoger rendement beogen dan een normale belegger behaalt, is geen sprake meer van box 3-beleggen maar van winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden in box 1.</p><p><strong>Afwijzing 30%-regeling door onvoldoende verblijf buiten Nederland (NTFR 2026/1334), noot van G. Benning (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1175586">hier</a>).</strong> Belanghebbende kan geen aanspraak maken op de 30%-regeling omdat hij al niet voldoet aan de harde 24-maandentoets: in de 24 maanden v&#243;&#243;r aanvang van zijn werk in Nederland moet hij meer dan 16 maanden op meer dan 150 kilometer van Nederland hebben gewoond, terwijl zijn verblijf buiten Nederland slechts 15 maanden en 11 dagen duurde. Daar komt bij dat zelfs twijfelachtig is of hij Nederland daadwerkelijk metterwoon heeft verlaten, omdat hij ingeschreven bleef in de basisadministratie, zijn woning behield en zijn banden met Nederland niet duidelijk verbrak. De annotator kwalificeert de zaak daarom als kansloos: belanghebbende voldoet noch cijfermatig aan de termijnvoorwaarde, noch overtuigend aan het woonplaatsvereiste voor een ingekomen werknemer.</p><p><strong>30%-regeling geweigerd wegens voorafgaande werkzaamheden in Nederland (NTFR 2026/1333), noot van D. Hajer (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1182736">hier</a>). </strong>Het motief waarmee een werknemer naar Nederland komt, speelt volgens de feitenrechtspraak geen rol bij het aanwervingsvereiste van de expatregeling: ook iemand die aanvankelijk om andere redenen, zoals vakantie of vlucht uit Oekra&#239;ne, in Nederland verblijft, kan in beginsel nog uit het buitenland zijn aangeworven. De annotator vindt dat oordeel juist en weinig verrassend, omdat noch wetgeving noch Hoge Raad-jurisprudentie een motiefvereiste kent, maar betreurt dat de Hoge Raad hierover opnieuw geen duidelijkheid krijgt te geven. De zaak strandt uiteindelijk op een andere vraag: was belanghebbende al &#8220;in Nederland werkzaam&#8221; doordat hij fysiek vanuit Nederland op afstand werkte voor een Amerikaanse opdrachtgever? Het hof zegt van wel, terwijl de rechtbank juist keek naar deelname aan de Nederlandse arbeidsmarkt. De annotator vindt die laatste benadering overtuigender, omdat zij beter aansluit bij doel en strekking van de expatregeling; enkel fysiek in Nederland werken zou niet beslissend moeten zijn als de werkzaamheden geen Nederlandse arbeidsmarktnexus hebben.</p><p><strong>Effectenportefeuille geen ondernemingsvermogen; box 3-heffing op nihil wegens werkelijk rendement (NTFR 2026/1332), noot van C. Bruijsten (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1181582">hier</a>).</strong> De rechtbank onderzoekt terecht eerst per activiteit  of sprake is van een bron van inkomen en vervolgens concludeert dat de projectontwikkelingsactiviteiten in 2020 nog niet verder kwamen dan een ori&#235;nterende fase, zodat zij nog geen onderneming of werkzaamheid vormden. Daardoor kon de effectenportefeuille, die volgens belanghebbenden was bestemd voor financiering van die projecten, niet als ondernemings- of resultaatsvermogen van die projecten worden aangemerkt en bleef het geleden effectenverlies buiten de fiscale winst. De annotator vindt de uitkomst op hoofdlijnen verdedigbaar, maar mist bij project 2 een expliciete weging van latere ontwikkelingen voor de objectieve voordeelsverwachting in 2020 en vindt dat de rechtbank de vermogensetikettering ten opzichte van de bestaande vof te summier behandelt. Vooral blijft onderbelicht of de effectenportefeuille een functie kon vervullen binnen de boekhoud- en adviesonderneming en waarom de opname op de vof-balans ultimo 2019 fiscaal geen betekenis zou hebben.</p><p><strong>A-G Koopman: Overnemer erfpachtrecht komt niet in aanmerking voor Fagoed-methode (NTFR 2026/1323), noot van H.J. Bresser (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1182724">hier</a>). </strong>De belanghebbenden doen volgens de A-G ten onrechte een beroep op de Fagoed-methode, omdat hun situatie niet voldoende lijkt op de financieringsconstructie uit het Fagoed-arrest. De Fagoed-methode houdt in dat een ondernemer die landbouwgrond verkoopt onder voorbehoud van erfpacht en met een recht op terugkoop, de grond fiscaal toch volledig op de balans mag houden en de ontvangen koopsom voor de bloot eigendom als een schuld/passiefpost behandelt; de jaarlijkse indexatie van de terugkoopprijs wordt dan als financieringslast ten laste van de winst gebracht, omdat de constructie economisch sterk lijkt op een ge&#239;ndexeerde geldlening met de grond als zekerheid. In de besproken zaken ontbreekt die kern: belanghebbende was nooit eigenaar van de grond, heeft geen grond verkocht, geen geldsom ontvangen en heeft bij overname van de economische eigendom en het kooprecht niet ook de bijbehorende schuld overgenomen. Daarom drukt er geen indexeringslast op belanghebbende, en kan hij die ook niet aftrekken. De annotator acht de zaken daarom weinig kansrijk en verwacht dat de Hoge Raad de cassatieberoepen ongegrond zal verklaren. <strong>Ook in NLF 2026/1391, met noot van A.W. de Beer (<a href="https://www.nlfiscaal.nl/nlfiscaal-doc/D6B456E627424597BAA4BD289CA7552C">hier</a>).</strong> De Fagoed-methode kan volgens de annotator niet worden voortgezet door een landbouwer die slechts een bestaand erfpachtrecht met terugkooprecht overneemt van de oorspronkelijke erfpachter. De Fagoed-methode houdt in dat een zuivere financieringserfpacht fiscaal mag worden verwerkt als een ge&#239;ndexeerde geldlening, maar dat past alleen bij de oorspronkelijke eigenaar die zijn grond verkoopt, daarvoor geld ontvangt, de grond in erfpacht houdt en later kan terugkopen. De kopende landbouwer B heeft daarentegen nooit de volle eigendom gehad, geen geld van de verzekeraar ontvangen, geen schuld aan de verzekeraar overgenomen en is niet verplicht het kooprecht uit te oefenen; hij koopt vooral gebruiksrechten en een koopoptie om landbouwgrond te kunnen benutten. Daarom drukt de jaarlijkse indexatie van de terugkoopsom niet als financieringslast op hem en heeft de Inspecteur die aftrek terecht geweigerd. De annotator verwacht dat de Hoge Raad de A-G zal volgen, al signaleert hij dat de gevolgen voor de verkopende landbouwer A mogelijk nieuwe procedures kunnen opleveren.</p><p><strong>Fiscale eenheid ondanks grootkoopmanschap/beleidsbepaling dga. Ondanks interne verhanging gedeeltelijke renteaftrek vanwege compenserende heffing (BNB 2026/108), noot van R.P.C. Cornelisse (<a href="https://www.inview.nl/document/id722ed620c0394ec0a951a15b9902eec4?ctx=WKNL_CSL_17">hier</a>).</strong> Uit het arrest zelf volgt inhoudelijk niets omdat de Hoge Raad het cassatieberoep met artikel 81 Wet RO afdoet, maar dat de zaak volgens Cornelisse interessant is vanwege de mogelijke verhouding tussen grootkoopmanschap in de inkomstenbelasting en gevolgen voor de vennootschapsbelasting. De auteur benadrukt dat &#8220;gewoon&#8221; grootkoopmanschap niet betekent dat de vennootschappen waarin de grootkoopman aandelen houdt fiscaal transparant worden voor de vennootschapsbelasting: transacties binnen die vennootschappen en fiscale eenheden moeten in beginsel zelfstandig volgens de VPB-regels worden beoordeeld. Anders kan het liggen wanneer een houdstervennootschap feitelijk slechts een kassiersfunctie vervult en voor een specifieke transactie moet worden weggedacht; dan kunnen kosten, baten en transacties rechtstreeks aan de achterliggende ondernemer worden toegerekend, wat gevolgen kan hebben voor winstneming, rentelasten en zelfs het bestaan van een fiscale eenheid. De noot draait dus om het onderscheid tussen grootkoopmanschap als IB-kwalificatie zonder VPB-transparantie en het veel verdergaande &#8220;wegdenken&#8221; van vennootschappen bij specifieke feitencomplexen. <em><strong>Commentaar:</strong> Ik vind het <a href="https://www.inview.nl/document/inod1940a4da75232383b03230a42403908f?ctx=WKNL_CSL_17">grootkoopmanschap</a> altijd een interessant onderwerp, met name in het kader van een (technisch) aanmerkelijk belasting. </em></p><p><strong>Langdurig verhuurde onroerende zaken zijn voor de regels inzake verliesverrekening na aandeelhouderswisseling beleggingen (BNB 2026/107), noot van R.J. de Vries (<a href="https://www.inview.nl/document/idea105e6a05aa4eb9ab42b8994f36eae0?ctx=WKNL_CSL_17">hier</a>).</strong> Art. 20a Wet VPB 1969 blokkeert verliesverrekening na een belangrijke aandeelhouderswijziging wanneer de bezittingen grotendeels uit beleggingen bestaan, en verhuurde onroerende zaken aan niet-verbonden derden vallen op grond van de wettelijke fictie nu eenmaal onder dat beleggingsbegrip. De belanghebbende probeerde via wetshistorische, teleologische, systematische uitleg en het evenredigheidsbeginsel toch verliesverrekening te bereiken, maar Rechtbank, A-G en Hoge Raad wijzen dat af omdat de tekst, parlementaire geschiedenis en ratio van de bepaling duidelijk zijn en misbruik geen vereiste is voor toepassing van art. 20a. De annotator begrijpt het onbevredigende rechtsgevoel, maar vindt het arrest juridisch niet verrassend en gebruikt de zaak vooral als illustratie van de doorgeschoten complexiteit van de vennootschapsbelasting, vol technische ficties en uitzonderingen die soms hard maar moeilijk te ontwijken uitpakken.</p><p><strong>Bedrijfsopvolgingsregeling. Overdracht tussen een BV van een vader en BV&#8217;s van zijn zonen: betekenis doorkijkarresten (BNB 2026/105), noot van J.P. Boer (<a href="https://www.inview.nl/document/id97e559f1992a47f0be1e7bd5365ad5d9?ctx=WKNL_CSL_17">hier</a>). </strong>De Hoge Raad begrenst de reikwijdte van de doorkijkarresten in de overdrachtsbelasting: bij de verkrijging van aandelen in een onroerendezaakrechtspersoon mag voor toepassing van vrijstellingen wel worden gekeken naar het object, dus alsof de onderliggende onroerende zaken worden verkregen, maar niet door de betrokken vennootschappen heen naar de achterliggende natuurlijke personen. Daardoor kan de bedrijfsopvolgingsvrijstelling van artikel 15 lid 1 onderdeel b Wet BRV niet worden toegepast wanneer de aandelen worden overgedragen tussen bv&#8217;s van vader en zonen, ook al maakt de transactie materieel deel uit van een familiale bedrijfsopvolging. De annotator vindt het nuttig dat de Hoge Raad dit verduidelijkt, maar acht de formulering omslachtig en pleit ervoor de doorkijkleer beter te begrijpen als vereenzelviging van aandelen met stenen, niet als fiscale transparantie van rechtspersonen. Tot slot plaatst hij vraagtekens bij de huidige ratio en familiekring van de bedrijfsopvolgingsvrijstelling en suggereert hij dat herbezinning wenselijk is.</p><div><hr></div><h1>Overige fiscale literatuur/lectuur</h1><p><strong>Waarom grondige belastinghervormingen al een kwarteeuw een dode letter zijn en de schatkist tientallen miljarden misloopt (NRC) (<a href="https://www.nrc.nl/nieuws/2026/08/07/waarom-grondige-belastinghervormingen-al-een-kwarteeuw-een-dode-letter-zijn-en-de-schatkist-tientallen-miljarden-misloopt-a4933316">hier</a>). </strong>Nederland komt al 25 jaar nauwelijks tot grondige belastinghervorming, ondanks brede consensus dat het stelsel te complex, ondoorzichtig en ineffici&#235;nt is. De belangrijkste oorzaak is dat fiscale uitzonderingen, aftrekposten en kortingen eenmaal ingevoerd politiek bijna niet meer zijn af te schaffen, omdat goed georganiseerde belangengroepen hun voordeel verdedigen terwijl het algemene belang van vereenvoudiging diffuus blijft. Daardoor blijven regelingen overeind die volgens evaluaties weinig effectief zijn, zoals de kleinebrouwersregeling, landbouwvrijstelling, bedrijfsopvolgingsregeling, hypotheekrenteaftrek en innovatiebox, terwijl met alle fiscale regelingen samen circa 150 miljard euro is gemoeid en 73 regelingen ter waarde van 89,4 miljard euro onvoldoende effectief zijn. Hervormingen stranden verder doordat kabinetten geen geld reserveren om verliezers te compenseren, politici juist graag nieuwe fiscale instrumenten gebruiken om snel beleid te tonen, de Belastingdienst kwetsbaar is door ict- en uitvoeringsproblemen, en het huidige politieke leiderschap op Financi&#235;n nog geen sterk hervormingsduo vormt zoals Zalm en Vermeend rond 2001.</p><p><strong>Oliereuzen boeken extreem hoge winsten in tijden van onrust. Duurzaamheid? Daar wordt nauwelijks over gesproken (NRC) (<a href="https://www.nrc.nl/nieuws/2026/08/07/oliereuzen-boeken-extreem-hoge-winsten-in-tijden-van-onrust-duurzaamheid-daar-wordt-nauwelijks-over-gesproken-a4933813">hier</a>).</strong> Grote olie- en gasconcerns boeken door geopolitieke onrust uitzonderlijk hoge winsten, terwijl consumenten hogere energieprijzen betalen en vergroening nauwelijks prioriteit krijgt. Fiscaal draait het vooral om de vraag of zulke crisiswinsten extra moeten worden belast: Nederland deed dat in 2022 via de solidariteitsbijdrage, waarbij olie- en gasbedrijven boven een bepaalde overwinstgrens 33% extra belasting betaalden, goed voor enkele miljarden, maar die maatregel ligt nog onder vuur in tientallen rechtszaken. Het Franse voorbeeld laat zien hoe gevoelig de verhouding tussen prijsplafonds en belasting is: TotalEnergies houdt brandstofprijzen tijdelijk kunstmatig lager, maar dreigt daarmee te stoppen als de overheid extra belasting heft op overwinsten. Het artikel laat zo zien dat overwinstbelasting een logisch instrument lijkt om crisiswinsten af te romen en consumenten of de begroting te ontzien, maar juridisch en economisch omstreden blijft, terwijl oliebedrijven hun extra winsten vooral aan aandeelhouders en fossiele productie lijken te besteden in plaats van aan de energietransitie.</p><p><strong>Dakars informele straatrestaurants zijn er voor iedereen (NRC) (<a href="https://www.nrc.nl/nieuws/2026/08/07/dakars-informele-straatrestaurants-zijn-er-voor-iedereen-a4933639">hier</a>).</strong> De informele straatrestaurants van Dakar, de gargotes, vervullen een essenti&#235;le sociale en economische functie  doordat zij voor zeer lage prijzen maaltijden aanbieden aan uiteenlopende werkenden, van taxichauffeurs en bouwvakkers tot kantoorpersoneel. Fiscaal zit de kern in het informele karakter: deze eetplekken kunnen goedkoop blijven omdat zij behalve een maandelijkse vergoeding aan de lokale mairie nauwelijks formele lasten dragen, zoals belastingafdracht, administratieve verplichtingen of sociale lasten. Daardoor blijven maaltijden bereikbaar voor mensen met lage of onzekere inkomens, maar tegelijk blijft een groot deel van economische activiteit buiten het reguliere belastingstelsel. Het artikel laat zo zien dat informele economie fiscaal dubbelzinnig is: zij beperkt belastingopbrengsten en formele regulering, maar functioneert ook als betaalbare publieke voorziening waar de formele economie en overheid kennelijk niet in voorzien.</p><p><strong>Brandend ijzer is een veelbelovende bron van circulaire energie (NRC) (<a href="https://www.nrc.nl/nieuws/2026/08/06/brandend-ijzer-is-een-veelbelovende-bron-van-circulaire-energie-a4930730">hier</a>). </strong>IJzerpoeder ontwikkelt zich tot een veelbelovende circulaire energiebron voor CO2-vrije warmte en elektriciteit, vooral voor industrie en warmtenetten, omdat ijzer veilig te vervoeren is, een hoge energiedichtheid heeft en na verbranding als ijzeroxide weer kan worden omgezet in nieuw ijzer. Fiscaal zit de relevantie vooral in de investerings- en vestigingskeuzes rond deze technologie: start-up RIFT haalde &#8364;114 mln op voor een reductiefabriek en twijfelt tussen Antwerpen en Rotterdam, waarbij naast netcongestie ook gunstigere belastingen in Rotterdam worden meegewogen. Daarnaast kan ijzerpoeder indirect profiteren van klimaat- en energiebeleid, omdat het aardgas kan vervangen, CO2-uitstoot vermijdt en nauwelijks stikstofoxiden uitstoot, wat in Nederland relevant is voor vergunningen, subsidies, energieheffingen en de fiscale behandeling van duurzame investeringen. De fiscale kern is dus dat belastingdruk en groene prikkels mede bepalen waar en hoe snel deze schone energietechnologie wordt opgeschaald.</p><p><strong>De groene praatjes van Shell zijn bullshitbruin (NRC) (<a href="https://www.nrc.nl/nieuws/2026/08/02/de-groene-praatjes-van-shell-zijn-bullshitbruin-a4933596">hier</a>).</strong> Trujillo zetShells groene imago neer als misleidende pr, terwijl het bedrijf volgens haar mede verantwoordelijk is voor de klimaatcrisis en tegelijk fiscaal wordt ontzien. De fiscale angel zit in de passage dat een hoogleraar belastingrecht op Radio 1 uitlegt hoe Shell ondanks grote winsten in Nederland nul euro belasting kan betalen: daardoor verschuift het debat volgens de auteur van klimaatverantwoordelijkheid naar &#8220;vestigingsklimaat&#8221; en &#8220;investeringsklimaat&#8221;, begrippen die economische en fiscale belangen boven klimaatschade plaatsen. Het stuk bekritiseert dus niet alleen greenwashing, maar ook een systeem waarin grote fossiele bedrijven via fiscale regels en politiek taalgebruik hun maatschappelijke kosten kunnen afwentelen, terwijl burgers, boerenprotesten, migratiekwesties en bosbranden in de media volgens haar verhullend of verkeerd worden benoemd.</p><p><strong>Gewelddadige goudkoorts van drugskartels raast door Latijns-Amerika (FD) (<a href="https://fd.nl/bedrijfsleven/1606142/gewelddadige-goudkoorts-van-drugskartels-raast-door-latijns-amerika">hier</a>).</strong> Illegale goud- en mineralenwinning in Latijns-Amerika is uitgegroeid tot een grote inkomstenbron voor drugskartels en gewapende groepen, waarbij belastingen en quasi-belastingen een belangrijke rol spelen: organisaties als de ELN en Farc-dissidenten exploiteren mijnen, persen ondernemers af en heffen feitelijk belasting op machines, transporten en goudzoekers. Omdat goud legaal verhandelbaar is en na omsmelting met vervalste documenten moeilijk te traceren blijft, kan criminele opbrengst relatief eenvoudig worden witgewassen en de formele economie binnenstromen, waardoor staten belastinginkomsten mislopen en illegale spelers een concurrentievoordeel krijgen. Het artikel laat tegelijk zien dat fiscale en administratieve handhaving cruciaal is: Brazili&#235; wist illegale goudhandel terug te dringen door goudopkopers aansprakelijk te maken, papieren transacties te vervangen door elektronische facturen en strenger te controleren, terwijl landen als Peru, Venezuela en Suriname door zwakke regels, gebrekkige vergunningcontrole en politieke belangen juist ruimte laten voor criminele mijnbouw.</p><p><strong>Regering-Trump heeft meer dan de helft van de importheffingen alweer terugbetaald: $100 mrd (FD) (<a href="https://fd.nl/economie/1606696/regering-trump-heeft-meer-dan-de-helft-van-de-importheffingen-alweer-terugbetaald-100-mrd">hier</a>).</strong> Trumps importheffingen staan fiscaal en juridisch steeds verder onder druk: de Amerikaanse douane heeft op last van rechters al circa $100 mrd terugbetaald, ongeveer 60% van de opbrengst van de in april 2025 ingevoerde heffingen. De heffingen blijken bovendien vooral een verkapte belasting op Amerikaanse importeurs en consumenten te zijn geweest, omdat zij volgens onderzoek meer dan 90% van de lasten droegen, en niet buitenlandse exporteurs zoals Trump had beloofd. Dat terugbetalen is pijnlijk voor de Amerikaanse begroting, die al kampt met een tekort van $1900 mrd en een staatsschuld van meer dan 120% bbp. Tegelijk blijft de juridische grondslag wankel: na het wegvallen van eerdere noodwetargumenten probeert Trump de heffingen nu te rechtvaardigen met dwangarbeid, maar 25 staten bestrijden dat als voorwendsel voor onwettig tariefbeleid.</p><p><strong>Coalitie van Amerikaanse staten stapt naar rechter vanwege heffingen Trump (FD) (<a href="https://fd.nl/politiek/1606547/coalitie-van-amerikaanse-staten-stapt-naar-rechter-vanwege-heffingen-trump">hier</a>). </strong>25 Amerikaanse staten stappen naar de rechter tegen nieuwe importheffingen van de regering-Trump, omdat zij die zien als een onrechtmatige belastingverhoging voor gezinnen en bedrijven. De heffingen van 10% tot 12,5% gelden voor producten uit 59 landen, waaronder de EU, China, Canada, Japan, Australi&#235; en het VK, samen goed voor vrijwel alle Amerikaanse import. Fiscaal draait het geschil om de vraag of de president zelfstandig zulke brede invoerheffingen mag opleggen: volgens de staten gebruikt Trump handelswetgeving over dwangarbeid als dekmantel voor algemeen tariefbeleid, terwijl eerdere vergelijkbare heffingen al door het Hooggerechtshof onwettig zijn verklaard. De zaak gaat daarmee niet alleen over handelsbeleid, maar ook over constitutionele belastingmacht: wie mag importheffingen opleggen en onder welke wettelijke grondslag?</p><p><strong>Groot deel van Alphabets &#8216;AI-aandelenuitgifte&#8217; gaat naar Amerikaanse fiscus (FD) (<a href="https://fd.nl/financiele-markten/1606506/groot-deel-van-alphabets-ai-aandelenuitgifte-gaat-naar-amerikaanse-fiscus">hier</a>). </strong>Alphabets grote aandelenuitgifte van $80 mrd, die naar buiten toe vooral als financiering van AI-investeringen werd gepresenteerd, hangt feitelijk voor een belangrijk deel samenmet belastingen op aandelenbeloningen. Van het tweede deel van de emissie, ongeveer $40 mrd, gaat volgens de ingediende documenten circa $30 mrd naar de Amerikaanse fiscus IRS, omdat Alphabet medewerkers deels in aandelen betaalt en de daarover verschuldigde loon- of inkomstenbelasting namens hen in contanten afdraagt. Naarmate de beurskoers stijgt, loopt die belastingverplichting mee op, terwijl Alphabet tegelijk enorme bedragen nodig heeft voor AI-datacenters. De fiscale kern is dus dat de emissie niet alleen kapitaal ophaalt voor groei-investeringen, maar ook liquiditeit cre&#235;ert om belastingafdrachten rond stock-based compensation te financieren. </p><p><strong>Palantir funnels earnings to US to avoid European taxes, report finds (Politico) (<a href="https://www.politico.eu/article/palantir-funnels-earnings-us-avoids-european-taxes/">hier</a>). </strong>Palantir verschuift volgens CICTAR Europese winsten naar de Verenigde Staten, waardoor de Europese vennootschapsbelasting laag blijft terwijl het bedrijf aanzienlijke Europese omzet behaalt. In 2024 realiseerden Palantirs Europese dochtermaatschappijen samen &#8364;440,5 mln omzet, maar rapporteerden zij veel lagere winstmarges dan de Amerikaanse activiteiten: in de VS bedroeg de marge in 2025 47,7%, buiten de VS slechts 6,3% en bij sommige Europese entiteiten rond 3%. Volgens CICTAR wordt Europese winst kunstmatig gedrukt via concerninterne betalingen, onder meer voor intellectuele eigendom, expertise of andere groepsdiensten, en door hoge personeelskosten en stock-based compensation die als kosten aftrekbaar zijn. Tegelijk betaalt Palantir in de VS geen federale winstbelasting door oude verliezen, belastingkredieten en R&amp;D-aftrekken, zodat winst die naar de VS stroomt daar fiscaal gunstig terechtkomt. Palantir ontkent misbruik en stelt dat zijn belastingpositie per land de economische activiteit daar weerspiegelt en dat winstallocatie binnen multinationals normale transfer pricing is. De fiscale kern is dus of Palantirs Europese lage winsten zakelijk verklaarbaar zijn, of dat publieke en commerci&#235;le Europese omzet onvoldoende in Europa wordt belast.</p><p><strong>Palantir paid just &#163;2m corporation tax in UK in 2024 despite lucrative public sector contracts (The Guardian) (<a href="https://www.theguardian.com/technology/2026/aug/05/palantir-corporation-tax-uk-2024-accounting-practices">hier</a>).</strong> Palantir betaalde in 2024 in het Verenigd Koninkrijk slechts &#163;2,1 mln vennootschapsbelasting bij ruim &#163;25 mln winst en &#163;247 mln Britse omzet, ondanks grote publieke contracten met onder meer de NHS en het Ministry of Defence. Volgens CICTAR en vakbond Unison wijst dit op een bredere fiscale structuur waarbij Europese omzet en winst deels naar de Amerikaanse moedermaatschappij worden verschoven via transfer pricing en contractering met Amerikaanse groepsvennootschappen, terwijl lokale entiteiten slechts servicevergoedingen ontvangen. Wereldwijd zou Palantirs effectieve belastingdruk daardoor slechts 1,4% bedragen; in de VS betaalde het bedrijf volgens het rapport geen federale winstbelasting, mede door fiscale voordelen uit aandelenbeloningen, verliesverrekening en belastingkredieten. Palantir bestrijdt dat sprake is van misbruik en stelt dat transfer pricing normaal is, dat het aan alle lokale regels voldoet en dat aandelenbeloningen juist tot belastingheffing bij werknemers leiden. De fiscale discussie draait dus om de vraag of Palantirs winstallocatie de werkelijke economische activiteit in het VK en Europa weerspiegelt, of dat publieke contractinkomsten via concernstructuren vooral in de VS terechtkomen en daar door fiscale faciliteiten grotendeels onbelast blijven.</p><p><strong>Palantir betaalt amper belasting door &#8216;agressieve strategie', tot woede van Europese vakbonden (FTM) (<a href="https://www.ftm.nl/artikelen/palantir-betaalt-amper-belasting-door-agressieve-strategie-tot-woede-van-europese-vakbonden">hier</a>). </strong>Palantir heeft volgens CICTAR en Europese vakbonden wereldwijd een uitzonderlijk lage belastingdruk, namelijk ongeveer 1,4% over 2025, terwijl het bedrijf veel verdient aan Europese overheden, waaronder Nederlandse politie- en defensieorganisaties. Fiscaal draait de kritiek minder om &#233;&#233;n laag percentage dan om de vraag waar Palantirs winst hoort te worden belast: Europese klanten betalen vaak rechtstreeks aan de Amerikaanse moedermaatschappij, lokale Europese entiteiten krijgen slechts beperkte vergoedingen, en in Spanje drukken hoge royaltybetalingen aan de VS de lokale winst. Vervolgens wordt de Amerikaanse belastbare grondslag verder verlaagd door fiscale voordelen zoals R&amp;D-faciliteiten en aftrek voor stock-based compensation. Palantir stelt daartegenover dat de belangrijkste economische waarde, intellectuele eigendom, omzet en winst in de VS liggen en dat het overal aan zijn belastingverplichtingen voldoet. Het echte fiscale twistpunt is dus transfer pricing en winstallocatie: weerspiegelt de winstverdeling binnen Palantir de werkelijke functies, risico&#8217;s en waardecreatie in Europa, of verschuift het concern Europese opbrengsten naar de VS waardoor Europese belastinggrondslagen worden uitgehold?</p><div><hr></div><p>Mocht u mijn werk op prijs stellen en (geldelijke) waardering willen uiten, dan zou u een donatie kunnen doen via <a href="https://www.paypal.com/donate?hosted_button_id=W4N3T44N5TX66">deze link</a>, of via onderstaande qr-code.</p><div class="captioned-image-container"><figure><a class="image-link image2 is-viewable-img" target="_blank" href="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" data-component-name="Image2ToDOM"><div class="image2-inset"><picture><source type="image/webp" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw"><img src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,w_1456,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" width="410" height="410" data-attrs="{&quot;src&quot;:&quot;https://substack-post-media.s3.amazonaws.com/public/images/9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;srcNoWatermark&quot;:null,&quot;fullscreen&quot;:null,&quot;imageSize&quot;:null,&quot;height&quot;:410,&quot;width&quot;:410,&quot;resizeWidth&quot;:null,&quot;bytes&quot;:799,&quot;alt&quot;:&quot;&quot;,&quot;title&quot;:null,&quot;type&quot;:&quot;image/png&quot;,&quot;href&quot;:null,&quot;belowTheFold&quot;:true,&quot;topImage&quot;:false,&quot;internalRedirect&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/i/164785063?img=https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;isProcessing&quot;:false,&quot;align&quot;:null,&quot;offset&quot;:false}" class="sizing-normal" alt="" title="" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw" loading="lazy"></picture><div class="image-link-expand"><div class="pencraft pc-display-flex pc-gap-8 pc-reset"><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container restack-image"><svg aria-hidden="true" width="20" height="20" viewBox="0 0 20 20" fill="none" stroke-width="1.5" stroke="var(--color-fg-primary)" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" xmlns="http://www.w3.org/2000/svg"><g><path d="M2.53001 7.81595C3.49179 4.73911 6.43281 2.5 9.91173 2.5C13.1684 2.5 15.9537 4.46214 17.0852 7.23684L17.6179 8.67647M17.6179 8.67647L18.5002 4.26471M17.6179 8.67647L13.6473 6.91176M17.4995 12.1841C16.5378 15.2609 13.5967 17.5 10.1178 17.5C6.86118 17.5 4.07589 15.5379 2.94432 12.7632L2.41165 11.3235M2.41165 11.3235L1.5293 15.7353M2.41165 11.3235L6.38224 13.0882"></path></g></svg></button><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container view-image"><svg xmlns="http://www.w3.org/2000/svg" width="20" height="20" viewBox="0 0 24 24" fill="none" stroke="currentColor" stroke-width="2" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" class="lucide lucide-maximize2 lucide-maximize-2"><polyline points="15 3 21 3 21 9"></polyline><polyline points="9 21 3 21 3 15"></polyline><line x1="21" x2="14" y1="3" y2="10"></line><line x1="3" x2="10" y1="21" y2="14"></line></svg></button></div></div></div></a></figure></div>]]></content:encoded></item><item><title><![CDATA[Rulings (J04E32)]]></title><description><![CDATA[7 augustus 2026]]></description><link>https://jurisprudentielunch.substack.com/p/rulings-j04e32</link><guid isPermaLink="false">https://jurisprudentielunch.substack.com/p/rulings-j04e32</guid><dc:creator><![CDATA[Maurits]]></dc:creator><pubDate>Fri, 07 Aug 2026 04:15:40 GMT</pubDate><enclosure url="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!hJ_D!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F3fbc0054-d63f-49a6-a01e-abc034e67137_1024x1024.png" length="0" type="image/jpeg"/><content:encoded><![CDATA[<p>Deze week 11 nieuwe rulings, waaronder 6 advance tax rulings, 3 innovatieboxrulings, en twee overige rulings. Rulings #2 en #10 gaan over de toepassing van de vestigingsplaatsfictie op een buitenlandse entiteit die wordt omgezet naar een Nederlandse rechtsvorm. </p><p class="button-wrapper" data-attrs="{&quot;url&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/subscribe?&quot;,&quot;text&quot;:&quot;Subscribe now&quot;,&quot;action&quot;:null,&quot;class&quot;:null}" data-component-name="ButtonCreateButton"><a class="button primary" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/subscribe"><span>Subscribe now</span></a></p><div><hr></div><h1>Advance tax rulings</h1><h4>#1 | rul-20260804-atr-000003</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling en de buitenlandse belastingplicht in de vennootschapsbelasting, over de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting en over de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling. 1. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op het belang van X in A. 2. B is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b van de Wet Vpb. 3. Gelet op artikel 4, tweede lid, van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan B geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid, van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. 4. B is niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden betaald door X aan B op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260804-atr-000003/">Lees meer. </a></p><h4>#2 | rul-20260804-atr-000004</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat de vestigingsplaatsfictie van artikel 1.3 van de Wet bronbelasting 2021 (Wet BB) niet op haar van toepassing is na de omzetting van haar rechtsvorm naar buitenlands recht in een rechtsvorm naar Nederlands recht en vervolgens in een andere rechtsvorm naar Nederlands recht. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. De omzetting van de buitenlandse rechtsvorm van X in een rechtsvorm naar Nederlands recht en vervolgens in een andere rechtsvorm naar Nederlands recht leidt er niet toe dat de vestigingsplaatsfictie van artikel 1.3 van de Wet BB van toepassing wordt ten aanzien van X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260804-atr-000004/">Lees meer. </a></p><h4>#3 | rul-20260804-atr-000007</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdsterco&#246;peratie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260804-atr-000007/">Lees meer. </a></p><h4>#4 | rul-20260804-atr-000008</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting en over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2024. Gelet op artikel 4, tweede lid, in combinatie met artikel 4, negende lid, van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260804-atr-000008/">Lees meer. </a></p><h4>#5 | rul-20260804-atr-000009</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, over de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en over de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. De in het buitenland gevestigde commanditaire vennoten in Y drijven geen onderneming in Nederland door middel van een vaste inrichting met betrekking tot hun belang in Y. Op grond van het voorgaande kwalificeren X1 en X2 niet als houdsterco&#246;peratie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Er is ten aanzien van de investeerders van zowel X1 als van X2 geen sprake van een kwalificerende eenheid voor toepassing van de Wet BB. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 16 maart 2026 tot en met 31 december 2030.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260804-atr-000009/">Lees meer. </a></p><h4>#6 | rul-20260804-atr-000011</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Gelet op artikel 3, vierde lid van de Wet Vpb in combinatie met de relevante bepalingen van het verdrag tussen Nederland en verdragsland A oefent X haar onderneming niet uit met behulp van een vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger in Nederland voor de toepassing van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 16 maart 2026 tot en met 31 december 2030.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260804-atr-000011/">Lees meer. </a></p><div><hr></div><h1>Innovationbox</h1><h4>#7 | rul-20260804-ibox-000001</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2023/2024 tot en met 2029/2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2022/2023. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met 2024/2025. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2030 en is van overeenkomstige toepassing in de jaren 2023/2024 en 2024/2025, waarvoor de aangiften vennootschapsbelasting reeds zijn ingediend. </p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260804-ibox-000001/">Lees meer. </a></p><h4>#8 | rul-20260804-ibox-000002</h4><p>Samenvatting: De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2023 tot en met 2028, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2022. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met 2023. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028 en is van overeenkomstige toepassing in het jaar 2023, waarvoor de aangifte vennootschapsbelasting reeds is ingediend.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260804-ibox-000002/">Lees meer. </a></p><h4>#9 | rul-20260804-ibox-000006</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2025 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2024. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260804-ibox-000006/">Lees meer. </a></p><div><hr></div><h1>Overige rulings</h1><h4>#10 | rul-20260804-rulov-000010</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat de vestigingsplaatsficties van artikel 2, vijfde lid van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en artikel 1, derde lid van de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB) niet op haar van toepassing zijn na de omzetting van haar rechtsvorm naar buitenlands recht in een rechtsvorm naar Nederlands recht en vervolgens in een andere rechtsvorm naar Nederlands recht. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. De omzetting van de buitenlandse rechtsvorm van X in een rechtsvorm naar Nederlands recht en vervolgens in een andere rechtsvorm naar Nederlands recht leidt er niet toe dat de vestigingsplaatsficties van artikel 2, vijfde lid van Wet Vpb en artikel 1, derde lid van de Wet DB van toepassing worden ten aanzien van X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260804-rulov-000010/">Lees meer. </a></p><h4>#11 | rul-20260804-rulov-000005</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is door X een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf dat haar fiscale vestigingsplaats niet in Nederland ligt. Zij wenst ook zekerheid over haar inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Het verzoek is afgewezen. Er is geen zekerheid vooraf gegeven. Het voorgaande zal in beginsel worden beoordeeld in het kader van het reguliere toezicht.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260804-rulov-000005/">Lees meer.</a></p><div><hr></div><p>Mocht u mijn werk op prijs stellen en (geldelijke) waardering willen uiten, dan zou u een donatie kunnen doen via <a href="https://www.paypal.com/donate?hosted_button_id=W4N3T44N5TX66">deze link</a>, of via onderstaande qr-code.</p><div class="captioned-image-container"><figure><a class="image-link image2 is-viewable-img" target="_blank" href="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" data-component-name="Image2ToDOM"><div class="image2-inset"><picture><source type="image/webp" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw"><img src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,w_1456,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" width="410" height="410" data-attrs="{&quot;src&quot;:&quot;https://substack-post-media.s3.amazonaws.com/public/images/9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;srcNoWatermark&quot;:null,&quot;fullscreen&quot;:null,&quot;imageSize&quot;:null,&quot;height&quot;:410,&quot;width&quot;:410,&quot;resizeWidth&quot;:null,&quot;bytes&quot;:799,&quot;alt&quot;:&quot;&quot;,&quot;title&quot;:&quot;&quot;,&quot;type&quot;:&quot;image/png&quot;,&quot;href&quot;:null,&quot;belowTheFold&quot;:true,&quot;topImage&quot;:false,&quot;internalRedirect&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/i/164785063?img=https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;isProcessing&quot;:false,&quot;align&quot;:null,&quot;offset&quot;:false}" class="sizing-normal" alt="" title="" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw" loading="lazy"></picture><div class="image-link-expand"><div class="pencraft pc-display-flex pc-gap-8 pc-reset"><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container restack-image"><svg aria-hidden="true" width="20" height="20" viewBox="0 0 20 20" fill="none" stroke-width="1.5" stroke="var(--color-fg-primary)" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" xmlns="http://www.w3.org/2000/svg"><g><path d="M2.53001 7.81595C3.49179 4.73911 6.43281 2.5 9.91173 2.5C13.1684 2.5 15.9537 4.46214 17.0852 7.23684L17.6179 8.67647M17.6179 8.67647L18.5002 4.26471M17.6179 8.67647L13.6473 6.91176M17.4995 12.1841C16.5378 15.2609 13.5967 17.5 10.1178 17.5C6.86118 17.5 4.07589 15.5379 2.94432 12.7632L2.41165 11.3235M2.41165 11.3235L1.5293 15.7353M2.41165 11.3235L6.38224 13.0882"></path></g></svg></button><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container view-image"><svg xmlns="http://www.w3.org/2000/svg" width="20" height="20" viewBox="0 0 24 24" fill="none" stroke="currentColor" stroke-width="2" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" class="lucide lucide-maximize2 lucide-maximize-2"><polyline points="15 3 21 3 21 9"></polyline><polyline points="9 21 3 21 3 15"></polyline><line x1="21" x2="14" y1="3" y2="10"></line><line x1="3" x2="10" y1="21" y2="14"></line></svg></button></div></div></div></a></figure></div><div><hr></div><p class="button-wrapper" data-attrs="{&quot;url&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/subscribe?&quot;,&quot;text&quot;:&quot;Subscribe now&quot;,&quot;action&quot;:null,&quot;class&quot;:null}" data-component-name="ButtonCreateButton"><a class="button primary" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/subscribe"><span>Subscribe now</span></a></p>]]></content:encoded></item><item><title><![CDATA[Kennisgroepstandpunten (J04E32)]]></title><description><![CDATA[4 augustus 2026]]></description><link>https://jurisprudentielunch.substack.com/p/kennisgroepstandpunten-j04e32</link><guid isPermaLink="false">https://jurisprudentielunch.substack.com/p/kennisgroepstandpunten-j04e32</guid><dc:creator><![CDATA[Maurits]]></dc:creator><pubDate>Tue, 04 Aug 2026 19:48:39 GMT</pubDate><enclosure url="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!eOCI!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F7ffbc0e1-fa44-46bc-98ee-a1c20ce48a57_363x338.png" length="0" type="image/jpeg"/><content:encoded><![CDATA[<p>Deze week 10 kennisgroepstandpunten, waaronder #7 over de 34-dagengrens bij grenswerken met Duitsland, #9 over het lucratief belang, en #10 over emissiereductie eenheden voor thuisladen. </p><p class="button-wrapper" data-attrs="{&quot;url&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/subscribe?&quot;,&quot;text&quot;:&quot;Subscribe now&quot;,&quot;action&quot;:null,&quot;class&quot;:null}" data-component-name="ButtonCreateButton"><a class="button primary" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/subscribe"><span>Subscribe now</span></a></p><div><hr></div><h1>Omzetbelasting OVI</h1><h4>#1 | KG:210:2026:5 Kwalificatie bouwterrein</h4><p><strong>Aanleiding:</strong> X is eigenaar van percelen landbouwgrond die onderdeel uitmaken van zijn onderneming.</p><p>In jaar 1 heeft de gemeente een omgevingsvisie (voorheen structuurplan) vastgesteld. De percelen in eigendom van X zijn opgenomen in deze omgevingsvisie. In de omgevingsvisie formuleert de gemeente de kaders en ambities voor de ontwikkeling van het toekomstige projectgebied.</p><p>De percelen grond zijn gelegen tegen de bestaande bebouwde kom. In de loop van de jaren zijn steeds andere percelen die zijn opgenomen in de omgevingsvisie ontwikkeld tot woningbouwlocatie. De gemeente heeft voor die percelen de bestemming gewijzigd.</p><p>In jaar 10 sluit de projectontwikkelaar een koopovereenkomst met X met het voornemen om de grond te gaan ontwikkelen tot woningbouwlocatie. De bestemming van de percelen is dan nog agrarisch, waardoor bebouwing niet is toegestaan. De gemeente geeft richting de projectontwikkelaar aan positief te staan tegenover deze ontwikkeling en wijst op de voorwaarden waaraan moet worden voldaan voordat met de procedure voor de noodzakelijke bestemmingswijziging van agrarisch naar wonen kan worden begonnen.</p><p>De projectontwikkelaar heeft in november van jaar 11 een verzoek ingediend om te komen tot de (her)ontwikkeling van de percelen ten behoeve van de realisatie van woningbouw en een bedrijventerrein. In een brief van december van jaar 11 heeft de gemeente geschreven positief te staan tegenover de ontwikkeling van woningbouw op deze locatie, eventueel in combinatie met maatschappelijke voorzieningen.</p><p>De percelen worden in april van jaar 12 geleverd aan de projectontwikkelaar. Voor de btw vormt dit ook het leveringsmoment. In juni van jaar 12 dient de projectontwikkelaar een stedenbouwkundig plan in. In het derde kwartaal van jaar 15 is het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) voor het gebied waarin de percelen gelegen zijn door de gemeente gewijzigd, waardoor de door de projectontwikkelaar voorziene bebouwing mogelijk is geworden.</p><p>Medio mei jaar 17 is er een projectwebsite toegankelijk gemaakt waar belangstellenden de mogelijkheid hebben om zich in te schrijven. Er staan nog geen woningen te koop en er zijn nog geen omgevingsvergunningen aangevraagd voor de bouw van woningen.</p><p><strong>Vraag: </strong>Is voor de kwalificatie als bouwterrein noodzakelijk dat het omgevingsplan op het moment dat de grond wordt geleverd reeds bebouwing toestaat?</p><p><strong>Antwoord: </strong>Nee, voor de kwalificatie als bouwterrein is niet noodzakelijk dat het omgevingsplan reeds op het moment van levering bebouwing toestaat.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg21020265-kwalificatie-bouwterrein/">Lees het kennisgroepstandpunt.</a></p><h4>#2 | KG:210:2026:6 Medische vrijstelling doktersassistente</h4><p><strong>Aanleiding: O</strong>ndernemer X verricht als zelfstandige zonder personeel de activiteiten van een doktersassistente. X is werkzaam voor een zorgcentrum en als waarnemend doktersassistente bij meerdere huisartsenpraktijken.</p><p>De diensten verricht door X als doktersassistente bestaan uit de volgende medische handelingen:</p><ul><li><p>bloedafname;</p></li><li><p>vingerprikken;</p></li><li><p>urineonderzoek;</p></li><li><p>vaccineren;</p></li><li><p>het toedienen van injecties;</p></li><li><p>het verwijderen van hechtingen;</p></li><li><p>wrattenbehandeling;</p></li><li><p>oren uitspuiten;</p></li><li><p>zwachtelen;</p></li><li><p>baarmoederhalsonderzoek; </p></li><li><p>het behandelen van (brand)wonden;</p></li><li><p>triage;</p></li><li><p>lichamelijk onderzoek; en</p></li><li><p>het maken van hartfilmpjes (ECG&#8217;s).</p></li></ul><p>X heeft een gezondheidskundige MBO-4-opleiding tot doktersassistente afgerond en meer dan tien jaar relevante kennis en ervaring in haar beroepsuitoefening opgedaan. X volgt ieder jaar een relevante bij- en nascholing.</p><p><strong>Vraag: </strong>Zijn de diensten van X vrijgesteld op grond van artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel g, onder 1&#186;, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de medische vrijstelling)?</p><p><strong>Antwoord: </strong>Ja, de diensten van X zijn vrijgesteld op grond van de medische vrijstelling.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/k21020266-medische-vrijstelling-doktersassistente/">Lees het kennisgroepstandpunt. </a></p><div><hr></div><h1>Belastingplicht &amp; kwalificatie rechtsvormen</h1><h4>#3 | KG:211:2026:27 Cura&#231;aose naamloze vennootschap</h4><p><strong>Aanleiding:</strong> De kwalificatie vindt plaats in verband met de belastingheffing ten aanzien van een naar het recht van Cura&#231;ao opgerichte naamloze vennootschap (hierna: Cura&#231;aose nv).</p><p><strong>Vraag: </strong>Met welke Nederlandse rechtsvorm is een Cura&#231;aose nv vergelijkbaar voor de toepassing van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb 1969), de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001), de Wet op de dividendbelasting 1965 (hierna: Wet DB 1965) en de Wet bronbelasting 2021 (hierna: Wet BB 2021)?</p><p><strong>Antwoord: </strong>Een Cura&#231;aose nv is voor de toepassing van de Wet Vpb 1969, de Wet IB 2001, de Wet DB 1965 en de Wet BB 2021 vergelijkbaar met een Nederlandse naamloze vennootschap (hierna: Nederlandse nv) of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (hierna: Nederlandse bv).</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg211202627-curacaose-naamloze-vennootschap/">Lees het kennisgroepstandpunt. </a></p><h4>#4 | KG:211:2026:28 Barbados Limited Company</h4><p><strong>Aanleiding: </strong>De kwalificatie vindt plaats in verband met de belastingheffing ten aanzien van een naar het recht van Barbados opgerichte Limited Company (andere toegestane benamingen: &#8216;Corporation&#8217; of &#8216;Incorporated&#8217;; hierna: Barbados Limited Company).</p><p><strong>Vraag: </strong>Met welke Nederlandse rechtsvorm is een Barbados Limited Company vergelijkbaar voor de toepassing van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb 1969), de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001), de Wet op de dividendbelasting 1965 (hierna: Wet DB 1965) en de Wet bronbelasting 2021 (hierna: Wet BB 2021)?</p><p><strong>Antwoord: </strong>Een Barbados Limited Company is voor de toepassing van de Wet Vpb 1969, de Wet IB 2001, de Wet DB 1965 en de Wet BB 2021 vergelijkbaar met een Nederlandse naamloze vennootschap (hierna: Nederlandse nv) of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (hierna: Nederlandse bv).</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg211202628-barbados-limited-company/">Lees het kennisgroepstandpunt. </a></p><h4>#5 | KG:211:2026:29 Spaans FCR</h4><p><strong>Aanleiding:</strong> De kwalificatie vindt plaats in verband met de belastingheffing ten aanzien van een naar het recht van Spanje aangegaan Fondo de Capital Riesgo (hierna: FCR).</p><p><strong>Vraag:</strong> Met welke Nederlandse rechtsvorm is een Spaans FCR vergelijkbaar voor de toepassing van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb 1969), de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001), de Wet op de dividendbelasting 1965 (hierna: Wet DB 1965) en de Wet bronbelasting 2021 (hierna: Wet BB 2021)?</p><p><strong>Antwoord:</strong> Een Spaans FCR is voor de toepassing van de Wet Vpb 1969, de Wet IB 2001, de Wet DB 1965 en de Wet BB 2021 niet vergelijkbaar met een Nederlandse rechtsvorm als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel b, onder 1e tot en met 9e, Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen. De vraag of een Spaans FCR vergelijkbaar is met een fonds voor gemene rekening als bedoeld in artikel 2, vierde lid, Wet Vpb of een transparant fonds als bedoeld in artikel 2.14bis, zevende lid, van de Wet IB is afhankelijk van de relevante feiten en omstandigheden van het geval. De beoordeling hiervan is voorbehouden aan de inspecteur.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg211202629-spaans-fcr/">Lees het kennisgroepstandpunt. </a></p><h4>#6 | KG:211:2026:30 Schots co-invest fonds en carried interest fonds, optredend binnen grotere investeringsgroepsstructuur, zijn aan te merken als beleggingsfondsen als bedoeld in artikel 1:1 Wft</h4><p><strong>Aanleiding:</strong> De beoordeling vindt plaats in verband met de belastingheffing ten aanzien van een tweetal Schotse Private Fund Limited Partnerships. Deze partnerships treden op als co-invest fonds en carried interest fonds binnen een groepsstructuur rond een groter investeringsfonds.</p><p><strong>Vraag: </strong></p><ol><li><p>Kunnen een co-invest fonds en een carried interest fonds, beide onderdeel uitmakend van een groepsstructuur rond een groter investeringsfonds, op basis van artikel 2, vierde lid, Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb 1969) worden aangemerkt als beleggingsfonds of fonds voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 1:1 Wet op het Financieel Toezicht (hierna: Wft), en dus als fonds voor gemene rekening (hierna: FGR), mits ook aan de overige voorwaarden is voldaan?</p></li><li><p>In het onderhavige geval gaat het om naar Schots recht georganiseerde en in Schotland gevestigde Private Fund Limited Partnerships (hierna: PFLP). Schotland maakt, als onderdeel van het Verenigd Koninkrijk, geen onderdeel meer uit van de Europese Unie (hierna: EU). In het Fondsenbesluit 2025 is nog geen aandacht besteed aan buiten de EU gevestigde fondsen. Daarom luidt nu de vraag: kan een Schots fonds worden aangemerkt als beleggingsfonds als bedoeld in artikel 1:1 Wft?</p></li></ol><p><strong>Antwoord:</strong></p><ol><li><p>Ja. Een co-invest fonds en een carried interest fonds, onderdeel uitmakend van een groepsstructuur rond een groter investeringsfonds, kunnen voor de toepassing van artikel 2, vierde lid, Wet Vpb 1969 worden aangemerkt als een beleggingsfonds of fonds voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 1:1 Wft. Als ook aan de overige voorwaarden wordt voldaan, kunnen deze fondsen dus worden aangemerkt als FGR.</p></li><li><p>Ja. Schotland heeft de abi-richtlijn (Richtlijn 2011/61/EU) in de wetgeving ge&#239;mplementeerd toen het Verenigd Koninkrijk nog lid was van de Europese Unie. De Financial Conduct Authority (hierna: FCA) heeft aldaar de toezichthoudende rol die de Autoriteit Financi&#235;le Markten (hierna: AFM) in Nederland. De situatie in Schotland is daardoor vergelijkbaar met de situatie in Nederland. Het is daardoor aannemelijk dat een in Schotland gevestigd fonds, met een fundmanager die beschikt over een door de FCA afgegeven beheerdersvergunning, kan worden aangemerkt als beleggingsfonds of fonds voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 1:1 Wft. </p></li></ol><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg211202630-schots-co-invest-fonds-en-carried-interest-fonds-optredend-binnen-grotere-investeringsgroepsstructuur-zijn-aan-te-merken-als-beleggingsfondsen-als-bedoeld-in-artikel-11-wft/">Lees het kennisgroepstandpunt. </a></p><div><hr></div><h1>IBR IB niet-winst/loonbelasting/PH-aanslag</h1><h4>#7 | KG:041:2026:7 Verdrag NL &#8211; DEU, arbeidsartikel, overheidsartikel, thuiswerkdrempel</h4><p><strong>Aanleiding:</strong> Met ingang van 1 januari 2026 kent het verdrag <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005862&amp;z=2025-12-31&amp;g=2025-12-31">Nederland-Duitsland 2012</a> (hierna: Verdrag) een zogenoemde thuiswerkregeling. Er geldt een regeling voor zowel reguliere werknemers als overheidswerknemers. De regelingen zijn opgenomen in artikel <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005862&amp;hoofdstuk=III&amp;artikel=14&amp;z=2025-12-31&amp;g=2025-12-31">14</a>, respectievelijk <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005862&amp;hoofdstuk=III&amp;artikel=18&amp;z=2025-12-31&amp;g=2025-12-31">18</a> van het Verdrag. De regelingen maken het kort gezegd mogelijk dat een werknemer in een kalenderjaar maximaal 34 dagen kan thuiswerken zonder dat dit gevolgen heeft voor het heffingsrecht over het inkomen.</p><p>Het gaat om drempelregelingen. Zodra de drempel van 34 dagen wordt overschreden gelden de gebruikelijke toewijsregels voor het totale arbeidspatroon in het betreffende jaar.</p><p>Hoewel de regelingen worden aangeduid als thuiswerkregeling is van belang dat het in de regeling van artikel 14 Verdrag gaat om in het woonland of in derde landen (dus buiten het reguliere werkland) gewerkte werkdagen (ook als dit niet vanuit het huisadres is). In artikel 18 Verdrag zijn afhankelijk van de situatie de werkdagen in of buiten de woonstaat relevant.</p><p>In de artikelen <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005862&amp;artikel=XII&amp;z=2025-12-31&amp;g=2025-12-31">XII</a> en <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005862&amp;artikel=XVI&amp;z=2025-12-31&amp;g=2025-12-31">XVI</a> van het protocol bij het Verdrag is opgenomen dat een dag meetelt als op die dag ten minste 30 minuten in de woonstaat of derde staat wordt gewerkt.</p><p>De 34-dagen drempel (hierna: de drempel) heeft tot enkele vragen geleid.</p><p><strong>Vraag: </strong>Alle vragen gaan over een inwoner van Duitsland, de antwoorden gelden echter ook in een spiegelbeeldsituatie.</p><ol><li><p>Een werknemer werkt voor meerdere Nederlandse private werkgevers deels (thuis) in Duitsland. Geldt de drempel per werknemer (belastingplichtige) of per dienstbetrekking?</p></li><li><p>Een werknemer werkt voor een Nederlandse private werkgever minder dan 34 dagen (thuis) in Duitsland. Daarnaast werkt hij ook voor een Duitse private werkgever uitsluitend in Duitsland. Tellen dagen waarop enkel voor de Duitse werkgever wordt gewerkt mee voor de drempel?</p></li><li><p>Een werknemer werkt voor een Nederlandse werkgever en werkt incidenteel op locatie in Duitsland (bijvoorbeeld als gevolg van congresbezoek of een kortdurende detachering). Tellen de op locatie (dus niet thuis) gewerkte dagen mee voor de drempel?</p></li><li><p>Een werknemer werkt zowel voor een Nederlandse private werkgever als voor een Nederlandse overheidswerkgever. Geldt de drempel per werknemer (belastingplichtige) of per verdragsartikel (soort inkomen)?</p></li><li><p>De werknemer uit casus 4 maakt een &#233;&#233;ndaagse dienstreis naar een derde land. Op deze dag wordt ten minste 30 minuten voor zowel de private als de overheidswerkgever gewerkt. Telt deze dag mee voor zowel de drempel in artikel 14 als de drempels in artikel 18?</p></li></ol><p><strong>Antwoord:</strong> </p><ol><li><p>De drempel geldt per werknemer (belastingplichtige). Alle werkdagen in Duitsland worden opgeteld om te bepalen of het er 34 of meer zijn. Het maakt daarbij geen verschil of er gelijktijdig voor meerdere werkgevers (in deeltijd) wordt gewerkt, of dat er volgtijdig voor verschillende werkgevers wordt gewerkt.</p></li><li><p>Nee, de dagen waarop enkel gewerkt wordt voor de Duitse werkgever tellen niet mee voor de drempel.</p></li><li><p>Ja, ook de dagen die op locatie in Duitsland worden gewerkt tellen mee voor de drempel.</p></li><li><p>De drempel dient per verdragsartikel te worden toegepast.</p></li><li><p>De dag van de dienstreis telt mee voor de drempel van artikel 14 Verdrag &#233;n voor de drempel van artikel 18, eerste lid, onderdeel b, Verdrag. Voor de drempel van artikel 18, eerste lid, onderdeel c, Verdrag is deze dag niet relevant aangezien niet in de woonstaat wordt gewerkt.</p></li></ol><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg04120267-verdrag-nl-deu-arbeidsartikel-overheidsartikel-thuiswerkdrempel/">Lees het kennisgroepstandpunt. </a></p><div><hr></div><h1>Overdrachtsbelasting</h1><h4>#8 | KG:052:2026:5 Niet van toepassing zijn van de samenloopvrijstelling bij verkrijging van aandelen in een beherend vennoot van een CV die de (economische) eigendom houdt van een bouwterrein</h4><p><strong>Aanleiding:</strong> HoldCo B BV treedt op als beherend vennoot van C CV. HoldCo B BV heeft de eigendom van een onroerende zaak die kwalificeert als bouwterrein (artikel 11, zesde lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968) en 0,01% van het belang in C CV. Het economische belang bij de onroerende zaak is ingebracht in C CV, die de onroerende zaak aanwendt in het kader van projectontwikkeling.</p><p>Vaststaat dat C CV in verband met de projectontwikkeling kwalificeert als btw-ondernemer. HoldCo B BV is een onroerendezaakrechtspersoon (hierna: OZR) als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, WBR. De aandelen in HoldCo B BV kwalificeren als fictieve onroerende zaken waardoor bij verkrijging van die aandelen onder omstandigheden sprake is van een belastbaar feit voor de overdrachtsbelasting. HoldCo B BV kwalificeert niet als btw-ondernemer omdat de exploitatie plaatsvindt in C CV.</p><p>NewCo A BV verkrijgt 50% van de aandelen in HoldCo B BV en daarmee indirect een belang van 0,005% in C CV.</p><p><strong>Vraag: </strong>Is de samenloopvrijstelling van toepassing op de verkrijging door NewCo A BV van de aandelen in HoldCo B BV (fictieve onroerende zaken) vanwege de zogenoemde doorkijkbenadering, die volgt uit het arrest van de Hoge Raad van 10 juni 2011, <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2011:BQ7580&amp;showbutton=true&amp;keyword=ECLI%253aNL%253a2011%253aBQ7580&amp;idx=1">ECLI:NL:HR:2011:BQ7580</a>?</p><p><strong>Antwoord: </strong>Nee. De samenloopvrijstelling is niet van toepassing op de verkrijging van de aandelen in HoldCo B BV. De doorkijkbenadering geldt niet, omdat HoldCo B BV niet kwalificeert als btw-ondernemer. Daardoor is de samenloopvrijstelling niet van toepassing op de verkrijging van de aandelen in HoldCo B BV (fictieve onroerende zaken).</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg05220265-niet-van-toepassing-zijn-van-de-samenloopvrijstelling-bij-verkrijging-van-aandelen-in-een-beherend-vennoot-van-een-cv-die-de-economische-eigendom-houdt-van-een-bouwterrein/">Lees het kennisgroepstandpunt. </a></p><div><hr></div><h1>Resultaat uit overige werkzaamheden</h1><h4>#9 | KG:059:2026:3 Bijgeschreven vergoeding cumulatief preferente aandelen en financieringstoets lucratief belang</h4><p><strong>Aanleiding:</strong> Het geplaatste kapitaal van X Holding BV bestaat uit gewone aandelen en cumulatief preferente aandelen.</p><p>Het management van Target BV participeert via STAK X in X Holding BV, de houdstermaatschappij boven Target BV. De participatie van het management wijkt af van die van de overige aandeelhouders doordat STAK X relatief meer gewone aandelen (achtergesteld en risicodragend) houdt en relatief minder cumulatief preferente aandelen ten opzichte van de investeerder A Investment BV.</p><p>De vennootschappelijke structuur (voor zover relevant voor het standpunt) ziet er als volgt uit:</p><div class="captioned-image-container"><figure><a class="image-link image2 is-viewable-img" target="_blank" href="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!eOCI!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F7ffbc0e1-fa44-46bc-98ee-a1c20ce48a57_363x338.png" data-component-name="Image2ToDOM"><div class="image2-inset"><picture><source type="image/webp" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!eOCI!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F7ffbc0e1-fa44-46bc-98ee-a1c20ce48a57_363x338.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!eOCI!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F7ffbc0e1-fa44-46bc-98ee-a1c20ce48a57_363x338.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!eOCI!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F7ffbc0e1-fa44-46bc-98ee-a1c20ce48a57_363x338.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!eOCI!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F7ffbc0e1-fa44-46bc-98ee-a1c20ce48a57_363x338.png 1456w" sizes="100vw"><img src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!eOCI!,w_1456,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F7ffbc0e1-fa44-46bc-98ee-a1c20ce48a57_363x338.png" width="363" height="338" data-attrs="{&quot;src&quot;:&quot;https://substack-post-media.s3.amazonaws.com/public/images/7ffbc0e1-fa44-46bc-98ee-a1c20ce48a57_363x338.png&quot;,&quot;srcNoWatermark&quot;:null,&quot;fullscreen&quot;:null,&quot;imageSize&quot;:null,&quot;height&quot;:338,&quot;width&quot;:363,&quot;resizeWidth&quot;:null,&quot;bytes&quot;:null,&quot;alt&quot;:&quot;A Investment BV houdt via X Holding BV Target BV. Het management van Target BV participeert via STAK X in X Holding BV.&quot;,&quot;title&quot;:null,&quot;type&quot;:null,&quot;href&quot;:null,&quot;belowTheFold&quot;:true,&quot;topImage&quot;:false,&quot;internalRedirect&quot;:null,&quot;isProcessing&quot;:false,&quot;align&quot;:null,&quot;offset&quot;:false}" class="sizing-normal" alt="A Investment BV houdt via X Holding BV Target BV. Het management van Target BV participeert via STAK X in X Holding BV." title="A Investment BV houdt via X Holding BV Target BV. Het management van Target BV participeert via STAK X in X Holding BV." srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!eOCI!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F7ffbc0e1-fa44-46bc-98ee-a1c20ce48a57_363x338.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!eOCI!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F7ffbc0e1-fa44-46bc-98ee-a1c20ce48a57_363x338.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!eOCI!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F7ffbc0e1-fa44-46bc-98ee-a1c20ce48a57_363x338.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!eOCI!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F7ffbc0e1-fa44-46bc-98ee-a1c20ce48a57_363x338.png 1456w" sizes="100vw" loading="lazy"></picture><div class="image-link-expand"><div class="pencraft pc-display-flex pc-gap-8 pc-reset"><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container restack-image"><svg aria-hidden="true" width="20" height="20" viewBox="0 0 20 20" fill="none" stroke-width="1.5" stroke="var(--color-fg-primary)" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" xmlns="http://www.w3.org/2000/svg"><g><path d="M2.53001 7.81595C3.49179 4.73911 6.43281 2.5 9.91173 2.5C13.1684 2.5 15.9537 4.46214 17.0852 7.23684L17.6179 8.67647M17.6179 8.67647L18.5002 4.26471M17.6179 8.67647L13.6473 6.91176M17.4995 12.1841C16.5378 15.2609 13.5967 17.5 10.1178 17.5C6.86118 17.5 4.07589 15.5379 2.94432 12.7632L2.41165 11.3235M2.41165 11.3235L1.5293 15.7353M2.41165 11.3235L6.38224 13.0882"></path></g></svg></button><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container view-image"><svg xmlns="http://www.w3.org/2000/svg" width="20" height="20" viewBox="0 0 24 24" fill="none" stroke="currentColor" stroke-width="2" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" class="lucide lucide-maximize2 lucide-maximize-2"><polyline points="15 3 21 3 21 9"></polyline><polyline points="9 21 3 21 3 15"></polyline><line x1="21" x2="14" y1="3" y2="10"></line><line x1="3" x2="10" y1="21" y2="14"></line></svg></button></div></div></div></a></figure></div><p>De voordelen die door het management worden behaald met de via Stak X gehouden aandelen zijn mede beoogd als beloning als bedoeld in artikel 3.92b, eerste lid, onderdeel a, Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001).</p><p>Ten aanzien van de financieringstoets van artikel 3.92b Wet IB 2001 is het volgende relevant. Bij aanvang vertegenwoordigen de gewone aandelen net meer dan 10% van het totale geplaatste aandelenkapitaal, zodat op dat moment niet wordt voldaan aan de in artikel 3.92b, tweede lid, Wet IB 2001 bedoelde 10/90-verhouding.</p><p>De cumulatief preferente aandelen geven recht op een jaarlijkse vergoeding van 12%. Deze vergoeding wordt niet uitgekeerd, maar jaarlijks bijgeschreven bij het cumulatief preferente aandelenkapitaal en gaat vervolgens meedelen in toekomstige vergoedingen. Een zakelijke vergoeding op de cumulatief preferente aandelen zou hoger zijn.</p><p>Na jaar 1 en bijschrijving van het dividend op de cumulatief preferente aandelen van 12% wordt het geplaatst kapitaal van de gewone aandelen minder dan 10% van het totaal geplaatste aandelenkapitaal.</p><p><strong>Vraag:</strong> </p><ol><li><p>Telt de bijgeschreven vergoeding op de cumulatief preferente aandelen mee voor de financieringstoets van artikel 3.92b, vierde lid, Wet IB 2001?</p></li><li><p>Indien het antwoord op vraag 1 ja is, moet dan voor het bepalen van de verhouding tussen de gewone aandelen en de cumulatief preferente aandelen ook de waardeontwikkeling van de gewone aandelen worden meegenomen?</p></li><li><p>Als de vergoeding op de cumulatief preferente aandelen onzakelijk is, moet dan voor de bepaling van de verhouding worden uitgegaan van de economische waarde van de cumulatief preferente aandelen, herberekend op basis van een zakelijke vergoeding?</p></li></ol><p><strong>Antwoord:</strong> </p><ol><li><p>Ja. De bijgeschreven vergoeding op de cumulatief preferente aandelen telt mee voor het bepalen van de jaarlijkse omvang van de vergoeding en fungeert daarmee feitelijk als gestort kapitaal. Onder deze omstandigheden telt de bijgeschreven vergoeding mee voor het bepalen van de verhouding tussen de gewone aandelen en de cumulatief preferente aandelen.</p></li><li><p>Nee. De waardeontwikkeling van de gewone aandelen speelt geen rol in het bepalen van de verhouding.</p></li><li><p>Nee. Er is weliswaar sprake van een waardeverschuiving tussen de verschillende soorten aandelen, maar dat be&#239;nvloedt niet de omvang van het gestorte kapitaal per soort.</p></li></ol><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg05920263-bijgeschreven-vergoeding-cumulatief-preferente-aandelen-en-financieringstoets-lucratief-belang/">Lees het kennisgroepstandpunt. </a></p><div><hr></div><h1>Loonheffing algemeen</h1><h4>#10 | KG:204:2026:16 vergoeding ERE-certificaten opladen elektrische auto van de zaak</h4><p><strong>Aanleiding: </strong>Vanaf 2026 kunnen particulieren met een elektrische auto onder bepaalde voorwaarden een vergoeding ontvangen voor de stroom die zij thuis via hun eigen laadpaal laden. Dit gebeurt via zogenoemde ERE-certificaten (Emissiereductie-eenheden), die aantonen dat er CO&#8322;-uitstoot is bespaard. De vergoeding voor de ERE-certificaten wordt betaald door bedrijven die fossiele brandstoffen verkopen. De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van het aantal geladen kilowatturen (hierna: kWh) en de marktwaarde van de certificaten.</p><p>Werknemers die hun elektrische auto van de zaak thuis opladen, kunnen voor die geladen stroom ook een vergoeding voor de ERE-certificaten krijgen.</p><p><strong>Vraag:</strong> Vormt de vergoeding die ziet op de geladen stroom voor de elektrische auto van de zaak loon in de zin van <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&amp;hoofdstuk=II&amp;artikel=10&amp;z=2026-02-21&amp;g=2026-02-21">artikel 10</a> van de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: Wet LB 1964)?</p><p><strong>Antwoord:</strong> Nee. De vergoeding vormt geen loon in de zin van de Wet LB 1964.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg204202616-vergoeding-ere-certificaten-opladen-elektrische-auto-van-de-zaak/">Lees het kennisgroepstandpunt. </a></p><div><hr></div><p>Mocht u mijn werk op prijs stellen en (geldelijke) waardering willen uiten, dan zou u een donatie kunnen doen via <a href="https://www.paypal.com/donate?hosted_button_id=W4N3T44N5TX66">deze link</a>, of via onderstaande qr-code.</p><div class="captioned-image-container"><figure><a class="image-link image2 is-viewable-img" target="_blank" href="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" data-component-name="Image2ToDOM"><div class="image2-inset"><picture><source type="image/webp" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw"><img src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,w_1456,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" width="410" height="410" data-attrs="{&quot;src&quot;:&quot;https://substack-post-media.s3.amazonaws.com/public/images/9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;srcNoWatermark&quot;:null,&quot;fullscreen&quot;:null,&quot;imageSize&quot;:null,&quot;height&quot;:410,&quot;width&quot;:410,&quot;resizeWidth&quot;:null,&quot;bytes&quot;:799,&quot;alt&quot;:&quot;&quot;,&quot;title&quot;:&quot;&quot;,&quot;type&quot;:&quot;image/png&quot;,&quot;href&quot;:null,&quot;belowTheFold&quot;:true,&quot;topImage&quot;:false,&quot;internalRedirect&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/i/164785063?img=https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;isProcessing&quot;:false,&quot;align&quot;:null,&quot;offset&quot;:false}" class="sizing-normal" alt="" title="" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw" loading="lazy"></picture><div class="image-link-expand"><div class="pencraft pc-display-flex pc-gap-8 pc-reset"><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container restack-image"><svg aria-hidden="true" width="20" height="20" viewBox="0 0 20 20" fill="none" stroke-width="1.5" stroke="var(--color-fg-primary)" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" xmlns="http://www.w3.org/2000/svg"><g><path d="M2.53001 7.81595C3.49179 4.73911 6.43281 2.5 9.91173 2.5C13.1684 2.5 15.9537 4.46214 17.0852 7.23684L17.6179 8.67647M17.6179 8.67647L18.5002 4.26471M17.6179 8.67647L13.6473 6.91176M17.4995 12.1841C16.5378 15.2609 13.5967 17.5 10.1178 17.5C6.86118 17.5 4.07589 15.5379 2.94432 12.7632L2.41165 11.3235M2.41165 11.3235L1.5293 15.7353M2.41165 11.3235L6.38224 13.0882"></path></g></svg></button><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container view-image"><svg xmlns="http://www.w3.org/2000/svg" width="20" height="20" viewBox="0 0 24 24" fill="none" stroke="currentColor" stroke-width="2" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" class="lucide lucide-maximize2 lucide-maximize-2"><polyline points="15 3 21 3 21 9"></polyline><polyline points="9 21 3 21 3 15"></polyline><line x1="21" x2="14" y1="3" y2="10"></line><line x1="3" x2="10" y1="21" y2="14"></line></svg></button></div></div></div></a></figure></div>]]></content:encoded></item><item><title><![CDATA[De Jurisprudentielunch (J02E31)]]></title><description><![CDATA[2 augustus 2026, Transfer Pricing is the worst form of income allocation &#8211; except for all the other forms that have been tried from time to time.]]></description><link>https://jurisprudentielunch.substack.com/p/de-jurisprudentielunch-j02e31</link><guid isPermaLink="false">https://jurisprudentielunch.substack.com/p/de-jurisprudentielunch-j02e31</guid><dc:creator><![CDATA[Maurits]]></dc:creator><pubDate>Sun, 02 Aug 2026 13:02:30 GMT</pubDate><enclosure url="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!hJ_D!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F3fbc0054-d63f-49a6-a01e-abc034e67137_1024x1024.png" length="0" type="image/jpeg"/><content:encoded><![CDATA[<p>Ik heb zitten twijfelen of ik deze introductie zou schrijven over de Mendix-zaak, waarin de rechtbank een integrale kostenvergoeding toewijst. Het lijkt me terecht dat hier een integrale kostenvergoeding werd toegekend. Ik ergerde me echter met name aan het commentaar van het FD (<a href="https://fd.nl/opinie/1606108/de-mendix-zaak-levert-welkome-duidelijkheid-op">hier</a>) </p><blockquote><p>De Mendix-zaak levert welkome duidelijkheid op</p></blockquote><p>Hoezo, welkome duidelijkheid. Waarover dan. Het heeft wellicht iets opgeleverd over <em>fatsoen</em>, wat mij een een veel menselijker grens lijkt dan de institutionele grens <em>magistratelijkheid.</em> </p><p>Maar ik denk eigenlijk dat deze commentator gewoon geen flauw benul had waar hij over schreef. De aangehaalde fiscalisten gaven aan dat er veel inhoudelijke onduidelijkheid is over de reikwijdte van de lucratiefbelangregeling. Over de uitleg van het lucratief belang in dit geval was al overeenstemming bereikt in de bezwaarfase; of eigenlijk, daar had de Belastingdienst zich al teruggetrokken uit een volstrekt onhoudbare stelling. Deze uitspraak gaat over dat een dergelijk langslepend en duur traject gewoon niet hoort voor te komen. De reactie van de Belastingdienst (op het eerdere inhoudelijke artikel) lijkt me dan ook terecht:</p><blockquote><p>Een woordvoerder van de Belastingdienst laat weten dat de fiscus &#8216;erkent en betreurt dat er in de betreffende casus zaken verkeerd zijn gegaan. Dat had niet op deze manier mogen gebeuren. De Belastingdienst heeft excuses aangeboden aan betrokken belanghebbenden en is in contact met hen om tot een passende oplossing te komen.&#8217; Ook heeft de Belastingdienst maatregelen genomen om herhaling te voorkomen, zoals het oprichten van een expertisecentrum dat lucratiefbelangzaken extra toetst. </p></blockquote><p>Ik dacht dat we al de Kennisgroep ROW hadden?</p><p></p><p class="button-wrapper" data-attrs="{&quot;url&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/subscribe?&quot;,&quot;text&quot;:&quot;Subscribe now&quot;,&quot;action&quot;:null,&quot;class&quot;:null}" data-component-name="ButtonCreateButton"><a class="button primary" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/subscribe"><span>Subscribe now</span></a></p><div><hr></div><h1>Korte aantekeningen </h1><p><strong>Navordering vervreemdingsvoordeel ab; kenbare fout (NLF 2026/1443), noot van F.S. de Vos (<a href="https://www.nlfiscaal.nl/nlfiscaal-doc/A3ECB1297C624CE08833E10B61DAD1EC">hier</a>).</strong> De zaak raalt twee mogelijke gronden voor navordering : kwade trouw en een kenbare fout. Bij kwade trouw speelt dat belanghebbende na vooroverleg met de Inspecteur geen aangifte heeft ingediend, terwijl hij wist dat een vervreemdingsvoordeel van &#8364; 501.000 moest worden verantwoord. Hoewel hij die informatie eerder in het vooroverleg al had gedeeld, vindt de annotator verdedigbaar dat het opzettelijk niet indienen van aangifte toch kwade trouw kan opleveren, omdat de aangifte het formele en gestructureerde moment is waarop de juiste heffingsinformatie moet worden verstrekt. De Hoge Raad komt aan die vraag echter niet toe, omdat navordering al mogelijk is wegens een kenbare fout: de Belastingdienst had na het vooroverleg nagelaten een behandelvoornemen in het systeem op te nemen, waardoor de automatische aanslagregeling niet werd gestopt en het vervreemdingsvoordeel buiten de aanslag bleef. Die administratieve misslag was voor belanghebbende duidelijk kenbaar, omdat hij wist dat het voordeel belast moest worden en de omissie bovendien ruim boven de 30%-grens viel. <em><strong>Commentaar: </strong>ik vind dit een wat eenzijdige noot. Ja, doordat er overeenstemming was bereikt over de behandeling lijkt me dit een kenbare fout. Maar het niet volgen van procedures aan de zijde van de Belastingdienst die erop gericht zijn tot een juiste afhandeling te komen lijkt mijn ook laakbaar. De opvatting over de aanwezigheid van kwade trouw vind ik erg ver gaan, zeker gezien het hebben gehad van vooroverleg en het laakbare handelen vanuit de belastingdienst. Hiermee wordt het voor de Belastingdienst bijna een spel zonder nieten. </em></p><p><strong>Geen bewijs van tijdige bekendmaking; navorderingsaanslag vernietigd (NLF 2026/1505), noot van J. Graaff (<a href="https://www.nlfiscaal.nl/nlfiscaal-doc/429E42D74F7B4E23A9086BB7848F4EC1">hier</a>).</strong> Een navorderingsaanslag wordt hier vernietigd omdat de Inspecteur niet kan bewijzen dat de aanslag v&#243;&#243;r afloop van de aanslagtermijn rechtsgeldig is bekendgemaakt, terwijl dat volgens vaste Hoge Raad-jurisprudentie naast tijdige vaststelling vereist is. De Inspecteur had geen verzendrapportage of andere harde verzendgegevens en kwam niet verder dan de stelling dat de aanslag in een blauwe envelop was verzonden; plaatsing in de elektronische Berichtenbox helpt niet, omdat rijksbelastingaanslagen niet elektronisch kunnen worden bekendgemaakt. De annotator wijst nog op een mogelijke opening als kan worden bewezen dat belanghebbende de aanslag v&#243;&#243;r de termijn feitelijk onder ogen heeft gekregen. Tegelijk noemt hij de uitkomst zuur, omdat de aanslag wel tijdig was vastgesteld, maar door bewijsgebrek over de bekendmaking toch sneuvelt.</p><p><strong>Bezwaar was tijdig; navorderingsaanslagen niet binnen voorgeschreven termijn opgelegd (NLF 2026/1504), noot van J. Graaff (<a href="https://www.nlfiscaal.nl/nlfiscaal-doc/6F586EFE157344DABF4DDB691ECC2AA8">hier</a>).</strong> De Inspecteur moet bij het opleggen van aanslagen binnen de aanslag- of navorderingstermijn deze niet alleen tijdig vaststellen, maar ook rechtsgeldig bekendmaken, en dat dit in buitenlandse situaties zeer nauw luistert. In deze zaak faalt de bekendmaking van de navorderingsaanslag 2008 omdat de aanslag naar een onvolledig Panamees adres is gestuurd, terwijl de Inspecteur w&#233;l over het juiste adres beschikte; betekening aan het parket van het OM kan dan niet als alternatieve bekendmaking dienen. De latere toezending per e-mail kwam te laat. Ook de navorderingsaanslag 2009 sneuvelt, omdat de Inspecteur niet aannemelijk maakt dat de gemachtigde over het beconuitstel is ge&#239;nformeerd, zodat de termijn niet wordt verlengd. De noot benadrukt daarmee vooral dat slordige adressering, bekendmaking en dossiervorming voor de Belastingdienst fataal kunnen zijn, ook als materieel vermoedelijk wel belasting verschuldigd was.</p><p><strong>Leegwaarderatio ten onrechte niet toegepast bij zogenoemde quasi-wettelijke verdeling (NLF 2026/1279), noot van A. van Maurik (<a href="https://www.nlfiscaal.nl/nlfiscaal-doc/DF1D1424CC53436AA3AD4A8CEC90951F">hier</a>).</strong> Bij een quasi-wettelijke verdeling mag niet automatisch worden uitgegaan van de onverdeeldheid die op het moment van overlijden ontstaat, maar moet worden beoordeeld of de latere verdeling civielrechtelijk haar grond vindt in de wil van de erflater of in een overeenkomst tussen erfgenamen. Als de quasi-wettelijke verdeling voldoende testamentair is verankerd en de civielrechtelijke toets doorstaat, verkrijgen de kinderen volgens de annotator krachtens erfrecht geen aandeel in de woning maar een geldvordering op de langstlevende, zodat de fiscale gevolgen daarop moeten aansluiten. De annotator vindt daarom het oordeel van het Hof juist en bekritiseert de Inspecteur omdat die te strikt leunde op het oude arrest uit 1903 en het onduidelijke besluit van 15 juni 2022. De betekenis is breder dan alleen artikel 21 lid 8 SW 1956: dezelfde kwalificatievraag kan ook beslissend zijn voor onder meer BOR-vermogen en landgoederen onder de NSW.</p><p><strong>Oordeel over fiscaal inwonerschap vanaf medio 2016 onvoldoende gemotiveerd; verwijzing (NLF 2026/1444), M. van Dun (<a href="https://www.nlfiscaal.nl/nlfiscaal-doc/4CE3EFFF8F58456D972DA9FF5884A7B2">hier</a>).</strong> De Hoge Raad grijpt terecht in omdat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom belanghebbende ook vanaf medio 2016 tot en met 2017 fiscaal inwoner van Nederland zou zijn, terwijl het bewijs van de Inspecteur vooral zag op de periode daarvoor. De annotator benadrukt dat de Inspecteur de bewijslast draagt voor het voortbestaan van de fiscale woonplaats in Nederland, zodra belanghebbende zijn emigratie voldoende aannemelijk heeft gemaakt. Tegelijk plaatst hij een nuance: aanvankelijk moet de belastingplichtige wel feiten stellen en bewijzen waaruit blijkt dat zijn duurzame band met Nederland is verbroken. De noot bekritiseert dus vooral de gaten in de bewijsvoering en motivering, en vindt het daarnaast onbevredigend dat de Hoge Raad de overige cassatieklachten zonder inhoudelijke toelichting afdoet met artikel 81 Wet RO.</p><p><strong>Het Omnibus-voorstel en de impact op Nederland (WFR 2026/201), Q.W.J.C.H. Kok en M. Ma&#226;toug (<a href="https://www.inview.nl/document/id52941803792245078691ea5d3caf46b0?ctx=WKNL_CSL_183">hier</a>). </strong>Het artikel analyseert het fiscale Omnibus-voorstel van de Europese Commissie vooral vanuit de vraag wat dit materieel betekent voor Nederland en hoeveel nationale beleidsruimte overblijft. Kok en Ma&#226;toug laten zien dat het voorstel verder gaat dan eenvoudige lastenverlichting: het verruimt richtlijnvoordelen, beperkt soms juist de vrijheid van lidstaten om strenger te zijn, grijpt in op de Moeder-dochterrichtlijn, Interest- en royaltyrichtlijn, Fusierichtlijn en ATAD, en kan in Nederland grote gevolgen hebben voor onder meer de deelnemingsvrijstelling, beleggings-bv&#8217;s, bronbelasting, CFC-regels en R&amp;D-aftrek. Hun centrale punt is dat het voorstel veel impact heeft, technisch nog veel vragen oproept en de fiscale soevereiniteit van lidstaten verder vermindert.</p><p><strong>Het richtlijnvoorstel voor de Europese fiscale vereenvoudigingsomnibus; Omnibus: quo vadit? (WFR 2026/200), J.J.A.M. Korving (<a href="https://www.inview.nl/document/idacbd859cdbca4395b709c3a5a84aa9ea?ctx=WKNL_CSL_183">hier</a>). </strong>Het artikel betoogt dat het Europese fiscale Omnibus-richtlijnvoorstel weliswaar als vereenvoudigingspakket wordt gepresenteerd, maar in werkelijkheid een breed en politiek gevoelig pakket is dat naast stroomlijning ook nieuwe juridische, budgettaire en uitvoeringsvragen oproept. Korving bespreekt vooral de wijzigingen in de Moeder-dochterrichtlijn, Interest- en royaltyrichtlijn, ATAD en Fusierichtlijn, en concludeert dat sommige voorstellen echte vereenvoudiging kunnen brengen, maar dat andere onderdelen juist complexiteit, EU-rechtelijke twijfel of nationale implementatieproblemen veroorzaken. De centrale boodschap is: vereenvoudiging is welkom, maar dit pakket vraagt grondige fiscale behandeling en mag niet versneld door de Raad worden geloodst zonder voldoende technische doordenking.</p><div><hr></div><h1>Overige fiscale literatuur/lectuur</h1><p><strong>Pakketbezorging verdient eerlijke prijs (FD) (<a href="https://fd.nl/opinie/1606162/pakketbezorging-verdient-eerlijke-prijs">hier</a>). </strong>De kern van het commentaar is dat de pakketmarkt oneerlijk en kwetsbaar blijft doordat grote pakketbezorgers sterk leunen op onderaannemers met dunne marges, slechte cao-naleving, schijnzelfstandigheid en geregeld problematische administratie. Fiscaal ligt de nadruk op onbetaalde belastingen, oplopende belastingschulden en ondernemers die na faillissement met lege boedels opnieuw beginnen, soms met dezelfde opdrachtgevers. Het commentaar vindt dat frauderende of slecht administrerende ondernemers zelf verantwoordelijk blijven, maar wijst ook naar de Belastingdienst: die moet belastingschulden niet te lang laten oplopen en mag door soepele regelingen niet feitelijk als bank voor zwakke ondernemingen fungeren. Tegelijk kunnen pakketbezorgers zich niet verschuilen achter gebrek aan toezicht op onderaannemers, omdat zij door hun machtspositie in de keten eisen kunnen stellen en daarom ketenverantwoordelijkheid moeten nemen.</p><p><strong>BP zet activiteiten op de Noordzee in de etalage (FD) (<a href="https://fd.nl/bedrijfsleven/1606311/bp-zet-activiteiten-op-de-noordzee-in-de-etalage">hier</a>).</strong> De kern van het artikel is dat BP zijn Noordzeeactiviteiten wil verkopen als onderdeel van een bredere strategie om schulden te verlagen, kapitaal te richten op winstgevendere activiteiten en de portefeuille aan te scherpen. Hoewel de Noordzee jarenlang belangrijk was voor BP, is de productie uit bestaande velden dalend en is het investeringsklimaat in het Verenigd Koninkrijk verslechterd door het stopzetten van nieuwe olie- en gasvergunningen en kritiek op hoge, onzekere belastingen voor fossiele bedrijven. De verkoop past in een bredere trend waarin grote olie- en gasconcerns zich terugtrekken uit het Britse deel van de Noordzee omdat andere regio&#8217;s aantrekkelijker en rendabeler zijn.</p><p><strong>Vies en onderontwikkeld? Bangkok groeit juist uit tot de parel van het Oosten (FD) (<a href="https://fd.nl/opinie/1604337/vies-en-onderontwikkeld-bangkok-groeit-juist-uit-tot-de-parel-van-het-oosten">hier</a>). </strong>Het artikel beschrijft hoe Bangkok in hoog tempo verandert van een stad die in Nederland vaak nog wordt geassocieerd met vervuiling, chaos en sekstoerisme, naar een luxe Aziatische metropool die actief internationale investeerders, ondernemers en vermogende buitenlanders aantrekt. Fiscaal springt vooral het Thaise vestigingsbeleid eruit: rijke buitenlanders met minstens 1 miljoen dollar vermogen die minimaal 500.000 dollar investeren, bijvoorbeeld in vastgoed, kunnen een visum voor tien jaar krijgen en betalen geen belasting over buitenlands inkomen. Daarmee gebruikt Thailand fiscale en immigratierechtelijke voordelen als instrument om kapitaal, vastgoedontwikkeling en internationale bedrijvigheid naar Bangkok te trekken, in concurrentie met steden als Singapore. De keerzijde is dat deze belastingvriendelijke en investeerdersgerichte koers de stad duurder en exclusiever maakt: arme Thaise families, streetfoodverkopers en historisch erfgoed moeten wijken voor luxe appartementen, kantoren en winkelcentra, waardoor economische groei en belastingplanning hand in hand gaan met sociale verdringing en verlies van stedelijke identiteit.</p><p><strong>De Mendix-zaak levert welkome duidelijkheid op (FD) (<a href="https://fd.nl/opinie/1606108/de-mendix-zaak-levert-welkome-duidelijkheid-op">hier</a>).</strong> De Belastingdienst legde de oprichters van softwarebedrijf Mendix na de verkoop aan Siemens in 2018 een aanslag van &#8364;35 mln op en dreigde ook de medeoprichter zwaar na te heffen, maar na jarenlange juridische strijd trok de fiscus deze claims in en oordeelde de rechtbank Den Haag dat de Belastingdienst &#8216;tegen beter weten in&#8217; had gehandeld en veel eerder in overleg had moeten treden met de belastingadviseur. Waar ondernemers in vergelijkbare situaties vaak uit angst voor vermogensverlies kiezen voor een schikking, laat deze zaak zien dat doorprocederen waardevol kan zijn: het schept duidelijkheid, levert bruikbare jurisprudentie op voor toekomstige gevallen en dwingt de Belastingdienst tot zelfreflectie en concrete verbetermaatregelen, zoals een nieuw expertisecentrum en kennissessies voor medewerkers &#8212; verbeteringen die er nooit waren gekomen als de zaak buiten de rechter om was geschikt. <em><strong>Commentaar: </strong>Ja, soms is het goed als iemand besluit te procederen, maar dan het liefst over iets wat daadwerkelijk rechtsvormend is. </em></p><p><strong>Weekend Listen: Can the US Actually Tax Billionaires? (Bloomberg) (<a href="https://www.bloomberg.com/news/audio/2026-07-24/trumponomics-can-the-us-actually-tax-billionaires-podcast?srnd=phx-stephanomics">hier</a>).</strong> Over vermogensbelasting, vermogenswinstbelasting, inkomstenbelasting en erfbelasting in de Verenigde Staten. In de podcast wordt ook gesproken over een vermogensaanwasbelasting versus een vermogenswinstbelasting en wat economische argumenten zijn voor een vermogensaanwasbelasting. </p><p><strong>Wie de Soedanese stad El Obeid in handen heeft, kan flink profiteren van smokkel en handel (NRC) (<a href="https://www.nrc.nl/nieuws/2026/07/29/wie-de-soedanese-stad-el-obeid-in-handen-heeft-kan-flink-profiteren-van-smokkel-en-handel-a4933338">hier</a>).</strong> De strijd om El Obeid is niet alleen militair, maar vooral fiscaal-economisch van groot belang: wie de Soedanese handelsstad controleert, kan geld halen uit handelsstromen, smokkelroutes en grondstoffenexport. Door controleposten rond de stad en op aanvoerwegen kan een machthebber belastingen, tol of beschermingsgeld heffen, vrachtwagens controleren, goederen in beslag nemen en zelf doorverkopen of smokkelen. Vooral Arabische gom, vee, olie, oliehoudende zaden en goud maken El Obeid waardevol; goudinkomsten vormen al een belangrijke financieringsbron voor zowel RSF als regeringsleger. Als de RSF de stad verovert, krijgt zij volgens deskundigen niet alleen een strategisch bolwerk, maar ook een economische infrastructuur waarmee zij haar oorlogskas via heffingen, smokkel en export aanzienlijk kan versterken. <em><strong>Commentaar:</strong> dit deed me denken aan het boek Belast verleden van Peter Essers (<a href="https://shop.wolterskluwer.nl/Belast-verleden-sNPBELVERL/">hier</a>). Wel wat anders, maar toch ook over belastingheffing en de belastingautoriteit in de context van een oorlog-/machtsstrijd. </em></p><p><strong>Shein verloor klanten in de VS sinds importheffingen moeten worden betaald over bestellingen (NRC) (<a href="https://www.nrc.nl/nieuws/2026/07/27/shein-verloor-klanten-in-de-vs-sinds-over-bestellingen-importheffingen-moeten-worden-betaald-a4933319">hier</a>).</strong> Sheins groeimodel staat onder druk doordat lagewaarde-pakketjes uit China hun fiscale voordeel verliezen: in de VS is de vrijstelling voor pakketjes onder $800 geschrapt, waardoor Shein-bestellingen nu met importheffingen tot 87,5% kunnen worden belast en die kosten via hogere prijzen bij consumenten terechtkomen. Dat leidde in het eerste kwartaal van 2026 tot 14% minder omzet in de VS en hogere logistieke kosten door extra douane-aangiften. Ook in de EU is per 1 juli de vrijstelling voor pakketjes tot &#8364;150 vervallen, met vaste heffingen per producttype, wat Shein zelf op korte termijn negatief noemt voor de verkoopvolumes. Fiscaal laat het artikel zien dat het succes van Shein en Temu mede leunde op importvrijstellingen die ooit administratief bedoeld waren, maar nu worden afgeschaft omdat ze volgens westerse winkeliers tot oneerlijke concurrentie leiden.</p><p><strong>De lucratieve miljardenhandel van Shell blijft in nevelen gehuld (FD) (<a href="https://fd.nl/bedrijfsleven/1605411/de-lucratieve-miljardenhandel-van-shell-blijft-in-nevelen-gehuld">hier</a>).</strong> Shells handelstak verdient waarschijnlijk miljarden aan olie- en gashandel, zeker nu geopolitieke onrust en prijsverschillen op energiemarkten veel kansen bieden, maar dat Shell nauwelijks openheid geeft over de exacte winstbijdrage. Fiscaal is vooral relevant dat onderzoeksorganisatie Somo stelt dat deze handelsstructuur Shell ook helpt om belasting te drukken, doordat winsten terechtkomen in laagbelastende jurisdicties zoals de Bahama&#8217;s, waar tot voor kort 0% vennootschapsbelasting gold; Shell rapporteerde daar in 2024 met 45 werknemers ruim $1,6 mrd winst. Shell zegt zich aan Oeso-richtlijnen en lokale wetgeving te houden, maar het artikel laat zien dat de combinatie van hoge handelswinsten, beperkte transparantie en winstallocatie naar lagebelastinglanden vragen oproept over belastingontwijking en de effectiviteit van internationale fiscale regels. <em><strong>Commentaar:</strong> Transfer Pricing is the worst form of income allocation &#8211; except for all the other forms that have been tried from time to time.</em></p><p><strong>Belastingen hervormen is meer dan vereenvoudigen (FD) (<a href="https://fd.nl/opinie/1605753/belastingen-hervormen-is-meer-dan-vereenvoudigen">hier</a>).</strong> Hervorming van het belasting- en toeslagenstelsel moet niet alleen draaien om minder complexiteit, maar om een helder leidend idee. De auteur prijst staatssecretaris Eerenbergs realistische, stapsgewijze agenda voor een begrijpelijker en voorspelbaarder stelsel, maar vindt die inhoudelijk te mager omdat een richtinggevende keuze ontbreekt. Die ziet hij wel bij oud-belastingadviseur Henry Meijer, die pleit voor een verschuiving van belastingdruk van arbeid naar vermogen. Volgens het betoog is het onrechtvaardig dat inkomen uit vermogen lichter wordt belast dan werk, en is het een gemiste kans dat dit idee door de formatie niet in het regeerakkoord is beland.</p><p><strong>Opbrengst winstbelastingen blijft wereldwijd op historisch hoog niveau (FD) (<a href="https://fd.nl/politiek/1605962/opbrengst-winstbelastingen-blijft-wereldwijd-op-historisch-hoog-niveau">hier</a>).</strong> De opbrengsten uit winst- en vennootschapsbelasting wereldwijd zijn nog altijd historisch hoog, ondanks een lichte daling in 2023. Volgens de Oeso leverde deze belasting gemiddeld 17,7% van alle belastinginkomsten op en 3,4% van het bbp; in Nederland was dat zelfs &#8364;47,5 mrd, ongeveer 5% van het bbp. De statutaire tarieven zijn sinds 2020 vrij stabiel, na decennia van forse dalingen, terwijl multinationals een steeds belangrijkere bron van vpb-opbrengsten vormen. Tegelijk signaleert de Oeso dat winstverschuiving naar laagbelastende landen weer iets toeneemt, al gebeurt dit minder sterk dan vroeger.</p><p><strong>Fiscus gaat nat in miljoenenzaak tegen Rotterdamse softwareondernemers (FD) (<a href="https://fd.nl/bedrijfsleven/1603191/fiscus-gaat-nat-in-miljoenenzaak-tegen-rotterdamse-softwareondernemers">hier</a>).</strong> De Belastingdienst trad volgens de rechtbank Den Haag onrechtmatig hard op tegen twee Mendix-oprichters door hun aandelenopbrengst uit de verkoop aan Siemens te willen aanmerken als een &#8216;lucratief belang&#8217;, waardoor een naheffing van tientallen miljoenen en zelfs een belastingdruk van bijna 100% dreigde. De fiscus legde in een vergelijkbare zaak een aanslag van &#8364;35 mln op terwijl hij volgens de rechter al wist dat die geen stand zou houden, en had veel eerder met de belastingadviseurs moeten overleggen. Fiscaal draait de zaak om de ruime en onzekere toepassing van de lucratiefbelangregeling, bedoeld voor excessieve beloningen via aandelen bij private equity, maar volgens fiscalisten in de praktijk ook risicovol voor start-up- en scale-upoprichters bij verkoop.</p><p><strong>Nederlandse &#8216;supermarktzussen&#8217; achtervolgd door Spaanse fiscus na dramatisch advies BDO (FD) (<a href="https://fd.nl/economie/1605793/drie-nederlandse-supermarktzussen-achtervolgd-door-spaanse-fiscus-na-dramatisch-advies-bdo">hier</a>).</strong> BDO zette volgens de rechtbank een fiscale schijnconstructie op om dividendbelasting over &#8364;40 mln aan uitgekeerde verkoopwinst te vermijden: de zussen zouden hun holdings naar Luxemburg verplaatsen, zelf naar Spanje emigreren en via de Spaanse Beckham-regeling vrijstelling voor buitenlands inkomen benutten. Daarvoor moesten zij formeel in dienst treden bij een Spaanse vennootschap van hun kinderen, maar volgens de rechter was er geen echte arbeidsrelatie en financierden zij feitelijk hun eigen loon via overeenkomsten tussen hun bedrijven en die Spaanse vennootschap. Omdat het doel niet werken maar belastingontwijking en zelfs belastingontduiking was, had BDO deze constructie niet mogen adviseren of uitvoeren; de zussen lopen daardoor strafrechtelijke risico&#8217;s in Spanje, terwijl hun eigen schuld mede wordt meegewogen omdat zij bewust tekenden voor een papieren werkelijkheid.</p><div><hr></div><p>Mocht u mijn werk op prijs stellen en (geldelijke) waardering willen uiten, dan zou u een donatie kunnen doen via <a href="https://www.paypal.com/donate?hosted_button_id=W4N3T44N5TX66">deze link</a>, of via onderstaande qr-code.</p><div class="captioned-image-container"><figure><a class="image-link image2 is-viewable-img" target="_blank" href="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" data-component-name="Image2ToDOM"><div class="image2-inset"><picture><source type="image/webp" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw"><img src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,w_1456,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" width="410" height="410" data-attrs="{&quot;src&quot;:&quot;https://substack-post-media.s3.amazonaws.com/public/images/9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;srcNoWatermark&quot;:null,&quot;fullscreen&quot;:null,&quot;imageSize&quot;:null,&quot;height&quot;:410,&quot;width&quot;:410,&quot;resizeWidth&quot;:null,&quot;bytes&quot;:799,&quot;alt&quot;:&quot;&quot;,&quot;title&quot;:null,&quot;type&quot;:&quot;image/png&quot;,&quot;href&quot;:null,&quot;belowTheFold&quot;:true,&quot;topImage&quot;:false,&quot;internalRedirect&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/i/164785063?img=https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;isProcessing&quot;:false,&quot;align&quot;:null,&quot;offset&quot;:false}" class="sizing-normal" alt="" title="" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw" loading="lazy"></picture><div class="image-link-expand"><div class="pencraft pc-display-flex pc-gap-8 pc-reset"><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container restack-image"><svg aria-hidden="true" width="20" height="20" viewBox="0 0 20 20" fill="none" stroke-width="1.5" stroke="var(--color-fg-primary)" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" xmlns="http://www.w3.org/2000/svg"><g><path d="M2.53001 7.81595C3.49179 4.73911 6.43281 2.5 9.91173 2.5C13.1684 2.5 15.9537 4.46214 17.0852 7.23684L17.6179 8.67647M17.6179 8.67647L18.5002 4.26471M17.6179 8.67647L13.6473 6.91176M17.4995 12.1841C16.5378 15.2609 13.5967 17.5 10.1178 17.5C6.86118 17.5 4.07589 15.5379 2.94432 12.7632L2.41165 11.3235M2.41165 11.3235L1.5293 15.7353M2.41165 11.3235L6.38224 13.0882"></path></g></svg></button><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container view-image"><svg xmlns="http://www.w3.org/2000/svg" width="20" height="20" viewBox="0 0 24 24" fill="none" stroke="currentColor" stroke-width="2" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" class="lucide lucide-maximize2 lucide-maximize-2"><polyline points="15 3 21 3 21 9"></polyline><polyline points="9 21 3 21 3 15"></polyline><line x1="21" x2="14" y1="3" y2="10"></line><line x1="3" x2="10" y1="21" y2="14"></line></svg></button></div></div></div></a></figure></div>]]></content:encoded></item><item><title><![CDATA[Rulings (J04E31)]]></title><description><![CDATA[30 juli 2026]]></description><link>https://jurisprudentielunch.substack.com/p/rulings-j04e31</link><guid isPermaLink="false">https://jurisprudentielunch.substack.com/p/rulings-j04e31</guid><dc:creator><![CDATA[Maurits]]></dc:creator><pubDate>Thu, 30 Jul 2026 18:00:43 GMT</pubDate><enclosure url="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!hJ_D!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F3fbc0054-d63f-49a6-a01e-abc034e67137_1024x1024.png" length="0" type="image/jpeg"/><content:encoded><![CDATA[<p>Deze week 3 nieuwe rulings. Daaronder een advance tax ruling, een advance pricing agreement, en een innovatiebox ruling. Deze keer is de advance pricing agreement interessant. Het betreft de waardering van een overgedragen (hard to value?) IP, welke eerder als onderdeel van een aandelenkoop was verkregen (ongelieerde partijen). Er is afgesproken aan te sluiten bij de waardering van de aandelen (inclusief earn-out element). </p><p class="button-wrapper" data-attrs="{&quot;url&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/subscribe?&quot;,&quot;text&quot;:&quot;Subscribe now&quot;,&quot;action&quot;:null,&quot;class&quot;:null}" data-component-name="ButtonCreateButton"><a class="button primary" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/subscribe"><span>Subscribe now</span></a></p><div><hr></div><h1>Advance tax rulings</h1><h4>#1 | rul-20260728-atr-000003</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling en de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, de belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden en de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op de belangen van X1 in A1 t/m A12 en van X2 in A13. Z is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b van de Wet Vpb voor haar belang in X1 en X4. Y2 en Y3 zijn niet buitenlands belastingplichtig voor hun belangen in X1 respectievelijk X3 als bedoeld in artikel 17, derde lid, onderdeel b van de Wet Vpb. Z is niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden uit hoofde haar belangen in X1 en X4 en Y2 en Y3 zijn niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden uit hoofde hun belangen in X1 respectievelijk X3 op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X1 aan Z, van X4 aan Z, van X1 aan Y2 en van X3 aan Y3 geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X1, X3 en X4 dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260728-atr-000003/">Lees meer. </a></p><div><hr></div><h1>Advance pricing agreement</h1><h4>#2 | rul-20260728-apa-000001</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> X heeft een verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2026 tot en met 2028. Partijen zijn overeengekomen dat de externe aandelenprijs als basis kan worden gebruikt voor het bepalen van de arm&#8217;s-lengthvergoeding voor de overdracht van de immateri&#235;le vaste activa van X aan Y, inclusief de wijziging van functies en risico&#8217;s van X. De waarde hiervan is vastgesteld op [&#8364; 100 miljoen - &#8364; 150 miljoen]. Indien aan de voorwaarden van de earn-out regeling is voldaan, zullen deze aanvullende betalingen aan de voormalige aandeelhouders van X eveneens als opbrengst voor de overgedragen immateri&#235;le vaste activa in aanmerking worden genomen. De maximale aanvullende vergoeding hiervoor bedraagt [&#8364; 20 miljoen - &#8364; 40 miljoen]. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260728-apa-000001/">Lees meer.</a></p><div><hr></div><h1>Innovationbox</h1><h4>#3 | rul-20260728-ibox-000002</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2022 tot en met 2028, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2021. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met het jaar 2023. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028 en is van overeenkomstige toepassing in de jaren 2022 en 2023, waarvoor de aangiften vennootschapsbelasting reeds zijn ingediend.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260728-ibox-000002/">Lees meer. </a></p><div><hr></div><p>Mocht u mijn werk op prijs stellen en (geldelijke) waardering willen uiten, dan zou u een donatie kunnen doen via <a href="https://www.paypal.com/donate?hosted_button_id=W4N3T44N5TX66">deze link</a>, of via onderstaande qr-code.</p><div class="captioned-image-container"><figure><a class="image-link image2 is-viewable-img" target="_blank" href="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" data-component-name="Image2ToDOM"><div class="image2-inset"><picture><source type="image/webp" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw"><img src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,w_1456,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" width="410" height="410" data-attrs="{&quot;src&quot;:&quot;https://substack-post-media.s3.amazonaws.com/public/images/9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;srcNoWatermark&quot;:null,&quot;fullscreen&quot;:null,&quot;imageSize&quot;:null,&quot;height&quot;:410,&quot;width&quot;:410,&quot;resizeWidth&quot;:null,&quot;bytes&quot;:799,&quot;alt&quot;:&quot;&quot;,&quot;title&quot;:&quot;&quot;,&quot;type&quot;:&quot;image/png&quot;,&quot;href&quot;:null,&quot;belowTheFold&quot;:true,&quot;topImage&quot;:false,&quot;internalRedirect&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/i/164785063?img=https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;isProcessing&quot;:false,&quot;align&quot;:null,&quot;offset&quot;:false}" class="sizing-normal" alt="" title="" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw" loading="lazy"></picture><div class="image-link-expand"><div class="pencraft pc-display-flex pc-gap-8 pc-reset"><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container restack-image"><svg aria-hidden="true" width="20" height="20" viewBox="0 0 20 20" fill="none" stroke-width="1.5" stroke="var(--color-fg-primary)" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" xmlns="http://www.w3.org/2000/svg"><g><path d="M2.53001 7.81595C3.49179 4.73911 6.43281 2.5 9.91173 2.5C13.1684 2.5 15.9537 4.46214 17.0852 7.23684L17.6179 8.67647M17.6179 8.67647L18.5002 4.26471M17.6179 8.67647L13.6473 6.91176M17.4995 12.1841C16.5378 15.2609 13.5967 17.5 10.1178 17.5C6.86118 17.5 4.07589 15.5379 2.94432 12.7632L2.41165 11.3235M2.41165 11.3235L1.5293 15.7353M2.41165 11.3235L6.38224 13.0882"></path></g></svg></button><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container view-image"><svg xmlns="http://www.w3.org/2000/svg" width="20" height="20" viewBox="0 0 24 24" fill="none" stroke="currentColor" stroke-width="2" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" class="lucide lucide-maximize2 lucide-maximize-2"><polyline points="15 3 21 3 21 9"></polyline><polyline points="9 21 3 21 3 15"></polyline><line x1="21" x2="14" y1="3" y2="10"></line><line x1="3" x2="10" y1="21" y2="14"></line></svg></button></div></div></div></a></figure></div><div><hr></div><p class="button-wrapper" data-attrs="{&quot;url&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/subscribe?&quot;,&quot;text&quot;:&quot;Subscribe now&quot;,&quot;action&quot;:null,&quot;class&quot;:null}" data-component-name="ButtonCreateButton"><a class="button primary" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/subscribe"><span>Subscribe now</span></a></p>]]></content:encoded></item><item><title><![CDATA[Kennisgroepstandpunten (J04E31)]]></title><description><![CDATA[28 juli 2026]]></description><link>https://jurisprudentielunch.substack.com/p/kennisgroepstandpunten-j04e31</link><guid isPermaLink="false">https://jurisprudentielunch.substack.com/p/kennisgroepstandpunten-j04e31</guid><dc:creator><![CDATA[Maurits]]></dc:creator><pubDate>Tue, 28 Jul 2026 19:38:50 GMT</pubDate><enclosure url="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!hJ_D!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F3fbc0054-d63f-49a6-a01e-abc034e67137_1024x1024.png" length="0" type="image/jpeg"/><content:encoded><![CDATA[<p>Deze week zes nieuwe kennisgroepstandpunten. </p><p class="button-wrapper" data-attrs="{&quot;url&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/subscribe?&quot;,&quot;text&quot;:&quot;Subscribe now&quot;,&quot;action&quot;:null,&quot;class&quot;:null}" data-component-name="ButtonCreateButton"><a class="button primary" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/subscribe"><span>Subscribe now</span></a></p><div><hr></div><h1>Omzetbelasting OVI</h1><h4>#1 | KG:210:2026:4 Schoonheidsspecialiste; medische vrijstelling</h4><p><strong>Aanleiding:</strong> Een als schoonheidsspecialiste werkzame ondernemer (hierna: X) biedt in haar praktijk de volgende afzonderlijke cosmetische behandelingen aan:</p><ol><li><p>het ontharen middels laserapparatuur of IPL bij hirsutisme;</p></li><li><p>het behandelen van acn&#233;;</p></li><li><p>camouflagebehandeling/permanente make-up.</p></li></ol><p>Deze behandelingen worden ook door een huidtherapeut verricht, een beroep dat onder het bereik van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (hierna: Wet BIG) valt.</p><p>X heeft onder meer navolgende diploma&#8217;s en certificaten op haar vakgebied behaald:</p><ul><li><p>stivas A en B;</p></li><li><p>cidesco;</p></li><li><p>acn&#233;;</p></li><li><p>elektrisch ontharen;</p></li><li><p>permanent Make-Up;</p></li><li><p>camouflage;</p></li><li><p>dermatologie voor schoonheidsspecialistes 1 en 2;</p></li><li><p>biopeeling;</p></li><li><p>micro-needling;</p></li><li><p>diode LASERontharing.</p></li></ul><p>X heeft geen specifieke HBO-opleiding op het gebied van huidtherapie gevolgd. Evenmin valt zij onder artikel 34 van de Wet BIG. Inmiddels heeft X meer dan 35 jaar ervaring en kennis opgedaan binnen de uitoefening van haar vak.</p><p><strong>Vraag: </strong>Zijn de genoemde diensten van X vrijgesteld op grond van artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel g, onder 1&#186;, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de medische vrijstelling)?</p><p><strong>Antwoord: </strong>Nee, de genoemde diensten van X zijn niet vrijgesteld op grond van de medische vrijstelling, tenzij aan strikte voorwaarden wordt voldaan.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg21020264-schoonheidsspecialiste-medische-vrijstelling/">Lees het kennisgroepstandpunt.</a></p><div><hr></div><h1>Belastingplicht &amp; kwalificatie rechtsvormen</h1><h4>#2 | KG:211:2026:26 Soci&#233;t&#233; Anonyme Libanaise</h4><p><strong>Aanleiding:</strong> De kwalificatie vindt plaats in verband met de belastingheffing ten aanzien van een naar het recht van Libanon opgerichte Soci&#233;t&#233; Anonyme Libanaise (hierna: S.A.L.).</p><p><strong>Vraag: </strong>Met welke Nederlandse rechtsvorm is een S.A.L. vergelijkbaar voor de toepassing van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb 1969), de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001), de Wet op de dividendbelasting 1965 (hierna: Wet DB 1965) en de Wet bronbelasting 2021 (hierna: Wet BB 2021)?</p><p><strong>Antwoord: </strong>Een naar het recht van Libanon opgerichte S.A.L. is voor de toepassing van de Wet Vpb 1969, de Wet IB 2001, de Wet DB 1965 en de Wet BB 2021 vergelijkbaar met een Nederlandse naamloze vennootschap (hierna: Nederlandse nv) of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (hierna: Nederlandse bv).</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg211202626-societe-anonyme-libanaise/">Lees het kennisgroepstandpunt. </a></p><div><hr></div><h1>Loonheffing algemeen</h1><h4>#3 | KG:204:2026:14 vrijstelling scholingskosten studietoelagen kinderen</h4><p><strong>Aanleiding:</strong> Een werkgever heeft een zelfstandig recht op een studietoelage toegekend aan de kinderen van zijn werknemers. De werkgever betaalt de toelage rechtstreeks uit aan het kind. De toelage bestaat uit twee onderdelen:</p><ul><li><p>Een eenmalige jaarlijkse toelage voor ondersteuning in de betaling van het wettelijke lesgeld of collegegeld;</p></li><li><p>Een maandelijkse toelage als bijdrage in andere studie- of opleidingskosten.</p></li></ul><p>De hoogte van de toelage is afhankelijk van het onderwijs dat de kinderen volgen en het dienstverband van de werknemer. Te veel eigen inkomen bij het kind leidt tot verlies van de aanspraak op de toelage. De kinderen ontvangen de toelage alleen als ze een betalingsbewijs (hoger onderwijs) of inschrijvingsbewijs (lager onderwijs) aanleveren.</p><p><strong>Vraag: </strong>Kan de werkgever de gerichte vrijstelling voor scholingskosten op grond van artikel 31, eerste lid, onderdeel g, onder 2&#186;, van de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: Wet LB 1964) toepassen op de studietoelage?</p><p><strong>Antwoord:</strong> Nee. Artikel 31, eerste lid, onderdeel g, onder 2&#186;, Wet LB 1964 is niet van toepassing, omdat geen sprake is van vroegere arbeid; het kind is immers geen postactieve werknemer. Bovendien is dit artikel volgens de wetsgeschiedenis niet bedoeld voor scholingskosten van kinderen van werknemers.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg204202614-vrijstelling-scholingskosten-studietoelagen-kinderen/">Lees het kennisgroepstandpunt. </a></p><h4>#4 | KG:204:2026:15 Budget arbovoorzieningen shares</h4><p><strong>Aanleiding:</strong> Een werkgever heeft in zijn arboplan opgenomen dat thuiswerken op een arboverantwoorde manier moet plaatsvinden. De werkgever stelt in dit kader iedere werknemer in de gelegenheid om tot een bedrag van &#8364; 500 aan arbovoorzieningen voor thuis aan te schaffen. De kosten van deze arbovoorzieningen worden op declaratiebasis vergoed. De werknemer moet dus aantonen wat hij heeft aangeschaft voor de inrichting van zijn thuiswerkplek.</p><p><strong>Vraag: </strong>Is de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen van toepassing op de vergoeding?</p><p><strong>Antwoord: </strong>Ja, mits de aangeschafte voorziening voldoet aan de arbowettelijke eisen en de vergoeding kostendekkend is. Als de vergoeding niet kostendekkend is, bijvoorbeeld omdat een deel van de kosten vanwege een overschrijding van het budget niet wordt uitbetaald, is de gerichte vrijstelling in beginsel niet van toepassing. Dit is alleen anders als de werkgever aannemelijk kan maken dat de werknemer voor het gedeclareerde bedrag een goedkopere arbovoorziening met een vergelijkbare functionaliteit had kunnen kopen.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg204202615-budget-arbovoorzieningen/">Lees het kennisgroepstandpunt. </a></p><div><hr></div><h1>Overdrachtsbelasting</h1><h4>#5 | KG:052:2026:4  Inbrengvrijstelling van toepassing op onroerende zaken die geen functie meer vervullen in de onderneming</h4><p><strong>Aanleiding:</strong> Een vennootschap onder firma (hierna: vof) heeft meerdere onroerende zaken op de balans. Enkele (splitsbare, maar niet gesplitste) onroerende zaken hebben geen functie meer in de onderneming, maar hebben dat vroeger wel gehad. De andere onroerende zaken vervullen wel een functie binnen de onderneming. Voor de inkomensheffing (hierna: IH) mogen de onroerende zaken die geen functie meer in de onderneming hebben op de balans blijven. Het voornemen bestaat om de vof in te brengen in een besloten vennootschap (hierna: bv) met toepassing van de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel e, onder 2&#176;, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (hierna: WBR).</p><p><strong>Vraag:</strong> Is de inbrengvrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel e, onder 2&#176;, WBR ook van toepassing op de onroerende zaken die nog wel kwalificeren als ondernemingsvermogen voor de IH maar geen functie meer vervullen in de onderneming?</p><p><strong>Antwoord:</strong> Ja. Ten aanzien van onroerende zaken die op het moment van inbreng geen functie binnen de onderneming vervullen maar nog wel tot het ondernemingsvermogen voor de IH behoren, is de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel e, onder 2&#176;, WBR van toepassing.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg05220264-inbrengvrijstelling-van-toepassing-op-onroerende-zaken-die-geen-functie-meer-vervullen-in-de-onderneming/">Lees het kennisgroepstandpunt. </a></p><div><hr></div><h1>Winstbepaling</h1><h4>#6 | KG:213:2026:6 Ruilarresten herstructurering beleggers</h4><p><strong>Aanleiding: </strong>Een financi&#235;le instelling biedt discretionair portefeuillebeheer aan haar klanten (rechtspersonen) aan. Zij is voornemens om dit beheer anders vorm te gaan geven. Klanten beleggen dan niet langer rechtstreeks in individuele effecten (aandelen, obligaties etc.), maar verkrijgen participaties in fondsen die de financi&#235;le instelling aanbiedt. De inbreng van de effecten geschiedt tegen de marktwaarde en de klanten krijgen voor hetzelfde bedrag participaties in de fondsen toegekend. De individuele effecten worden overgeheveld naar een (niet-transparante) fonds met een fbi-status. De fondsen maken gebruik van de herbeleggingsreserve.</p><p><strong>Vraag:</strong> Kunnen de ruilarresten worden toegepast op het gerealiseerde resultaat dat de klanten behalen met de vervreemding van de effecten? </p><p><strong>Antwoord:</strong> Nee, de ruilarresten kunnen niet worden toegepast op het gerealiseerde resultaat, aangezien een rechtstreeks gehouden effectenportefeuille niet van geheel gelijke aard is als een participatie in een fbi.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg21320266-ruilarresten-herstructurering-beleggers/">Lees het kennisgroepstandpunt. </a></p><div><hr></div><p>Mocht u mijn werk op prijs stellen en (geldelijke) waardering willen uiten, dan zou u een donatie kunnen doen via <a href="https://www.paypal.com/donate?hosted_button_id=W4N3T44N5TX66">deze link</a>, of via onderstaande qr-code.</p><div class="captioned-image-container"><figure><a class="image-link image2 is-viewable-img" target="_blank" href="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" data-component-name="Image2ToDOM"><div class="image2-inset"><picture><source type="image/webp" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw"><img src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,w_1456,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" width="410" height="410" data-attrs="{&quot;src&quot;:&quot;https://substack-post-media.s3.amazonaws.com/public/images/9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;srcNoWatermark&quot;:null,&quot;fullscreen&quot;:null,&quot;imageSize&quot;:null,&quot;height&quot;:410,&quot;width&quot;:410,&quot;resizeWidth&quot;:null,&quot;bytes&quot;:799,&quot;alt&quot;:&quot;&quot;,&quot;title&quot;:&quot;&quot;,&quot;type&quot;:&quot;image/png&quot;,&quot;href&quot;:null,&quot;belowTheFold&quot;:true,&quot;topImage&quot;:false,&quot;internalRedirect&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/i/164785063?img=https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;isProcessing&quot;:false,&quot;align&quot;:null,&quot;offset&quot;:false}" class="sizing-normal" alt="" title="" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw" loading="lazy"></picture><div class="image-link-expand"><div class="pencraft pc-display-flex pc-gap-8 pc-reset"><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container restack-image"><svg aria-hidden="true" width="20" height="20" viewBox="0 0 20 20" fill="none" stroke-width="1.5" stroke="var(--color-fg-primary)" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" xmlns="http://www.w3.org/2000/svg"><g><path d="M2.53001 7.81595C3.49179 4.73911 6.43281 2.5 9.91173 2.5C13.1684 2.5 15.9537 4.46214 17.0852 7.23684L17.6179 8.67647M17.6179 8.67647L18.5002 4.26471M17.6179 8.67647L13.6473 6.91176M17.4995 12.1841C16.5378 15.2609 13.5967 17.5 10.1178 17.5C6.86118 17.5 4.07589 15.5379 2.94432 12.7632L2.41165 11.3235M2.41165 11.3235L1.5293 15.7353M2.41165 11.3235L6.38224 13.0882"></path></g></svg></button><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container view-image"><svg xmlns="http://www.w3.org/2000/svg" width="20" height="20" viewBox="0 0 24 24" fill="none" stroke="currentColor" stroke-width="2" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" class="lucide lucide-maximize2 lucide-maximize-2"><polyline points="15 3 21 3 21 9"></polyline><polyline points="9 21 3 21 3 15"></polyline><line x1="21" x2="14" y1="3" y2="10"></line><line x1="3" x2="10" y1="21" y2="14"></line></svg></button></div></div></div></a></figure></div>]]></content:encoded></item><item><title><![CDATA[De Jurisprudentielunch (J02E30)]]></title><description><![CDATA[26 juli 2026, "It's the transfer pricing, stupid!" (2)]]></description><link>https://jurisprudentielunch.substack.com/p/de-jurisprudentielunch-j02e30</link><guid isPermaLink="false">https://jurisprudentielunch.substack.com/p/de-jurisprudentielunch-j02e30</guid><dc:creator><![CDATA[Maurits]]></dc:creator><pubDate>Sun, 26 Jul 2026 13:01:00 GMT</pubDate><enclosure url="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!ZFbd!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fc46023f8-a11c-414d-8029-f5f89c85a31c_2760x1840.png" length="0" type="image/jpeg"/><content:encoded><![CDATA[<p>Eindelijk erkenning voor kantoorslavernij (<a href="https://fd.nl/politiek/1605605/vs-komt-met-nieuwe-grond-voor-heffingen-handelsvertegenwoordiger-richt-pijlen-op-eu">hier</a>)!</p><blockquote><p>De regering-Trump kondigde vrijdag nieuwe heffingen aan op producten van de grootste handelspartners van Amerika. Washington beschuldigt hen van een gebrekkige aanpak van gedwongen arbeid.</p></blockquote><p>Een beetje <em>awoken</em> lezer stelt natuurlijk direct vragen bij de oprechtheid van Trump, maar doet dat er daadwerkelijk toe als er toch <em>eindelijk</em> de aandacht op wordt gevestigd?</p><p>Overigens bied ik hierbij ook direct mijn excuses aan voor deze introductie. Ik weet dat slavernij wereldwijd nog steeds een probleem is, en dat is ook de reden dat ik Tony Chocolonely veelal meeneem op business trips als <em>typisch Nederlandse </em>- maar ook <em>eetbare</em>, in tegenstelling tot drop (&#8220;Is dit een medicijn?&#8221;) - <em>lekkernij </em>en conversation starter<em>.</em> En natuurlijk met <em>SAF</em> (de treinverbindingen met Azi&#235; zijn wat ongelukkig). En ik weet ook dat klagen over een slavenbestaan een gotspe is, als je drie pro-abo's hebt van interchangeable AI-providers en uit een vorm van Europees nationalisme van <a href="https://chat.mistral.ai/chat">Le Chat</a> (of helaas, tegenwoordig Vibe). Probeer vooral ook Kimi Code, ookal is dat Chinees.</p><p>Shell stond er natuurlijk niet al te goed op na het artikel van Follow the Money (<a href="https://www.ftm.nl/artikelen/hoe-shell-erin-slaagt-in-nederland-geen-cent-belasting-te-betalen">hier</a>):</p><blockquote><p>Wetenschappers zeggen in gedachte documenten te hebben ontdekt hoe het Shell lukt in Nederland geen belasting te betalen: door aan buitenlandse dochterbedrijven diensten te verlenen onder de marktprijs &#8216;Shell zakt door de ondergrens.&#8217;</p></blockquote><p><em>It's the transfer pricing, stupid!</em> </p><p>De wetenschappers waarnaar wordt verwezen lijken Vincent Kiezebrink en Henrique Alencar (SOMO, <a href="https://www.somo.nl/the-shell-files/">hier</a>) en Jan van de Streek (Universiteit Leiden, <a href="https://www.universiteitleiden.nl/onderzoek/onderzoeksprojecten/rechtsgeleerdheid/shell-files">hier</a>) te zijn. In feite betreft het een onderzoek van SOMO waarop is meegelezen door Van de Streek <em>en andere academici. </em> </p><div class="captioned-image-container"><figure><a class="image-link image2 is-viewable-img" target="_blank" href="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!OM9n!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F1d3b8b1f-d290-4e9e-a805-3ff91d584667_402x447.png" data-component-name="Image2ToDOM"><div class="image2-inset"><picture><source type="image/webp" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!OM9n!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F1d3b8b1f-d290-4e9e-a805-3ff91d584667_402x447.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!OM9n!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F1d3b8b1f-d290-4e9e-a805-3ff91d584667_402x447.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!OM9n!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F1d3b8b1f-d290-4e9e-a805-3ff91d584667_402x447.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!OM9n!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F1d3b8b1f-d290-4e9e-a805-3ff91d584667_402x447.png 1456w" sizes="100vw"><img src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!OM9n!,w_1456,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F1d3b8b1f-d290-4e9e-a805-3ff91d584667_402x447.png" width="402" height="447" data-attrs="{&quot;src&quot;:&quot;https://substack-post-media.s3.amazonaws.com/public/images/1d3b8b1f-d290-4e9e-a805-3ff91d584667_402x447.png&quot;,&quot;srcNoWatermark&quot;:null,&quot;fullscreen&quot;:null,&quot;imageSize&quot;:null,&quot;height&quot;:447,&quot;width&quot;:402,&quot;resizeWidth&quot;:null,&quot;bytes&quot;:90313,&quot;alt&quot;:null,&quot;title&quot;:null,&quot;type&quot;:&quot;image/png&quot;,&quot;href&quot;:null,&quot;belowTheFold&quot;:false,&quot;topImage&quot;:true,&quot;internalRedirect&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/i/208418814?img=https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F1d3b8b1f-d290-4e9e-a805-3ff91d584667_402x447.png&quot;,&quot;isProcessing&quot;:false,&quot;align&quot;:null,&quot;offset&quot;:false}" class="sizing-normal" alt="" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!OM9n!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F1d3b8b1f-d290-4e9e-a805-3ff91d584667_402x447.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!OM9n!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F1d3b8b1f-d290-4e9e-a805-3ff91d584667_402x447.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!OM9n!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F1d3b8b1f-d290-4e9e-a805-3ff91d584667_402x447.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!OM9n!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F1d3b8b1f-d290-4e9e-a805-3ff91d584667_402x447.png 1456w" sizes="100vw" fetchpriority="high"></picture><div class="image-link-expand"><div class="pencraft pc-display-flex pc-gap-8 pc-reset"><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container restack-image"><svg aria-hidden="true" width="20" height="20" viewBox="0 0 20 20" fill="none" stroke-width="1.5" stroke="var(--color-fg-primary)" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" xmlns="http://www.w3.org/2000/svg"><g><path d="M2.53001 7.81595C3.49179 4.73911 6.43281 2.5 9.91173 2.5C13.1684 2.5 15.9537 4.46214 17.0852 7.23684L17.6179 8.67647M17.6179 8.67647L18.5002 4.26471M17.6179 8.67647L13.6473 6.91176M17.4995 12.1841C16.5378 15.2609 13.5967 17.5 10.1178 17.5C6.86118 17.5 4.07589 15.5379 2.94432 12.7632L2.41165 11.3235M2.41165 11.3235L1.5293 15.7353M2.41165 11.3235L6.38224 13.0882"></path></g></svg></button><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container view-image"><svg xmlns="http://www.w3.org/2000/svg" width="20" height="20" viewBox="0 0 24 24" fill="none" stroke="currentColor" stroke-width="2" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" class="lucide lucide-maximize2 lucide-maximize-2"><polyline points="15 3 21 3 21 9"></polyline><polyline points="9 21 3 21 3 15"></polyline><line x1="21" x2="14" y1="3" y2="10"></line><line x1="3" x2="10" y1="21" y2="14"></line></svg></button></div></div></div></a></figure></div><div class="file-embed-wrapper" data-component-name="FileToDOM"><div class="file-embed-container-reader"><div class="file-embed-container-top"><image class="file-embed-thumbnail-default" src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!0Cy0!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack.com%2Fimg%2Fattachment_icon.svg"></image><div class="file-embed-details"><div class="file-embed-details-h1">The Shell Files: Exposing how corporations can use transfer pricing to avoid taxes</div><div class="file-embed-details-h2">6.77MB &#8729; PDF file</div></div><a class="file-embed-button wide" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/api/v1/file/47a38f55-be5c-44ab-93f0-da1773db0467.pdf"><span class="file-embed-button-text">Download</span></a></div><div class="file-embed-description">SOMO, July 2026</div><a class="file-embed-button narrow" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/api/v1/file/47a38f55-be5c-44ab-93f0-da1773db0467.pdf"><span class="file-embed-button-text">Download</span></a></div></div><p>Het rapport van SOMO concludeert:</p><blockquote><p>The OECD&#8217;s Transfer Pricing Guidelines, supposedly a tool for correctly attributing profit to subsidiaries, provide a veneer of legitimacy to profit shifting and tax avoidance. In Shell&#8217;s lengthy explanations in its Transfer Pricing Reports of why its profits end up in tax havens, the company repeatedly references the OECD Guidelines as the basis for its arrangements. The convoluted and vague design of the guidelines leaves much open to interpretation, providing MNCs like Shell the opportunity to interpret the rules in the way that best serves their financial interests. (&#8230;) As SOMO&#8217;s findings in this report show, the transfer pricing system is in urgent need of replacement. Thankfully, a solution already exists: unitary taxation with formulary apportionment.</p></blockquote><p>Dit is dus een aanslag op transfer pricing! <em>Jan van Leyen:</em></p><div class="file-embed-wrapper" data-component-name="FileToDOM"><div class="file-embed-container-reader"><div class="file-embed-container-top"><image class="file-embed-thumbnail-default" src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!0Cy0!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack.com%2Fimg%2Fattachment_icon.svg"></image><div class="file-embed-details"><div class="file-embed-details-h1">Shell Files: wereldwijde transfer mispricing in het kader van winstbelastingen</div><div class="file-embed-details-h2">462KB &#8729; PDF file</div></div><a class="file-embed-button wide" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/api/v1/file/c4a7936e-ae0d-407e-9f22-d25048f68092.pdf"><span class="file-embed-button-text">Download</span></a></div><div class="file-embed-description">Prof. dr. J.L. van de Streek, Universiteit Leiden, 23 juli 2026</div><a class="file-embed-button narrow" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/api/v1/file/c4a7936e-ae0d-407e-9f22-d25048f68092.pdf"><span class="file-embed-button-text">Download</span></a></div></div><blockquote><p>Het is al langer bekend dat door manipulatie van verrekenprijzen winstbelasting kan worden ontweken, maar hoe dit precies werkt is vaak &#233;&#233;n van de best bewaarde bedrijfsgeheimen van een multinational en voor belastingdiensten alleen via uitgebreide, arbeidsintensieve boekenonderzoeken te ontdekken. De Shell-files vormen hierop een unieke uitzondering voor een van de grootste ondernemingen ter wereld. De openbaar geworden verrekenprijsrapporten bieden inzicht in drie typen interne transacties die de kern raken van Shell's bedrijfsmodel. Zo wordt duidelijk hoe Shell verrekenprijzen gebruikt om zijn wereldwijde winsten te verschuiven van operationele werkmaatschappijen (bijvoorbeeld het verkopen van benzine in Nederland of het boren naar gas in West-Afrika en Latijns-Amerika) naar belastingparadijzen in de Bahama's (file #1) en Zwitserland (file #2). De Shell-files leggen teven transfer <em>mispricing</em> van een geheel andere categorie bloot: Shell blijkt onzakelijke verrenprijzen te hanteren onder het mom van een wereldwijd kostendelingsmodel. In Nederland en de het Verenigd Koninkrijk verrichten zo'n 6.000 Shell-werknemers technische diensten en andere cruciale functies op het gebied van olie en gas, maar het kostendelingsmodel zet de waarde (verrekenprijs) heirvan op de kostprijs. Zo stelt Shell de winst in Nederland en het Verenigd Koninkrijk ten onrechte op nihil - met potentieel geen belastingopbrengst tot gevolg (file #3). </p></blockquote><p>Ten aanzien van File #3:</p><blockquote><p>In het [Upstream Cost Sharing Global Transfer Pricing Report 2019, &#8220;UCS-rapport 2019&#8221;, file #3] doet Shell alsof de kostprijs een zakelijke verrekenprijs zou zijn voor de diensten. Uit mijn onderzoek blijkt dat dit onder geen beding het geval is. De drie argumenten die Shell hiervoor opvoert, zijn onhoudbaar. Anders dan bij file #1 en #2, is hier geen sprake van (aggressieve) belastingontwijking maar van een illegale (onzakelijke) verrekenprijs. (&#8230;) Uit de commerci&#235;le jaarrekeningen blijkt dat Shell na discussie met de Nederlandse Belastingdienst, vanaf 2018 voor fiscale doeleinden een winstopslag is gaan verantwoorden op een deel van de diensten. Dit bevestigt onze conclusie dat de kostprijs g&#233;&#233;n zakelijke prijs is. Voor een ander deel van de diensten is Shell de kostprijs als verrekenprijs blijven hanteren. Volgens de commerci&#235;le jaarrekening accepteeert Shell het 'belastingrisico'. (&#8230;) Het is onduidelijk of de Belastingdienst nadere stappen onderneemt of de onzakelijke verrekenprijzen laat voorbestaan. </p></blockquote><p>Waar <em>Jan van Leyen</em> het heeft over verkeerde toepassing van transfer pricing, ziet SOMO transfer pricing in het algemeen als de oorzaak van het probleem. De oplossing: unitary taxation with formulary apportionment. </p><blockquote><p>Unitary taxation with formulary apportionment aims to align MNCs&#8217; reported profits with their genuine economic activity and to reduce opportunities for tax avoidance by taxing them as single entities. To achieve this, it takes an MNC&#8217;s total worldwide profit and distributes this profit between the jurisdictions where the company does business. To determine the distribution, unitary taxation uses a formula to establish where real economic activity has taken place, typically considering factors such as payroll, assets, and sales. Each jurisdiction then taxes its apportioned share of the profit according to its own domestic tax legislation.</p></blockquote><p>SOMO lijkt dat niet als onhaalbaar te zien. </p><div class="captioned-image-container"><figure><a class="image-link image2 is-viewable-img" target="_blank" href="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!ZFbd!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fc46023f8-a11c-414d-8029-f5f89c85a31c_2760x1840.png" data-component-name="Image2ToDOM"><div class="image2-inset"><picture><source type="image/webp" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!ZFbd!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fc46023f8-a11c-414d-8029-f5f89c85a31c_2760x1840.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!ZFbd!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fc46023f8-a11c-414d-8029-f5f89c85a31c_2760x1840.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!ZFbd!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fc46023f8-a11c-414d-8029-f5f89c85a31c_2760x1840.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!ZFbd!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fc46023f8-a11c-414d-8029-f5f89c85a31c_2760x1840.png 1456w" sizes="100vw"><img src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!ZFbd!,w_1456,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fc46023f8-a11c-414d-8029-f5f89c85a31c_2760x1840.png" width="1456" height="971" data-attrs="{&quot;src&quot;:&quot;https://substack-post-media.s3.amazonaws.com/public/images/c46023f8-a11c-414d-8029-f5f89c85a31c_2760x1840.png&quot;,&quot;srcNoWatermark&quot;:null,&quot;fullscreen&quot;:null,&quot;imageSize&quot;:null,&quot;height&quot;:971,&quot;width&quot;:1456,&quot;resizeWidth&quot;:null,&quot;bytes&quot;:310133,&quot;alt&quot;:null,&quot;title&quot;:null,&quot;type&quot;:&quot;image/png&quot;,&quot;href&quot;:null,&quot;belowTheFold&quot;:true,&quot;topImage&quot;:false,&quot;internalRedirect&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/i/208418814?img=https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fc46023f8-a11c-414d-8029-f5f89c85a31c_2760x1840.png&quot;,&quot;isProcessing&quot;:false,&quot;align&quot;:null,&quot;offset&quot;:false}" class="sizing-normal" alt="" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!ZFbd!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fc46023f8-a11c-414d-8029-f5f89c85a31c_2760x1840.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!ZFbd!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fc46023f8-a11c-414d-8029-f5f89c85a31c_2760x1840.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!ZFbd!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fc46023f8-a11c-414d-8029-f5f89c85a31c_2760x1840.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!ZFbd!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fc46023f8-a11c-414d-8029-f5f89c85a31c_2760x1840.png 1456w" sizes="100vw" loading="lazy"></picture><div class="image-link-expand"><div class="pencraft pc-display-flex pc-gap-8 pc-reset"><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container restack-image"><svg aria-hidden="true" width="20" height="20" viewBox="0 0 20 20" fill="none" stroke-width="1.5" stroke="var(--color-fg-primary)" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" xmlns="http://www.w3.org/2000/svg"><g><path d="M2.53001 7.81595C3.49179 4.73911 6.43281 2.5 9.91173 2.5C13.1684 2.5 15.9537 4.46214 17.0852 7.23684L17.6179 8.67647M17.6179 8.67647L18.5002 4.26471M17.6179 8.67647L13.6473 6.91176M17.4995 12.1841C16.5378 15.2609 13.5967 17.5 10.1178 17.5C6.86118 17.5 4.07589 15.5379 2.94432 12.7632L2.41165 11.3235M2.41165 11.3235L1.5293 15.7353M2.41165 11.3235L6.38224 13.0882"></path></g></svg></button><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container view-image"><svg xmlns="http://www.w3.org/2000/svg" width="20" height="20" viewBox="0 0 24 24" fill="none" stroke="currentColor" stroke-width="2" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" class="lucide lucide-maximize2 lucide-maximize-2"><polyline points="15 3 21 3 21 9"></polyline><polyline points="9 21 3 21 3 15"></polyline><line x1="21" x2="14" y1="3" y2="10"></line><line x1="3" x2="10" y1="21" y2="14"></line></svg></button></div></div></div></a></figure></div><p>Heb ik toch respect voor. </p><div class="captioned-image-container"><figure><a class="image-link image2 is-viewable-img" target="_blank" href="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!zr8t!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F088041c0-251a-4104-b823-007f47cfda61_1066x442.png" data-component-name="Image2ToDOM"><div class="image2-inset"><picture><source type="image/webp" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!zr8t!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F088041c0-251a-4104-b823-007f47cfda61_1066x442.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!zr8t!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F088041c0-251a-4104-b823-007f47cfda61_1066x442.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!zr8t!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F088041c0-251a-4104-b823-007f47cfda61_1066x442.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!zr8t!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F088041c0-251a-4104-b823-007f47cfda61_1066x442.png 1456w" sizes="100vw"><img src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!zr8t!,w_1456,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F088041c0-251a-4104-b823-007f47cfda61_1066x442.png" width="1066" height="442" data-attrs="{&quot;src&quot;:&quot;https://substack-post-media.s3.amazonaws.com/public/images/088041c0-251a-4104-b823-007f47cfda61_1066x442.png&quot;,&quot;srcNoWatermark&quot;:null,&quot;fullscreen&quot;:null,&quot;imageSize&quot;:null,&quot;height&quot;:442,&quot;width&quot;:1066,&quot;resizeWidth&quot;:null,&quot;bytes&quot;:94342,&quot;alt&quot;:null,&quot;title&quot;:null,&quot;type&quot;:&quot;image/png&quot;,&quot;href&quot;:null,&quot;belowTheFold&quot;:true,&quot;topImage&quot;:false,&quot;internalRedirect&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/i/208418814?img=https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F088041c0-251a-4104-b823-007f47cfda61_1066x442.png&quot;,&quot;isProcessing&quot;:false,&quot;align&quot;:null,&quot;offset&quot;:false}" class="sizing-normal" alt="" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!zr8t!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F088041c0-251a-4104-b823-007f47cfda61_1066x442.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!zr8t!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F088041c0-251a-4104-b823-007f47cfda61_1066x442.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!zr8t!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F088041c0-251a-4104-b823-007f47cfda61_1066x442.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!zr8t!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F088041c0-251a-4104-b823-007f47cfda61_1066x442.png 1456w" sizes="100vw" loading="lazy"></picture><div class="image-link-expand"><div class="pencraft pc-display-flex pc-gap-8 pc-reset"><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container restack-image"><svg aria-hidden="true" width="20" height="20" viewBox="0 0 20 20" fill="none" stroke-width="1.5" stroke="var(--color-fg-primary)" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" xmlns="http://www.w3.org/2000/svg"><g><path d="M2.53001 7.81595C3.49179 4.73911 6.43281 2.5 9.91173 2.5C13.1684 2.5 15.9537 4.46214 17.0852 7.23684L17.6179 8.67647M17.6179 8.67647L18.5002 4.26471M17.6179 8.67647L13.6473 6.91176M17.4995 12.1841C16.5378 15.2609 13.5967 17.5 10.1178 17.5C6.86118 17.5 4.07589 15.5379 2.94432 12.7632L2.41165 11.3235M2.41165 11.3235L1.5293 15.7353M2.41165 11.3235L6.38224 13.0882"></path></g></svg></button><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container view-image"><svg xmlns="http://www.w3.org/2000/svg" width="20" height="20" viewBox="0 0 24 24" fill="none" stroke="currentColor" stroke-width="2" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" class="lucide lucide-maximize2 lucide-maximize-2"><polyline points="15 3 21 3 21 9"></polyline><polyline points="9 21 3 21 3 15"></polyline><line x1="21" x2="14" y1="3" y2="10"></line><line x1="3" x2="10" y1="21" y2="14"></line></svg></button></div></div></div></a></figure></div><p class="button-wrapper" data-attrs="{&quot;url&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/subscribe?&quot;,&quot;text&quot;:&quot;Subscribe now&quot;,&quot;action&quot;:null,&quot;class&quot;:null}" data-component-name="ButtonCreateButton"><a class="button primary" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/subscribe"><span>Subscribe now</span></a></p><div><hr></div><h1>Uitgelichte artikelen</h1><h4>Fraus legis en artikel 10a Wet VpB 1969: de contouren van het onderscheid tussen de 10a-structuur en de Wet als geheel (deel 2) (NLF-W 2026/25), J. van Strien (<a href="https://www.nlfiscaal.nl/nlfiscaal-doc/C6D02F3F5FA1493E8BCC3631BC694F61">hier</a>).</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> In dit tweeluik beantwoordt Van Strien drie vragen: (1) sluit geslaagd tegenbewijs onder artikel 10a Wet VpB 1969 ook fraus legis uit ten aanzien van de Wet VpB 1969 als geheel, (2) is een directe, niet-omgeleide lening per definitie zakelijk, zodat renteaftrek niet meer via fraus legis kan worden geweigerd, en (3) waarom kwam de Hoge Raad in het Sidecar-arrest van 22 maart 2024 tot de conclusie dat geen sprake was van fraus legis ten aanzien van de renteaftrek van de subfondsen II, III en IV en hoe verhoudt zich dit tot het Hunkem&#246;ller-arrest, de Brillen-zaak, de Koffie-zaak en de Banken-zaak? Het artikel bespreekt waarom renteaftrek in zaken als Hunkem&#246;ller, Brillen, Koffie en Banken w&#233;l via fraus legis werd geweigerd, terwijl dat in Sidecar voor subfondsen II tot en met IV niet gebeurde. Artikel 10a Wet VpB 1969 is volgens de auteur geen uitputtende regeling voor alle winstdrainagegevallen, zodat fraus legis buiten artikel 10a nog steeds als uitzonderlijk vangnet kan worden toegepast. Dat vangnet moet beperkt blijven tot excessen, omdat renteaftrekbeperkingen al vergaand wettelijk zijn geregeld en de wetgever fraus legis na artikel 10a vooral voor uitzonderlijke situaties heeft willen behouden. Uit de recente rechtspraak leidt de auteur drie kenmerkende omstandigheden voor fraus legis af: het samenbrengen van Nederlandse winst met kunstmatig gecre&#235;erde rentelasten, voortdurende en willekeurige belastingverijdeling, en fiscaal gedreven tussenstappen die niet nodig zijn voor een op zichzelf zakelijk doel. De auteur ziet in de recente arresten een belangrijk onderscheid ontstaan tussen gekunsteldheid binnen de 10a-structuur en gekunsteldheid buiten die structuur, waarbij de 10a-structuur wordt afgebakend door de besmette lening en de daarmee gefinancierde besmette rechtshandeling. In Sidecar ontbrak bij subfondsen II tot en met IV verbondenheid, was de niet-verbondenheid niet kunstmatig gecre&#235;erd en waren ook buiten de 10a-structuur geen Hunkem&#246;llerachtige kunstmatige stappen vastgesteld. In Hunkem&#246;ller, Brillen, Koffie en Banken waren die kenmerkende omstandigheden juist wel aanwezig, omdat kunstmatige leenverhoudingen en tussenstappen werden gebruikt om Nederlandse winst structureel met rentelasten te belasten. De kernconclusie is dat Sidecar niet breekt met de fraus-legislijn, maar laat zien dat renteaftrek alleen buiten artikel 10a kan worden geweigerd wanneer de structuur uitzonderlijk kunstmatig is en de kenmerkende omstandigheden van winstdrainage daadwerkelijk aanwezig zijn.</p><p><strong>Commentaar:</strong> Wellicht is dit inderdaad het waarom. </p><div><hr></div><h1>Korte aantekeningen </h1><p><strong>Luxemburgse houdster zonder substance leidt tot heffing in Nederland (NTFR 2026/1313), noot van T.A.D. Wordragen (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1178435">hier</a>).</strong> De noot bespreekt eerst of de inspecteur wel mocht navorderen, omdat zonder nieuw feit de inhoudelijke discussie over art. 17 lid 3 onderdeel b Wet Vpb 1969 niet meer aan bod komt. De auteur onderschrijft grotendeels het uitgangspunt van het hof dat de inspecteur niet standaard dossiers van andere belastingplichtigen of andere middelen hoeft te raadplegen, maar vraagt zich af of het controlerapport en het vooroverleg over de remigratie van de UBO samen toch voldoende aanleiding hadden moeten geven om informatie aan het dossier van belanghebbende toe te voegen. Ook vindt de auteur dat het hof onvoldoende duidelijk maakt welk concreet feit pas n&#225; het verstrijken van de primitieve aanslagtermijn bekend is geworden en dus als nieuw feit kan dienen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt volgens de noot terecht, omdat geen gedraging van de inspecteur jegens belanghebbende zelf is gebleken waaruit zij mocht afleiden dat de antimisbruikregeling bewust niet zou worden toegepast. Inhoudelijk gaat de noot over de toepassing van de buitenlandse aanmerkelijkbelangregeling als antimisbruikbepaling. Het hof sluit aan bij de recente Hoge Raad- en HvJ-lijn: de inspecteur moet objectieve, onderling overeenstemmende aanwijzingen voor misbruik aandragen, waarna de belastingplichtige tegenbewijs kan leveren. De auteur vindt dat het hof terecht kritisch kijkt naar de structuur, de substance en de functie van de Luxemburgse houdster, maar plaatst kanttekeningen bij de toepassing: de wegdenkgedachte mag slechts een aanwijzing zijn, de verhouding tussen de oude ondernemingstoets en het latere kunstmatigheidscriterium had beter moeten worden uitgewerkt, en de gestelde groepsfinancieringsfunctie had feitelijk dieper onderzocht moeten worden. Ook merkt de auteur op dat een oude structuur later alsnog kunstmatig kan worden, maar dat de belastingplichtige hier weinig concreet tegenbewijs leverde over de oorspronkelijke en actuele zakelijke functie van de structuur. <strong>Ook met noot van R. Bagci in NLF 2026/1260 (<a href="https://www.nlfiscaal.nl/nlfiscaal-doc/EB79EC9901C248078B85AA689F892A4B">hier</a>). </strong>De kern van de noot is dat de buitenlandse belastingplichtregeling van art. 17 lid 3 onderdeel b Wet VpB 1969 en de antimisbruikregeling in de inhoudingsvrijstelling Unierechtelijk moeten worden toegepast als een brede &#8220;alle feiten en omstandigheden&#8221;-toets, waarbij de subjectieve en objectieve elementen van misbruik niet strikt gescheiden zijn en niet kunnen worden ingevuld met harde bewijsregels. In de besproken zaak gebruikt het hof de elementen uit de parlementaire toelichting vooral als begin van bewijs voor misbruik, waarna de belastingplichtige met concreet tegenbewijs moet komen; algemene stellingen over houdsterfuncties, financieringsactiviteiten of gebruikelijke structuren zijn daarvoor onvoldoende als niet aannemelijk wordt gemaakt dat zij feitelijk een wezenlijke functie vervullen. Ook formeelrechtelijk volgt de noot het hof: de inspecteur hoefde zonder bijzondere omstandigheden niet uit eigen beweging dossiers van andere belastingplichtigen te raadplegen, zodat het beroep op het ontbreken van een nieuw feit en op het vertrouwensbeginsel faalt.</p><p><strong>Geheimhoudingsbeslissing inzake informatiebeschikking: belangenafweging en gedeeltelijke toewijzing (NTFR 2026/1308), noot van M. van Leeuwen (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1179332">hier</a>). </strong>De kern van de noot is dat de rechtbank weliswaar aansluit bij bestaande jurisprudentie door de inspecteur in een procedure over een informatiebeschikking ruimte te geven om met art. 8:29 Awb stukken deels geheim of gelakt te houden, maar dat de auteur kritisch is op hoe gemakkelijk fiscale belangen zoals effectieve controle, interne werkwijze en het voorkomen van calculerend gedrag zwaarder lijken te wegen dan openheid richting de belastingplichtige. Volgens de auteur zou de Belastingdienst, zeker in bezwaar, zoveel mogelijk open kaart moeten spelen over welke informatie al beschikbaar is en hoe die is verkregen, zodat de belastingplichtige de rechtmatigheid van de informatievergaring kan controleren en niet onnodig opnieuw bewijs hoeft te leveren dat de fiscus al via derden heeft ontvangen.</p><p><strong>Belanghebbende kon redelijkerwijs niet menen dat navorderingsaanslagen juist waren (NTFR 2026/1304), noot van M.T.M. Hennevelt (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1178099">hier</a>). </strong>De kern van de noot is dat navordering in deze zaak mogelijk is omdat de te lage aanslag niet voortkwam uit een inhoudelijke beoordelingsfout, maar uit een herstelbare kenbare fout: de Belastingdienst had het afgestemde aanmerkelijkbelangvoordeel niet in het systeem verwerkt en daardoor de geautomatiseerde aanslagregeling niet geblokkeerd. De Hoge Raad kiest dus voor het eerdere foutmoment als ijkpunt, niet voor het latere moment waarop de aanslagregelaar het dossier niet raadpleegde. Daarmee valt de fout onder art. 16 lid 2 onderdeel c AWR en kan worden nagevorderd, zonder dat nog hoeft te worden beoordeeld of de belastingplichtige te kwader trouw was.</p><p><strong>Terechte navordering door fout van belastingambtenaar bij geautomatiseerde verwerking van aangiften (NTFR 2026/1302), noot van V.S. Huygen van Dyck-Jagersma (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1184085">hier</a>). </strong>De noot bespreekt de vraag wanneer navordering mogelijk is bij een te laag opgelegde aanslag en zoomt vooral in op het onderscheid tussen een herstelbare &#8220;kenbare fout&#8221; en een niet-herstelbare beoordelingsfout. In de zaak was relevante informatie over een aanmerkelijkbelangvoordeel al met de belastingplichtige afgestemd, maar niet in het systeem verwerkt, waardoor de aanslag automatisch te laag werd vastgesteld. Het hof zag het probleem bij het latere moment waarop de aanslagregelaar het dossier niet raadpleegde en kwalificeerde dat als beoordelingsfout; rechtbank, A-G en Hoge Raad leggen het ijkpunt eerder, bij het verzuim om de geautomatiseerde afdoening te blokkeren. Dat eerdere verzuim is volgens de Hoge Raad een neutrale fout in de zin van art. 16 lid 2 onderdeel c AWR en dus herstelbaar via navordering, mits kenbaar. Daardoor hoefde de Hoge Raad niet meer te oordelen over kwade trouw van de belastingplichtige.</p><p><strong>Slotkoers maand toegestaan voor valutawaardering dividendvordering (NTFR 2026/1293), noot van P.A. van Tilburg (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1175288">hier</a>).</strong> De noot onderschrijft de uitkomst van de rechtbank, maar niet de motivering: volgens de auteur wordt de waardering van een dividendvordering die op de fiscale balans verschijnt niet beheerst door goed koopmansgebruik, maar door het totaalwinstbeginsel van art. 3.8 Wet IB 2001, waarbij in beginsel de waarde in het economische verkeer leidend is. De discussie gaat daarmee niet om jaarwinstwaardering, maar om de juiste openingswaarde van een nieuw balansvermogensbestanddeel. Hoewel de eindemaandkoers van de vorige maand niet altijd exact samenvalt met de waarde in het economische verkeer op declaratiedatum of betaaldatum, acht de auteur het structurele gebruik daarvan verdedigbaar: de methode is objectief, praktisch hanteerbaar, sluit aan bij groepsbeleid en werkt over langere tijd zowel voor- als nadelig uit. Daarom ziet hij geen relevante strijd met het totaalwinstbeginsel, ook al had de rechtbank de juridische route volgens hem anders moeten kiezen. <em><strong>Commentaar:</strong> Van Tilburg verwijst naar <a href="https://www.inview.nl/document/idpass1c69e64d35c741c69f375984531daa93/de-belaste-overheid-pdf-productinformatie?ctx=WKNL_CSL_1868&amp;tab=tekst">deze Fiscale Monografie</a> (8.2) om toe te lichten waarom hier sprake kan zijn van een juiste waardering.  Hij haalt vier eisen voor de juiste waardering op de openingsbalans in het kader van de totaalwinst aan: (i) de totaalwinst moet op de juiste wijze worden vastgesteld, (ii) vermogensbestanddelen moeten worden gewaardeerd binnen de context van de (bestaande) onderneming, (iii) het waardebegrip en de waarderingsmethode moeten objectief zijn, en (iv) het waardebegrip en de waarderingsmethode moeten praktisch hanteerbaar en objectief zijn.</em></p><p><strong>Factoringresultaat is geen rentebate voor earningsstrippingmaatregel (NTFR 2026/1292), noot van H.G. Bentveld (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1168203">hier</a>).</strong> De noot bespreekt een zaak over de vraag of de &#8220;reference rate&#8221; die een concernfactoringmaatschappij verdient bij non-recourse factoring kwalificeert als rentebate onder de earningsstrippingmaatregel van art. 15b Wet Vpb 1969. Het hof oordeelt van niet, omdat bij de overdracht van handelsvorderingen geen geldlening of daarmee vergelijkbare overeenkomst ontstaat: de groepsvennootschappen verkopen activa en hebben geen terugbetalingsverplichting, terwijl de handelsdebiteuren gewone handelsvorderingen binnen de betalingstermijn voldoen. De auteur kan die uitkomst volgen, maar plaatst kanttekeningen bij de beperkte motivering, vooral omdat het hof weinig zegt over situaties waarin handelsvorderingen later rentedragend worden of over de vraag of aangroei van beneden pari gekochte vorderingen economisch als rente kan worden gezien. Daarnaast bespreekt de noot het beroep op ATAD1 en het recente arrest Commissie tegen Belgi&#235;. Het hof vindt dat Nederland ATAD1 niet te beperkt heeft ge&#239;mplementeerd, omdat de richtlijn voor het rentebegrip ruimte laat voor nationale invulling en dus niet verplicht tot een puur economische uitleg. De auteur acht dat verdedigbaar, mede gezien de OESO-achtergrond van ATAD1, maar signaleert dat het hof de bredere vraag naar doel en strekking van ATAD1 en het evenredigheidsbeginsel vrij summier behandelt. Volgens de noot zal de Hoge Raad waarschijnlijk nog duidelijkheid moeten geven over de betekenis van Commissie tegen Belgi&#235; voor Nederlandse ATAD1-bepalingen zoals art. 15b Wet Vpb. <em><strong>Commentaar:</strong> dit komt overeen met de positie van de belastingdienst zoals blijkt uit <a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/syllabus-artikel-15b-wet-vpb/#sec-4-7-1-8">paragraaf 4.7.1.8 van de Syllabus</a>. </em></p><p><strong>Inspecteur onderbouwt gestelde winstuitdeling door prijsgeven schuld niet (NTFR 2026/1291), noot van A.J.M. Arends (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1178074">hier</a>).</strong> De noot bespreekt een zaak over correcties wegens rekening-courantschulden van een dga aan zijn bv, waarbij de rechtbank de navorderingsaanslag 2016 en aanslag 2017 vernietigt omdat de inspecteur onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake was van een belaste onttrekking of winstuitdeling. De auteur plaatst daarbij een nuance: voor het vaste bedrag van &#8364; 125.000 is het logisch dat wordt gekeken of de bv later haar rechten als schuldeiser heeft prijsgegeven, maar voor de jaarlijkse toename van de rekening-courantschuld had de rechtbank volgens hem ook moeten toetsen of elke nieuwe opname al bij verstrekking feitelijk oninbaar was, zoals volgt uit het Hoge Raad-arrest van 13 januari 2023. Als dat zo zou zijn, had ook de vraag naar een nieuw feit of kwade trouw bij navordering over 2016 relevant kunnen worden. Voor het prijsgeven van de vordering onderschrijft de auteur dat louter stilzitten of eerdere correcties accepteren onvoldoende is; daarvoor lijkt een formeel prijsgeven, zoals kwijtschelding, nodig.</p><p><strong>Geen uitdeling lening dga omdat prijsgeven vordering niet is bewezen (NTFR 2026/1290), noot van R.S. Bekker (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1178072">hier</a>). </strong>De noot bespreekt een zaak over een dga die fors geld uit zijn bv opneemt, waardoor de inspecteur meent dat sprake is van een belaste winstuitdeling, maar volgens de auteur strandt de correctie terecht wegens onvoldoende juridische en feitelijke onderbouwing. Hoewel de oplopende rekening-courantschuld, beperkte aflossingscapaciteit en financiering van een dure woning duidelijke aanwijzingen kunnen zijn dat de schuld feitelijk problematisch is, moet de inspecteur concreet aantonen wanneer en tot welk bedrag een definitieve vermogensverschuiving van de bv naar de aandeelhouder heeft plaatsgevonden en dat aan het dubbele bewustheidsvereiste is voldaan. Daarbij is van belang of de lening al bij verstrekking oninbaar was of dat de bv later haar rechten als schuldeiser heeft prijsgegeven. Omdat de inspecteur vooral bleef steken in plausibele vermoedens en geen bewijs leverde van kwijtschelding, prijsgeven van rechten of een concreet belastbaar moment, acht de auteur de uitkomst juist.</p><p><strong>Belanghebbende heeft veel te laag forfaitair rendement aanmerkelijk belang aangegeven (NTFR 2026/1289), noot van O. Eroglu (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1170081">hier</a>).</strong> De noot bespreekt een zaak waarin een ge&#235;migreerde aanmerkelijkbelanghouder via een laag belast buitenlands beleggingslichaam box 2-heffing probeerde te beperken door de onderliggende deelnemingen tegen nominale verkrijgingsprijs te waarderen, waardoor het forfaitaire voordeel op nihil uitkwam. Centraal staan de vereiste aangifte en de redelijkheid van de correctie: het hof oordeelt dat de werkelijke waarde veel hoger lag, mede gelet op dividenden, correspondentie van de adviseur en een latere verkoopprijs, en dat belanghebbende zich daarvan via zijn adviseur bewust had moeten zijn, zodat omkering en verzwaring van de bewijslast geldt. De inspecteur hoeft dan geen exacte waarde aannemelijk te maken, maar wel een redelijke schatting geven; die acht het hof voldoende onderbouwd. Omdat belanghebbende geen eigen overtuigende waardering inbracht maar vooral kritiek leverde op de schatting, slaagt hij niet in het verzwaarde tegenbewijs. </p><p><strong>Zit er AI in processtukken of hallucineer ik? (NTFR 2026/1279), J. Hollander (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1183870">hier</a>). </strong>Het artikel bespreekt de opkomst van AI-gebruik in processtukken en de problemen die dat in de rechtspraktijk veroorzaakt, zoals verzonnen bronnen en feiten, onbetrouwbare output, deepfakes en lange, weinig gerichte stukken. De auteur onderzoekt of AI in processtukken kan of moet worden verboden, maar concludeert dat een algemeen verbod op basis van de AI-verordening, de goede procesorde of art. 8:32a Awb niet goed mogelijk en ook niet wenselijk is. In plaats daarvan pleit hij voor een middenweg: meer transparantie over AI-gebruik, verplichting om prompts en gebruikte bronnen inzichtelijk te maken, verantwoordelijkheid bij de indiener voor controle van feiten en bronnen, en mogelijk beperking van de omvang van processtukken om de werkdruk en ruis te beperken. <em><strong>Commentaar:</strong> de aanname moet zijn dat gebruik wordt gemaakt van AI. Het is aan de betrokkenen te controleren of er overtuigend geschreven onzin is opgenomen. Dat lijkt me niet zo heel erg anders dan nu. Het controlleren van verwijzingen lijkt me geen ingewikkelde oefening. Ik zou denken dat een rechter iemand die met onzinverwijzingen komt sowieso een goede veeg uit de pan geeft. Ongeacht of dat bij elkaar gehalucineerd is. </em></p><p><strong>Verlaagd tarief overdrachtsbelasting ook voor voormalige praktijkruimte bij woning (Vastgoed Fiscaal &amp; Civiel 2026/33) (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1181459">hier</a>). </strong>Het artikel bespreekt een uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden van 19 mei 2026 over het verlaagde overdrachtsbelastingtarief van 2% bij de aankoop van een villa met een voormalige inpandige huisartsenpraktijk. De inspecteur vond dat voor die praktijkruimte het algemene tarief gold, maar het hof oordeelde dat ook die ruimte onder het 2%-tarief viel omdat zij ten tijde van de verkrijging vrij van huur en gebruik was, bij de woning ging behoren en daaraan dienstbaar was. Daarbij is volgens het hof niet doorslaggevend dat de ruimte vroeger een praktijkbestemming had of nog niet bouwkundig was aangepast; ook een inpandige ruimte kan als aanhorigheid kwalificeren als zij naar objectieve maatstaven onderdeel wordt van het woongebruik.</p><p><strong>Verkoop van aandelen na een gefaciliteerde afsplitsing: begin van bewijs? (MBB 2026/30), E. Boomsluiter (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1183304">hier</a>). </strong>Het artikel bespreekt hoe lastig het na het Uitvaartverzekeraar-arrest van 27 februari 2026 is geworden voor de inspecteur om misbruik aan te tonen wanneer een onderneming fiscaal geruisloos wordt verkocht via een afsplitsing. Centraal staat de vraag wanneer sprake is van een &#8220;begin van bewijs&#8221; van misbruik bij toepassing van art. 14a lid 6 Wet Vpb 1969. De auteur vergelijkt dit arrest met de Belgische Houdster-arresten en concludeert dat de bewijslast bij afsplitsingen veel zwaarder op de inspecteur drukt: de wettelijke bewijsvermoedens bieden weinig of geen steun, terwijl civielrechtelijke voordelen van een afsplitsing al snel als zakelijke overwegingen kunnen gelden. Daardoor kunnen verkopen via een gefaciliteerde afsplitsing volgens het artikel in de praktijk relatief makkelijk buiten de heffing blijven, wat vragen oproept over de werking van de Fusierichtlijn en de Nederlandse antimisbruikregeling. <em><strong>Commentaar: </strong>ik heb er toch wat moeite mee te volgen hoe een &#8216;begin van een bewijs&#8217; naar &#8216;aannemelijk maken&#8217; wordt geconverteerd. Ik zie dat niet terugkomen in het arrest, noch in het aangehaalde Eqiom/Enka. </em></p><p><strong>Aansprakelijkheid onder de loep: Unierechtelijke toetsing van nationale regelingen (MBB 2026/29), M.M.W.D. Merkx (<a href="https://www.ndfr.nl/content/p1-1183297">hier</a>).</strong> Het artikel bespreekt welke ruimte EU-lidstaten hebben om btw-aansprakelijkheidsregelingen in te voeren op basis van art. 205 en 273 van de btw-richtlijn, en welke grenzen het Hof van Justitie daaraan stelt. Daarbij staan vooral rechtszekerheid, evenredigheid, een voldoende band met de belastingschuldige, bewijsvermoedens en verdedigingsrechten centraal. Vervolgens worden Nederlandse aansprakelijkheidsregelingen aan dit toetsingskader gelegd. De conclusie is dat verschillende onderdelen vragen oproepen, onder meer de aansprakelijkheid van particulieren bij langdurige verhuur van vervoermiddelen, de positie van fiscaal vertegenwoordigers, bepaalde situaties binnen fiscale eenheden, het bewijsvermoeden bij btw-carrouselfraude en de beperking om een onderliggende aanslag nog te bestrijden.</p><p></p><div><hr></div><h1>Overige fiscale literatuur/lectuur</h1><p><strong>&#8216;Ontluisterend en illegaal&#8217;: hoe Shell erin slaagt in Nederland geen cent belasting te betalen (FTM) (<a href="https://www.ftm.nl/artikelen/hoe-shell-erin-slaagt-in-nederland-geen-cent-belasting-te-betalen">hier</a>).</strong> SOMO en hoogleraar belastingrecht Jan van de Streek stellen op basis van gelekte transferpricingdocumenten dat Shell winsten mogelijk kunstmatig toerekent aan laagbelaste onderdelen op de Bahama&#8217;s en in Zwitserland, terwijl Nederlandse en andere operationele vennootschappen onvoldoende worden beloond voor de functies die zij daadwerkelijk verrichten. Het Bahamaanse handelskantoor zou met slechts 37 medewerkers miljardenwinsten boeken uit oliehandel, de Zwitserse merkvennootschap zou hoge royalty&#8217;s ontvangen voor intellectueel eigendom dat elders is ontwikkeld, en Nederlandse dienstverlenende Shell-vennootschappen zouden jarenlang alleen hun kosten hebben doorbelast zonder marktconforme winstopslag. SOMO schat dat hierdoor in Nederland tussen 2002 en 2017 ruim &#8364;1,1 miljard belasting is ontweken. Shell bestrijdt dat sprake is van illegale praktijken en stelt dat de methoden aansluiten bij OESO-richtlijnen en met relevante belastingautoriteiten zijn besproken. </p><div class="file-embed-wrapper" data-component-name="FileToDOM"><div class="file-embed-container-reader"><div class="file-embed-container-top"><image class="file-embed-thumbnail-default" src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!0Cy0!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack.com%2Fimg%2Fattachment_icon.svg"></image><div class="file-embed-details"><div class="file-embed-details-h1">All Three Transfer Pricing Reports Redacted 1</div><div class="file-embed-details-h2">6.86MB &#8729; PDF file</div></div><a class="file-embed-button wide" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/api/v1/file/2263bfaf-caf9-4294-aefe-9bc2f7b3a84c.pdf"><span class="file-embed-button-text">Download</span></a></div><a class="file-embed-button narrow" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/api/v1/file/2263bfaf-caf9-4294-aefe-9bc2f7b3a84c.pdf"><span class="file-embed-button-text">Download</span></a></div></div><div class="file-embed-wrapper" data-component-name="FileToDOM"><div class="file-embed-container-reader"><div class="file-embed-container-top"><image class="file-embed-thumbnail-default" src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!0Cy0!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack.com%2Fimg%2Fattachment_icon.svg"></image><div class="file-embed-details"><div class="file-embed-details-h1">Shell Files: wereldwijde transfer mispricing in het kader van winstbelastingen</div><div class="file-embed-details-h2">462KB &#8729; PDF file</div></div><a class="file-embed-button wide" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/api/v1/file/9c31007d-0ee3-449f-b564-588532f72652.pdf"><span class="file-embed-button-text">Download</span></a></div><div class="file-embed-description">Prof. dr. J.L. van de Streek, Universiteit Leiden, 23 juli 2026</div><a class="file-embed-button narrow" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/api/v1/file/9c31007d-0ee3-449f-b564-588532f72652.pdf"><span class="file-embed-button-text">Download</span></a></div></div><div class="file-embed-wrapper" data-component-name="FileToDOM"><div class="file-embed-container-reader"><div class="file-embed-container-top"><image class="file-embed-thumbnail-default" src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!0Cy0!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack.com%2Fimg%2Fattachment_icon.svg"></image><div class="file-embed-details"><div class="file-embed-details-h1">The Shell Files: Exposing how corporations can use transfer pricing to avoid taxes</div><div class="file-embed-details-h2">6.77MB &#8729; PDF file</div></div><a class="file-embed-button wide" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/api/v1/file/17115c23-891e-4824-ae0a-e6478d1bd894.pdf"><span class="file-embed-button-text">Download</span></a></div><div class="file-embed-description">SOMO, July 2026</div><a class="file-embed-button narrow" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/api/v1/file/17115c23-891e-4824-ae0a-e6478d1bd894.pdf"><span class="file-embed-button-text">Download</span></a></div></div><p><strong>Het Chinese JD wil de Europese winkelmarkt veroveren met Chinese technologie. &#8216;Klanten verdienen beter&#8217; (NRC) (<a href="https://www.nrc.nl/nieuws/2026/07/24/het-chinese-jd-wil-de-europese-winkelmarkt-veroveren-met-chinese-technologie-klanten-verdienen-beter-a4930146">hier</a>).</strong> De kern van het artikel is dat de Chinese retailreus JD Europa wil veroveren met webwinkel Joybuy, een mogelijke overname van MediaMarkt-moeder Ceconomy en Chinese technologie voor snellere logistiek en klantgerichtere verkoop. Fiscaal probeert JD zich nadrukkelijk te onderscheiden van platforms als Temu en Shein: topvrouw Sandy Xu benadrukt dat JD lokaal opereert, lokale logistiek opbouwt, vooral zelf producten verkoopt, aan lokale wetgeving wil voldoen en lokale belastingen betaalt. Juist dat belasting- en douaneaspect is belangrijk, omdat Chinese webwinkels in Europa vaak onder vuur liggen vanwege goedkope pakketstromen, kwaliteitsrisico&#8217;s en mogelijk oneerlijke concurrentie. Tegelijk onderzoekt Brussel of JD Chinese staatssteun heeft gekregen die na een overname van MediaMarkt tot een ongelijk speelveld kan leiden. De fiscale kern is dus dat JD zijn Europese expansie presenteert als een regulier, lokaal belast bedrijfsmodel, terwijl Europese toezichthouders juist kijken of achter die lage prijzen, logistieke schaal en overnamekracht toch verborgen fiscale of staatssteunvoordelen zitten.</p><p><strong>Ik leerde mijn zoon een gast te zijn in zijn eigen land (NRC) (<a href="https://www.nrc.nl/nieuws/2026/07/24/ik-leerde-mijn-zoon-een-gast-te-zijn-in-zijn-eigen-land-a4932569">hier</a>). </strong>De kern van het artikel is dat de schrijver terugblikt op hoe hij zijn in Nederland geboren zoon onbewust de dankbaarheid en voorzichtigheid van een vluchteling meegaf, terwijl die zoon Nederland niet als gastland maar gewoon als zijn eigen leefwereld kent. De fiscale invalshoek is klein maar veelzeggend: in de discussie onder Syri&#235;rs klinkt het argument dat wie werkt en belasting betaalt Nederland niets extra&#8217;s verschuldigd is, omdat burgerschap dan niet draait om dankbaarheid maar om volwaardig meedoen aan de samenleving. Het artikel laat zo zien dat belasting betalen meer is dan een financi&#235;le bijdrage: het wordt een symbool van gelijkwaardig burgerschap, tegenover het idee dat vluchtelingen of migranten steeds opnieuw loyaliteit moeten bewijzen. De kern is dus niet een fiscaal beleidsdebat, maar de spanning tussen dankbaarheid als morele schuld en belasting betalen als teken dat iemand gewoon burger is, met dezelfde vrijheid om te klagen, te kiezen en zelfs voor Portugal te juichen. <em><strong>Commentaar: </strong>Hoewel de </em>link<em> met belastingen wat </em>remote<em> is, is het essay wat mij betreft het lezen waard. Belasting betalen als gelijkwaardig burgerschap. </em></p><p><strong>Het moet gedaan zijn met de trage aanpak van fast fashion (NRC) (<a href="https://www.nrc.nl/nieuws/2026/07/24/het-moet-gedaan-zijn-met-de-trage-aanpak-van-fast-fashion-a4933024">hier</a>). </strong>De kern van deze opinie is dat fast fashion volgens de auteur niet langer als gewone marktwerking moet worden behandeld, omdat het verdienmodel draait op extreem lage prijzen, snelle collecties, agressieve marketing en het afwentelen van milieuschade op de samenleving. Fiscaal ligt de nadruk op het ontbreken van stevige prijsprikkels: Nederland wil geen nationale heffing op kleine pakketjes van buiten de EU, terwijl juist ultrafastfashionbedrijven via goedkope pakketstromen onder de 150 euro de markt overspoelen en de werkelijke kosten van CO2-uitstoot, waterverbruik, afval en microplastics niet in de prijs zitten. De auteur pleit daarom voor maatregelen zoals een Europese handling fee op kleine pakketjes, zwaardere belasting van overproductie en slecht recyclebaar ontwerp, en een wettelijk kader dat reclameverboden, boetes of importmaatregelen mogelijk maakt. De boodschap is dat zonder fiscale en regulerende ingrepen het goedkope topje van 6 euro kunstmatig goedkoop blijft, terwijl de maatschappelijke rekening elders terechtkomt.</p><iframe class="spotify-wrap" data-attrs="{&quot;image&quot;:&quot;https://i.scdn.co/image/ab67616d0000b273028dbab4fdb7739d07bcfa54&quot;,&quot;title&quot;:&quot;Zomertroep&quot;,&quot;subtitle&quot;:&quot;Kinderen voor Kinderen&quot;,&quot;description&quot;:&quot;&quot;,&quot;url&quot;:&quot;https://open.spotify.com/track/2C1tOhDDz6tFMaOSXDPOgc&quot;,&quot;belowTheFold&quot;:true,&quot;noScroll&quot;:false}" src="https://open.spotify.com/embed/track/2C1tOhDDz6tFMaOSXDPOgc" frameborder="0" gesture="media" allowfullscreen="true" allow="encrypted-media" loading="lazy" data-component-name="Spotify2ToDOM"></iframe><p><strong>Hersteloperatie WIA per september van start, kans op nieuwe fouten groot (NRC) (<a href="https://www.nrc.nl/nieuws/2026/07/24/hersteloperatie-wia-per-september-van-start-terwijl-kans-op-nieuwe-fouten-groot-blijft-a4933025">hier</a>). </strong>De kern van het artikel is dat het UWV in september begint met een hersteloperatie voor mensen die tussen 2020 en 2024 een te lage WIA-uitkering kregen, terwijl mensen die te veel ontvingen niets hoeven terug te betalen. Fiscaal belangrijk is dat gedupeerden het misgelopen bedrag in &#233;&#233;n keer krijgen uitgekeerd, wat normaal tot hogere belastingdruk of verlies van toeslagen kan leiden, maar volgens UWV en SZW zijn daarvoor oplossingen gevonden zodat die nadelige keteneffecten beperkt blijven. Tegelijk is de regeling minder ruimhartig dan bij het toeslagenschandaal, omdat er geen aparte schadevergoeding komt naast nabetaling. De bredere kern is dat de fouten niet alleen door slechte uitvoering kwamen, maar vooral door een extreem complex WIA-stelsel, terwijl vereenvoudiging geld kost en botst met kabinetsplannen om juist 6,5 miljard euro op sociale zekerheid, waaronder de WIA, te bezuinigen.</p><p><strong>&#8216;Kabinet moet woningbeleggers meer duidelijkheid bieden voor huurmarkt&#8217; (NRC) (<a href="https://www.nrc.nl/nieuws/2026/07/22/kabinet-moet-woningbeleggers-meer-duidelijkheid-bieden-voor-huurmarkt-a4932951">hier</a>). </strong>De kern van het artikel is dat De Nederlandsche Bank waarschuwt dat het kabinet zijn doelen voor de bouw van huurwoningen niet haalt als het investeringsklimaat voor woningbeleggers niet snel stabieler en aantrekkelijker wordt. Fiscaal ligt de nadruk op de stapeling van strengere huurregels en hogere belastingen: vooral de hogere box 3-heffing maakt particuliere verhuurders minder bereid woningen aan te houden, terwijl buitenlandse pensioenfondsen sinds 2025 fiscale voordelen zijn kwijtgeraakt die Nederlandse pensioenfondsen nog wel hebben, waardoor hun investeringen in nieuwbouw fors zijn teruggevallen. Volgens DNB is er jaarlijks 6,4 miljard euro privaat kapitaal nodig voor 16.000 private huurwoningen, maar beleggers investeren nu veel minder en verkopen juist woningen. De boodschap is dat het kabinet beleggers meer voorspelbaarheid, minder extra gemeentelijke eisen en een rustiger fiscaal beleid moet bieden, anders blijft private huurwoningbouw financieel onaantrekkelijk en loopt de woningbouw verder vast. <em><strong>Commentaar:</strong> hieronder het brondocument.</em></p><div class="file-embed-wrapper" data-component-name="FileToDOM"><div class="file-embed-container-reader"><div class="file-embed-container-top"><image class="file-embed-thumbnail-default" src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!0Cy0!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack.com%2Fimg%2Fattachment_icon.svg"></image><div class="file-embed-details"><div class="file-embed-details-h1">Voldoende vraag, tekort aan kapitaal: Wie gaat de nieuwbouw van huurwoningen financieren?</div><div class="file-embed-details-h2">4.39MB &#8729; PDF file</div></div><a class="file-embed-button wide" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/api/v1/file/418cc03c-2ff2-4d4d-957f-d38e8fe39a65.pdf"><span class="file-embed-button-text">Download</span></a></div><div class="file-embed-description">De Nederlandsche Bank</div><a class="file-embed-button narrow" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/api/v1/file/418cc03c-2ff2-4d4d-957f-d38e8fe39a65.pdf"><span class="file-embed-button-text">Download</span></a></div></div><p><em>&#8220;Nog bijzondere fiscale inzichten?&#8221; &#8220;Ja. Een paar fiscale punten springen eruit. Ten eerste zegt DNB eigenlijk dat niet alleen de hoogte van belastingen telt, maar ook fiscale onzekerheid: als beleggers vrezen dat box 3, overdrachtsbelasting of huurregels weer veranderen, eisen ze meer rendement of stellen ze investeringen uit. Ten tweede is box 3 extra pijnlijk voor particuliere verhuurders omdat de belasting forfaitair werkt: hogere werkelijke rente verlaagt de belastingdruk niet automatisch, en lagere huur door regulering verlaagt die ook niet direct. Daardoor kunnen huurwoningen fiscaal verlieslatend worden, zeker met schuld. Ten derde raakt het verdwijnen van de vastgoed-FBI buitenlandse beleggers hard: waar zij eerder via een fiscaal gunstig fonds konden beleggen, lopen zij nu tegen vennootschapsbelasting, dividendbelasting, mogelijke belasting op verkoopwinst en beperkte renteaftrek aan. Ten vierde wijst DNB op een scheve fiscale behandeling tussen koop en huur: de overheid geeft nog altijd veel uit via hypotheekrenteaftrek, terwijl huurbeleggingen juist zwaarder zijn belast; versobering van fiscale bevoordeling van eigenwoningbezit zou huur en koop neutraler behandelen. Ten slotte is opvallend dat pensioenfondsen fiscaal relatief gunstig staan door hun vrijstelling van vennootschapsbelasting, waardoor zij huurwoningen hoger kunnen waarderen dan particuliere of buitenlandse beleggers, maar DNB verwacht niet dat zij het hele financieringsgat kunnen vullen.&#8221;</em></p><p><strong>Conflict over sociale zekerheid maakt begrotingsakkoord wel heel ingewikkeld. Want: hoe trek je de bonden, Pro &#233;n VVD over de streep? (NRC) (<a href="https://www.nrc.nl/nieuws/2026/07/20/conflict-over-sociale-zekerheid-maakt-begrotingsakkoord-wel-heel-ingewikkeld-want-hoe-trek-je-de-bonden-en-pro-over-de-streep-a4932642">hier</a>). </strong>Het artikel draait om de uiterst lastige begrotingsonderhandelingen voor 2027, omdat het minderheidskabinet miljarden wil bezuinigen op sociale zekerheid maar daarvoor geen vanzelfsprekende meerderheid heeft en tegelijk de vakbonden tegenover zich vindt. Fiscaal zit de kern in de botsing over waar het geld vandaan moet komen: de bonden, gesteund door Pro en deels door D66 en CDA, willen bezuinigingen op WW, WIA en AOW-plannen vervangen door hogere belastingen op vermogen, erfenissen en bedrijfswinsten, zodat arbeid minder zwaar wordt belast en vermogen meer bijdraagt. De VVD blokkeert die richting en houdt vast aan het coalitieakkoord, waarin niet aan erfbelasting wordt getornd, met het argument dat Nederland geen inkomstenprobleem maar een uitgavenprobleem heeft. Daardoor wordt de begroting een verdelingsconflict: snijden in sociale zekerheid en lasten op arbeid overeind houden, of juist kapitaal en bedrijfswinsten zwaarder belasten om de sociale zekerheid te sparen.</p><p><strong>Econoom Daniel Susskind: &#8216;Werk zal straks veel minder vanzelfsprekend zijn&#8217; (FD) (<a href="https://fd.nl/samenleving/1605342/econoom-daniel-susskind-werk-zal-straks-veel-minder-vanzelfsprekend-zijn">hier</a>).</strong> De kern van het interview met econoom Daniel Susskind is dat AI de arbeidsmarkt fundamenteel kan veranderen: werk, vooral hoogopgeleid kenniswerk, wordt minder vanzelfsprekend als bron van inkomen, identiteit en maatschappelijke ordening. Dat heeft grote fiscale gevolgen, omdat de welvaart nu vooral via lonen wordt verdeeld en staten hun inkomsten grotendeels heffen op arbeid. Als economische waarde verschuift van menselijke kennis en vaardigheden naar technologie en de bedrijven die daarvan eigenaar zijn, zal volgens Susskind ook de belastingbasis moeten verschuiven richting kapitaal, technologiebedrijven en de winsten die AI genereert. Dat is politiek en economisch lastig, omdat kapitaalbelasting vaak wordt gezien als rem op investeringen, maar zonder zo&#8217;n verschuiving komt de financiering van de staat en de verdeling van welvaart onder druk te staan. <em><strong>Commentaar:</strong> Ik vind het met name interessant dat deze onderwerpen pas recentelijk geregeld aan bod komen. De gedachten zijn moeilijk vernieuwend te noemen. Een belangrijke vraag: moet Kinderen voor Kinderen het repetoir updaten? Kun je nog wel worden wat je wil<strong>t</strong>?</em></p><iframe class="spotify-wrap" data-attrs="{&quot;image&quot;:&quot;https://i.scdn.co/image/ab67616d0000b27382e4eca875671f12925f1f44&quot;,&quot;title&quot;:&quot;Worden wat je wil&quot;,&quot;subtitle&quot;:&quot;Kinderen voor Kinderen&quot;,&quot;description&quot;:&quot;&quot;,&quot;url&quot;:&quot;https://open.spotify.com/track/71zLH40Kc5CDoFdC6LhJia&quot;,&quot;belowTheFold&quot;:true,&quot;noScroll&quot;:false}" src="https://open.spotify.com/embed/track/71zLH40Kc5CDoFdC6LhJia" frameborder="0" gesture="media" allowfullscreen="true" allow="encrypted-media" loading="lazy" data-component-name="Spotify2ToDOM"></iframe><p><strong>VS komen met nieuwe heffingen om &#8216;gedwongen arbeid&#8217; (FD) (<a href="https://fd.nl/politiek/1605605/vs-komt-met-nieuwe-grond-voor-heffingen-handelsvertegenwoordiger-richt-pijlen-op-eu">hier</a>).</strong> Het artikel beschrijft hoe de regering-Trump nieuwe importheffingen van 10% tot 12,5% invoert voor zestig grote handelspartners, waaronder de EU, met als offici&#235;le reden dat zij te weinig zouden doen tegen gedwongen arbeid in productieketens. Voor de EU verandert er materieel weinig, omdat de nieuwe heffingen niet bovenop bestaande importheffingen komen en volgens Brussel binnen eerdere afspraken vallen; sommige tarieven dalen zelfs licht. Toch blijft het risico op escalatie groot, omdat de VS ook nieuwe heffingen op Canadese, Braziliaanse en mogelijk farmaceutische producten aankondigen en nog onderzoeken lopen naar extra maatregelen tegen landen die samen goed zijn voor 70% van de Amerikaanse invoer. De kern is dus dat Trump na juridische tegenslag een nieuwe wettelijke grond zoekt om zijn protectionistische handelsbeleid voort te zetten, terwijl de heffingen de VS inmiddels naar schatting $240 mrd tot $260 mrd per jaar opleveren.</p><p><strong>Shell ontliep belasting door geen winst te maken op dienstverlening vanuit Nederland (FD) (<a href="https://fd.nl/economie/1605517/shell-ontliep-belasting-door-geen-winst-te-maken-op-dienstverlening-vanuit-nederland">hier</a>).</strong> Het artikel beschrijft hoe Shell jarenlang geen winstbelasting in Nederland betaalde doordat het vanuit Nederland omvangrijke ondersteunende diensten aan buitenlandse dochterbedrijven leverde, maar intern alleen de kostprijs doorberekende en dus geen winst aan die Nederlandse activiteiten toeschreef. Volgens door Somo gepubliceerde vertrouwelijke documenten ging het onder meer om geologisch onderzoek, reparaties, personeelszaken en IT, uitgevoerd door duizenden werknemers in Nederland. Belastingexperts stellen dat Shell volgens Oeso-richtlijnen een zakelijke winstopslag had moeten rekenen, bijvoorbeeld minstens 5%, zodat ook in Nederland belastbare winst zou ontstaan; Shell betwist dat en zegt aan de regels te hebben voldaan. De kern is dat de discussie draait om interne verrekenprijzen: door winst niet in Nederland te laten vallen, kon Shell volgens Somo tussen 2002 en 2017 ruim &#8364;1,1 mrd aan Nederlandse winstbelasting ontwijken.</p><p><strong>Waar een wil is, is een (goede) weg (FD) (<a href="https://fd.nl/financiele-markten/1605263/waar-een-wil-is-is-een-goede-weg">hier</a>). </strong>Het artikel stelt dat het Nederlandse wegennet zwaar achterstallig onderhoud heeft, met als actuele voorbeeld de sluiting van de Merwedebrug voor vrachtverkeer. Fiscaal gezien is de kern dat automobilisten en vervoerders via brandstofaccijnzen, BPM en wegenbelasting jaarlijks naar schatting zo&#8217;n &#8364;15 mrd aan autobelastingen opbrengen, en tot 2038 mogelijk circa &#8364;130 mrd. Dat is ruim genoeg om het door de Rekenkamer geraamde tekort voor onderhoud aan het hoofdwegennet te dekken: er is &#8364;43,3 mrd nodig, terwijl slechts &#8364;22,8 mrd beschikbaar is. De crux is alleen dat deze belastingopbrengsten niet geoormerkt zijn voor wegenonderhoud, maar in de algemene middelen verdwijnen; daardoor is het tekort geen gebrek aan autobelastinginkomsten, maar vooral een politieke begrotingskeuze over waar belastinggeld naartoe gaat.</p><div class="captioned-image-container"><figure><a class="image-link image2 is-viewable-img" target="_blank" href="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!8RIe!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F0b1ade8c-b273-41c9-8e27-5442435de033_654x502.png" data-component-name="Image2ToDOM"><div class="image2-inset"><picture><source type="image/webp" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!8RIe!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F0b1ade8c-b273-41c9-8e27-5442435de033_654x502.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!8RIe!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F0b1ade8c-b273-41c9-8e27-5442435de033_654x502.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!8RIe!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F0b1ade8c-b273-41c9-8e27-5442435de033_654x502.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!8RIe!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F0b1ade8c-b273-41c9-8e27-5442435de033_654x502.png 1456w" sizes="100vw"><img src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!8RIe!,w_1456,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F0b1ade8c-b273-41c9-8e27-5442435de033_654x502.png" width="654" height="502" data-attrs="{&quot;src&quot;:&quot;https://substack-post-media.s3.amazonaws.com/public/images/0b1ade8c-b273-41c9-8e27-5442435de033_654x502.png&quot;,&quot;srcNoWatermark&quot;:null,&quot;fullscreen&quot;:null,&quot;imageSize&quot;:null,&quot;height&quot;:502,&quot;width&quot;:654,&quot;resizeWidth&quot;:null,&quot;bytes&quot;:49562,&quot;alt&quot;:null,&quot;title&quot;:null,&quot;type&quot;:&quot;image/png&quot;,&quot;href&quot;:null,&quot;belowTheFold&quot;:true,&quot;topImage&quot;:false,&quot;internalRedirect&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/i/208418814?img=https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F0b1ade8c-b273-41c9-8e27-5442435de033_654x502.png&quot;,&quot;isProcessing&quot;:false,&quot;align&quot;:null,&quot;offset&quot;:false}" class="sizing-normal" alt="" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!8RIe!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F0b1ade8c-b273-41c9-8e27-5442435de033_654x502.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!8RIe!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F0b1ade8c-b273-41c9-8e27-5442435de033_654x502.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!8RIe!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F0b1ade8c-b273-41c9-8e27-5442435de033_654x502.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!8RIe!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F0b1ade8c-b273-41c9-8e27-5442435de033_654x502.png 1456w" sizes="100vw" loading="lazy"></picture><div class="image-link-expand"><div class="pencraft pc-display-flex pc-gap-8 pc-reset"><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container restack-image"><svg aria-hidden="true" width="20" height="20" viewBox="0 0 20 20" fill="none" stroke-width="1.5" stroke="var(--color-fg-primary)" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" xmlns="http://www.w3.org/2000/svg"><g><path d="M2.53001 7.81595C3.49179 4.73911 6.43281 2.5 9.91173 2.5C13.1684 2.5 15.9537 4.46214 17.0852 7.23684L17.6179 8.67647M17.6179 8.67647L18.5002 4.26471M17.6179 8.67647L13.6473 6.91176M17.4995 12.1841C16.5378 15.2609 13.5967 17.5 10.1178 17.5C6.86118 17.5 4.07589 15.5379 2.94432 12.7632L2.41165 11.3235M2.41165 11.3235L1.5293 15.7353M2.41165 11.3235L6.38224 13.0882"></path></g></svg></button><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container view-image"><svg xmlns="http://www.w3.org/2000/svg" width="20" height="20" viewBox="0 0 24 24" fill="none" stroke="currentColor" stroke-width="2" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" class="lucide lucide-maximize2 lucide-maximize-2"><polyline points="15 3 21 3 21 9"></polyline><polyline points="9 21 3 21 3 15"></polyline><line x1="21" x2="14" y1="3" y2="10"></line><line x1="3" x2="10" y1="21" y2="14"></line></svg></button></div></div></div></a></figure></div><p></p><p><strong>Verwachte opbrengst wereldwijde minimumtaks multinationals verlaagd (FD) (<a href="https://fd.nl/politiek/1605258/verwachte-opbrengst-wereldwijde-minimumtaks-multinationals-verlaagd">hier</a>).</strong> De wereldwijde minimumwinstbelasting voor multinationals levert naar verwachting duidelijk minder op dan eerder gedacht: de Oeso verlaagt de raming van $155 &#224; $192 mrd naar $91 &#224; $155 mrd per jaar. De belangrijkste oorzaak is dat de regels in januari 2026 onder druk van de Verenigde Staten zijn versoepeld: Amerikaanse multinationals kregen feitelijk een uitzonderingspositie, omdat de VS al een eigen minimumtarief kent, en ook de berekening van de effectieve belastingdruk is ruimer gemaakt doordat bepaalde investeringsvoordelen minder zwaar meetellen. Daarnaast hebben grote landen als China, India en Brazili&#235; de Oeso-variant nog niet ingevoerd. Daardoor wordt er minder extra belasting bijgeheven en neemt winstverschuiving naar laagbelastende landen minder sterk af dan oorspronkelijk verwacht. <em><strong>Commentaar: </strong>dit artikel lijkt te zijn gebaseerd op <a href="https://www.oecd.org/en/events/2026/07/economic-impact-assessment-of-the-global-minimum-tax-2026.html">deze presentatie</a>. Als we even de bedragen terzijde schuiven dan is het toch ook interessant om te zien hoe de gedragseffecten werken. Er is nog duidelijke tariefsdifferentiatie en daardoor is er nog steeds ruimte voor profit shifting. Mijn aanname is dat dit ook te maken heeft met de invoering van side-by-side en het verschil tussen global en jurisdictional blending. Met jurisdictional blending (Pillar 2) kun je geen laagbelastende landen &#8216;inmengen&#8217;, met global blending (US equivalent) kan dat wel. Ook interessant is het optrekken van het tarief van verschillende landen richting de vijftien procent.Dit betreft met name low sustance investment hubs. </em></p><div class="captioned-image-container"><figure><a class="image-link image2 is-viewable-img" target="_blank" href="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!wdYU!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fed311457-df1c-4d5b-8204-e7ad1ef36d24_1084x611.png" data-component-name="Image2ToDOM"><div class="image2-inset"><picture><source type="image/webp" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!wdYU!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fed311457-df1c-4d5b-8204-e7ad1ef36d24_1084x611.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!wdYU!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fed311457-df1c-4d5b-8204-e7ad1ef36d24_1084x611.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!wdYU!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fed311457-df1c-4d5b-8204-e7ad1ef36d24_1084x611.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!wdYU!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fed311457-df1c-4d5b-8204-e7ad1ef36d24_1084x611.png 1456w" sizes="100vw"><img src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!wdYU!,w_1456,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fed311457-df1c-4d5b-8204-e7ad1ef36d24_1084x611.png" width="1084" height="611" data-attrs="{&quot;src&quot;:&quot;https://substack-post-media.s3.amazonaws.com/public/images/ed311457-df1c-4d5b-8204-e7ad1ef36d24_1084x611.png&quot;,&quot;srcNoWatermark&quot;:null,&quot;fullscreen&quot;:null,&quot;imageSize&quot;:null,&quot;height&quot;:611,&quot;width&quot;:1084,&quot;resizeWidth&quot;:null,&quot;bytes&quot;:163262,&quot;alt&quot;:null,&quot;title&quot;:null,&quot;type&quot;:&quot;image/png&quot;,&quot;href&quot;:null,&quot;belowTheFold&quot;:true,&quot;topImage&quot;:false,&quot;internalRedirect&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/i/208418814?img=https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fed311457-df1c-4d5b-8204-e7ad1ef36d24_1084x611.png&quot;,&quot;isProcessing&quot;:false,&quot;align&quot;:null,&quot;offset&quot;:false}" class="sizing-normal" alt="" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!wdYU!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fed311457-df1c-4d5b-8204-e7ad1ef36d24_1084x611.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!wdYU!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fed311457-df1c-4d5b-8204-e7ad1ef36d24_1084x611.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!wdYU!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fed311457-df1c-4d5b-8204-e7ad1ef36d24_1084x611.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!wdYU!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2Fed311457-df1c-4d5b-8204-e7ad1ef36d24_1084x611.png 1456w" sizes="100vw" loading="lazy"></picture><div class="image-link-expand"><div class="pencraft pc-display-flex pc-gap-8 pc-reset"><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container restack-image"><svg aria-hidden="true" width="20" height="20" viewBox="0 0 20 20" fill="none" stroke-width="1.5" stroke="var(--color-fg-primary)" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" xmlns="http://www.w3.org/2000/svg"><g><path d="M2.53001 7.81595C3.49179 4.73911 6.43281 2.5 9.91173 2.5C13.1684 2.5 15.9537 4.46214 17.0852 7.23684L17.6179 8.67647M17.6179 8.67647L18.5002 4.26471M17.6179 8.67647L13.6473 6.91176M17.4995 12.1841C16.5378 15.2609 13.5967 17.5 10.1178 17.5C6.86118 17.5 4.07589 15.5379 2.94432 12.7632L2.41165 11.3235M2.41165 11.3235L1.5293 15.7353M2.41165 11.3235L6.38224 13.0882"></path></g></svg></button><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container view-image"><svg xmlns="http://www.w3.org/2000/svg" width="20" height="20" viewBox="0 0 24 24" fill="none" stroke="currentColor" stroke-width="2" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" class="lucide lucide-maximize2 lucide-maximize-2"><polyline points="15 3 21 3 21 9"></polyline><polyline points="9 21 3 21 3 15"></polyline><line x1="21" x2="14" y1="3" y2="10"></line><line x1="3" x2="10" y1="21" y2="14"></line></svg></button></div></div></div></a></figure></div><p><em>Het is ook interessant te zien hoe inkomen uit investment hubs naar andere jurisdictions zou verplaatsen.</em></p><div class="captioned-image-container"><figure><a class="image-link image2 is-viewable-img" target="_blank" href="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!LW6-!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F0dc6f05a-a4ef-471c-bf4a-7323246fb2bd_1084x611.png" data-component-name="Image2ToDOM"><div class="image2-inset"><picture><source type="image/webp" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!LW6-!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F0dc6f05a-a4ef-471c-bf4a-7323246fb2bd_1084x611.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!LW6-!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F0dc6f05a-a4ef-471c-bf4a-7323246fb2bd_1084x611.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!LW6-!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F0dc6f05a-a4ef-471c-bf4a-7323246fb2bd_1084x611.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!LW6-!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F0dc6f05a-a4ef-471c-bf4a-7323246fb2bd_1084x611.png 1456w" sizes="100vw"><img src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!LW6-!,w_1456,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F0dc6f05a-a4ef-471c-bf4a-7323246fb2bd_1084x611.png" width="1084" height="611" data-attrs="{&quot;src&quot;:&quot;https://substack-post-media.s3.amazonaws.com/public/images/0dc6f05a-a4ef-471c-bf4a-7323246fb2bd_1084x611.png&quot;,&quot;srcNoWatermark&quot;:null,&quot;fullscreen&quot;:null,&quot;imageSize&quot;:null,&quot;height&quot;:611,&quot;width&quot;:1084,&quot;resizeWidth&quot;:null,&quot;bytes&quot;:126434,&quot;alt&quot;:null,&quot;title&quot;:null,&quot;type&quot;:&quot;image/png&quot;,&quot;href&quot;:null,&quot;belowTheFold&quot;:true,&quot;topImage&quot;:false,&quot;internalRedirect&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/i/208418814?img=https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F0dc6f05a-a4ef-471c-bf4a-7323246fb2bd_1084x611.png&quot;,&quot;isProcessing&quot;:false,&quot;align&quot;:null,&quot;offset&quot;:false}" class="sizing-normal" alt="" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!LW6-!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F0dc6f05a-a4ef-471c-bf4a-7323246fb2bd_1084x611.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!LW6-!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F0dc6f05a-a4ef-471c-bf4a-7323246fb2bd_1084x611.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!LW6-!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F0dc6f05a-a4ef-471c-bf4a-7323246fb2bd_1084x611.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!LW6-!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F0dc6f05a-a4ef-471c-bf4a-7323246fb2bd_1084x611.png 1456w" sizes="100vw" loading="lazy"></picture><div class="image-link-expand"><div class="pencraft pc-display-flex pc-gap-8 pc-reset"><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container restack-image"><svg aria-hidden="true" width="20" height="20" viewBox="0 0 20 20" fill="none" stroke-width="1.5" stroke="var(--color-fg-primary)" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" xmlns="http://www.w3.org/2000/svg"><g><path d="M2.53001 7.81595C3.49179 4.73911 6.43281 2.5 9.91173 2.5C13.1684 2.5 15.9537 4.46214 17.0852 7.23684L17.6179 8.67647M17.6179 8.67647L18.5002 4.26471M17.6179 8.67647L13.6473 6.91176M17.4995 12.1841C16.5378 15.2609 13.5967 17.5 10.1178 17.5C6.86118 17.5 4.07589 15.5379 2.94432 12.7632L2.41165 11.3235M2.41165 11.3235L1.5293 15.7353M2.41165 11.3235L6.38224 13.0882"></path></g></svg></button><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container view-image"><svg xmlns="http://www.w3.org/2000/svg" width="20" height="20" viewBox="0 0 24 24" fill="none" stroke="currentColor" stroke-width="2" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" class="lucide lucide-maximize2 lucide-maximize-2"><polyline points="15 3 21 3 21 9"></polyline><polyline points="9 21 3 21 3 15"></polyline><line x1="21" x2="14" y1="3" y2="10"></line><line x1="3" x2="10" y1="21" y2="14"></line></svg></button></div></div></div></a></figure></div><p><em>Met de huidige implementatie (niet door alle landen) laten verschillende landen geld op tafel liggen (in goed Nederlands):</em></p><div class="captioned-image-container"><figure><a class="image-link image2 is-viewable-img" target="_blank" href="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!5b8z!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F748932ad-a1c9-4cca-8073-b4762ddfd74b_636x440.png" data-component-name="Image2ToDOM"><div class="image2-inset"><picture><source type="image/webp" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!5b8z!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F748932ad-a1c9-4cca-8073-b4762ddfd74b_636x440.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!5b8z!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F748932ad-a1c9-4cca-8073-b4762ddfd74b_636x440.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!5b8z!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F748932ad-a1c9-4cca-8073-b4762ddfd74b_636x440.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!5b8z!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F748932ad-a1c9-4cca-8073-b4762ddfd74b_636x440.png 1456w" sizes="100vw"><img src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!5b8z!,w_1456,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F748932ad-a1c9-4cca-8073-b4762ddfd74b_636x440.png" width="636" height="440" data-attrs="{&quot;src&quot;:&quot;https://substack-post-media.s3.amazonaws.com/public/images/748932ad-a1c9-4cca-8073-b4762ddfd74b_636x440.png&quot;,&quot;srcNoWatermark&quot;:null,&quot;fullscreen&quot;:null,&quot;imageSize&quot;:null,&quot;height&quot;:440,&quot;width&quot;:636,&quot;resizeWidth&quot;:null,&quot;bytes&quot;:39628,&quot;alt&quot;:null,&quot;title&quot;:null,&quot;type&quot;:&quot;image/png&quot;,&quot;href&quot;:null,&quot;belowTheFold&quot;:true,&quot;topImage&quot;:false,&quot;internalRedirect&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/i/208418814?img=https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F748932ad-a1c9-4cca-8073-b4762ddfd74b_636x440.png&quot;,&quot;isProcessing&quot;:false,&quot;align&quot;:null,&quot;offset&quot;:false}" class="sizing-normal" alt="" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!5b8z!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F748932ad-a1c9-4cca-8073-b4762ddfd74b_636x440.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!5b8z!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F748932ad-a1c9-4cca-8073-b4762ddfd74b_636x440.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!5b8z!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F748932ad-a1c9-4cca-8073-b4762ddfd74b_636x440.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!5b8z!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F748932ad-a1c9-4cca-8073-b4762ddfd74b_636x440.png 1456w" sizes="100vw" loading="lazy"></picture><div class="image-link-expand"><div class="pencraft pc-display-flex pc-gap-8 pc-reset"><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container restack-image"><svg aria-hidden="true" width="20" height="20" viewBox="0 0 20 20" fill="none" stroke-width="1.5" stroke="var(--color-fg-primary)" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" xmlns="http://www.w3.org/2000/svg"><g><path d="M2.53001 7.81595C3.49179 4.73911 6.43281 2.5 9.91173 2.5C13.1684 2.5 15.9537 4.46214 17.0852 7.23684L17.6179 8.67647M17.6179 8.67647L18.5002 4.26471M17.6179 8.67647L13.6473 6.91176M17.4995 12.1841C16.5378 15.2609 13.5967 17.5 10.1178 17.5C6.86118 17.5 4.07589 15.5379 2.94432 12.7632L2.41165 11.3235M2.41165 11.3235L1.5293 15.7353M2.41165 11.3235L6.38224 13.0882"></path></g></svg></button><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container view-image"><svg xmlns="http://www.w3.org/2000/svg" width="20" height="20" viewBox="0 0 24 24" fill="none" stroke="currentColor" stroke-width="2" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" class="lucide lucide-maximize2 lucide-maximize-2"><polyline points="15 3 21 3 21 9"></polyline><polyline points="9 21 3 21 3 15"></polyline><line x1="21" x2="14" y1="3" y2="10"></line><line x1="3" x2="10" y1="21" y2="14"></line></svg></button></div></div></div></a></figure></div><p><em><br></em><strong>Henry Meijer verzet de bakens: slimme fiscale tips wijken voor eerlijk belasting betalen (FD) (<a href="https://fd.nl/politiek/1601116/henry-meijer-verzet-de-bakens-slimme-fiscale-tips-wijken-voor-eerlijk-belasting-betalen">hier</a>).</strong> Het artikel draait om fiscalist en voormalig ondernemer Henry Meijer, die na zijn pensioen juist pleit voor een eerlijker en socialer belastingstelsel, ook al zou hij daar zelf meer door gaan betalen. In zijn boek <em>Belastingstelsel en ons sociale DNA</em> betoogt hij dat mensen van nature bereid zijn bij te dragen aan de samenleving, maar dat het huidige stelsel te veel ruimte laat voor belastingontwijking en belangenlobby&#8217;s. Hij wil onder meer een brede vermogensbelasting van 1% invoeren, de inkomstenbelasting verlagen, dividendbelasting afschaffen en de winstbelasting verhogen. Zijn centrale boodschap: belastingen moeten rechtvaardiger, eenvoudiger en minder verstorend worden, waarbij zowel links als rechts hun vaste reflexen moeten loslaten. <em><strong>Commentaar:</strong> de vaste reflexen zien op het niet ter discussie willen stellen van de sociale zekerheid (links) en het niet vertellen hoe belastingkortingen moeten worden gefinancierd (rechts). </em></p><div><hr></div><p>Mocht u mijn werk op prijs stellen en (geldelijke) waardering willen uiten, dan zou u een donatie kunnen doen via <a href="https://www.paypal.com/donate?hosted_button_id=W4N3T44N5TX66">deze link</a>, of via onderstaande qr-code.</p><div class="captioned-image-container"><figure><a class="image-link image2 is-viewable-img" target="_blank" href="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" data-component-name="Image2ToDOM"><div class="image2-inset"><picture><source type="image/webp" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw"><img src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,w_1456,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" width="410" height="410" data-attrs="{&quot;src&quot;:&quot;https://substack-post-media.s3.amazonaws.com/public/images/9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;srcNoWatermark&quot;:null,&quot;fullscreen&quot;:null,&quot;imageSize&quot;:null,&quot;height&quot;:410,&quot;width&quot;:410,&quot;resizeWidth&quot;:null,&quot;bytes&quot;:799,&quot;alt&quot;:&quot;&quot;,&quot;title&quot;:null,&quot;type&quot;:&quot;image/png&quot;,&quot;href&quot;:null,&quot;belowTheFold&quot;:true,&quot;topImage&quot;:false,&quot;internalRedirect&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/i/164785063?img=https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;isProcessing&quot;:false,&quot;align&quot;:null,&quot;offset&quot;:false}" class="sizing-normal" alt="" title="" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw" loading="lazy"></picture><div class="image-link-expand"><div class="pencraft pc-display-flex pc-gap-8 pc-reset"><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container restack-image"><svg aria-hidden="true" width="20" height="20" viewBox="0 0 20 20" fill="none" stroke-width="1.5" stroke="var(--color-fg-primary)" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" xmlns="http://www.w3.org/2000/svg"><g><path d="M2.53001 7.81595C3.49179 4.73911 6.43281 2.5 9.91173 2.5C13.1684 2.5 15.9537 4.46214 17.0852 7.23684L17.6179 8.67647M17.6179 8.67647L18.5002 4.26471M17.6179 8.67647L13.6473 6.91176M17.4995 12.1841C16.5378 15.2609 13.5967 17.5 10.1178 17.5C6.86118 17.5 4.07589 15.5379 2.94432 12.7632L2.41165 11.3235M2.41165 11.3235L1.5293 15.7353M2.41165 11.3235L6.38224 13.0882"></path></g></svg></button><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container view-image"><svg xmlns="http://www.w3.org/2000/svg" width="20" height="20" viewBox="0 0 24 24" fill="none" stroke="currentColor" stroke-width="2" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" class="lucide lucide-maximize2 lucide-maximize-2"><polyline points="15 3 21 3 21 9"></polyline><polyline points="9 21 3 21 3 15"></polyline><line x1="21" x2="14" y1="3" y2="10"></line><line x1="3" x2="10" y1="21" y2="14"></line></svg></button></div></div></div></a></figure></div>]]></content:encoded></item><item><title><![CDATA[Rulings (J04E30)]]></title><description><![CDATA[24 juli 2026]]></description><link>https://jurisprudentielunch.substack.com/p/copy-rulings-j04e30</link><guid isPermaLink="false">https://jurisprudentielunch.substack.com/p/copy-rulings-j04e30</guid><dc:creator><![CDATA[Maurits]]></dc:creator><pubDate>Fri, 24 Jul 2026 07:18:39 GMT</pubDate><enclosure url="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!hJ_D!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F3fbc0054-d63f-49a6-a01e-abc034e67137_1024x1024.png" length="0" type="image/jpeg"/><content:encoded><![CDATA[<p>Deze week 11 nieuwe rulings. Het betreft 7 advance tax rulings, 2 advance pricing agreements, en 2 innovatieboxrulings. </p><p class="button-wrapper" data-attrs="{&quot;url&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/subscribe?&quot;,&quot;text&quot;:&quot;Subscribe now&quot;,&quot;action&quot;:null,&quot;class&quot;:null}" data-component-name="ButtonCreateButton"><a class="button primary" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/subscribe"><span>Subscribe now</span></a></p><div><hr></div><h1>Advance tax rulings</h1><h4>#1 | rul-20260721-atr-000002</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en over de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdsterco&#246;peratie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Er is geen sprake van een kwalificerende eenheid voor toepassing van de Wet BB. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 22 april 2026 tot en met 31 december 2030.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260721-atr-000002/">Lees meer. </a></p><h4>#2 | rul-20260721-atr-000003</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling en de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, de belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden en de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op het belang van E in F, het belang van A in D, de belangen van C in J 1 t/m 27 en het belang van U in F. Y en V zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b van de Wet Vpb voor hun belang in X respectievelijk Z. Y en V zijn niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden uit hoofde hun belang in X respectievelijk Z op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y en van Z aan V geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X en Z dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260721-atr-000003/">Lees meer.</a></p><h4>#3 | rul-20260721-atr-000006</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdsterco&#246;peratie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260721-atr-000006/">Lees meer. </a></p><h4>#4 | rul-20260721-atr-000007</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. Tevens verzoekt men zekerheid vooraf over de afwezigheid van een kwalificerende eenheid alsmede de afwezigheid van de belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdsterco&#246;peratie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. A is niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm dividenden betaald door X op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Er is geen sprake van een kwalificerende eenheid voor toepassing van de Wet BB. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260721-atr-000007/">Lees meer. </a></p><h4>#5 | rul-20260721-atr-000008</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdsterco&#246;peratie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. De leden van X zijn naar aanleiding van hun belang in X niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b, van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 26 maart 2026 tot en met 31 december 2030.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260721-atr-000008/">Lees meer.</a></p><h4>#6 | rul-20260721-atr-000009</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Ook is zekerheid vooraf gevraagd over de vraag of er sprake is van belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Y en Y1 zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 3, vierde lid, onderdeel a in combinatie met artikel 17 en artikel 17a van de Wet Vpb. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y en Y1 geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y en Y1 zijn niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden betaald door X op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260721-atr-000009/">Lees meer.</a></p><h4>#7 | rul-20260721-atr-000011</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op het belang van X in Y. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 juni 2026 tot en met 31 december 2030.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260721-atr-000011/">Lees meer.</a></p><div><hr></div><h1>Advance pricing agreement</h1><h4>#8 | rul-20260721-apa-000001</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> X heeft een bilateraal verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2020 tot en met 2024. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met boekjaar 2023. De bevoegde autoriteiten hebben overeenstemming bereikt over de arm&#8217;s-lengthbeloning voor de activiteiten van X. Deze overeenstemming is vervolgens uitgewerkt en geformaliseerd in een vaststellingsovereenkomst tussen de Belastingdienst en X. Partijen hebben vastgesteld dat voor de verkoop- en distributieactiviteiten van X een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de omzet at arm&#8217;s-length is. Het gehanteerde percentage met betrekking tot verkoop- en distributieactiviteiten die zien op het groothandelskanaal valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde partijen waarvan de lower quartile 3,67% bedraagt en de upper quartile 8,82%. De bevoegde autoriteiten zijn de lower quartile overeengekomen. Het gehanteerde percentage met betrekking tot verkoop- en distributieactiviteiten die zien op het detailhandelskanaal valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde partijen waarvan de lower quartile 2,82% bedraagt en de upper quartile 11,57%. De bevoegde autoriteiten zijn voor boekjaar 2020 de lower quartile overeengekomen. Voor de boekjaren 2021 tot en met 2024 zijn de bevoegde autoriteiten de mediaan overeengekomen. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2024. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de aangiften vennootschapsbelasting reeds zijn ingediend tot en met het boekjaar 2023.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260721-apa-000001/">Lees meer.</a></p><h4>#9 | rul-20260721-apa-000005</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> X heeft een verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2024/2025 tot en met 2028/2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2023/2024. Partijen hebben vastgesteld dat voor de distributieactiviteiten van X en de verkoopactiviteiten van X een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de omzet at arm&#8217;s-length is. Het gehanteerde percentage valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde partijen waarvan de lower quartile 0,68% bedraagt en de upper quartile 2,46%. Vanwege de specifieke feiten en omstandigheden is ten aanzien van de distributieactiviteiten van X in de vaststellingsovereenkomst overeengekomen dat een percentage beneden de mediaan wordt aangegeven. Vanwege de specifieke feiten en omstandigheden is ten aanzien van de verkoopactiviteiten van X in de vaststellingsovereenkomst overeengekomen dat een percentage boven de mediaan dient te zijn aangegeven. Tevens is overeengekomen om de beloning van zowel de distributie- als verkoopactiviteiten van X te testen middels een driejaarlijkse test voor de boekjaren 2024/2025 tot en met 2026/2027 en een tweejaarlijkse test voor de boekjaren 2027/2028 en 2028/2029 waarbij de jaarlijkse beloning niet lager mag zijn dan [0% - 1%]. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 april 2024 tot en met 31 maart 2029.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260721-apa-000005/">Lees meer. </a></p><div><hr></div><h1>Innovationbox</h1><h4>#10 | rul-20260721-ibox-000004</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor aanpassing van de gemaakte afspraken van dochtermaatschappij Y voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2022 tot en met 2028. Er is overeenstemming bereikt over de aanpassing van de eerder tot stand gekomen afspraken met betrekking tot de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een addendum op de bestaande vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2028.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260721-ibox-000004/">Lees meer. </a></p><h4>#11 | rul-20260721-ibox-000010</h4><p><strong>Samenvatting:</strong> De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2027 tot en met 2031, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2026. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2027 tot en met 31 december 2031.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260721-ibox-000010/">Lees meer.</a><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/rul-20260707-rulov-000007/"> </a></p><div><hr></div><p>Mocht u mijn werk op prijs stellen en (geldelijke) waardering willen uiten, dan zou u een donatie kunnen doen via <a href="https://www.paypal.com/donate?hosted_button_id=W4N3T44N5TX66">deze link</a>, of via onderstaande qr-code.</p><div class="captioned-image-container"><figure><a class="image-link image2 is-viewable-img" target="_blank" href="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" data-component-name="Image2ToDOM"><div class="image2-inset"><picture><source type="image/webp" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw"><img src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,w_1456,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" width="410" height="410" data-attrs="{&quot;src&quot;:&quot;https://substack-post-media.s3.amazonaws.com/public/images/9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;srcNoWatermark&quot;:null,&quot;fullscreen&quot;:null,&quot;imageSize&quot;:null,&quot;height&quot;:410,&quot;width&quot;:410,&quot;resizeWidth&quot;:null,&quot;bytes&quot;:799,&quot;alt&quot;:&quot;&quot;,&quot;title&quot;:&quot;&quot;,&quot;type&quot;:&quot;image/png&quot;,&quot;href&quot;:null,&quot;belowTheFold&quot;:true,&quot;topImage&quot;:false,&quot;internalRedirect&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/i/164785063?img=https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;isProcessing&quot;:false,&quot;align&quot;:null,&quot;offset&quot;:false}" class="sizing-normal" alt="" title="" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw" loading="lazy"></picture><div class="image-link-expand"><div class="pencraft pc-display-flex pc-gap-8 pc-reset"><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container restack-image"><svg aria-hidden="true" width="20" height="20" viewBox="0 0 20 20" fill="none" stroke-width="1.5" stroke="var(--color-fg-primary)" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" xmlns="http://www.w3.org/2000/svg"><g><path d="M2.53001 7.81595C3.49179 4.73911 6.43281 2.5 9.91173 2.5C13.1684 2.5 15.9537 4.46214 17.0852 7.23684L17.6179 8.67647M17.6179 8.67647L18.5002 4.26471M17.6179 8.67647L13.6473 6.91176M17.4995 12.1841C16.5378 15.2609 13.5967 17.5 10.1178 17.5C6.86118 17.5 4.07589 15.5379 2.94432 12.7632L2.41165 11.3235M2.41165 11.3235L1.5293 15.7353M2.41165 11.3235L6.38224 13.0882"></path></g></svg></button><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container view-image"><svg xmlns="http://www.w3.org/2000/svg" width="20" height="20" viewBox="0 0 24 24" fill="none" stroke="currentColor" stroke-width="2" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" class="lucide lucide-maximize2 lucide-maximize-2"><polyline points="15 3 21 3 21 9"></polyline><polyline points="9 21 3 21 3 15"></polyline><line x1="21" x2="14" y1="3" y2="10"></line><line x1="3" x2="10" y1="21" y2="14"></line></svg></button></div></div></div></a></figure></div><div><hr></div><p class="button-wrapper" data-attrs="{&quot;url&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/subscribe?&quot;,&quot;text&quot;:&quot;Subscribe now&quot;,&quot;action&quot;:null,&quot;class&quot;:null}" data-component-name="ButtonCreateButton"><a class="button primary" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/subscribe"><span>Subscribe now</span></a></p>]]></content:encoded></item><item><title><![CDATA[Kennisgroepstandpunten (J04E30)]]></title><description><![CDATA[21 juli 2026]]></description><link>https://jurisprudentielunch.substack.com/p/kennisgroepstandpunten-j04e30</link><guid isPermaLink="false">https://jurisprudentielunch.substack.com/p/kennisgroepstandpunten-j04e30</guid><dc:creator><![CDATA[Maurits]]></dc:creator><pubDate>Tue, 21 Jul 2026 17:53:55 GMT</pubDate><enclosure url="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!hJ_D!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F3fbc0054-d63f-49a6-a01e-abc034e67137_1024x1024.png" length="0" type="image/jpeg"/><content:encoded><![CDATA[<p>Deze week 6 nieuwe kennisgroepstandpunten. Ik heb wel twijfels bij de juistheid/stelligheid van het eerste kennisgroepstandpunt. Anders dan voor de effectieve heffingstoets van artikel 13 lid 11 onderdeel a, wordt in lid 13 niet expliciet verwezen naar de heffing van de betreffende entiteit, maar naar de heffing over de inkomsten uit die bezitting. De argumenten die worden aangedragen in het standpunt zijn wat mij betreft niet dragend/overtuigend en ik zie daarin overigens ook niet goed het onderscheid met een IIR-heffing. </p><p>Kennisgroepstandpunten #5 en #6 zag ik al terugkomen op LinkedIn, bijvoorbeeld in de volgend post van Peter Brand (<a href="https://www.linkedin.com/posts/peterbrand-jsa_onduidelijkheid-alom-ik-begin-er-steeds-share-7484942879770120192-9bVb/?utm_source=share&amp;utm_medium=member_desktop&amp;rcm=ACoAAARc40QBD9JtVU4oXapYVFGHoMiSrEEqL2Q">hier</a>):</p><div class="captioned-image-container"><figure><a class="image-link image2 is-viewable-img" target="_blank" href="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!aS2k!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F73a79a49-ef5d-4d1d-9635-043d5ce19bb4_1458x1168.png" data-component-name="Image2ToDOM"><div class="image2-inset"><picture><source type="image/webp" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!aS2k!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F73a79a49-ef5d-4d1d-9635-043d5ce19bb4_1458x1168.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!aS2k!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F73a79a49-ef5d-4d1d-9635-043d5ce19bb4_1458x1168.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!aS2k!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F73a79a49-ef5d-4d1d-9635-043d5ce19bb4_1458x1168.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!aS2k!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F73a79a49-ef5d-4d1d-9635-043d5ce19bb4_1458x1168.png 1456w" sizes="100vw"><img src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!aS2k!,w_1456,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F73a79a49-ef5d-4d1d-9635-043d5ce19bb4_1458x1168.png" width="1456" height="1166" data-attrs="{&quot;src&quot;:&quot;https://substack-post-media.s3.amazonaws.com/public/images/73a79a49-ef5d-4d1d-9635-043d5ce19bb4_1458x1168.png&quot;,&quot;srcNoWatermark&quot;:null,&quot;fullscreen&quot;:null,&quot;imageSize&quot;:null,&quot;height&quot;:1166,&quot;width&quot;:1456,&quot;resizeWidth&quot;:null,&quot;bytes&quot;:440815,&quot;alt&quot;:null,&quot;title&quot;:null,&quot;type&quot;:&quot;image/png&quot;,&quot;href&quot;:null,&quot;belowTheFold&quot;:false,&quot;topImage&quot;:true,&quot;internalRedirect&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/i/207938310?img=https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F73a79a49-ef5d-4d1d-9635-043d5ce19bb4_1458x1168.png&quot;,&quot;isProcessing&quot;:false,&quot;align&quot;:null,&quot;offset&quot;:false}" class="sizing-normal" alt="" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!aS2k!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F73a79a49-ef5d-4d1d-9635-043d5ce19bb4_1458x1168.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!aS2k!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F73a79a49-ef5d-4d1d-9635-043d5ce19bb4_1458x1168.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!aS2k!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F73a79a49-ef5d-4d1d-9635-043d5ce19bb4_1458x1168.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!aS2k!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F73a79a49-ef5d-4d1d-9635-043d5ce19bb4_1458x1168.png 1456w" sizes="100vw" fetchpriority="high"></picture><div class="image-link-expand"><div class="pencraft pc-display-flex pc-gap-8 pc-reset"><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container restack-image"><svg aria-hidden="true" width="20" height="20" viewBox="0 0 20 20" fill="none" stroke-width="1.5" stroke="var(--color-fg-primary)" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" xmlns="http://www.w3.org/2000/svg"><g><path d="M2.53001 7.81595C3.49179 4.73911 6.43281 2.5 9.91173 2.5C13.1684 2.5 15.9537 4.46214 17.0852 7.23684L17.6179 8.67647M17.6179 8.67647L18.5002 4.26471M17.6179 8.67647L13.6473 6.91176M17.4995 12.1841C16.5378 15.2609 13.5967 17.5 10.1178 17.5C6.86118 17.5 4.07589 15.5379 2.94432 12.7632L2.41165 11.3235M2.41165 11.3235L1.5293 15.7353M2.41165 11.3235L6.38224 13.0882"></path></g></svg></button><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container view-image"><svg xmlns="http://www.w3.org/2000/svg" width="20" height="20" viewBox="0 0 24 24" fill="none" stroke="currentColor" stroke-width="2" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" class="lucide lucide-maximize2 lucide-maximize-2"><polyline points="15 3 21 3 21 9"></polyline><polyline points="9 21 3 21 3 15"></polyline><line x1="21" x2="14" y1="3" y2="10"></line><line x1="3" x2="10" y1="21" y2="14"></line></svg></button></div></div></div></a></figure></div><p></p><p class="button-wrapper" data-attrs="{&quot;url&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/subscribe?&quot;,&quot;text&quot;:&quot;Subscribe now&quot;,&quot;action&quot;:null,&quot;class&quot;:null}" data-component-name="ButtonCreateButton"><a class="button primary" href="/__u/jurisprudentielunch.substack.com/subscribe"><span>Subscribe now</span></a></p><div><hr></div><h1>Deelnemingsvrijstelling </h1><h4>#1 | KG:023:2026:4 CFC-heffing bij belastingplichtige telt niet mee bij de beoordeling van laagbelastheid vrije beleggingen</h4><p><strong>Aanleiding:</strong> Een belastingplichtige houdt een deelneming in een gecontroleerd lichaam als bedoeld in <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672&amp;hoofdstuk=II&amp;afdeling=2.5&amp;artikel=13ab&amp;z=2026-01-01&amp;g=2026-01-01">artikel 13ab Wet op de vennootschapsbelasting 1969</a> (hierna: Wet Vpb 1969). Deze deelneming wordt als belegging gehouden in de zin van <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672&amp;hoofdstuk=II&amp;afdeling=2.5&amp;artikel=13&amp;z=2026-01-01&amp;g=2026-01-01">artikel 13, negende lid, Wet Vpb 1969</a>. Het gecontroleerde lichaam voldoet niet aan de onderworpenheidstoets van artikel 13, elfde lid, onderdeel a, Wet Vpb 1969. De bezittingen van dit lichaam bestaan voor meer dan de helft uit vrije beleggingen als bedoeld in artikel 13, twaalfde lid, Wet Vpb 1969.</p><p>Ter zake van deze deelneming neemt de belastingplichtige voordelen (&#8364; 5) in aanmerking op grond van artikel 13ab Wet Vpb 1969 (CFC-heffing). Daarnaast behaalt de belastingplichtige een valutavoordeel (&#8364; 100) op deze deelneming.</p><p><strong>Vraag: </strong>Wordt bij de bezittingentoets van artikel 13, elfde lid, onderdeel b, Wet Vpb 1969, voor de beoordeling of sprake is van laagbelaste vrije beleggingen als bedoeld in artikel 13, dertiende lid, Wet Vpb 1969, rekening gehouden met de CFC-heffing bij de belastingplichtige?</p><p><strong>Antwoord: </strong>Nee. Voor de beoordeling of sprake is van laagbelaste vrije beleggingen wordt geen rekening gehouden met de CFC-heffing bij de belastingplichtige. Deze heffing op grond van artikel 13ab Wet Vpb 1969 laat dus onverlet dat niet wordt voldaan aan de bezittingentoets. Omdat ook niet is voldaan aan de onderworpenheidstoets van artikel 13, elfde lid, onderdeel a, Wet Vpb 1969, is de deelneming geen kwalificerende beleggingsdeelneming. De deelnemingsvrijstelling is daarom niet van toepassing op het op de deelneming behaalde valutavoordeel van &#8364; 100.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg02320264-cfc-heffing-bij-belastingplichtige-telt-niet-mee-bij-de-beoordeling-van-laagbelastheid-vrije-beleggingen/">Lees het kennisgroepstandpunt.</a></p><div><hr></div><h1>IBR IB niet-winst/loonbelasting/PH-aanslag</h1><h4>#2 | KG:041:2026:6 Verdrag NL &#8211; BEL, voorkomingsartikel, onroerende goederen en (hypotheek)schulden</h4><p><strong>Aanleiding:</strong> Belastingplichtige is woonachtig in Nederland en eigenaar van een in Belgi&#235; gelegen onroerende zaak. De onroerende zaak behoort tot de rendementsgrondslag box 3. Ter financiering van de aankoop van deze onroerende zaak is belastingplichtige een geldlening aangegaan. De geldlening behoort ook tot de rendementsgrondslag box 3. Er is echter geen hypotheek gevestigd op de onroerende zaak. Als zekerheid voor de lening dient een effectenportefeuille.</p><p><strong>Vraag: </strong>Moet sprake zijn van een hypotheekrecht om bij de berekening van de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting bij onroerende zaken gelegen in Belgi&#235; rekening te kunnen houden met schulden?</p><p><strong>Antwoord: </strong>Nee, er hoeft geen sprake te zijn van hypothecaire schulden. Bij de berekening van de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting wordt rekening gehouden met de met die onroerende zaak verband houdende schulden.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg04120266-verdrag-nl-bel-voorkomingsartikel-onroerende-goederen-en-hypotheekschulden/">Lees het kennisgroepstandpunt.</a><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg21320265-boekwaarde-eis-herinvesteringsreserve/"> </a></p><div><hr></div><h1>Onroerende zaken</h1><h4>#3 | KG:051:2026:2 Verlaging WOZ-waarde als een onroerende zaak uit afzonderlijk verhuurde woningen bestaat</h4><p><strong>Aanleiding:</strong> Een belastingplichtige heeft een onroerende zaak die uit afzonderlijk verhuurde woningen bestaat. Voor de woningen geldt het volgende:</p><ul><li><p>volgens hun indeling zijn de woningen bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt. Op grond van artikel 16, onderdeel c, van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ) worden de woningen voor de toepassing van die wet als zelfstandige onroerende zaken aangemerkt. Op basis hiervan is voor elk van de woningen een afzonderlijke WOZ-waarde vastgesteld;</p></li><li><p>het gebouw is niet betrokken in een splitsing, maar de belastingplichtige kan de onroerende zaak wel splitsen;</p></li><li><p>de verhuur van de woningen valt onder de huurbescherming;</p></li><li><p>de verhuur is voor onbepaalde tijd; en</p></li><li><p>er is geen sprake van gelieerde partijen die een zodanige huurprijs zijn overeengekomen dat deze tussen willekeurige derden niet zou zijn overeengekomen.</p></li></ul><p>De woningen vallen voor de belastingplichtige voor de inkomstenbelasting in box 3 en worden in zijn testament gelegateerd aan &#233;&#233;n van zijn kinderen, die niet de huurder is.</p><p><strong>Vraag: </strong>Is de vermindering van &#8364; 20.000 als bedoeld in artikel 17a, vierde lid, van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 (hierna: UBIB 2001) en artikel 10a, vierde lid, van het Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956 (hierna: UBSW 1956) ook van toepassing op een woning die onderdeel uitmaakt van een gebouw (of een groep van gebouwen) dat niet is gesplitst, maar waarvoor splitsing wel mogelijk is?</p><p><strong>Antwoord:</strong> Ja. Bij de beoordeling of de woningen niet als afzonderlijke zaak kunnen worden vervreemd in de zin van artikel 17a, vierde lid, UBIB 2001 en artikel 10a, vierde lid, UBSW 1956 is niet van belang of de woningen kunnen worden gesplitst, maar of de woningen zijn gesplitst.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg05120262-verlaging-woz-waarde-als-een-onroerende-zaak-uit-afzonderlijk-verhuurde-woningen-bestaat/">Lees het kennisgroepstandpunt. </a></p><div><hr></div><h1>Loonheffing algemeen</h1><h4>#4 | KG:211:2026:24 Guernsey Protected Cell Company limited by shares</h4><p><strong>Aanleiding:</strong> Een uitzendonderneming stelt een uitzendkracht ter beschikking aan een inlener. Deze inlener betaalt aan eigen werknemers een vaste kostenvergoeding. De Belastingdienst neemt het standpunt in dat de gehele vaste kostenvergoeding onbelast is, omdat een deel gericht vrijgesteld is in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: Wet LB 1964) en een deel kan worden aangemerkt als een vergoeding voor intermediaire kosten. De Belastingdienst en de inlener hebben dit vastgelegd in een afspraak. De uitzendonderneming is van plan om aan de ter beschikking gestelde uitzendkracht de door de Belastingdienst goedgekeurde kostenvergoeding te betalen.</p><p><strong>Vraag: </strong>Kan de uitzendonderneming de tussen de inlener en Belastingdienst gemaakte afspraak over de fiscale behandeling van de vaste kostenvergoeding toepassen op de vaste kostenvergoeding die de uitzendonderneming betaalt aan de uitzendkracht?</p><p><strong>Antwoord: </strong>Nee, dit is niet zonder meer mogelijk. Als twee partijen een afspraak maken, valt een derde partij niet onder de reikwijdte van die afspraak. De uitzendonderneming kan de kosten w&#233;l overeenkomstig de afspraak tussen de inlener en de Belastingdienst onbelast vergoeden als zij aannemelijk maakt dat de uitzendkracht werkzaam is in een gelijke functie als de werknemer van de inlener en dat de uitzendkracht vanuit kostenoogpunt in gelijke omstandigheden verkeert als de werknemer van de inlener.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg204202611-vaste-kostenvergoeding-uitzendkrachten/">Lees het kennisgroepstandpunt. </a></p><h4>#5 | KG:204:2026:12 Doorbetaaldloonregeling bij re&#235;le overeenkomst van opdracht</h4><p><strong>Aanleiding:</strong> </p><ul><li><p>X (natuurlijk persoon) is enig bestuurder en enig aandeelhouder van een besloten vennootschap (hierna: bv). X heeft een privaatrechtelijke dienstbetrekking bij deze holding-bv.</p></li><li><p>De holding-bv houdt 6% van de aandelen in een werk-bv.</p></li><li><p>De werk-bv sluit een re&#235;le overeenkomst van opdracht met de holding-bv. Op basis van die overeenkomst van opdracht verricht X werkzaamheden voor de werk-bv. X is de enige persoon die werkzaamheden verricht voor en namens de holding-bv.</p></li><li><p>De relatie tussen X en de werk-bv kwalificeert niet als een privaatrechtelijke dienstbetrekking in de zin van artikel 2 van de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: Wet LB 1964).</p></li><li><p>De holding-bv factureert conform de overeenkomst van opdracht &#8364; 120.000 op jaarbasis aan de werk-bv. Van het gefactureerde bedrag heeft &#8364; 20.000 betrekking op kosten, lasten en afschrijvingen.</p></li><li><p>Er is geen sprake van gedeeld ondernemerschap in de werk-bv.</p></li><li><p>Partijen willen de doorbetaaldloonregeling van artikel 32d Wet LB 1964 toepassen, zodat X uitsluitend door de holding-bv wordt verloond.</p></li></ul><p><strong>Vraag:</strong> Kunnen partijen de doorbetaalloonregeling toepassen?</p><p><strong>Antwoord:</strong> Nee, de doorbetaaldloonregeling is niet van toepassing.</p><p>De vaststelling van het (gebruikelijk) loon van X vindt uitsluitend plaats op het niveau van de holding-bv. De gebruikelijkloonregeling is niet van toepassing op het niveau van werk-bv. Het (gebruikelijk) loon moet worden vastgesteld aan de hand van <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&amp;hoofdstuk=II&amp;artikel=12a&amp;z=2026-02-21&amp;g=2026-02-21">artikel 12a</a> Wet LB 1964. De hoogte daarvan staat ter beoordeling van de inspecteur.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg204202612-doorbetaaldloonregeling-bij-reele-overeenkomst-van-opdracht/">Lees het kennisgroepstandpunt. </a></p><h4>#6 | KG:204:2026:13 Gebruikelijk loon niet re&#235;le overeenkomst van opdracht bij toepassing doorbetaaldloonregeling</h4><p><strong>Aanleiding:</strong></p><ul><li><p>X (natuurlijk persoon) is enig bestuurder en enig aandeelhouder van een besloten vennootschap (hierna: bv). X is de enige persoon die werkzaamheden verricht voor en namens de holding-bv.</p></li><li><p>De holding-bv houdt 6% van de aandelen in een werk-bv.</p></li><li><p>De werk-bv sluit een overeenkomst van opdracht met de holding-bv. Op basis van die overeenkomst van opdracht verricht X werkzaamheden voor de werk-bv.</p></li><li><p>De holding-bv factureert conform de overeenkomst &#8364; 120.000 op jaarbasis aan de werk-bv. Van het gefactureerde bedrag heeft &#8364; 20.000 betrekking op kosten, lasten en afschrijvingen.</p></li><li><p>De arbeidsrelatie tussen X en de holding-bv kwalificeert als een echte dienstbetrekking in de zin van artikel 2 van de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: Wet LB 1964). Het overeengekomen loon bedraagt &#8364; 5.000.</p></li><li><p>De arbeidsrelatie tussen X en de werk-bv kwalificeert ook als een echte dienstbetrekking in de zin van artikel 2 Wet LB 1964; er is geen sprake van een re&#235;le overeenkomst van opdracht tussen de holding-bv en de werk-bv.</p></li><li><p>De doorbetaaldloonregeling van artikel 32d Wet LB 1964 is van toepassing, waardoor X uitsluitend door de holding-bv wordt verloond.</p></li></ul><p><strong>Vraag:</strong> Is de toepassing van de doorbetaaldloonregeling van invloed op de vaststelling van het (gebruikelijk) loon voor de door X verrichte werkzaamheden?</p><p><strong>Antwoord:</strong> Ja, als de doorbetaaldloonregeling van toepassing is, moet de gebruikelijkloonregeling op concernniveau worden toegepast (artikel 12a, derde lid, Wet LB 1964). De uit hoofde van de doorbetaaldloonregeling afgedragen bedragen door de werk-bv naar de holding-bv spelen geen rol bij het bepalen van het (gebruikelijk) loon.</p><p><a href="https://taxrulingsandpolicy.nl/kg204202613-gebruikelijk-loon-niet-reele-overeenkomst-van-opdracht-bij-toepassing-doorbetaaldloonregeling/">Lees het kennisgroepstandpunt. </a></p><div><hr></div><p>Mocht u mijn werk op prijs stellen en (geldelijke) waardering willen uiten, dan zou u een donatie kunnen doen via <a href="https://www.paypal.com/donate?hosted_button_id=W4N3T44N5TX66">deze link</a>, of via onderstaande qr-code.</p><div class="captioned-image-container"><figure><a class="image-link image2 is-viewable-img" target="_blank" href="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" data-component-name="Image2ToDOM"><div class="image2-inset"><picture><source type="image/webp" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_webp, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw"><img src="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!,w_1456,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png" width="410" height="410" data-attrs="{&quot;src&quot;:&quot;https://substack-post-media.s3.amazonaws.com/public/images/9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;srcNoWatermark&quot;:null,&quot;fullscreen&quot;:null,&quot;imageSize&quot;:null,&quot;height&quot;:410,&quot;width&quot;:410,&quot;resizeWidth&quot;:null,&quot;bytes&quot;:799,&quot;alt&quot;:&quot;&quot;,&quot;title&quot;:&quot;&quot;,&quot;type&quot;:&quot;image/png&quot;,&quot;href&quot;:null,&quot;belowTheFold&quot;:true,&quot;topImage&quot;:false,&quot;internalRedirect&quot;:&quot;https://jurisprudentielunch.substack.com/i/164785063?img=https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png&quot;,&quot;isProcessing&quot;:false,&quot;align&quot;:null,&quot;offset&quot;:false}" class="sizing-normal" alt="" title="" srcset="/__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_424, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 424w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_848, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 848w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1272, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1272w, /__u/substackcdn.com/image/fetch/$s_!mOFQ!, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/w_1456, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/c_limit, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/f_auto, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/q_auto:good, /__u/jurisprudentielunch.substack.com/fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9dfac389-0d2f-4af6-ace7-4d966937a680_410x410.png 1456w" sizes="100vw" loading="lazy"></picture><div class="image-link-expand"><div class="pencraft pc-display-flex pc-gap-8 pc-reset"><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container restack-image"><svg aria-hidden="true" width="20" height="20" viewBox="0 0 20 20" fill="none" stroke-width="1.5" stroke="var(--color-fg-primary)" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" xmlns="http://www.w3.org/2000/svg"><g><path d="M2.53001 7.81595C3.49179 4.73911 6.43281 2.5 9.91173 2.5C13.1684 2.5 15.9537 4.46214 17.0852 7.23684L17.6179 8.67647M17.6179 8.67647L18.5002 4.26471M17.6179 8.67647L13.6473 6.91176M17.4995 12.1841C16.5378 15.2609 13.5967 17.5 10.1178 17.5C6.86118 17.5 4.07589 15.5379 2.94432 12.7632L2.41165 11.3235M2.41165 11.3235L1.5293 15.7353M2.41165 11.3235L6.38224 13.0882"></path></g></svg></button><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container view-image"><svg xmlns="http://www.w3.org/2000/svg" width="20" height="20" viewBox="0 0 24 24" fill="none" stroke="currentColor" stroke-width="2" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" class="lucide lucide-maximize2 lucide-maximize-2"><polyline points="15 3 21 3 21 9"></polyline><polyline points="9 21 3 21 3 15"></polyline><line x1="21" x2="14" y1="3" y2="10"></line><line x1="3" x2="10" y1="21" y2="14"></line></svg></button></div></div></div></a></figure></div>]]></content:encoded></item></channel></rss>